Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK3852

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
19-11-2009
Datum publicatie
19-11-2009
Zaaknummer
09/2565 & 09/2566
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Projectbesluit Heliconweg; artikel 3:10 Wro

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummers: AWB 09/2565 & 09/2566

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 november 2009 op grond van artikel 8:84 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

de Vereniging Milieudefensie,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

gemachtigde: J. van der Meer,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden,

verweerder,

gemachtigde: mr. J. van der Noord, werkzaam bij verweerders gemeente.

Procesverloop

Op 1 september 2009 heeft verweerder een projectbesluit genomen als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Verzoekster is bij brief van 9 september 2009 in kennis gesteld van dit besluit en heeft hiertegen bij brief van 20 oktober 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank. Het beroep is bekend onder registratienummer 09/2566. Tevens heeft verzoekster zich tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek om op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is geregistreerd onder nummer 09/2565.

Het verzoek is ter zitting behandeld op 3 november 2009. Verzoekster is vertegenwoordigd door haar gemachtigde, bijgestaan door [voorzitter], voorzitter van de Fietsersbond, afdeling Fryslân. Namens verweerder is genoemde gemachtigde verschenen, bijgestaan door H.N. Talsma, projectleider en H.P. Waterlander, verkeerskundig adviseur.

Motivering

Feiten

1.1 Het projectbesluit Heliconweg is aangevraagd voor een project dat voorziet in een reconstructie van de Heliconweg te Leeuwarden. De Heliconweg maakt deel uit van de stadsring van Leeuwarden. De reconstructie ziet op de Heliconweg vanaf de Snekertrekweg tot aan het Europaplein en het westelijk deel van de Tesselschadestraat. Met de uitvoering van het project wordt het profiel van de weg aangepast en worden er zogenaamde turborotondes mogelijk gemaakt. Er vindt geen toename van het aantal rijstroken plaats. Er komt een smallere rijbaan dan voorheen met een grote middenberm van 2.65 meter breed. De weghelften worden ongeveer 3.15 meter breed.

1.2 De gemeenteraad van Leeuwarden heeft bij besluit van 23 maart 2009 de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit op grond van artikel 3.10 Wro gedelegeerd aan verweerder, onder de voorwaarde dat ontwerpbesluiten, die afwijken van gemeentelijk beleid dan wel ontwerpbesluiten die in het voortraject veel zienswijzen hebben opgeroepen, schriftelijk ter beoordeling aan de Commissie Stadsontwikkeling worden voorgelegd.

1.3 Verweerder heeft met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, het ontwerp projectbesluit in de periode van 4 juni 2009 tot en met 15 juli 2009 ter inzage gelegd. Verzoekster heeft tegen het projectbesluit een zienswijze ingediend. Verweerder heeft op deze zienswijze gereageerd in een zienswijzennota van 10 augustus 2009.

1.4 Bij het bestreden besluit van 1 september 2009 heeft verweerder besloten het projectbesluit te nemen. Tevens heeft verweerder besloten dat de door verzoekster ingediende zienswijze niet leidt tot een heroverweging van de verleende medewerking voor het project Heliconweg en niet leidt tot aanpassing van het projectbesluit Heliconweg.

Geschil

2.1 Verzoekster heeft met name bezwaar tegen de twee geplande turborotondes bij de Snekertrekweg en de Tesselschadestraat. Volgens haar komt het project in strijd met het beleid van gemeente en provincie dat er op is gericht het gebruik van de fiets te stimuleren. Voorts komt volgens haar de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers in gevaar. Verzoekster betoogt dat de rotondes niet nodig zouden zijn als het openbaar vervoer verder gestimuleerd zou worden en als een beter mobiliteitsmanagement gevoerd zou worden. Verzoekster voert bovendien aan dat door de toename van het autoverkeer klimaatdoelstellingen niet gehaald worden en dat de geluidshinder toeneemt.

