Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ6616

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-09-2009
Datum publicatie
02-09-2009
Zaaknummer
98587 / KG ZA 09-235
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Uitlatingen burgemeester in krant over bedreiging. Rectificatie. Verkeerde procespartij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 98587 / KG ZA 09-235

Vonnis in kort geding van 2 september 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te Workum,

eiser,

advocaat: mr. R. Reumkens, kantoorhoudende te Utrecht,

tegen

[gedaagde],

wonende te Workum,

gedaagde,

advocaat: mr. W. Sleijfer, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna "[eiser]" en "[gedaagde]" genoemd worden.

1. De procedure

1.1. [eiser] heeft [gedaagde] in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 21 augustus 2009.

1.2. [eiser] heeft toen op de bij dagvaarding vermelde gronden gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] veroordeelt zich te onthouden van iedere toekomstige uiting, in woord en geschrift, waarin [eiser] ervan wordt beschuldigd [gedaagde] te hebben bedreigd, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere keer dat [gedaagde] het gegeven verbod overtreedt;

II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een voorschot van € 5.000,- aan [eiser] terzake immateriële schadevergoeding, binnen 8 dagen na betekening van het te wijzen vonnis;

III. [gedaagde] veroordeelt om binnen 8 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op zijn kosten de volgende rectificatie te plaatsen in de Leeuwarder Courant, zonder enig toegevoegd commentaar:

"RECTIFICATIE

In de Leeuwarder Courant van 29 april 2009 heb ik de Workumer sportschoolhouder [eiser] ervan beschuldigd dat hij mij zou hebben bedreigd door mij toe te bitsen dat ik niet lang meer burgemeester zou zijn. Verder heb ik daarin gesteld dat ik al menigmaal een intimiderende houding van [eiser] moest tolereren, zowel in werk- als huiselijke kring.

Deze publicatie is onrechtmatig jegens de heer [eiser], omdat de daarin geuite beschuldigingen geen steun vinden in de feiten. De onjuiste berichtgeving over de heer [eiser] is zeer grievend en vormt een onaanvaardbare inbreuk op zijn eer, goede naam en reputatie.

Burgemeester [gedaagde] van Nijefurd"

IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan, dat [gedaagde] in gebreke blijft aan het in dezen te wijzen vonnis te voldoen;

V. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding.

1.3. Ter zitting hebben partijen hun standpunten toegelicht, waarbij de raadslieden van partijen gebruik hebben gemaakt van pleitnotities. [gedaagde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding.

1.4. Partijen hebben producties overgelegd.

1.5. Het vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

In dit kort geding zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1. [gedaagde] is burgemeester van de gemeente Nijefurd (hierna te noemen: de gemeente).

2.2. [eiser] exploiteert een sportschool te Workum. De in deze sportschool aanwezige brandmeldinstallatie is voorzien van een doormelding naar een particuliere alarmcentrale.

2.3. De gemeente heeft [eiser] bij brief van 14 februari 2005 opgedragen om het brandmeldsysteem uit te voeren met een rechtstreekse doormelding naar de alarmcentrale van de brandweer. Bij besluit van 28 augustus 2006 heeft de gemeente een last onder dwangsom aan [eiser] opgelegd voor elke dag na 13 februari 2007 dat het brandmeldsysteem in de sportschool van [eiser] niet is voorzien van een rechtstreekse doormelding naar de brandweeralarmcentrale. [eiser] heeft tegen dit besluit geen bezwaar ingediend.

2.4. De gemeente heeft [eiser] op 5 maart 2007 een factuur gezonden voor opengevallen dwangsommen. Omdat betaling uitbleef, heeft de gemeente op 26 juni 2007 een dwangbevel uitgevaardigd en dit bij deurwaardersexploit aan [eiser] laten betekenen. Het door [eiser] tegen het dwangbevel aangetekende verzet is door deze rechtbank bij vonnis van 5 maart 2008 ongegrond verklaard.

2.5. [eiser] heeft tot op heden niet voldaan aan de last om de brandmeldinstallatie te voorzien van een doormelding naar de brandweeralarmcentrale.

2.6. Het college van burgemeester en wethouders (hierna te noemen: B&W) heeft [eiser] bij brief van 20 juli 2007 medegedeeld dat hij heeft besloten om de communicatie tussen [eiser] en de gemeente in het vervolg uitsluitend te laten lopen via de bedrijfscontactfunctionaris van de gemeente, de heer [a]. De reden van dit besluit is volgens de gemeente de wijze waarop [eiser] B&W, alsmede de medewerkers van de gemeente, via de telefoon aanspreekt, onheus bejegent en/of van hun werk houdt.

