Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK2968

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
99816 / KG ZA 09-309
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geschil tussen werkvoorzieningschap Trion en inlener LSV Projecten over betaling van facturen, tewerkstelling van medewerkers en verstrekken van informatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0849

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 99816 / KG ZA 09-309

Vonnis in kort geding van 11 november 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap

LSV PROJECTEN B.V.,

gevestigd te Zwaagwesteinde,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. H. de Jong, kantoorhoudende te Burgum,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon: de gemeenschappelijke regeling

WERKVOORZIENINGSCHAP TRION KOLLUM,

gevestigd te Kollum,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. E. Albayrak, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna "LSV" en "Trion" genoemd worden.

1. De procedure

1.1. LSV heeft Trion in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 28 oktober 2009.

1.2. Trion heeft toen - na wijziging van eis - gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. Trion veroordeelt om aan LSV binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis ter hand te stellen de individuele detacheringsovereenkomsten voorzien van begin- en einddatum welke gewaarmerkt zijn op juistheid door accountant Price Waterhouse Coopers, althans de achterliggende relevante informatie alsmede informatie over de individueel ontvangen subsidie en het salaris van betrokkenen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat Trion daarmee nalatig is, met een maximum van € 500.000,-;

II. Trion veroordeelt om aan LSV ter hand te stellen de personeelsdossiers bevattende de medische en psychische beperkingen en al hetgeen van belang is voor het uitoefenen van functies binnen het bedrijf van LSV binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-, met een maximum van € 500.000,-;

III. Trion veroordeelt om aan LSV ter hand te stellen de rapportages met betrekking tot de ziekteverzuimduur per gedetacheerde binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-, met een maximum van € 500.000,-;

IV. Trion gebiedt toestemming te verlenen dat de bij LSV voorheen gedetacheerde Trionmedewerkers op verzoek hun werkzaamheden kunnen hervatten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200.000,-, totdat er in de hoofdzaak is beslist;

V. Trion veroordeelt in de kosten van het geding.

1.3. Trion heeft voorafgaand aan de terechtzitting een conclusie van eis in reconventie ingediend, waarbij zij heeft gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, als voorschot op de door Trion in de in de bodemprocedure uitgebrachte dagvaarding gevorderde schadevergoeding:

a. primair: LSV veroordeelt om binnen vier dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan Trion te betalen een bedrag van € 371.522,30 (inclusief BTW);

b. subsidiair: LSV veroordeelt om binnen vier dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan Trion te betalen een zodanig bedrag als de voorzieningenrechter in dezen juist en redelijk acht;

c. meer subsidiair: LSV veroordeelt om binnen vier dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan Trion te betalen een bedrag van € 110.000,- exclusief BTW, zijnde het bedrag dat door LSV als resterende vordering wordt genoemd in haar e-mail van 24 september 2009;

d. LSV veroordeelt in de kosten van het geding.

1.4. Ter terechtzitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht, waarbij hun advocaten gebruik hebben gemaakt van pleitnotities. Over en weer hebben partijen geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van de wederpartij.

1.5. Partijen hebben producties overgelegd.

1.6. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

In dit kort geding zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1. Trion voert voor de gemeenten Dantumadiel en Kollumerland de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) uit door mensen met een arbeidsbeperking de mogelijkheid te geven om te werken en zich te ontwikkelen. Dit gebeurt zowel binnen de eigen organisatie van Trion als - via detachering - bij externe werkgevers.

2.2. Trion heeft in de loop van 2006 een reorganisatie doorgevoerd. Speerpunt van deze reorganisatie was het afstoten van enkele bedrijfsactiviteiten en het tewerkstellen van zoveel mogelijk werknemers - via detachering - bij private ondernemingen, waaronder LSV. De onderneming van LSV is opgericht en wordt bestuurd door de heren [a] en [b], die vóór genoemde reorganisatie werkzaam waren bij Trion.

