Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK5514

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
26-11-2009
Datum publicatie
07-12-2009
Zaaknummer
09/585 en 09/586
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2010:BN4934, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

dwangsom wegens bouwen in afwijking van verleende bouwvergunning - betekenis aantekening op bouwtekening in afwijking van de bouwaanvraag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummers: AWB 09/585 en 09/586

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in de gedingen tussen

1. [eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

2. [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

(beiden tezamen hierna: eisers),

gemachtigde: mr. I. van der Meer, advocaat te Leeuwarden,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen, verweerder,

gemachtigde: B.J.H. Zuur, werkzaam bij de gemeente Achtkarspelen.

Procesverloop

Bij afzonderlijke brieven van 29 januari 2009 heeft verweerder (hierna: het college) eisers mededeling gedaan van zijn besluiten op bezwaar betreffende het opleggen van een last onder dwangsom. Tegen deze besluiten hebben eisers beroep ingesteld.

De zaken zijn gevoegd behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 26 oktober 2009. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Namens het college is voornoemde gemachtigde verschenen.

Motivering

Feiten

1.1 Bij besluit van 25 oktober 2006 heeft het college [eiser] bouwvergunning tweede fase en vrijstelling verleend voor het verbouwen van een boerderij tot pannenkoekenrestaurant op het perceel [adres] te [woonplaats], kadastraal bekend gemeente [woonplaats], [perceel] (hierna: het perceel). Het pannenkoekenrestaurant zal worden geëxploiteerd door [eiseres].

1.2 Bij besluit van 9 oktober 2008 heeft het college [eiser] onder oplegging van een dwangsom gelast het bouwen in afwijking van de bouwvergunning onmiddellijk te staken. De dwangsom is vastgesteld op € 250,00 per dag, met een maximum van € 2.500,00.

1.3 Bij de bestreden besluiten heeft het college de bezwaren van eisers tegen het besluit van 9 oktober 2008 ongegrond verklaard.

Beoordeling van het geschil

2.1 Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is het verboden te bouwen in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning.

2.2 Het college heeft aan zijn besluit van 9 oktober 2008 ten grondslag gelegd dat is gebouwd in afwijking van de verleende bouwvergunning, doordat de toiletgroep op een andere plaats is gesitueerd dan is vergund, het funderingsplan is gewijzigd en de kapconstructie anders wordt uitgevoerd dan is vergund.

2.3 Eisers hebben aangevoerd dat geen sprake is van een afwijking van de verleende bouwvergunning, omdat het college op de bij deze vergunning behorende bouwtekening (hierna: de bouwtekening) heeft bijgeschreven "rieten dak niet brandgevaarlijk uitvoeren, bijvoorbeeld schroefdak of impregneren". Hieruit volgt volgens eisers dat het aanbrengen van een schroefdak en de daarvoor benodigde wijzigingen van de kapconstructie en het bij de bouwvergunning behorende funderingsplan (hierna: het funderingsplan) door het college zijn vergund.

2.4 De rechtbank is van oordeel dat hetgeen is bijgeschreven op de bouwtekening niet geheel gelukkig is, maar dat dit niet kan leiden tot de conclusie dat het aanbrengen van een kapconstructie die afwijkt van de bouwtekening en het ten behoeve daarvan wijzigingen van het funderingsplan, laat staan het verplaatsen van de toiletgroep ten opzichte van de bouwtekening, zijn vergund. Zoals eisers terecht hebben aangevoerd is in het stelsel van de Woningwet geen plaats voor het verlenen van een bouwvergunning anders dan op grond van de daartoe strekkende aanvraag. Dit betekent dat hetgeen het college heeft bijgeschreven op de bouwtekening niet kan leiden tot het verlenen van een bouwvergunning die afwijkt van de bouwaanvraag. De stelling van eisers dat het ten gevolge van het bijschrift onmogelijk is conform de bouwvergunning te bouwen kan, wat daar ook van zij, niet tot een ander oordeel leiden. Indien het onmogelijk is conform een verleende bouwvergunning te bouwen, betekent dat niet dat bouwen in afwijking van die vergunning is toegestaan.

2.5 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat is gebouwd in afwijking van de op 25 oktober 2006 aan [eiser] verleende bouwvergunning, zodat is gehandeld in strijd met artikel 40 van de Woningwet. Het college was derhalve bevoegd handhavend op te treden.

2.6 Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in het geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.7 Gelet op de aard en het beoogde doel van de opgelegde last, te weten het staken van de bouwwerkzaamheden op het perceel met als doel om in afwachting van een beslissing over mogelijke nadere handhavingsmaatregelen verdere strijd met artikel 40 van de Woningwet te voorkomen, heeft het college zich in dit geval niet de vraag hoeven stellen of de mogelijkheid van legalisering zich voordeed. Het feit dat eisers ten gevolge van de stillegging van de bouw grote schade hebben geleden maakt niet dat het handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het college daarvan had moeten afzien. Het college heeft het algemeen belang bij het voorkomen van bouwen in afwijking van een verleende bouwvergunning in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dan de financiële belangen van eisers. Daarbij acht de rechtbank onder meer van belang dat eisers de tijd waarin de bouw stil lag, hadden kunnen bekorten en hun schade hadden kunnen beperken door eerder een nieuwe, volledige bouwaanvraag in te dienen.

2.8 De rechtbank is van oordeel dat ook overigens niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het college in dit geval van handhaving had moeten afzien. Het feit dat het college op de bouwtekening een voorwaarde heeft toegevoegd, die niet (zonder meer) in overeenstemming is met de bouwaanvraag en de op grond daarvan verleende vergunning, kan niet worden aangemerkt als een dergelijke bijzondere omstandigheid. Eisers hebben aan deze toevoeging niet het vertrouwen mogen ontlenen dat het was toegestaan te bouwen in afwijking van de bouwtekening en het funderingsplan, laat staan de toiletgroep te verplaatsen ten opzichte van de bouwtekening. Indien door deze toevoeging bij hen onduidelijkheid is ontstaan over de verleende vergunning, lag het op hun weg daarover informatie in te winnen bij het college.

2.9 Het voorgaande brengt de rechtbank tot de slotsom dat de beroepen ongegrond zijn.

Proceskosten

3. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Emst als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2009.

w.g. P.G. Wijtsma

w.g. F.F. van Emst

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.