2.2 Verweerder geeft aan dat de Heliconweg het meest drukke deel op de stadsring van Leeuwarden is. Verweerder benadrukt dat de bereikbaarheid van Leeuwarden van groot belang is en zo ook het project Heliconweg, als eerste deel van de verbetering van de stadsring. Volgens verweerder zijn de belangen van fietsers en voetgangers en de veiligheid bij het oversteken voldoende meegewogen in de besluitvorming en leiden de door verzoekster aangevoerde gronden er niet toe dat het projectbesluit niet in stand kan blijven. Tenslotte stelt verweerder dat hier in juridisch planologische zin geen sprake is van een grote ingreep, nu het ontwerp voor het grootste gedeelte past in de vigerende bestemmingsplannen.

Beoordeling van het geschil

3.1 Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken van beletselen om verzoekster te kunnen ontvangen. Voorts is genoegzaam aangetoond dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening. Indien, zoals in het onderhavige geval, het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan terwijl beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit het geval. De voorzieningenrechter zal daarom onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

3.2 Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat niet duidelijk is welk belang verzoekster, gezien haar doelstelling, heeft bij het onderhavige projectbesluit. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent het volgende.

3.3 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstelling en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.

3.4 Op grond van artikel 2, eerste lid, van de statuten stelt de vereniging zich ten doel een bijdrage te leveren aan het oplossen en voorkomen van milieuproblemen en het behoud van cultureel erfgoed, alsmede te streven naar een duurzame samenleving dit alles op mondiaal, landelijk, regionaal en lokaal niveau, in de meest ruime zin en een en ander in het belang van de leden van de vereniging en in het belang van de kwaliteit van het milieu, de natuur en het landschap in de meest ruime zin voor huidige en toekomstige generaties. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat de vereniging haar doel tracht te bereiken door het kritisch volgen van al die ontwikkelingen in de samenleving die effect hebben op het gebied van milieu, natuur, landschap en duurzaamheid, het beïnvloeden van de besluitvorming daarover door middel van het gebruikmaken van alle daartoe geëigende en geoorloofde middelen, het verrichten dan wel doen verrichten van onderzoek, het verspreiden en verstrekken van informatie in de meest ruimte zin, het verkrijgen van gerechtelijke uitspraken en het uitvoeren van alle handelingen en acties die de vereniging nodig acht om haar doel te bereiken.

3.5 Gelet op de omschrijving van de doelstelling en gezien de feitelijke werkzaamheden van de vereniging, zoals die onder meer blijken uit de informatie uit de website, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster door het bestreden besluit -dat (mede) ziet op (een toename van het) verkeer en de daarbij behorende milieuproblematiek- rechtstreeks wordt getroffen in een belang dat zij in het bijzonder behartigt. Verzoekster kan dan ook als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb worden aangemerkt.

3.6 In artikel 1.1, eerste lid, onder f, van de Wro is bepaald dat onder een projectbesluit wordt verstaan een besluit, inhoudende dat ten behoeve van de verwezenlijking van een project, dat een of meer bouwwerken, werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden of het daarbij behorende gebruik kan omvatten en dat afwijkt van het geldende bestemmingsplan, dit bestemmingsplan buiten toepassing blijft.

Ingevolge artikel 3.10, eerste lid, van de Wro, kan de gemeenteraad ten behoeve van de verwezenlijking van een project van gemeentelijk belang een projectbesluit nemen.

Ingevolge artikel 3.10, tweede lid, van de Wro bevat het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing.

Ingevolge artikel 5.1.3, eerste lid, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (hierna: het Bro), bevat een projectbesluit een goede ruimtelijke onderbouwing, waarin zijn neergelegd:

a. een verantwoording van de in het projectbesluit gemaakte keuze van bestemmingen;

b. een beschrijving van de wijze waarop in het projectbesluit rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding;

c. de uitkomsten van het in artikel 5.1.1 bedoelde overleg;

d. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuurswet verrichte onderzoek;

e. een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het projectbesluit zijn betrokken;

f. de inzichten over de uitvoerbaarheid van het projectbesluit.

