Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK4877

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
19-11-2009
Datum publicatie
01-12-2009
Zaaknummer
AWB 09/307
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Besluit geslachtsnaamwijziging. Wijziging achternaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/307

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. B. Klunder, advocaat te Leeuwarden,

en

de Minister van Justitie,

verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 24 december 2008 heeft verweerder eiser mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de toepassing van het Besluit geslachtsnaamwijziging (hierna: het Besluit).

Tegen dit besluit heeft eiser beroep aangetekend.

Op grond van artikel 8:26 lid 1 Awb is [naam] (verder te noemen [X]) door de rechtbank in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Zij heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en door haar is een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 6 oktober 2009. Eiser is in persoon verschenen en bijgestaan door voornoemde gemachtigde. Verweerder is met kennisgeving niet verschenen. [X] is verschenen, bijgestaan door mr. P. Rijnsburger, advocaat te Leeuwarden.

Motivering

Feiten

1.1 Bij brief van 24 juni 2008 heeft [X] verzocht om wijziging van de geslachtsnaam van haar minderjarige dochter [voornaam] [achternaam eiser] (verder: [Y]), geboren op 27 september 1994.

1.2 Bij brief van 4 juli 2008 heeft verweerder de gemeente verzocht een onderzoek in te stellen. Het resultaat van dit onderzoek is neergelegd in de Staat van Inlichtingen van 6 augustus 2008.

1.3 Naar aanleiding van het onderzoek heeft eiser verklaard bedenkingen te hebben tegen de verzochte naamswijziging.

1.4 Bij besluit van 20 augustus 2008 heeft verweerder eiser en [X] in kennis gesteld van het voornemen van verweerder tot het doen van een voordracht voor een Koninklijk Besluit strekkende tot inwilliging van het verzoek tot naamswijziging.

1.5 Bij brief van 8 september 2008 heeft eiser tegen voornoemd besluit bezwaar gemaakt. Bij brief van 16 september 2008 heeft hij het bezwaarschrift alsnog ondertekend.

1.6 Bij brief van 23 oktober 2008 heeft verweerder eiser, [X] en [Y] uitgenodigd voor een hoorzitting op 17 november 2008. Op 17 november 2008 zijn eiser, [X] en [Y] afzonderlijk gehoord.

1.7 Bij besluit van 24 december 2008 heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard en de beschikking van 20 augustus 2008 gehandhaafd, inhoudende dat het verzoek om geslachtsnaamwijziging voor [Y] wordt ingewilligd

Geschil

2.1 Eiser stelt zich op het standpunt dat [Y] nog erg jong is en daardoor ontvankelijk is voor de mening van haar moeder. Eiser heeft wel degelijk interesse voor zijn dochter maar hij heeft door toedoen van [X] zijn dochter een lange periode niet mogen zien. Nu het een minderjarige betreft dient er terughoudend te worden omgegaan met geslachtsnaamwijziging. Slechts in zeer bijzondere gevallen kan de naam worden gewijzigd. Eiser verwijst in dit verband naar de Nota van toelichting op het Besluit. De geslachtsnaamwijziging van [Y] is volgens eiser een laatste definitieve handeling om hem helemaal uit te schakelen als vader van [Y]. Eiser is van mening dat in de beslissing op bezwaar van 22 december 2008 onvoldoende rekening is gehouden met voornoemde omstandigheden.

