Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ9588

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
06-10-2009
Datum publicatie
07-10-2009
Zaaknummer
AWB 08/1550
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlaging bijstand met 100% gedurende één maand in verband met de weigering een door een reïntegratiebedrijf aangeboden arbeidscontract te ondertekenen. Niet verwijtbaar. Onvoldoende rekening gehouden met eisers lichamelijke klachten en diens persoonlijkheidsproblematiek, waarmee verweerder wel bekend was. Zelf voorzien. Herroeping primaire besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 08/1550

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. P. Rijnsburger, advocaat te Leeuwarden,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel,

verweerder,

gemachtigde: P. Hamstra, werkzaam bij verweerders gemeente.

Procesverloop

Bij brief van 4 juli 2008 heeft verweerder eiser mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Wet werk en bijstand (WWB).

Tegen dit besluit heeft eiser beroep aangetekend.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 25 augustus 2009. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Motivering

Feiten

1.1 Eiser, geboren op [geboortedatum], ontvangt -met onderbrekingen- sedert 1978 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB naar de norm voor een echtpaar.

1.2 Met het oog op zijn re-integratie naar werk zijn sinds 2005 diverse activiteiten ontplooid. Zo is eiser gedurende ongeveer één jaar begeleid door een psycholoog en heeft Argonaut Advies een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek uitgevoerd alsmede een psychotechnisch beroepskeuzeonderzoek. Gebleken is dat eiser na zijn middelbare school niet of nauwelijks betaalde arbeid heeft verricht en dat hij belemmeringen ondervindt bij het verkrijgen of verrichten van arbeid. Het gaat hierbij om lichamelijke beperkingen, met name rugklachten, en beperkingen als gevolg van een persoonlijkheidsproblematiek. Op basis van de vastgestelde belastbaarheid wordt eiser op arbeidskundige gronden wel in staat geacht passende arbeid te verrichten. Van belang is dat sprake is van maatwerk om te komen tot een "match" tussen persoon en arbeidsorganisatie.

1.3 Eiser heeft eind 2006 meerdere gesprekken gevoerd met een functioneringsadviseur en begin 2007 is hij aangemeld voor een re-integratietraject bij GRIP HRC.

1.4 Bij brief van 17 oktober 2007 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat de begeleiding naar werk zal worden uitbesteed aan re-integratiebedrijf Traject BV. Eiser heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt. Gelet op persoonlijke omstandigheden, de zorg voor zijn zieke vrouw, zieke vader en twee opgroeiende kinderen, en zijn eigen lichamelijke klachten acht eiser zich niet in staat om een werktraject te volgen. Dit bezwaar heeft verweerder op 4 januari 2008 ongegrond verklaard.

1.5 Inmiddels hebben eiser en zijn echtgenote op 5 december 2007 een intakegesprek gevoerd met een medewerker van Traject BV, [naam] (hierna: [X]). Op 13 december 2007 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden. Bij brief van 21 december 2007 heeft [X] aan eiser een voorstel gedaan ten aanzien van deelname aan een re-integratietraject. Het aan eiser aangeboden traject houdt in dat eiser per 1 januari 2008 in dienst treedt bij Traject BV, dat hij persoonlijk zal worden begeleid door [X], dat gedurende het eerste half jaar geen bemiddeling naar arbeid zal plaatsvinden en dat in overleg met eiser en zijn echtgenote gezocht zal worden naar een passende oplossing voor de thuissituatie. Bij brief van 27 januari 2008 is het voorstel opnieuw voor een reactie aan eiser verzonden. Eiser heeft kennis kunnen nemen van de concept-arbeidsovereenkomst. Bij brief van 29 januari 2009 heeft eiser medegedeeld dat zijn medische- en psychische toestand, alsmede de thuissituatie het hem nog niet toelaten om deel te nemen aan het voorgestelde traject. Eiser heeft aangegeven dat hij in verband met zijn psychische klachten inmiddels weer onder behandeling is bij de GGZ Friesland.

1.6 Bij besluit van 14 februari 2008 heeft verweerder de bijstand aan eiser met ingang van 2 januari 2008 voor de duur van één maand met 100% verlaagd op de grond dat hij heeft geweigerd een arbeidscontract te tekenen bij Traject BV. Naar aanleiding van het tegen dit besluit gerichte bezwaar heeft verweerder de bestreden beslissing in die zin gewijzigd dat de uitkering niet over de maand januari 2008, maar over de maand maart 2008 wordt verlaagd met 100%. Verweerder heeft hierbij toepassing gegeven aan artikel 7, eerste lid, en artikel 11, eerste lid, van de Afstemmings- en fraudeverordening en onderdeel 3.1.4 van de Beleidsregels afstemming.

Geschil

2.1 Volgens eiser waren er gegronde redenen om de arbeidsovereenkomst met Traject BV niet te tekenen. Eiser stelt dat op grond van de voorgeschreven werkmethodiek eerst onderzoek gedaan had moet worden naar zijn arbeidsmogelijkheden en dat pas daarna de verplichting opgelegd had kunnen worden om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Deze volgorde is in dit geval niet gehanteerd. Daarmee is het risico op begeleiding naar niet passende arbeid groot en zijn er teveel onduidelijkheden ten aanzien van hetgeen van eiser wordt verlangd. Eiser meent voorts dat het niet redelijk is van hem te verlangen een arbeidsovereenkomst aan te gaan waarin hij niet minimaal het wettelijk minimumloon betaald krijgt.