3.7 Het projectbesluit is genomen, omdat de voorgestelde reconstructie van de Heliconweg op onderdelen in strijd is met de bestemmingsplannen "Business en FEC e.o.", "Vossepark" en "Industrieterrein West". De bestemmingen "Doeleinden van Verkeer en Verblijf" en "Parkeerdoeleinden" worden gewijzigd in de bestemming "Verkeer" en het dwarsprofiel van de weg wordt veranderd. Verweerder was gelet op het op 23 maart 2009 genomen delegatiebesluit bevoegd het projectbesluit te nemen. Voorts is voldaan aan het vereiste dat het projectbesluit is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, met daarin de in artikel 5.1.3. van het Bro voorgeschreven onderdelen.

3.8 Verzoekers standpunt dat het projectbesluit niet strookt met het gemeentelijk beleid ten opzichte van fietsgebruik volgt de voorzieningenrechter niet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter past het project Heliconweg binnen de beleidsuitgangspunten zoals neergelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) en in de algemene visie voor de Stadsring, zoals verwoord in "Rondje Stad Leeuwarden. Basisontwerp Stadsring". Een belangrijk uitgangspunt hierbij is de bereikbaarheid van Leeuwarden. In het gemeentelijk beleid wordt een samenhangend pakket aan maatregelen beschreven voor zowel de auto, de fiets, als het openbaar vervoer, om de problemen ten aanzien van de bereikbaarheid van Leeuwarden op te lossen. De herinrichting van de Heliconweg is één van deze maatregelen. Nu de stadsring kan worden aangemerkt als belangrijkste verkeersfunctie en uitgegaan kan worden van de ernst van de problemen rond de doorstroming van het autoverkeer op de Heliconweg, acht de voorzieningenrechter het niet onredelijk dat verweerder investeert in de verbetering van de doorstroming van het autoverkeer, mits ook de belangen en de veiligheid van het fietsverkeer niet uit het oog worden verloren.

3.9 De voorzieningenrechter kan verzoekster ook niet volgen in het standpunt dat er geen noodzaak bestaat om turborotondes aan te leggen als de "Zevensprong van Verdaas" gevolgd zou worden. De zevensprong voorziet in een methode voor de aanpak van mobiliteitsvraagstukken, op grond waarvan mede aandacht moet worden gegeven aan de stimulering van het openbaar vervoer en aan mobiliteitsmanagement. Verweerder heeft voldoende aangetoond dat voor de genoemde punten in zijn beleid ook aandacht is. De aanpak van de Heliconweg is zoals gezegd één onderdeel van een totaal pakket van maatregelen gericht op de verbetering van de bereikbaarheid van Leeuwarden. Daarbij heeft verweerder het belang bij de reconstructie, mede in het licht van de verwachtte toename van het verkeer op deze weg, voldoende onderbouwd.

