Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BL0304

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
11-01-2010
Datum publicatie
26-01-2010
Zaaknummer
AWB 09/1261
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Artikel 100a, eerste lid, van de Woningwet. Artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden. Artikel 5:27 van de Algemene wet bestuursrecht. Procesbelang. Machtiging tot binnentreden van woning in het kader van artikel 100a, eerste lid, van de Woningwet moet door de burgemeester worden afgegeven. Geen sprake van bestuursdwang. Het college was dus niet bevoegd. Beroep gegrond, vernietiging bestreden besluit en herroepen van de machtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/1261

proces-verbaal mondelinge uitspraak van 11 januari 2010 op grond van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake het geding tussen

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser (hierna: [X]),

gemachtigde: mr. P.R. van den Elst, advocaat te Leeuwarden,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden,

verweerder (hierna: het college),

gemachtigde: H. Veenstra, werkzaam bij de gemeente Leeuwarden.

Bestreden besluit

Het besluit op bezwaar van 21 april 2009, waarbij het bezwaar van [X] tegen het besluit van 8 september 2008, waarbij het college op grond van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) en artikel 100a van de Woningwet een machtiging tot binnentreden van zijn woning aan [adres X] heeft afgegeven aan [Y], senior inspecteur buitendienst bij het team Toezicht en handhaving van de gemeente Leeuwarden, ongegrond heeft verklaard.

Zitting

11 januari 2010.

Zitting hebben:

rechter: mr. P.G. Wijtsma;

griffier: mr. B.M. van der Doef.

[X] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door R. Klokke van Steenwijk. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank sluit het onderzoek en doet onmiddellijk uitspraak. Deze uitspraak luidt, zakelijk weergegeven, als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

- voorziet zelf in de zaak door het primair besluit van 8 september 2008 (de machtiging) te herroepen en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats wordt gesteld van het vernietigde besluit;

- bepaalt op de voet van artikel 8:74 van de Awb dat het college het griffierecht ad €150,00 aan [X] moet terugbetalen;

- veroordeelt de rechtbank het college op de voet van artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten van [X] ten bedrage van € 322,00 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (verschijnen ter zitting 1 punt, gewicht van de zaak: gemiddeld, waarde per punt € 322,00).

Motivering

Toepasselijk recht

1.1 In artikel 100a, eerste lid, van de Woningwet is bepaald dat met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.

1.2 In artikel 2, eerste lid, van de Awbi is - voor zover hier van belang - bepaald dat voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner een schriftelijke machtiging is vereist. De machtiging wordt zo mogelijk getoond. In artikel 3, tweede lid, van de Awbi is voorts bepaald dat, voor zover de wet niet anders bepaalt, de burgemeester bevoegd is tot het geven van een machtiging tot binnentreden in een woning gelegen binnen zijn gemeente voor andere doeleinden dan strafvordering.

1.3 Ten slotte is in artikel 5:27, eerste en tweede lid, van de Awb bepaald dat, om bestuursdwang toe te passen, door het bestuursorgaan aangewezen personen toegang hebben tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is en dat voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner het bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast bevoegd is tot het geven van een machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden.

Overwegingen

2.1 [X] heeft nog steeds procesbelang, reeds omdat een rechterlijke toetsing van een besluit tot het geven van een machtiging tot binnentreden in de regel slechts achteraf kan plaatsvinden.

2.2 Het college was niet bevoegd het bestreden besluit te nemen. Vaststaat dat de machtiging is afgegeven in het kader van toezicht als bedoeld van artikel 100a van de Woningwet. Het college heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat [Y] is aangewezen als ambtenaar die met het toezicht, zoals bedoeld in het eerste lid van dat artikel, belast is. Die ambtenaar is volgens lid 2 van artikel 100a van de Woningwet bevoegd om zonder toestemming van de bewoner een woning te betreden.

2.3 Dat laat echter onverlet dat daarvoor krachtens artikel 2, tweede lid, van de Awbi een schriftelijke machtiging is vereist. De Woningwet bevat geen bepalingen over wie bevoegd is om die machtiging af te geven. De conclusie kan dan ook alleen maar zijn, dat gelet op artikel 3, tweede lid van de Awbi, niet het college, maar de burgemeester het bevoegd orgaan is in deze kwestie. Het beroep van het college op artikel 5:27, eerste en tweede lid, van de Awb gaat niet op, omdat in dit geval geen sprake is van het toepassen van bestuursdwang, maar van toezicht als bedoeld in artikel 100a van de Woningwet. Het bestreden besluit is dus onbevoegd genomen.

2.4 Aan de beoordeling van de inhoudelijke kant van de procedure komt de rechtbank, gezien het vorenstaande, niet toe.

De rechter deelt mee dat van deze uitspraak een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee weken na heden aan partijen wordt toegezonden. Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden hoger beroep aantekenen. Degene die daarvan gebruik wenst te maken, dient binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u dan waarom u de uitspraak niet juist vindt.

De zitting wordt gesloten.

Waarvan proces-verbaal.

w.g. B.M. van der Doef

w.g. P.G. Wijtsma