2.3. Op 18 december 2006 heeft Trion met LSV een overeenkomst tot overname van bedrijfsactiviteiten gesloten. Deze overname omvatte een aantal transacties, waaronder een overeenkomst tot detachering van medewerkers van Trion. In laatstgenoemde overeenkomst d.d. 25 januari 2007 is onder meer het volgende bepaald:

"(…)

Detacheren werknemers

1. Trion en LSV zijn in het kader van de hiervoor genoemde activiteiten overeengekomen werknemers die tot de doelgroep van de WSW behoren, te detacheren bij LSV.

2. In onderling overleg wordt een lijst opgesteld en bijgehouden van werknemers die vanaf 1 januari 2007 en mogelijk in de toekomst bij LSV gedetacheerd zullen worden.

(…)

5. LSV is verantwoordelijk voor de eerstelijns begeleiding van personeel. Dat wil zeggen de dagelijke begeleiding. Trion is in de tweede lijn verantwoordelijk voor de personele begeleiding van de werknemers, dat wil zeggen de zaken die betrekking hebben op de formele aspecten van de arbeidsovereenkomst. Gezamenlijk wordt invulling gegeven aan de Individuele Ontwikkelings Plannen van de gedetacheerde werknemers.

(…)

Vergoeding

1. LSV zal aan Trion per gedetacheerde werknemer een vergoeding betalen, gebaseerd op een fulltime dienstverband, wat conform de CAO voor de Sociale Werkvoorziening, 36 uren betekent. Het vastgestelde jaartarief (inclusief bijkomende vergoedingen, doch exclusief BTW) gemiddeld per fulltime gedetacheerde kent de navolgende staffel over de komende vijf kalenderjaren.

2007: € 4.450,-

2008: € 4.793,-

2009: € 5.162,-

2010: € 5.559,-

2011: € 6.000,-

Deze detacheringsvergoeding geldt alleen voor de werknemers die direct bij de start van LSV gedetacheerd worden.

2. Voor te detacheren werknemers na de startdatum van LSV wordt een vergoeding toegepast van

€ 415,- jaarlijks vermeerderd met indexeringspercentage van 7,7% (vanaf 01-01-2008 t/m 31-12-2011), bovenop het subsidieresultaat (loonkosten minus Rijkssubsidie).

3. Indien het subsidieresultaat van een medewerker positief is, wordt dit resultaat plus de overeengekomen (geïndexeerde) detacheringsfee doorberekend aan LSV.

4. De afrekening zal plaatsvinden op maandbasis, waarbij de normale werktijd (7,2 uur per dag) grondslag voor de facturering zal zijn.

5. LSV verstrekt Trion wekelijks een digitaal urenoverzicht per gedetacheerde werknemer, waaruit blijkt hoeveel uren de werknemer aan- en/of afwezig is geweest.

6. Trion zal aan LSV ter zake van voornoemde vergoedingen maandelijks achteraf een factuur sturen, welke factuur binnen 30 dagen na factuurdatum dient te zijn voldaan. Indien betaling binnen deze 30 dagen uitblijft, is LSV wettelijke rente verschuldigd, alsmede eventuele (buiten-)gerechtelijke incassokosten.

2.4. LSV heeft tot 12 september 2008 aan haar betalingsverplichtingen jegens Trion uit hoofde van de detacheringsovereenkomst voldaan. Nadien heeft LSV geen betalingen meer gedaan, terwijl de detachering van medewerkers bij haar door Trion is doorgegaan. Het totaal aan openstaande facturen van Trion beloopt per 13 oktober 2009 een bedrag van

€ 371.522,30.

2.5. Partijen hebben diverse malen gesproken over de ontstane betalingsachterstand. In dat kader zijn zij een mediationtraject gestart, waarin aan accountant Pricewaterhouse Coopers (hierna te noemen: PwC) opdracht is verstrekt een onderzoek uit te voeren naar met name de financiële aspecten van de detacheringsovereenkomst van partijen, aangezien LSV Trion had laten weten het niet eens te zijn met de hoogte van de haar in rekening gebrachte factuurbedragen. Partijen hebben afgesproken dat hangende dit onderzoek geen juridische stappen zullen worden genomen.

