Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK9306

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
15-01-2010
Zaaknummer
AWB 09/30
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Buitengewoon verlof. Artikel 33d van het ARAR staat er niet aan in de weg dat bij een huwelijk met een partner met wie eerder een samenlevingscontract is gesloten wederom buitengewoon verlof wordt verleend. De rechtbank, zelf voorziend, herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiser in verband met zijn huwelijk in aanmerking komt voor twee dagen buitengewoon verlof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/30

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. J.L. van der Meer, werkzaam bij het CNV te Assen,

en

het bestuur van de rechtbank Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde: mr. S. van Waegeningh, advocaat te Amsterdam.

Procesverloop

Bij brief van 19 november 2008 heeft verweerder eiser mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de toepassing van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (hierna: het ARAR). Tegen dit besluit heeft eiser beroep aangetekend. De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 3 september 2009. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Namens verweerder zijn voornoemde gemachtigde verschenen en [X].

Motivering

Feiten

1.1 Eiser is werkzaam bij de sector bestuursrecht van de rechtbank Amsterdam. Op 11 juni 2008 heeft eiser een aanvraag voor verlof ingediend voor 24 en 25 september 2008 in verband met zijn huwelijk.

1.2 De aanvraag is op 18 juli 2008 door [X], teamleiding van het secretariaat van de sector bestuursrecht, afgewezen op de grond dat aan eiser eerder dat jaar al buitengewoon verlof is verleend voor het sluiten van een samenlevingscontract.

1.3 Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Het bezwaar is bij de bestreden beslissing, overeenkomstig een advies van de bezwaaradviescommissie, ongegrond verklaard.

Geschil

2.1 Verweerder stelt dat in artikel 33d van het ARAR een limitatieve opsomming wordt gegeven van situaties waarvoor bijzonder verlof wordt verleend. Gelet hierop wordt of wel buitengewoon verlof verleend voor het huwelijk, ofwel voor het afsluiten van een samenlevingscontract. Cumulatie van beide verlofsituaties in de onderhavige situatie is gelet op de strekking van de bepaling niet mogelijk, aldus verweerder.

2.2 Volgens eiser is in artikel 33d van het ARAR geen beperking opgenomen over het toe te kennen buitengewoon verlof, anders dan twee dagen per gebeurtenis. Ook de toelichting op het artikel maakt het niet logisch dat eiser voor zijn aanspraak op buitengewoon verlof, bedoeld om belangrijke (min of meer) ingrijpende gebeurtenissen te kunnen regelen en bij te wonen of daarop te reageren, moet kiezen voor één gebeurtenis.

Beoordeling van het geschil

3.1 Ingevolge artikel 33d, eerste lid, aanhef en onder a, van het ARAR wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend bij zijn huwelijk (twee dagen), tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel wordt voor de toepassing van dit artikel onder huwelijk mede begrepen het sluiten van een samenlevingscontract of het aangaan van een geregistreerd partnerschap.

3.2 Naar het oordeel van de rechtbank staat dit artikel er niet aan in de weg dat bij een huwelijk met een partner, met wie eerder een samenlevingscontract is gesloten, wederom buitengewoon verlof wordt verleend. De tekst van de bepaling dwingt niet tot het maken van een keuze. Verweerders standpunt dat cumulatie van beide verlofsituaties niet mogelijk is gelet op de strekking van de bepaling volgt de rechtbank niet. De aanspraak op verlof is gekoppeld aan een belangrijke gebeurtenis zoals het sluiten van een samenlevingscontract of het aangaan van een huwelijk. Er is geen beperking opgenomen in de tijd over het toe te kennen buitengewone verlof. In dit geval heeft eiser ervoor gekozen om een samenlevingscontract met zijn partner te sluiten en vervolgens met dezelfde partner in het huwelijk te treden. De tekst van artikel 33d geeft de ruimte om voor beide gebeurtenissen buitengewoon verlof te verlenen.

3.3 De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep gegrond is en dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank verklaart het inleidende bezwaarschrift alsnog gegrond, herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiser in aanmerking komt voor buitengewoon verlof over twee dagen op 24 en 25 september 2008 in verband met zijn huwelijk.

3.4 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht bedragen de proceskosten van eiser in totaal € 709,38, waarvan € 644,00 voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, € 17,36 voor reiskosten (Nijbeets-Leeuwarden v.v.) en € 48,02 voor verletkosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het inleidende bezwaarschrift van 29 juli 2008 gegrond, herroept het primaire besluit van 18 juli 2008 en bepaalt dat eiser in aanmerking komt voor buitengewoon verlof op 24 en 25 september 2008 in verband met zijn huwelijk;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 145,00 aan eiser vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 709,38.

Aldus gegeven door mr. C.H. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.R.M. Poiesz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2009.

w.g. P.R.M. Poiesz

w.g. C.H. de Groot

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.

Afschrift aangetekend verzonden op: