Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
17-09-2009
Datum publicatie
24-09-2009
Zaaknummer
99339 / KG ZA 09-274
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Betaald voetbal: buscombiregeling opgelegd door burgemeester bij thuiswedstrijd sc Heerenveen. Burgerlijke rechter als restrechter. Dagvaarden burgemeester, waar de gemeente had moeten worden gedagvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 482
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 99339 / KG ZA 09-274

Vonnis in kort geding van 17 september 2009

in de zaak van

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VRIENDENKRING FC TWENTE

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

SUPPORTERSVERENIGING VAK P ENSCHEDE

beiden zetelend te Enschede,

eiseressen,

hierna te noemen Vriendenkring FC Twente respectievelijk Supportersvereniging Vak P Enschede en tezamen te noemen de supportersverenigingen,

advocaat mr. R.F. Speijdel, kantoorhoudende te Enschede,

tegen

DE BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE HEERENVEEN,

gevestigd te Heerenveen,

gedaagde,

hierna te noemen de burgemeester,

advocaat mr. I. van der Meer, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de zijde van de supportersverenigingen

- de pleitnota van de zijde van de burgemeester.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In augustus 2008 heeft de burgemeester aan de directie van de voetbalclub FC Twente bericht dat de driehoek (de burgemeester, de officier van justitie en de chef van politie Heerenveen) op basis van een evaluatie van het verloop van de wedstrijden in het voetbalseizoen 2007-2008 had besloten voor de supporters van FC Twente een vervoersregeling in te stellen, te weten een verplichte buscombi. Voorts heeft hij FC Twente bericht dat aan het eind van het seizoen 2008-2009 wederom een analyse zou worden gemaakt van het verloop van de wedstrijden

2.2. Bij brief van 25 juni 2009 heeft de burgemeester - voor zover van belang - het volgende aan de directie van FC Twente bericht:

"Op 3 juni 2009 heeft een evaluatie plaatsgevonden van het seizoen 2008-2009 in het veiligheidsoverleg sc Heerenveen. (…) Wij zijn ervan overtuigd dat het feit dat er alleen gereisd kon worden met een buscombi, er voor heeft gezorgd dat er dit jaar geen problemen zijn geweest voor, tijdens en na de wedstrijd. In het veiligheidsoverleg is dan ook besloten dat ook het komend seizoen de mee-reizende supporters van FC Twente gebruik moeten maken van de buscombi, zodat de supporters opnieuw vooral voor het voetbal naar Heerenveen zullen komen.

Ik hoop dat de volgende ontmoeting tussen sc Heerenveen en FC Twente weer net zo sportief en zonder incident zal verlopen als afgelopen seizoen. Ook wil ik u verzoeken om uw supportersvereniging(en) op de hoogte te stellen van deze brief."

2.3. In reactie hierop heeft de heer [x], manager operationele zaken van FC Twente, namens FC Twente bij brief van 17 augustus 2009 - voor zover van belang - het volgende aan de burgemeester bericht:

“Vorig jaar is terecht besloten een buscombi in te stellen naar aanleiding van de ongeregeldheden in het centrum van Heerenveen waar supporters van FC Twente voor verantwoordelijk waren. Dit jaar hebben onze supporters zich echter naar behoren gedragen. (…)

Ik vraag u daarom vriendelijk in overweging te nemen voor onze supporters een autocombi in te stellen in plaats van een buscombi.”

2.4. Bij brief van 26 augustus 2009 heeft de burgemeester - voor zover van belang - als volgt op het verzoek van FC Twente gereageerd:

"In tegenstelling tot uw veronderstelling in uw brief dat uw supporters zich het afgelopen seizoen naar behoren hebben gedragen, moeten wij u meedelen dat dit niet geheel juist is, ook al blijkt dit niet uit mijn brief. Er is wel degelijk sprake geweest van een incident bij de aankomst van de eerste bus (…).

Ik heb dan ook besloten uw verzoek niet te honoreren en de buscombi in stand te laten."

2.5. Bij brief van 8 september 2009 heeft de heer [y], namens Vriendenkring FC Twente, de gemeente opnieuw verzocht zijn standpunt te herzien en in plaats van een buscombi-regeling een autocombi-regeling in te stellen.

2.6. Op 15 september 2009 heeft de burgemeester afwijzend op dit verzoek gereageerd.

3. Het geschil

3.1. De supportersverenigingen vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en alle dagen en uren, de burgemeester zal veroordelen tot het intrekken van het besluit waarbij voor de wedstrijd van 19 september 2009 tussen FC Twente en SC Heerenveen te Heerenveen een buscombi-regeling door de burgemeester is opgelegd, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 12.500,- aan elk van beide supportersverenigingen, althans zal beslissen als zal worden vermeend te behoren, één en ander met veroordeling van de burgemeester in de kosten van deze procedure.

