Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK8772

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-11-2009
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
269271 \ CV EXPL 08-10454
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3872
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huur bedrijfsruimte. Vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten gevorderd. Vordering als onvoldoende onderbouwd afgewezen. Eindvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 269271 \ CV EXPL 08-10454

vonnis van de kantonrechter d.d. 24 november 2009

inzake

de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro,

hierna te noemen: de Stichting,

gevestigd te Haarlemmermeer,

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: mr. K.E.M. Timmermans,

tegen

De besloten vennootschap Cockerelle B.V.,

hierna te noemen: Cockerelle,

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: Mr. J.W. Adriaansens.

Procesverloop

1. Ingevolge het tussenvonnis van 21 juli 2009 hebben partijen iedere een akte genomen.

Vervolgens is wederom vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Motivering

2. De kantonrechter neemt hier over hetgeen hij heeft overwogen en beslist bij voormeld tussenvonnis.

De verdere beoordeling van het geschil

3. In voormeld tussenvonnis is door de kantonrechter onder meer overwogen dat Cockerelle aannemelijk zal moeten maken dat zij haar bedrijf elders zal voortzetten.

4. Cockerelle heeft daarop bij akte na tussenvonnis aangegeven dat zij een makelaar opdracht heeft gegeven een alternatieve locatie te zoeken, maar dat dit tot op heden nog niet is gelukt. Cockerelle heeft ter onderbouwing hiervan een brief van Hellema Makelaars d.d. 10 september 2009 overgelegd. In deze brief schrijft Hellema Makelaars -voor zover van belang- het volgende:

De heer [X] heeft mij naar aanleiding van een aan hem gezonden brief, waarin ik een locatie aanbood, benaderd met het verzoek belangstelling te hebben voor een horecalocatie, vergelijkbaar als zijn huidige, in Leeuwarden.

Enkele maanden geleden hebben de heer [X] en ondergetekende enkele uren door de stad gewandeld om naar mogelijk geschikte locaties te kijken.

Er is in beginsel een locatie disponibel, waarvoor de heer [X] belangstelling heeft en binnenkort zullen wij de propositie nader bestuderen.

De inhoud van deze brief laat weliswaar zien dat Cockerelle op enig moment belangstelling heeft getoond voor andere bedrijfsruimte in Leeuwarden, maar voor het overige is de brief zo vrijblijvend geformuleerd dat hij niet aannemelijk maakt dat Cockerelle ook daadwerkelijk zal verhuizen naar een andere locatie.

5. Ook heeft Cockerelle in haar akte aangegeven dat er eerst duidelijkheid moet komen over de hoogte van de toe te kennen vergoeding, alvorens zij zal overgaan tot het huren van alternatieve bedrijfsruimte. Vervolgens heeft Cockerelle in haar akte becijferd dat de totale verhuis- en inrichtingskosten ongeveer € 600.000,00 zullen bedragen, volgens navolgende specificatie:

Verhuiskosten

1. € 27.973,93 voor het verwijderen en opslaan van de inboedel;

2. € 2.700,00 voor nieuw drukwerk;

3. € 1.500,00 voor waardeloos geworden drukwerk;

4. € 750,00 voor aanpassingen van de website;

5. € 81.365,80 voor ontslagvergoedingen;

6. € 10.000,00 adviseurkosten in verband met de ontslagvergoedingen;

7. € 12.651,25 omzetderving wegens ontruiming rond de feestdagen in december;

Inrichtingskosten

8. € 382.000,00 herinrichtingskosten op basis van de huidige situatie;

9. € 28,650,00 adviseurskosten in verband met de herinrichting;

10. € 10.000,00 onvoorzien;

11. € 25.000,00 voor kosten niet opgenomen zaken;

12. € 10.000,00 aanloopverliezen eerste maand;

13. € 5.000,00 advertentiekosten.

6. De kantonrechter overweegt dat de kosten genoemd onder 5, 6, 7 en 12 niet zijn aan te merken als verhuis- of inrichtingskosten en om die reden niet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De overige kosten acht de kantonrechter zodanig hoog dat hij, indien verhuis en/of inrichtingskosten aannemelijk worden, voor onverkorte toewijzing ervan geen grond ziet. Hierbij is ook van belang dat Cockerelle geen inzicht heeft gegeven in de staat van inrichting van haar bedrijf, terwijl mag worden aangenomen dat de investeringen die Cockerelle in het gehuurde heeft gedaan inmiddels geheel of gedeeltelijk zijn afgeschreven. Dit betekent dat met name de onder 8 genoemde herinrichtingskosten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanzienlijk gematigd zullen worden. Voor toewijzing van de kosten onder 9,10 en 11 lijkt uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid evenmin weinig grond.

Ook indien er rekening mee wordt gehouden dat de eventuele verhuizing en herinrichting van het bedrijf van Cockerelle niet onaanzienlijke kosten met zich mee zullen brengen, zullen die kosten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, naar verwachting niet meer bedragen dan € 50,000,00. Dit bedrag wijkt aanzienlijk af van hetgeen door Cockerelle is gevorderd. Nu Cockerelle de verhuizing afhankelijk heeft gesteld van de hoogte van de aan haar toe te kennen vergoeding, maakt dit te minder aannemelijk dat Cockerelle verhuis- en inrichtingskosten zal maken.

Gelet hierop zal de vordering die strekt tot vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten worden afgewezen.

Gelet ook op hetgeen is overwogen en beslist in voormeld tussenvonnis ter zake van de overige vorderingen in reconventie, zullen alle vorderingen worden afgewezen.

7. Cockerelle zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie.

Beslissing

De kantonrechter:

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Cockerelle in de kosten van deze procedure in reconventie, tot op heden aan de zijde van de Stichting begroot op € 450,00 (2 punten à € 225,00) wegens salaris;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. P. Schulting, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 73