2.6. Trion heeft LSV bij brief van 4 september 2009 in gebreke gesteld in verband met de betalingsachterstand, waarbij is medegedeeld dat indien er geen betaling volgt de vordering ter incasso zal worden overgedragen aan de deurwaarder. Deze ingebrekestelling is gevolgd door een sommatie d.d. 23 september 2009 van dezelfde strekking, afkomstig van de advocaat van Trion. In deze sommatie is medegedeeld dat indien het openstaande bedrag niet uiterlijk op 1 oktober 2009 is betaald, eventueel alle door Trion bij LSV gedetacheerde werknemers zullen worden teruggehaald.

2.7. Bij brief van 24 september 2009 heeft LSV aan Trion onder meer medegedeeld:

"(…)

De concept rapportage geeft aan dat er voor een totaal bedrag, het ziekteverzuim door ons meegerekend, ruim € 210.000,- exclusief BTW ter discussie staat. Dit komt overeen met onze voorlopige berekeningen. Volgens de brief van uw advocaat bedraagt het verschuldigde bedrag

€ 377.126,40 (exclusief BTW € 316.912,94).

Indien we de berekening van PwC volgen bedraagt uw vordering derhalve € 116.912,94. Als de te veel betaalde rente wordt verdisconteerd resteert er een vordering van ca. € 110.000,- exclusief BTW.

(…)

2.8. Op 29 september 2009 heeft PwC de hiervoor bedoelde conceptrapportage aan partijen toegezonden.

2.9. Nadat de gestelde termijn voor betaling van de openstaande facturen (zie r.o. 2.6.) was verlopen, heeft de advocaat van Trion op 2 oktober 2009 aan LSV laten weten dat Trion uiterlijk op 9 oktober 2009 alle gedetacheerde werknemers terug zal trekken. Deze terugtrekking zou voorkomen kunnen worden, indien Trion het in haar brief van 24 september 2009 genoemde bedrag van € 110.000,- uiterlijk op 8 oktober 2009 op de derdenrekening van de advocaat van Trion zou voldoen. In reactie hierop heeft de advocaat van LSV laten weten dat zijn cliënt een kort geding aanhangig zal maken tegen Trion inzake het ontstane geschil. Vervolgens heeft Trion per 9 oktober 2009 alle (37) door haar bij LSV gedetacheerde medewerkers weggehaald.

2.10. Trion heeft het mediationtraject op 29 september 2009 beëindigd.

2.11. Op 23 oktober 2009 heeft Trion LSV doen dagvaarden in een bodemprocedure bij deze rechtbank. In de dagvaarding vordert Trion onder meer dat de detacheringsovereenkomst van partijen wordt ontbonden, alsmede betaling door LSV van een bedrag van € 371.522,30.

2.12. Na het terughalen van de 37 bij LSV gedetacheerde medewerkers, heeft Trion voor 32 van deze medewerkers vervangende werkzaamheden gevonden; 5 medewerkers zijn thans nog niet elders werkzaam: zij zijn ziek of zitten dicht tegen hun pensioen aan.

3. De beoordeling van het geschil

in conventie

3.1. LSV legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De intentie van de detacheringsovereenkomst was dat op individueel niveau een detacheringsovereenkomst zou worden gemaakt, waarin de detachering van de betreffende medewerker alsmede de daaraan verbonden individuele afspraken worden vastgelegd. Voorts is een rekenmethodiek per gedetacheerde werknemer overeengekomen. LSV heeft vanaf het begin van de samenwerking aangedrongen op informatieverstrekking zoals opgenomen in de detacheringsovereenkomst en toelichting gevraagd op basis waarvan het jaartarief door Trion werd vastgesteld. Voorts heeft LSV informatie aan Trion gevraagd over de berekening van de ziekteverzuimvergoeding en over de medische en psychische beperkingen van de gedetacheerde medewerkers. Trion heeft evenwel nagelaten om de gevraagde informatie te verstrekken. Dát LSV over te weinig informatie beschikt, wordt ook bevestigd in het conceptrapport van PwC. LSV heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde informatie, nu zij aan de hand daarvan kan beoordelen of de financiële gegevens die ten grondslag liggen aan de facturen van Trion op juiste wijze zijn vastgesteld. Daarnaast dient in afwachting van de verstrekking van deze informatie de detachering van de medewerkers van Trion bij LSV te worden gecontinueerd, aldus LSV, zodat haar bedrijfsvoering niet feitelijk wordt lamgelegd.

