Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2010:BK8942

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
11-01-2010
Datum publicatie
13-01-2010
Zaaknummer
AWB 09/2901 en 09/2832
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Tijdelijke ontheffing op grond van artikel 3:22 Wro voor een voorziening voor kinderopvang in Akkrum. Tijdelijkheid niet voldoende aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BR 2010/37 met annotatie van E.T. de Jong
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummers: AWB 09/2901 & 09/2832

uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 januari 2010 op grond van artikel 8:84 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[A] en 44 anderen,

allen wonende te [woonplaats],

verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boarnsterhim,

verweerder,

gemachtigde: P. de Hoop, werkzaam bij verweerders gemeente.

Procesverloop

Bij besluit van 15 oktober 2009, verzonden op 16 oktober 2009, heeft verweerder een tijdelijke ontheffing op grond van artikel 3.22 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en een bouwvergunning verleend aan Sisa Kinderopvang en peuterspeelzalen (hierna: Sisa) voor het bouwen van een tijdelijk bouwwerk op het perceel Lange Miente/hoek Hofmanshôf te Akkrum.

Verzoekers hebben tegen dit besluit op 17 november 2009 bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaarschrift op de voet van artikel 6:15 van de Awb doorgezonden naar de rechtbank om als beroep in behandeling te nemen. Het beroep is bekend onder registratienummer 09/2832.

Tevens hebben verzoekers zich bij brief van 10 december 2009 tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek om op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is geregistreerd onder nummer 09/2901.

Met toepassing van artikel 8:26, eerste lid, van de Awb is Sisa door de rechtbank in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt.

Het verzoek is ter zitting behandeld op 21 december 2009. Namens verzoekers zijn verschenen [A] en [B]. Namens verweerder is verschenen P. de Hoop. Sisa heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door [naam] en [naam].

Motivering

Feiten

1.1 De aanvraag om een bouwvergunning is op 16 maart 2009 ingediend. Het bouwplan voorziet in de bouw van een kinderdagopvangunit nabij een bestaande locatie voor kinderopvang "It Mienskar". In de tijdelijke unit is plaats voor in totaal 20 kinderen, één groep kinderdagopvang en één groep buitenschoolse opvang.

1.2 Bij brief van 9 april 2009 heeft Sisa de tijdelijkheid en de noodzaak voor het bouwplan gemotiveerd. Hierin is aangegeven dat de bij Sisa in gebruik zijnde locaties niet voldoende capaciteit bieden voor de toenemende vraag naar kinderopvang. Het is de uitdrukkelijke wens van Sisa om onderdeel uit te maken van de te bouwen Brede School Akkrum. Op het moment dat Sisa kan beschikken over permanente huisvesting ten behoeve van de kinderopvang zal deze tijdelijk accommodatie onmiddellijk komen te vervallen. De verwachting is dat dit binnen twee á drie jaar zal zijn, doch met een uitloop tot maximaal vijf jaar.

1.3 Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan "Dorpsvernieuwingsplan Akkrum Kom". Om niettemin medewerking te kunnen verlenen moet verweerder ontheffing verlenen van de voorschriften behorende bij het bestemmingsplan. In dit geval is gevraagd om een tijdelijke ontheffing voor ten hoogste vijf jaar. Op 1 juli 2009 zijn de ontwerpontheffing en -bouwvergunning gepubliceerd in het gemeentelijk voorlichtingsblad Op é Hichte. Naar aanleiding hiervan hebben 14 omwonenden een zienswijze ingediend bij verweerder. Verweerder heeft vervolgens op 31 augustus 2009 een informatiebijeenkomst georganiseerd. De zienswijzen zijn door verweerder in een notitie zienswijzen van 15 september 2009 weerlegd. Vervolgens zijn de gevraagde ontheffing en bouwvergunning verleend.

Geschil

2.1 Verzoekers hebben aangevoerd dat zij, gelet op de slechte financiële situatie van de gemeente Boarnsterhim, de kans klein achten dat de Brede School waar Sisa uiteindelijk zal worden gehuisvest er binnen vijf jaar staat. Daarom verwachten zij dat de tijdelijke huisvesting verlengd gaat worden. Verder hebben verzoekers bezwaren tegen de verschijningsvorm van de unit, die volgens hen niet voldoet aan minimale eisen van welstand. Daarnaast zijn verzoekers van mening dat de verkeersveiligheid in hun straat in het geding komt en dat met de plaatsing van de keten het laatste speelterrein in de buurt verdwijnt

2.2 Verweerder heeft aangevoerd dat de Brede School voor het schooljaar 2012-2013 klaar zal zijn en dat er gelet op het grote maatschappelijke belang van kinderopvang voor de korte termijn een oplossing moet komen. Verweerder betwist voorts dat de verkeersveiligheid in geding komt en wijst op alternatieve speellocaties in de buurt.

