Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8805

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
22-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
266461 \ CV EXPL 08-9412
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aandelenlease. Dexia. Duisenberg-regeling.

Kantonrechter acht de opt-outverklaring die door Leaseproces namens cliënt is ingediend, geldig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 266461 \ CV EXPL 08-9412

vonnis van de kantonrechter d.d. 22 september 2009

inzake

De vennootschap naar buitenlands recht Varde Investments (Ireland) Limited,

hierna te noemen: Varde,

gevestigd te Dublin,

eiseres,

gemachtigde: Tijhuis & Partners Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: Mr. J. Both,

Procesverloop

1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft Varde gevorderd om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 9.844,90 met rente en kosten.

[gedaagde] heeft bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek en dupliek en een conclusie van dupliek in reconventie is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door Varde en [gedaagde] zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De vaststaande feiten

2.1. [gedaagde] heeft met Dexia een viertal aandelenleaseovereenkomsten gesloten. Deze overeenkomsten zijn op zeker moment beëindigd, waarbij er een restschuld aan Dexia ontstond. Voornoemde rechtsverhouding valt in beginsel onder het bereik van de zogenaamde Duisenbergregeling.

2.2 Bij beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 januari 2007 is de Duisenbergregeling verbindend verklaard. Daarbij is bepaald dat diegenen die niet onder de werking van deze regeling willen vallen een zogenaamde opt-outverklaring kunnen indienen, uiterlijk op 31 juli 2007, bij notaris Kielstra te 's-Gravenhage.

2.3. Notaris Kielstra heeft op 26 of 27 juli 2007 een opt-outverklaring ontvangen van mr. Rebel, ingediend namens Leaseproces en, onder anderen, [gedaagde].

2.4. Op 7 april 2006 heeft [gedaagde] volmacht verleend aan mr. Van Dijk om namens haar een procedure aan te spannen tegen Dexia en daarbij verweer te voeren tegen eventuele tegenvorderingen van Dexia. In de hiertoe door Leaseproces verzonden offerte is onder meer vermeld dat voor een schikking altijd de toestemming van [gedaagde] nodig is.

Het standpunt van partijen

3. Op hetgeen partijen aan hun standpunten ten grondslag hebben gelegd zal hierna nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

4.1. De kantonrechter zal de door Varde genomen conclusie van dupliek in reconventie buiten beschouwing laten nu er geen sprake is van een reconventionele vordering.

4.2. Partijen strijden over de vraag of er tijdig een geldige opt-outverklaring door [gedaagde] is ingediend. Varde stelt dat Leaseproces hiertoe geen volmacht had en dus ook geen volmacht kon geven aan mr. Rebel. [gedaagde] erkent geen uitdrukkelijke, specifieke volmacht tot het doen afleggen van een opt-outverklaring te hebben verleend maar stelt (onder meer) dat het doen afleggen van deze verklaring valt binnen de doelstelling van de wel door haar verleende volmacht. Voor zover dat niet het geval zou zijn is er sprake van zaakwaarneming.

4.3. De kantonrechter overweegt als volgt.

[gedaagde] heeft volmacht verleend aan Leaseproces (althans aan mr. Van Dijk) om namens haar een procedure aan te spannen tegen Dexia. Voorts heeft zij met Leaseproces afgesproken dat er zonder haar toestemming geen schikking mag worden getroffen. Vast staat dat [gedaagde], indien zij geen opt-outverklaring zou uitbrengen, via de Duisenbergregeling gebonden was aan een als een schikking te kwalificeren vaststellingsovereenkomst én dientengevolge geen recht meer zou hebben om enige procedure tegen Dexia aan te spannen of voort te zetten. Vast staat eveneens, reeds door de posita in deze procedure, dat [gedaagde] niet gebonden wenste te zijn aan de Duisenbergregeling. In het licht van deze feiten en omstandigheden kan bezwaarlijk anders geoordeeld worden dan dat Leaseproces door het doen afleggen van een opt-outverklaring, zonder dat zij daartoe uitdrukkelijke toestemming of opdracht heeft gekregen, heeft gehandeld overeenkomstig de doelstelling en binnen de kaders van de door [gedaagde] verleende volmacht.

4.4. Voor zover zou hebben te gelden dat Leaseproces de redelijke grenzen van de haar verleende volmacht wel zou hebben overschreden is de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van zaakwaarneming. De onder 4.3. genoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang beschouwd, leiden tot de conclusie dat Leaseproces willens en wetens op redelijke grond de belangen van [gedaagde] heeft behartigd. Immers, had Leaseproces geen opt-outverklaring doen afleggen dan zou [gedaagde] gebonden zijn aan een schikking, terwijl zij daartoe nog geen toestemming had gegeven, én zou [gedaagde] geen mogelijkheid meer hebben om te procederen, waartoe zij wél toestemming had gegeven.

4.5. Het voorgaande brengt mee dat er van uit gegaan moet worden dat de opt-outverklaring tijdig en geldig is uitgebracht. [gedaagde] is aldus niet gebonden aan de Duisenbergregeling. De hierop gebaseerde vorderingen van Varde zullen dan ook afgewezen worden. Varde zal daarbij als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Daarbij zal het gebruikelijke liquidatietarief gehanteerd worden, reeds omdat niet gebleken is dat de namens [gedaagde] verrichte proceshandelingen zodanig zijn dat een afwijking daarvan gerechtvaardigd is.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van Varde af;

veroordeelt Varde in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 500,-- (2 x € 250,--) wegens salaris;

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 185

mlzr 18