3.2. Trion voert verweer. Volgens Trion zijn er nimmer individuele detacheringsovereenkomsten gesloten; er bestaat slechts een collectieve detacherings-overeenkomst. De informatie over de individueel ontvangen salarissen en subsidies is reeds in het bezit van LSV. De betreffende jaaroverzichten 2007 en 2008 zijn destijds aan LSV verzonden. Verder kunnen de gegevens betreffende de medische en psychische beperkingen van de gedetacheerde medewerkers niet aan LSV ter beschikking worden gesteld vanwege het medische beroepsgeheim. Bovendien hebben de directeuren van LSV - toen zij nog bij Trion werkten - met de betreffende medewerkers samengewerkt en moeten zij uit dien hoofde worden geacht op de hoogte te zijn van voornoemde beperkingen. LSV is voorts op de hoogte van de ziekteverzuimgegevens van de medewerkers. LSV hield namelijk zelf

- conform de detacheringsovereenkomst - een urenregistratie bij, welke zij aan Trion moest verstrekken. De kosten van de ziekteverzuimduur komen ook voor rekening van LSV. Overigens is Trion het niet eens met de bevindingen uit het conceptrapport van PwC. PwC is bij haar onderzoek buiten de haar verstrekte opdracht gegaan, doordat zij de bepalingen van de detacheringsovereenkomst voorwerp van onderzoek heeft gemaakt en niet slechts heeft onderzocht of de facturen van Trion in overeenstemming zijn met de detacheringsovereenkomst. Ten slotte stelt Trion dat zij, gelet op de langdurige en aanhoudende weigering van LSV om de openstaande facturen te voldoen en de (daardoor) ontstane vertrouwensbreuk, niet bereid is om de teruggehaalde werknemers weer bij LSV aan het werk te laten gaan.

3.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat partijen een collectieve detacheringsovereenkomst d.d. 25 januari 2007 zijn aangegaan voor de detachering van werknemers van Trion bij LSV. Genoegzaam aannemelijk geworden is dat deze collectieve detacheringsovereenkomst vervolgens niet verder is uitgewerkt in de vorm van individuele detacheringsovereenkomsten voor de betreffende medewerkers. De gevraagde terhandstelling van laatstgenoemde overeenkomsten door Trion kan al om die reden niet worden toegewezen. Een eventuele intentie van partijen - daarover verschillen partijen van mening - om individuele detacheringsovereenkomsten op te stellen, maakt dit niet anders. Waar ze niet zijn opgemaakt, kunnen individuele detacheringsovereenkomsten ook niet door Trion worden verstrekt. LSV heeft subsidiair gevraagd om verstrekking van "de achterliggende relevante informatie" althans "informatie over de individueel ontvangen subsidie en het salaris van betrokkenen" Ook deze vorderingen zullen worden afgewezen. Voor zover bedoelde informatie niet reeds aan LSV is verstrekt, zijn de vorderingen onvoldoende bepaald. Zo is zijdens LSV niet concreet aangegeven wat onder "achterliggende relevante informatie" moet worden verstaan. Voorts zijn de jaaroverzichten 2007 en 2008 - waarin voor de betreffende medewerkers gegevens omtrent salarissen en subsidies staan -, voor zover zij niet reeds door LSV waren ontvangen, in elk geval in dit kort geding aan LSV verstrekt. Waar zij dienaangaande voor het overige niets gesteld heeft, heeft LSV niet duidelijk gemaakt welke andere informatie zij thans dringend nodig heeft, zodat zij geen belang (meer) heeft bij de daarop betrekking hebbende vordering.