2.2 Volgens verweerder is het de bedoeling van Traject BV om maatwerk te leveren en is op basis van persoonlijke omstandigheden van eiser besloten dat hij nog niet direct aan het werk hoefde. Volgens verweerder komt eiser in elk gesprek met nieuwe argumenten om niet aan het werk te gaan. Dat Traject zich niet heeft gehouden aan de voorgeschreven werkmethodiek komt hoofdzakelijk door de opstelling van eiser zelf. Verder benadrukt verweerder dat in principe een re-integratieovereenkomst is gesloten als tussenstap tussen een uitkering en reguliere arbeid. Het eerste half jaar waarin eiser nog geen arbeid hoeft te verrichten is bedoeld om belemmeringen weg te werken.

Beoordeling van het geschil

3.1 Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB is - voor zover hier van belang - de belanghebbende verplicht gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

Ingevolge artikel 18, tweede lid van de WWB verlaagt het college overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid onder b, de bijstand indien de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de verplichtingen die verbonden zijn dan wel voortvloeien uit de WWB niet of niet voldoende nakomt. Van een verlaging wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de Afstemmings- en fraudeverordening van de gemeente Tytsjerkteradiel (hierna: de Verordening) wordt een maatregel afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Verordening, ziet het college af van het opleggen van een maatregel indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.

Ingevolge artikel 11, aanhef en onder 1, van de Verordening wordt bij het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid de uitkering verlaagd met 100% van de bijstand gedurende een maand.

3.2 Vastgesteld wordt dat eiser geweigerd heeft het aangeboden arbeidscontract met Traject BV te ondertekenen.

3.3 Naar het oordeel van de rechtbank kan eiser hiervan in dit geval geen verwijt gemaakt worden. Verweerder was bekend met het feit dat eiser in forse mate belemmeringen ondervindt bij het verkrijgen of verrichten van arbeid. Behalve lichamelijke problemen gaat het ook om de persoonlijkheidsproblematiek van eiser. Uit de diverse rapporten komt naar voren dat eiser perfectionist is, geen fouten wil maken en niet teveel tegelijk aankan. Hij heeft beperkingen ten aanzien van sociaal functioneren, bijvoorbeeld waar het gaat om samenwerken, werken in conflictsituaties en verantwoordelijkheden. Eiser is aangewezen op "maatwerk" en "werk dat bij hem past". Een zich in het dossier bevindend rapport van eisers behandelend psycholoog bevestigt dat "eiser grote belemmeringen ondervindt in het aanpassen en conformeren aan nieuwe ontwikkelingen, regelgeving een maatschappelijke verwachtingen. De wantrouwende, rigide en krenkbare persoonlijkheidskenmerken maken hem in contacten een kwetsbare persoon". Hoewel de rechtbank niet twijfelt aan de goede bedoelingen van het trajectbureau om eiser, juist gelet op zijn persoonlijkheidsproblematiek en zijn privé-situatie, in dienst te nemen, hem persoonlijk te begeleiden en in overleg met hem te zoeken naar een passende oplossing voor de thuissituatie, kan in dit geval niet gezegd worden dat daarmee een passend aanbod aan eiser is gedaan. In het contract zijn geen concrete werkzaamheden omschreven en is niet aangegeven op welke wijze de belemmeringen in de privé-situatie aangepakt zouden worden. Voor eiser was daarmee niet duidelijk wat er van hem werd verwacht, terwijl die duidelijkheid voor het slagen van de re-integratie van groot belang is. Daarbij komt dat uit de werkinstructie van Traject BV blijkt dat de gebruikelijke gang van zaken is dat eerst een training wordt gegeven gericht op het wegnemen van eventuele belemmeringen en dat vervolgens een dienstverband wordt aangeboden, met begeleiding op een werkplek. In dit geval is echter gekozen voor de voor eiser onzekere weg van het aangaan van een arbeidscontract, zonder concreet werkaanbod.

3.4 De rechtbank komt tot de conclusie dat de opgelegde maatregel wegens het ontbreken van verwijtbaarheid in dit geval niet in stand kan blijven. Dit brengt met zich mee dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 18 van de WWB. De rechtbank ziet onder de gegeven omstandigheden aanleiding gebruik te maken van haar bevoegdheid zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit waarbij de maatregel van 100% gedurende een maand is opgelegd te herroepen.

3.5 Met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, van de Awb, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht bedragen de proceskosten van eiser € 1288,00 ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaar en in beroep (bezwaarschrift 1 punt; hoorzitting 1 punt, beroepschrift 1 punt; verschijnen ter zitting 1 punt; gewicht van de zaak: gemiddeld; waarde per punt € 322,00).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit van 14 februari 2008;

- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 39,00 aan eiser vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1288,00.

Aldus gegeven door mr. E. de Witt, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.R.M. Poiesz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2009.

w.g. P.R.M. Poiesz

w.g. E. de Witt

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.