Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK8825

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
30-12-2009
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
302592 \ VZ VERZ 09-556
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding hangende herplaatsingstraject afgewezen. Werkgever voert reorganisatie door. Boventallige werknemer zit in herplaatsingstraject. Werkgever vraagt ontbinding, vooruitlopend op de einddatum van het herplaatsingstraject, e.e.a. conform afspraken in sociaal plan. Werkgever vraagt om voorwaardelijke ontbinding, nl. op voorwaarde dat werknemer niet kan worden herplaatst. Ontbindingsvergoeding aangeboden. Pro forma verweer gevoerd. De procedure ex art. 7:685 BW is er blijkens de wetsgeschiedenis op gericht snel een definitieve beslissing over de beëindiging van het dienstverband te geven. Toepassing van art. 7:685 BW is derhalve niet aan de orde indien de ontbinding afhankelijk wordt gesteld van een onzekere, toekomstige omstandigheid. Omdat de mogelijkheid bestaat dat voor werknemer in het kader van de herplaatsing alsnog een functie vrijkomt, kan de kantonrechter thans niet met zekerheid vaststellen dat er sprake is van een verandering in de omstandigheden die de ontbinding kan rechtvaardigen. Kantonrechter wijst ontbindingsverzoek om die reden af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0021
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 302592 \ VZ VERZ 09-556

beschikking van de kantonrechter d.d. 30 december 2009

inzake

de naamloze vennootschap Friesland Bank N.V.,

hierna te noemen: Friesland Bank,

gevestigd te Leeuwarden,

verzoekster,

gemachtigde: mr. W.M. Veldjesgraaf,

tegen

[werknemer],

hierna te noemen: [werknemer],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. H.J.A. van Dijk.

Procesverloop

Friesland Bank heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 december 2009, verzocht de tussen haar en [werknemer] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Het verweerschrift van [werknemer] is binnengekomen op 16 december 2009.

Zowel Friesland Bank als [werknemer] hebben aangegeven geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling van het verzoek.

Motivering

1. [werknemer], geboren op [54 jaar], is sedert 1 september 2004 in dienst bij Friesland Bank, laatstelijk in de functie van adjunct directeur commerciële zaken, tegen een salaris van € 7.314,71 bruto per maand (excl. 8% vakantiegeld en 8,33% eindejaarsuitkering).

2. Friesland Bank heeft gesteld dat zij momenteel een reorganisatie doorvoert om haar concurrentiepositie te verbeteren. In het kader van deze reorganisatie is de arbeidsplaats van [werknemer] komen te vervallen. Dientengevolge is [werknemer] boventallig verklaard en heeft Friesland Bank, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken, onderzocht of er mogelijkheden zijn om [werknemer] elders binnen de organisatie te herplaatsen. Friesland Bank heeft moeten vaststellen dat er op dit moment geen passende functie voor [werknemer] voorhanden is. Aangezien [werknemer] nog in een herplaatsingstraject zit, bestaat de mogelijkheid dat hij nog binnen die herplaatsingstermijn een andere functie binnen Friesland Bank kan bekleden. Om die reden is sprake van een verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, waarbij als voorwaarde kan gelden dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op voorwaarde dat [werknemer] niet voor de datum van de ontbinding kan worden herplaatst, aldus Friesland Bank. Friesland Bank verzoekt de voorwaardelijke ontbinding uit te spreken per 1 februari 2010, onder toekenning van een vergoeding aan [werknemer] van € 80.839,73 (bruto).

3. [werknemer] heeft verweer gevoerd. [werknemer] stelt dat hem van de verandering in de omstandigheden geen enkel verwijt valt te maken. [werknemer] betreurt het dat Friesland Bank kennelijk gedwongen is om een personeelsinkrimping door te voeren en dat er geen andere, minder ingrijpende mogelijkheden voorhanden blijken te zijn. [werknemer] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

4. De kantonrechter overweegt als volgt. Ingevolge art. 7:685 BW is ieder der partijen te allen tijde bevoegd zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden. Als gewichtige redenen worden onder meer beschouwd veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

5. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

6. De kantonrechter overweegt dat hij op grond van de door partijen aangedragen feiten dient vast te stellen of voldaan wordt aan de vereisten voor toepassing van art. 7:685 BW. De procedure ex art. 7:685 BW is er blijkens de wetsgeschiedenis op gericht snel een definitieve beslissing over de beëindiging van het dienstverband te geven. Toepassing van art. 7:685 BW is derhalve niet aan de orde indien de ontbinding afhankelijk wordt gesteld van een onzekere, toekomstige omstandigheid. In dit verband overweegt de kantonrechter dat [werknemer] nog in een herplaatsingstraject zit dat eerst op 31 januari 2010 eindigt. Hoewel de kans bestaat dat het niet lukt om [werknemer] binnen Friesland Bank te herplaatsen, is het evenzeer mogelijk dat er voor het einde van het herplaatsingstraject bij Friesland Bank wél een geschikte functie voor [werknemer] beschikbaar komt. Het is op dit moment dus onzeker of [werknemer] wel of niet herplaatst kan worden. Bovendien kan het verloop van de herplaatsingsprocedure -die zich binnen de invloedssfeer van zowel Friesland Bank als van [werknemer] afspeelt- aanleiding geven voor een conflict tussen partijen, waardoor voormelde onzekerheid ook na 1 februari 2010 kan voortduren.

7. Naar het oordeel van de kantonrechter kan onder de gegeven omstandigheden niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat zich een zodanige verandering in de omstandigheden voordoet dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

8. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2009 door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 209