3.2. De supportersverenigingen hebben het volgende aan aan hun vordering ten grondslag gelegd. De ontmoetingen tussen SC Heerenveen en FC Twente in het voetbalseizoen 2008-2009, waaronder de bekerfinale, zijn zodanig goed verlopen, dat er geen aanleiding bestaat voor het handhaven van de buscombi-regeling voor de supporters van FC Twente. Voorts is het handhaven van de buscombi-regeling voor supporters van FC Twente in strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu voor supporters van andere voetbalclubs niet zo’n regeling is ingesteld, terwijl de supporters van die voetbalclubs zich bij wedstijden tussen hun voetbalclubs en SC Heerenveen zich niet beter gedragen dan supporters van FC Twente. De burgemeester kan volstaan met het opleggen van een minder vergaande maatregel, als een autocombi-regeling.

3.3. De burgemeester voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of de supportersverenigingen in hun vorderingen kunnen worden ontvangen.

4.2. De voorzieningenrechter stelt in dit verband voorop dat de kortgedingrechter fungeert als restrechter in alle zaken met een spoedeisend karakter. De aanwijzing van een andere bevoegde rechter of van een speciale rechtsgang maakt de kortgedingrechter in beginsel niet onbevoegd. De eiser wordt echter door de kortgedingrechter niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering wanneer de aangewezen rechter of rechtsgang voldoende rechtsbescherming biedt. Hiertoe wordt vereist dat in spoedeisende gevallen een met voldoende waarborgen omklede snelle rechtsgang openstaat waarin eiser een met het kort geding vergelijkbaar resultaat kan bereiken (zie Hoge Raad 16 maart 1990, NJ 1990, 500).

4.3. Tegen een besluit van de burgemeester op grond van artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet tot het opleggen van een buscombi-regeling staat voor belanghebbenden in de zin van artikel 1: 2 Awb bezwaar open. Hangende de bezwaarprocedure bestaat er voor hen de mogelijkheid om bij de bestuursrechter een voorlopige voorziening te vragen tot schorsing van het besluit. Gelet hierop staat er voor belanghebbenden in de zin van artikel 1: 2 Awb naar het oordeel van de voorzieningenrechter een met voldoende waarborgen omklede snelle rechtsgang open tegen een dergelijk besluit van de burgemeester.

4.4. In dit verband stelt de voorzieningenrechter vast dat partijen het erover eens zijn dat het besluit van de burgemeester zich niet richt tot de supportersverenigingen, maar tot de voetbalclub FC Twente. Volgens de supportersverenigingen kunnen zij desondanks als belanghebbenden in de zin van artikel 1: 2 van de Awb worden aangemerkt, nu zij rechtstreeks worden geraakt door het besluit. De burgemeester heeft zich ter zitting echter op het standpunt gesteld dat de supportersverenigingen mogelijk door de bestuursrechter als belanghebbenden zullen worden aangemerkt. De burgemeester laat in zijn stellingen derhalve ruimte voor de mogelijkheid dat de supportverenigingen niet als belanghebbenden bij het besluit kunnen worden aangemerkt. Waar er derhalve verschil van mening kan bestaan over de vraag of de bestuursrechter de supportersverenigingen als belanghebbenden bij het besluit zal aanmerken, is niet met voldoende zekerheid vast te stellen of de supportersverenigingen in het door hen ingediende verzoek om een voorlopige voorziening door de bestuursrechter zullen worden ontvangen.

Gelet hierop acht de voorzieningenrechter zich als restrechter bevoegd om in kort geding van de vordering van de supportersverenigingen kennis te nemen.

4.5. Dit kan de supportersverenigingen echter niet baten. De voorzieningenrechter constateert namelijk dat de vorderingen ingesteld zijn tegen de burgemeester in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan. Volgens vaste jurisprudentie (zie reeds HR 25 november 1983, AB 1984, 254) komt de bevoegdheid om in een burgerlijk geding als procespartij op te treden in beginsel slechts toe aan natuurlijke personen en privaat- en publiekrechtelijke rechtspersonen en derhalve niet aan bestuursorganen als de burgemeester. Indien een partij bij de burgerlijke rechter een procedure wil starten tegen een bestuursorgaan, dient hij zich in beginsel dan ook te richten tot de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort. Op dit uitgangspunt zijn uitzonderingen denkbaar, maar gesteld noch gebleken is dat er in het onderhavige geval aanleiding bestaat een dergelijke uitzondering aan te nemen. De supportersverenigingen hadden in dit geval dan ook de gemeente Heerenveen moeten dagvaarden. Nu zij dit hebben nagelaten, is de vordering niet voor toewijzing vatbaar.

4.6. De supportersverenigingen zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de burgemeester worden vastgesteld op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt de supportersverenigingen in de proceskosten, aan de zijde van de burgemeester tot op heden vastgesteld op EUR 1.078,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. W. van Seijen op 17 september 2009.?

fn: 445