Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK7360

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
04-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
AWB 09/2837
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Schorsing marktkoopman wegens wangedrag. APV Sneek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/2837

proces-verbaal mondelinge uitspraak van 4 december 2009 op grond van artikel 8:67 en artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake het geding tussen

[naam],

wonende te [woonplaats],

verzoeker (hierna: [X]),

gemachtigde: mr. J.H. Wassenaar, zelfstandig juridisch adviseur te Baard,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sneek,

verweerder (hierna: het college),

gemachtigden: G. Bouma, A. Mulder en K. Vonk (marktmeester), allen werkzaam bij de gemeente Sneek.

Bestreden besluit

Het besluit van 26 november 2009, waarbij het college de standplaatsvergunning van [X] voor een vaste standplaats op de zaterdagmarkt te Sneek (Schaapmarktplein) wegens wangedrag per direct voor vier achtereenvolgende zaterdagen (28 november 2009 en 5, 12 en 19 december 2009) heeft geschorst.

Zitting

Het verzoek is behandeld ter zitting van 4 december 2009, waarbij [X] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld van zijn echtgenote en zijn zoon, en het college zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Motivering

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken van beletselen om [X] te kunnen ontvangen. Voorts is genoegzaam aangetoond dat hij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening. Voor zover de beoordeling van het verzoek mee brengt dat het geschil in de hoofdzaak (het bezwaarschrift tegen het bestreden besluit) wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter. Aan een verzoek als het onderhavige kan in beginsel worden voldaan, indien het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in de hoofdzaak luidt dat het bezwaar tegen het bestreden besluit gegrond verklaard zal moeten worden.

Op grond van artikel 5.2 van de Markt- en Standplaatsenverordening Sneek (hierna: de verordening) -voor zover hier van belang- kan het college een vergunning voor een vaste standplaats voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag.

Blijkens het proces-verbaal van aangifte (nummer 2009122397-1) heeft Vonk, in zijn hoedanigheid van marktmeester, [X] op 21 november 2009 omstreeks 08.30 uur verzocht zijn auto te verplaatsen, in verband met de intocht van Sinterklaas. In reactie hierop heeft [X], met stemverheffing en voor de aanwezige omstanders duidelijk hoorbaar, Vonk meerdere malen uitgemaakt voor "een hoop stront" en meerdere malen geroepen "je bent lucht voor mij". Daarnaast heeft [X] een collega van Vonk uitgemaakt voor "zwarte aap". Ter zitting heeft [X] toegegeven dat hij deze opmerkingen heeft gemaakt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient dit gedrag als wangedrag in de zin van de verordening gekwalificeerd te worden. Dat [X] niet Vonk maar een collega van hem heeft uitgemaakt voor "zwarte aap" maakt dit niet anders.

Nu [X] zich op 21 november 2009 schuldig heeft gemaakt aan wangedrag was het college bevoegd om met toepassing van artikel 5.2 van de verordening de standplaatsvergunning van [X] te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de opgelegde schorsing in verhouding staat tot het wangedrag van [X], gelet op de aard en de ernst hiervan. Bovendien heeft het college [X] in september 2006 een officiƫle waarschuwing gegeven in verband met zijn bejegening van een andere marktmeester, waarbij [X] te verstaan is gegeven dat terstond gebruik zal worden gemaakt van artikel 5.2 van de verordening of artikel 5.4 van de verordening (onmiddellijke verwijdering van de markt) bij herhaald wangedrag.

Nu de voorzieningenrechter verwacht dat het bestreden besluit in bezwaar stand zal houden, bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

De zitting wordt gesloten.

Waarvan proces-verbaal.

mr. J.R. Leegsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, rechter.

Dit proces-verbaal is mede ondertekend door mr. Wijtsma, omdat de behandelende voorzieningenrechter, mr. E. de Witt, buiten staat is het proces-verbaal mede te ondertekenen.