2.7. B&W hebben [eiser] bij brief van 14 november 2007 onder meer medegedeeld:

"(…)

U bestookt onze bestuurders en ambtenaren met e-mail. Volgens ons email-protocol beantwoorden wij alle email binnen een korte termijn. Met uw vele vragen, opmerkingen en klachten houdt u onze organisatie echter zodanig aan en van het werk, dat wij ons genoodzaakt achten verdere maatregelen in de communicatie tussen u en de gemeente te moeten nemen.

(…)

Uw emails leveren een onevenredig beslag op onze dienstverlening. Omdat wij richtlijnen hebben voor de beantwoording van brieven en email, is het de vraag waar de grenzen van de dienstverlening aan een "veelschrijver" zoals u liggen. Voor een antwoord op die vraag hebben wij contact opgenomen met het bureau van de Nationale Ombudsman (N.O.)

(…)

Volgens de N.O. hoeft in elk geval niet meer gereageerd te worden op:

- brieven met een beledigende toonzetting

- brieven die gaan over een blijvend meningsverschil

- brieven over eerder afgehandelde klachten

- kennisgevingen

- verzoeken om specificaties, die elders te vinden zijn

- brieven naar het privé-adres van bestuurders en ambtenaren

Veel van uw e-mails vallen onder een of meer van deze categorieën.

Tot nu toe is er intern een communicatie-instructie gegeven, inhoudende dat alle mondelinge en telefonische contacten van u met de gemeente via de bedrijfscontactfunctionaris [a] moeten verlopen.

(…)

In aanvulling hierop hebben wij onze bestuurders en medewerkers opdracht gegeven hun Outlook-inbox voor uw e-mail te blokkeren. Per e-mail kunt u de gemeente in het vervolg derhalve alleen nog bereiken via info@nijefurd.nl.

(…)"

2.8. [eiser] is in december 2008 tijdens een raadsvergadering door de politie uit de raadszaal verwijderd, nadat hij - na herhaalde verzoeken daartoe - had geweigerd te vertrekken. Een en ander heeft geleid tot een strafzaak tegen [eiser], in het kader waarvan hij door deze rechtbank op 13 februari 2009 voorwaardelijk is veroordeeld tot betaling van een geldboete.

2.9. [gedaagde] heeft op 30 januari 2009 bij de politie aangifte gedaan tegen [eiser] en zijn vader [naam vader] vanwege bedreiging. In het van deze aangifte opgemaakte proces-verbaal staat onder meer vermeld:

"Ik wil aangifte doen van verbale bedreiging en/of hinderlijk volgen (stalking) tegen de heer [eiser] en zijn vader. U vraagt mij wat er is gebeurd. Op dinsdag 27 januari 2009, omstreeks 22.15 uur verliet ik na een raadsvergadering het gemeentehuis van Nijefurd, gevestigd Merk 1 te Workum. Zoals bekend ben ik burgemeester van de gemeente Nijefurd. Terwijl ik het gemeentehuis aan de achterzijde verliet en de deur uitliep, kwam ik daar de mij bekende [eiser] en zijn vader tegen. Ik herkende zowel vader als zoon. Ik hoorde dat zij zeiden: "Zo Hansje, dus jij bent de burgemeester. Dat zal wel niet lang meer duren en daar zorgen wij wel voor." Wie wat zei, weet ik niet, want ik liep namelijk door. Ik hoorde echter duidelijk dat het gezegd werd en dat het voor mij bedoeld was. Ik heb dus niet gereageerd op deze uitspraken van beide heren. De wijze waarop het gezegd werd vond ik voor mij als persoon bedreigend en intimiderend.

(…)

Ik wil aangifte tegen hem en zijn vader doen, omdat ik mij in mijn werkzaamheden als burgemeester ernstig voel belemmerd door het optreden van [eiser] en zijn vader. De wijze waarop ik door hen te woord ben gestaan ervaar ik als bedreigend. Ik heb, nadat ik thuis was, enige tijd nog om mijn woning gekeken. Dit geeft aan, hoe ik het een en ander heb ervaren. Ik zie hem en zijn vader, die er dit geval ook bij was, er voor aan om mij thuis lastig te vallen.