3.4. De gevorderde terhandstelling van de personeelsdossiers betreffende de medische en psychische beperkingen van de gedetacheerde medewerkers zal eveneens worden afgewezen. Waar LSV - bij gebreke van bedoelde informatie - kennelijk al meer dan twee jaar in staat is om de medewerkers met hun beperkingen hun werkzaamheden te laten uitvoeren, heeft zij naar het oordeel van de voorzieningenrechter thans onvoldoende spoedeisend belang bij verkrijging van deze informatie.

3.5. De voorzieningenrechter acht de gevorderde terhandstelling van de rapportages met betrekking tot de ziekteverzuimduur per gedetacheerde evenmin toewijsbaar. Deze gegevens zijn voor LSV nodig om vast te stellen welke bedragen zij aan Trion verschuldigd is in het kader van de detachering van de medewerkers. Met Trion is de voorzieningenrechter van oordeel dat LSV op grond van de collectieve detacheringsovereenkomst zélf gehouden was om een registratie bij te houden van de aan- en afwezigheid van de bij haar gedetacheerde werknemers, welke registratie vervolgens (wekelijks) door haar aan Trion moest worden verstrekt. Om die reden kan zonder voldoende concrete toelichting, die ontbreekt, niet worden ingezien waarom van Trion moet worden verlangd dat zij ziekteverzuimgegevens aan LSV verstrekt die LSV zelf wordt geacht bij te houden.

3.6. Ten slotte zal ook de gevorderde wedertewerkstelling van de door Trion teruggehaalde werknemers worden afgewezen. LSV heeft al meer dan een jaar geen vergoeding aan Trion betaald, terwijl zij zowel buiten rechte (vide de onder r.o. 2.7. geciteerde brief) als ter zitting heeft erkend dat de aanspraak van Trion op enige substantiële betaling ten dele gegrond is. Trion heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook terecht haar daar tegenoverstaande verplichting tot detachering van medewerkers opgeschort. Overigens stelt de voorzieningenrechter vast dat partijen hebben afgesproken dat hangende het mediationtraject geen juridische stappen zouden worden ondernomen. Die afspraak is door Trion geschonden, nu zij in de loop van september bij herhaling LSV tot betaling heeft gemaand en het mediationtraject nadien eenzijdig heeft beëindigd. LSV heeft niet aangevoerd dat het aldus doorkruisen van het mediationtraject door Trion een zelfstandige grondslag oplevert voor de gevorderde wedertewerkstelling, zodat de voorzieningenrechter dat niet behoeft te onderzoeken.

3.7. LSV zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Trion als volgt vastgesteld:

- vast recht € 262,00

- salaris van de advocaat € 816,00

------------

totaal € 1.078,00

in reconventie

3.8. Trion vordert - bij wijze van voorschot - betaling door LSV van het openstaande factuurbedrag ad € 371.522,30, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen bedrag, althans een bedrag van € 110.000,-, welk bedrag door LSV is erkend in haar brief d.d. 24 september 2009. De omstandigheid dat LSV al ruim een jaar geen betalingen meer heeft gedaan, heeft een negatief effect op de financiële huishouding van Trion, hetgeen versterkt wordt door de economische crisis, waardoor Trion meer klanten heeft die hun rekeningen niet betalen. Daarnaast ziet Trion zich geconfronteerd met de situatie dat de teruggehaalde werknemers niet elders ingezet kunnen worden. Dit leidt tot inkomstenverliezen voor Trion. Ten slotte duidt de betalingsweigering van LSV op een ongunstige financiële situatie bij die onderneming. Dat laatste wordt ook bevestigd door het conceptrapport van PwC. Indien Trion op de uitkomst van een bodemprocedure dient te wachten, vreest zij alsdan geen betaling meer van LSV te kunnen verkrijgen.

3.9. LSV betwist de vordering van Trion. Trion schiet - op de in conventie genoemde gronden - tekort in haar informatieverplichting jegens LSV. Hierdoor staat niet vast welk bedrag LSV uiteindelijk aan Trion verschuldigd zal zijn. Wanneer Trion de verlangde informatie verstrekt, kan deze kwestie nader worden uitgezocht, aldus LSV. Tot die tijd acht LSV zich niet gehouden tot enige betaling jegens Trion. Overigens erkent LSV dat Trion aanspraak kan maken op een bedrag van circa € 50.000,-.