3.10 Verzoekster heeft aangevoerd dat als gevolg van het projectbesluit een onoverzichtelijke en onveilige situatie voor fietsers en voetgangers ontstaat en dat de wachttijden voor fietsers zullen toenemen. Ten aanzien van de veiligheid voor de fietsers overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Uit de beschikbare gegevens en uit het verhandelde ter zitting blijkt dat de gevolgen van de aanleg van de turborotondes voor fietsers voldoende bij de besluitvorming zijn betrokken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de reconstructie van de Heliconweg voor fietsers ook een verbetering oplevert, in die zin dat de weghelften worden versmald en een grote middenberm wordt aangelegd. Hierdoor wordt het oversteken voor fietsers veiliger, omdat er rustpunten ontstaan. De aanleg van de rotondes daarentegen, leidt tot dubbele rijbanen van en naar de rotondes, waardoor de oversteekbaarheid op deze punten verslechtert. Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter evenwel in redelijkheid kunnen concluderen dat de veiligheid voor fietsers voldoende is gewaarborgd. De voorzieningenrechter merkt in dit verband op dat alleen bij de zogenaamde toeleidende rijbanen naar de rotondes een dubbele rijbaan moet worden overgestoken. Bij de afrijdende rijstroken hoeft niet meer dan één rijbaan tegelijk overgestoken te worden, waarbij is voorzien in ruime wachtstroken tussen de rijbanen. Daarbij is de oversteek bij de Tesselschadestraat zodanig aangepast dat fietsers niet twee keer een dubbele strook hoeven over te steken, maar vier keer een enkele strook. Voorts worden fietser op gevaarlijke punten omgeleid, er is bijvoorbeeld geen oversteekmogelijkheid gecreëerd bij de Snekertrekweg. Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende beargumenteerd dat er voor een ongelijkvloerse kruising van het fietspad met de rijbaan, een tunnel, in dit geval te weinig ruimte is en dat daarvoor ook geen noodzaak bestaat. Verweerder heeft hierbij in aanmerking genomen dat uit tellingen blijkt dat de fietseraantallen op dit deel van de stadsring relatief laag zijn te noemen en dat voor een tunnel mede uit oogpunt van sociale veiligheid veel ruimte nodig is. Overigens voldoen de fietsoversteken aan de veiligheidseisen zoals opgenomen in de richtlijnen van het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte). Voor wat betreft de wachttijden oordeelt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat die zullen toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast zal het comfort van de fietsroute verbeteren, doordat deze volledig zal worden geasfalteerd. Ten aanzien van het zebrapad bij de Rijnvis Feithstraat overweegt de voorzieningenrechter ten slotte dat dit pad, anders dan verzoekster heeft betoogd, gehandhaafd blijft.

3.11 Verzoekster stelt dat het autoverkeer als gevolg van het projectbesluit toeneemt en dat gelet hierop de klimaatdoelen uit het Verdrag van Kyoto niet worden gehaald. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent het volgende. Het Kyotoverdrag is een internationaal verdrag met als doel de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Het Verdrag van Kyoto bevat geen bepalingen die rechtstreekse werking hebben. Een eventueel nadelige effect van het project Heliconweg op de doelstellingen die op grond van het gedrag worden gesteld betekent dan ook niet dat verweerder het projectbesluit niet had mogen nemen. Overigens blijkt uit de zienswijzennota dat de doelstelling die door de gemeente Leeuwarden is gesteld, gericht op reductie van de uitstoot van broeikasgassen, al grotendeels gehaald is.

3.12 Aan het betoog van verzoekster dat de geluidshinder als gevolg van de reconstructie van de Heliconweg groter is dan wordt voorgesteld, gaat de voorzieningenrechter voorbij, nu verzoekster dit standpunt niet nader heeft onderbouwd. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen baseren op de resultaten van het uitgevoerde geluidsonderzoek door bureau Stroop, zoals neergelegd in een rapport van 12 december 2008. De conclusie in dit rapport is dat er voor de Heliconweg geen akoestische belemmeringen zijn. Bij de Tesselschadestraat zijn er wel belemmeringen, maar die kunnen worden opgelost door toepassing van geluidsarm asfalt. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om de twijfelen aan de juistheid van de uitkomsten van dit onderzoek, dat zorgvuldig is uitgevoerd. Uit oogpunt van wegverkeerslawaai zijn er derhalve geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het projectbesluit.

3.13 De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat er geen aanleiding is voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om een projectbesluit te nemen. Het beroep van verzoekster moet daarom ongegrond verklaard worden.

3.14 Gelet op de gegeven beslissing in de hoofdzaak is er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

3.15 De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep in de hoofdzaak ongegrond;

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. E.M. Visser, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.R.M. Poiesz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2009.

w.g. E.M. Visser

w.g. P.R.M. Poiesz

Tegen de uitspraak in het verzoek om een voorlopige voorziening met registratienummer 09/2565 kan geen rechtsmiddel worden aangewend.

Tegen de uitspraak in de hoofdzaak met registratienummer 09/2566 staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in artikel 6:13 in samenhang met 6:24 van de Awb. Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u dan waarom u de uitspraak niet juist vindt.

Afschrift aangetekend verzonden op: 19 november 2009