Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BK1657

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
30-10-2009
Datum publicatie
30-10-2009
Zaaknummer
295224 \ VZ VERZ 09-435
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding hangende herplaatsingstraject afgewezen.

Werkgever voert reorganisatie door. Boventallige werknemer zit in herplaatsingstraject. Werkgever vraagt ontbinding, vooruitlopend op de einddatum van het herplaatsingstraject, e.e.a. conform afspraken in sociaal plan. Werkgever vraagt om intrekkingstermijn, zodat verzoek kan worden ingetrokken indien later blijkt dat werknemer toch nog herplaatst is. Pro forma verweer gevoerd.

Kantonrechter wijst ontbindingsverzoek af, omdat de reële mogelijkheid bestaat dat voor werknemer in het kader van de herplaatsing alsnog een functie vrijkomt. Kantonrechter kan daarom niet met zekerheid vaststellen dat er sprake is van een verandering in de omstandigheden die de ontbinding kan rechtvaardigen. Of de ratio van art. 7:685 lid 9 BW zich verzet tegen een intrekkingstermijn in verband met de afloop van het herplaaatsingstraject, blijft onbesproken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/780
AR-Updates.nl 2009-0809

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 295224 \ VZ VERZ 09-435

beschikking van de kantonrechter d.d. 30 oktober 2009

inzake

de naamloze vennootschap

Friesland Bank N.V.,

hierna te noemen: Friesland Bank,

gevestigd te Leeuwarden,

verzoekster,

gemachtigde: mr. W.M. Veldjesgraaf,

tegen

[werknemer],

hierna te noemen: [werknemer],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. O.A. van Oorschot.

Procesverloop

Friesland Bank heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 september 2009, verzocht de tussen haar en [werknemer] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Het verweerschrift van [werknemer] is binnengekomen op 28 september 2009.

De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2009. Partijen hebben bij monde van hun gemachtigden hun standpunten nader uiteen gezet. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Door Friesland Bank zijn producties in het geding gebracht en de gemachtigde van Friesland Bank heeft een pleitnota overgelegd. De beslissing is bepaald op heden.

Motivering

1. [werknemer] (59 jaar) is sedert 2 april 1973 in dienst bij Friesland Bank, laatstelijk in de functie van medewerker administratie, tegen een bruto salaris van € 2.754,92 per maand (excl. 8% vakantiegeld en 8,33% eindejaarsuitkering).

2. Friesland Bank heeft gesteld dat zij momenteel een reorganisatie doorvoert om haar concurrentiepositie te verbeteren. In het kader van deze reorganisatie is de arbeidsplaats van [werknemer] komen te vervallen. Dientengevolge is [werknemer] boventallig verklaard en heeft Friesland Bank, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken, onderzocht of er mogelijkheden zijn om [werknemer] elders binnen de organisatie te herplaatsen. Friesland Bank heeft moeten vaststellen dat er op dit moment geen passende functie voor [werknemer] voorhanden is. Friesland Bank verzoekt de ontbinding uit te spreken per 15 februari 2010, onder toekenning van een vergoeding aan [werknemer] van € 163.449,40 (bruto).

Omdat [werknemer] nog in een herplaatsingstraject zit, bestaat de mogelijkheid dat hij nog binnen die herplaatsingstermijn een andere functie binnen Friesland Bank kan bekleden. Om die reden en om problemen met een onherroepelijke ontbindingsbeschikking te voorkomen, verzoekt Friesland Bank om haar in de ontbindingsbeschikking de mogelijkheid te geven het verzoek uiterlijk op 1 februari 2010 in te trekken. De reden waarom het ontbindingsverzoek reeds nu is ingediend, is dat in het sociaal plan is afgesproken dat de ontbindingsprocedure zodanig tijdig zal worden opgestart, dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst -met inachtneming van de fictieve opzegtermijn- kan plaatsvinden op de einddatum van het herplaatsingstraject, aldus Friesland Bank.

3. [werknemer] heeft verweer gevoerd. [werknemer] stelt dat hem van de verandering in de omstandigheden geen enkel verwijt valt te maken en volgens [werknemer] heeft Friesland Bank bij het doorvoeren van de reorganisatie onvoldoende rekening gehouden met zijn belangen. Primair concludeert [werknemer] tot afwijzing van het verzoek, subsidiair tot toewijzing conform het gestelde in het verzoekschrift.

4. Ingevolge art. 7:685 BW is ieder der partijen te allen tijde bevoegd zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden. De kantonrechter kan het verzoek slechts inwilligen, indien hij zich ervan heeft vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Als gewichtige redenen worden onder meer beschouwd veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

5. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

6. De kantonrechter overweegt dat het vast staat dat [werknemer] nog in een herplaatsingstraject zit dat eerst op 15 februari 2010 eindigt. De kans bestaat dat het niet lukt om [werknemer] binnen Friesland Bank te herplaatsen en alsdan is er sprake van een verandering in de omstandigheden die de ontbinding kan rechtvaardigen. Maar het is evenzeer mogelijk dat er voor het einde van het herplaatsingstraject bij Friesland Bank wél een geschikte functie voor [werknemer] beschikbaar komt. De gemachtigde van Friesland Bank heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat zich dergelijke situaties reeds hebben voorgedaan. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat op grond van de vaststaande feiten thans niet met zekerheid kan worden vastgesteld of zich ten tijde van de verzochte ontbindingsdatum een zodanige verandering in de omstandigheden voordoet dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. De ontbinding kan om die reden niet worden uitgesproken, zodat het verzoek zal worden afgewezen. Nu art. 7:685 BW, gelet op het voorgaande, niet kan worden toegepast, komt de kantonrechter niet toe aan de vraag of de ratio van art. 7:685 lid 9 BW zich niet verzet tegen het opnemen van een intrekkingstermijn in verband met het nog lopende herplaatsingstraject, zoals gevraagd door Friesland Bank.

7. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2009 door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 209