3.10. Volgens vaste jurisprudentie met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats, en dienaangaande moeten naar behoren feiten en omstandigheden worden aangewezen die meebrengen dat een zodanige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden (zie in zoverre HR 15 juni 2007, NJ 2008, 153). Voor de vraag of plaats is voor toewijzing bij voorraad van een geldvordering in kort geding zal de voorzieningenrechter - naast het spoedeisend belang - voorts moeten onderzoeken of de vordering van de eiser voldoende aannemelijk is, terwijl hij bij de afweging van de belangen van partijen mede het restitutierisico zal hebben te betrekken (onder meer HR 28 mei 2004, NJ 2004, 602). De vraag of sprake is van voldoende spoedeisend belang is een zelfstandig vereiste, dat los van het al dan niet aannemelijk zijn van de vordering behoort te worden onderzocht (zie gerechtshof Leeuwarden 23 september 2008, LJN: BF3562).

3.11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Trion onvoldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde (voorschot)betaling. Daartoe is redengevend dat Trion gedurende een periode van ongeveer een jaar heeft geduld dat LSV de door Trion verzonden facturen onbetaald heeft gelaten. De economische crisis waarop Trion zich in het kader van het door haar gestelde spoedeisend belang bij betaling beroept, speelde gedurende die gehele periode al, maar daarin heeft Trion kennelijk (ook) geen aanleiding gezien om eerder in rechte betaling te verlangen van LSV. Veeleer lijkt de wisseling van beleidsbepalers bij Trion de reden te zijn dat thans tot beëindiging van de samenwerking is overgegaan en op betaling - ook in rechte - wordt aangedrongen. Tegen deze achtergrond is onvoldoende aannemelijk geworden dat Trion op korte termijn de beschikking dient te krijgen over de openstaande factuurbedragen. Ter terechtzitting is bovendien gebleken dat de teruggehaalde medewerkers van Trion inmiddels grotendeels zijn herplaatst, althans dat dit binnen afzienbare tijd zal gebeuren, zodat de door Trion te dien aanzien gestelde inkomstenschade in aanzienlijke mate dient te worden gerelativeerd. Voorts dient te worden bedacht dat Trion inmiddels een bodemprocedure strekkende tot betaling van de openstaande factuurbedragen heeft geëntameerd, waarin de geschillen die partijen over de facturering verdeeld houden aan de orde kunnen komen en waarin diepgaand kan worden uitgezocht welk bedrag LSV uiteindelijk verschuldigd is aan Trion. Voor een dergelijk onderzoek is in deze kort geding procedure geen ruimte. Voor zover Trion ter onderbouwing van haar vordering overigens heeft verwezen naar het PwC-rapport waarin het meer subsidiair gevorderde bedrag van

€ 110.000,- genoemd wordt, merkt de voorzieningenrechter op dat Trion ter zitting dit rapport ter discussie heeft gesteld. Volgens Trion zijn de onderzoekers van PwC - kort gezegd - buiten de opdracht gegaan. Dit rapport kan daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter thans dan ook niet mede als grondslag voor de vordering van Trion dienen.

Gezien het vorenstaande zullen de vorderingen van Trion worden afgewezen.

3.12. Trion zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van LSV vastgesteld op € 816,00 aan salaris van de advocaat. De voorzieningenrechter ziet aanleiding deze op de voet van het bepaalde in artikel 258 Rv ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

4.1. wijst af het gevorderde;

4.2. veroordeelt LSV in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Trion vastgesteld op € 1.078,-;

in reconventie

4.3. wijst af het gevorderde;

4.4. veroordeelt Trion in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van LSV vastgesteld op € 816,00;

in conventie en in reconventie

4.5. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg en in het openbaar uitgesproken door

mr. C.M. Telman in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Postma op 11 november 2009.?

fn 343