2.3 Namens Sisa is aangevoerd dat de unit van tijdelijke aard is in afwachting van de bouw van de Brede School. Sisa heeft een contractuele verplichting om kinderopvang te bieden en moet de capaciteit gezien de almaar toenemende aanmeldingen uitbreiden. Sisa wil de uitbreiding graag realiseren bij de bestaande locatie, omdat de opvang op een alternatieve locatie niet rendabel is te maken.

Beoordeling van het geschil

3.1 Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is genoegzaam aangetoond dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening.

Indien, zoals in het onderhavige geval, het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan terwijl beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit het geval. De voorzieningenrechter zal daarom onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

3.2 Ten aanzien van de ontvankelijkheid overweegt de voorzieningenrechter het volgende. In artikel 6:13 van de Awb is bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld bij de administratieve rechter door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld. Van degenen die beroep hebben ingesteld hebben alleen [A], [C], [D], [E], [F], [G], [H], [I], [J] en [K] eveneens de zienswijzenbrief ondertekend. Daarom kunnen alleen zij ontvankelijk verklaard worden in het beroep.

3.3 Ten aanzien van de verleende ontheffing overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Ingevolge artikel 3:22 van de Wro kunnen burgemeester en wethouders met het oog op de voorziening in een tijdelijke behoefte voor een bepaalde termijn ontheffing verlenen van een bestemmingsplan. De termijn kan ten hoogste vijf jaar belopen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet dit artikel aldus begrepen worden dat alleen een tijdelijke ontheffing kan worden verleend indien de behoefte aan een (extra) unit voor kinderopvang tijdelijk is (vergelijk de uitspraak van de Voorzieningenrechter Rechtbank Zwolle van 4 september 2009, LJN: BJ6975). Om de tijdelijkheid van de behoefte aan de unit te kunnen aannemen dienen concrete, objectieve gegevens voorhanden te zijn.

3.4 De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval onvoldoende is aangetoond dat sprake zal zijn van een tijdelijke situatie die ten hoogste vijf jaar zal duren. Ter zitting is gebleken dat eerdere plannen van de gemeente Boarnsterhim gericht op het realiseren van een Brede School in Akkrum inmiddels zijn teruggedraaid en dat het streven er thans op gericht is dat in Akkrum een nieuwe basisschool zal komen met eventueel ook een voorziening voor kinderopvang. Volgens de gemachtigde van verweerder ligt er een bouwplan en heeft men een locatie op het oog, waarop al de gewenste bestemming rust. Van concrete, objectieve gegevens die de tijdelijkheid van de behoefte aan units voldoende ondersteunen is evenwel niet gebleken. Zo is nog geen aanvraag om een bouwvergunning ingediend en is er ook geen concrete aanwijzing dat dit binnen afzienbare tijd gaat gebeuren. Voorts is het nog niet zeker dat bij de school een voorziening voor kinderopvang gerealiseerd zal worden. Zo is ter zitting gebleken dat weliswaar bij Sisa de wens bestaat om in aanmerking te komen voor een kinderopvangvoorziening bij de nieuwe school, maar dat er naast Sisa ook nog een andere partij in de race is om de opvang binnen het kader van de nieuw te bouwen school te gaan organiseren.

3.5 De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat sprake is van strijd met artikel 3:22 van de Wro en dat verweerder in dit geval geen tijdelijke ontheffing kon verlenen. Het beroep voor zover ingediend door de personen genoemd onder 3.2 moet daarom gegrond verklaard worden en de bestreden ontheffing en bouwvergunning zullen worden vernietigd. Aan een bespreking van de overige beroepsgronden komt de voorzieningenrechter niet toe.

3.6 Nu beslist is in de hoofdzaak is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening.

3.7 De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat verweerder het door verzoekers gestorte griffierecht in de hoofdzaak en in het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening (in totaal € 300,00) dient te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep voor zover ingediend door personen niet genoemd onder 3.2 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep voor zover ingediend door de personen genoemd onder 3.2 gegrond;

- vernietigt het besluit van verweerder van 16 oktober 2009, waarbij ontheffing en bouwvergunning zijn verleend;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 300,00 aan verzoekers vergoedt;

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.R.M. Poiesz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2010.

w.g. P.R.M. Poiesz

w.g. C.H. de Groot

Tegen de uitspraak in het verzoek om een voorlopige voorziening met registratienummer 09/2901 kan geen rechtsmiddel worden aangewend.

Tegen de uitspraak in de hoofdzaak met registratienummer 09/2832 staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in artikel 6:13 in samenhang met 6:24 van de Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u dan waarom u de uitspraak niet juist vindt.