2.2 Verweerder stelt zich op het standpunt dat het Besluit er van uit gaat dat minderjarigen van 12 jaar en ouder op dit punt zelf hun wil kunnen bepalen. Dat aan die wil - mogelijk - een zekere invloed van de moeder ten grondslag ligt, maakt niet dat het verzoek daarom niet ingewilligd zou kunnen worden. Verweerder geeft aan dat juist met geslachtsnaamwijziging van minderjarigen terughoudend moet worden omgegaan. Die terughoudendheid ligt al besloten in de eisen die het Besluit stelt aan de naamswijziging van minderjarigen van 12 jaar en ouder. Zo moet er ingevolge het besluit sprake zijn van een periode van verzorging en opvoeding van tenminste drie jaren en de minderjarige moet zelf met de naamswijziging instemmen. Verweerder is van mening dat de beslissing zorgvuldig tot stand is gekomen nu eiser schriftelijk en mondeling zijn zienswijze naar voren heeft kunnen brengen. En voor wat betreft de argumenten van het langdurig niet mogen zien van zijn dochter en het buitenspel zetten als vader geeft verweerder aan dat de naamswijziging niet in de weg staat aan (herstel van) contact van eiser met zijn dochter.

Wettelijk kader

3.1 Ingevolge artikel 1:7, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek, of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger door de Koning worden gewijzigd. In artikel 1:7, vijfde lid, van het BW is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld, onder meer betreffende de gronden waarop geslachtsnaamwijziging kan worden verleend.

3.2 In artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit is bepaald, dat op eensluidend verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger en van degene wiens geslachtsnaam ten behoeve van de minderjarige wordt verzocht, op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger, de geslachtsnaam van een minderjarige van twaalf jaar of ouder wordt gewijzigd in de geslachtsnaam van de ouder wiens naam het kind niet heeft, indien deze ouder na de ontbinding van het huwelijk of de verbreking van de buitenhuwelijkse samenleving met de andere ouder gedurende een aaneengesloten periode van tenminste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek de minderjarige heeft verzorgd en opgevoed.

3.3 Ingevolge artikel 3, vierde lid, van het Besluit wordt het verzoek afgewezen indien:

a. de minderjarige al een op grond van dit artikel gewijzigde geslachtsnaam heeft;

b. de minderjarige van twaalf jaren of ouder niet instemt met de verzochte geslachtsnaamwijziging;

c. een ouder weigert in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamwijziging van de minderjarige van twaalf jaren of ouder, tenzij deze minderjarige bij zijn instemming blijft.

Beoordeling van het geschil

Op het onderhavige geschil is het Besluit van toepassing. Tussen partijen is niet in geschil, en ook voor de rechtbank staat vast, dat in de onderhavige zaak is voldaan aan voorwaarden als genoemd in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit. Vaststaat dat eiser en [X] sinds 28 september 1995 niet meer samenwonen en dat sindsdien de minderjarige wordt verzorgd en opgevoed door [X] en dat [X] dit ook deed gedurende een aaneengesloten periode van tenminste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek. Tevens is ter zitting nogmaals naar voren gekomen dat het ouderlijke gezag alleen bij [X] ligt. Op grond hiervan komt het verzoek van eiseres tot geslachtsnaamswijziging van [Y] voor inwilliging in aanmerking, tenzij zich een van de in artikel 3, vierde lid, van het Besluit geslachtsnaamswijziging genoemde gevallen voordoet. Ingevolge artikel 3, vierde lid,aanhef en onder c van het Besluit wordt het verzoek om naamswijziging afgewezen indien de ouder weigert in te stemmen met de verzochte naamswijziging van de minderjarige van twaalf jaar en ouder, tenzij deze minderjarige bij zijn instemming blijft. [Y] heeft kennis genomen van de bezwaren die eiser heeft tegen het verzoek tot geslachtsnaamwijziging. Desondanks heeft zij aangegeven in te blijven stemmen met de voor haar verzochte naamswijziging. De rechtbank is van oordeel dat, nu zich geen afwijzingsgronden zoals genoemd in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c van het Besluit voordoen, aan de wettelijke vereisten voor de gevraagde naamswijziging is voldaan. Verweerder heeft het bestreden besluit terecht genomen. Gelet op voorgaande overwegingen komt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep van eiser ongegrond moet worden verklaard.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. E. de Witt, rechter, in tegenwoordigheid van L. de Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2009.

w.g. L. de Boer

w.g. E. de Witt

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.