Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK2185

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
09-11-2009
Zaaknummer
295772 \ VZ VERZ 09-445
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van arbeidsovereenkomst afgewezen. Bedrijfseconomische noodzaak onvoldoende onderbouwd. Werkgever neemt werknemer (in dit geval: van Koopmans Meelfabrieken) voor één jaar in dienst en ontvangt hiervoor een heel jaarsalaris van de oude werkgever. Werkgever probeert de werknemers binnen dat jaar bij een nieuwe werkgever onder te brengen. Volgens werkgever lukt het door de economische crisis niet meer om werknemers uit te plaatsen, waardoor zij verlies lijdt. Werkgever zegt alle personeelsleden te ontslaan, zonder vergoeding. De kantonrechter oordeelt dat de onderbouwing van de werkgever niet deugt. Er zijn alleen eigen cijfers ingediend, zonder een deugdelijke toelichting en zonder accountantsverklaring. Mede gelet op het feit dat werkgever de loonkosten van werknemer al vooraf voor één jaar vergoed heeft gekregen, is onvoldoende aannemelijk geworden dat ontslag van de werknemer de enige optie is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0838

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 295772 \ VZ VERZ 09-445

beschikking van de kantonrechter d.d. 4 november 2009

inzake

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Baanplan B.V.,

hierna te noemen: Baanplan,

gevestigd te Rijen,

verzoekster,

gemachtigde: mr. W.J. Meeuwis,

tegen

[werknemer],

hierna te noemen: [werknemer],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

procederende in persoon.

Het procesverloop

1.1. Baanplan heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2009, verzocht de tussen haar en [werknemer] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.

1.2. De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2009. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier. Op verzoek van de kantonrechter heeft Baanplan middels faxbericht van 29 oktober 2009 een notariële akte overgelegd waaruit kan blijken dat de besloten vennootschap Fourstar TS en de besloten vennootschap Baanplan een en dezelfde vennootschap betreft.

Motivering

2. De feiten

Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. [werknemer] is sedert 5 januari 2009 in dienst bij Baanplan, laatstelijk in de functie van algemeen medewerker, tegen een bruto salaris van € 2692,89 per maand exclusief 8% vakantietoeslag.

3. De standpunten van partijen

3.1. Baanplan heeft haar verzoek gegrond op bedrijfseconomische redenen, stellende dat zij op korte termijn niet meer kan voldoen aan haar verplichtingen en daarom haar bedrijf zal beëindigen.

3.2. [werknemer] heeft bij gebrek aan wetenschap het verzoek niet inhoudelijk weersproken.

4. De beoordeling van het verzoek

4.1. De kantonrechter heeft kennis genomen van de door Baanplan in het geding gebrachte notariële akte. Uit deze akte blijkt dat Fourstar TS BV, welke onderneming een arbeidsovereenkomst met [werknemer] heeft gesloten, dezelfde onderneming is als Baanplan, zodat Baanplan ontvangen kan worden in haar vordering.

4.2. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

4.3. Baanplan heeft aangegeven dat zij mensen voor bepaalde tijd in dienst neemt met het doel deze mensen te begeleiden bij de (her)intreding in het arbeidsproces. Zij voert hierbij aan dat zij van werkgevers die ten aanzien van een werknemer een uitstroom- of uitplaatsingsverplichting hebben zowel de uitvoering van deze verplichting als het werkgeverschap voor een bepaalde overeen te komen periode overneemt. Zij ontvangt hierbij een vergoeding die gelijk staat aan het saldo van de salariskosten van betreffende werknemer over de overeengekomen periode. Baanplan heeft verder gesteld dat haar verdienmodel is gebaseerd op het plaatsen van de overgenomen werknemers voordat de contractsperiode eindigt. Volgens Baanplan is dit laatste als gevolg van de huidige economische crisis niet meer haalbaar als gevolg waarvan zij op korte termijn niet meer kan voldoen aan haar betalingsverplichtingen.

4.4. De kantonrechter overweegt als volgt. Een werkgever die de vordering grondt op bedrijfseconomische omstandigheden dient deze omstandigheden aannemelijk te maken. In het onderhavige geval heeft Baanplan volstaan met het in het geding brengen van financiële stukken waarvan de juistheid niet valt vast te stellen nu deze stukken door Baanplan zelf zijn opgesteld en niet is gebleken dat deze cijfers door een externe accountant zijn gecontroleerd.

4.5. Niet gesteld kan dan ook worden dat Baanplan de financiële noodzaak om de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voortijdig te laten beëindigen voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Voor dit oordeel is tevens van belang dat Baanplan voor [werknemer] van de voormalige werkgever van [werknemer] één jaarsalaris heeft ontvangen, welke vergoeding bedoelt is om de activiteiten die door Baanplan ten behoeve van [werknemer] worden uitgevoerd voor de duur van één jaar te financieren. Hierbij verhoudt zich niet ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor ommekomst van dat jaar.

4.6. Baanplan zal in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Aangezien [werknemer] in het kader van deze procedure in persoon procedeert en geen professionele rechtshulpverlener als gemachtigde heeft gesteld, zijn de proceskosten wegens salaris te stellen op nihil.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt Baanplan in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [werknemer] begroot op nihil wegens salaris.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2009 door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 152