(…)"

2.10. Naar aanleiding van de aangifte van [gedaagde] heeft [eiser] de gemeenteraad bij brief van 8 februari 2009 omtrent de gang van zaken op 27 januari 2009 onder meer medegedeeld:

"(…)

Terwijl mijn vader en ik richting de Merk lopen en de heer [gedaagde] ons nog niet gepasseerd is, zeg ik: "een Goedenavond". De heer [gedaagde] reageert hier niet op. Vervolgens vraag ik hem, in het voorbijlopen, of het mogelijk is binnenkort een afspraak met hem te maken. Ook hierop zegt de heer [gedaagde] geen woord. Inmiddels zijn de heer [gedaagde] en mijn vader en ik elkaar gepasseerd. Mijn vader zei vervolgens nog: "En u bent hier burgemeester?" en "U bent in ieder geval niet lang meer burgemeester".

(…)"

2.11. In de Leeuwarder Courant van 29 april 2009 is het volgende artikel gepubliceerd:

[gedaagde] is getreiter burger zat

Workum - Burgemeester [gedaagde] van de gemeente Nijefurd heeft aangifte gedaan van bedreiging. De Workumer sportschoolhouder [eiser] zou hem hebben toegebitst dat hij "niet lang meer burgemeester was". [gedaagde] is het getreiter zat.

Het incident vond eind januari plaats na afloop van een gemeenteraadsvergadering. [gedaagde] liep vanuit het gemeentehuis naar het erachter gelegen parkeerterrein. Plots dook daar de sportschoolhouder uit de bosschages op. Er ontstond een woordenwisseling, waarna de gewraakte zin volgde.

"De maat was vol", aldus [gedaagde]. Al menigmaal moest de burgemeester een intimiderende houding van [eiser] tolereren, zowel in werk- als in huiselijke kring. Ook zijn wethouders hadden al eens met de opdringerige sportschoolhouder te maken gehad.

[eiser] zegt zich van geen kwaad bewust te zijn. "Ik ha dat noait sein. En ik ha him ek noait earder bedrige." Dat heeft hij de gemeenteraad in een brief gemeld. De Workumer ligt al jaren met de gemeente in de clinch over de brandmeldinstallatie in zijn sportcentrum.

In december vorig jaar liet de burgemeester de ondernemer uit de raadszaal verwijderen, nadat hij na herhaalde verzoeken weigerde te vertrekken.

Onlangs haalde hij zich de woede van de Nijefurder PvdA-afdeling op de hals door in haar naam huis-aan-huis valse brieven te bezorgen. Daarin suggereerde hij dat de wethouder zou liegen en de partij niet democratisch handelt.

2.12. Mevrouw [b], de echtgenote van [gedaagde], heeft op of omstreeks 19 augustus 2009 de volgende verklaring afgelegd omtrent het handelen van [eiser]:

"Ik ben ermee bekend dat er een geschil is tussen de gemeente Nijefurd en de heer [eiser]. Ik weet dat mijn man, de burgemeester en derhalve voorzitter van de gemeenteraad van Nijefurd, in die hoedanigheid al meerdere jaren achtereen wordt benaderd door de heer [eiser]. De heer [eiser] heeft ons de afgelopen twee jaar meerdere malen gebeld op het mobiele nummer van mijn man dan wel bij onze privéwoning op de stoep gestaan. Met name in de periode mei - juni 2008 waren er avonden of dagen dat de heer [eiser] meerdere malen achter elkaar opbelde met het verzoek, of beter, de eis, dat hij de burgemeester wenste te spreken. Als ik aangaf dat mijn man niet aanwezig was of niet bereikbaar was dan belde hij binnen enkele minuten weer, wellicht in de veronderstelling dat mijn man dan de telefoon op zou nemen. Regelmatig kwam het ook voor dat de heer [eiser] het gesprek beëindigde met de woorden "dan kom ik er nu aan". Maar hij kwam dan niet. Ook is de heer [eiser] daadwerkelijk bij ons aan de deur geweest. Daarbij is het volgende voorgevallen: De heer [eiser] vraagt: "Is Hans aanwezig?". Op mijn antwoord dat de burgemeester niet thuis is en mijn verzoek aan hem om uitsluitend contact op te nemen met de hem vanuit de gemeente toegekende contactpersoon, liet hij mij weten: "daar heb jij je niet mee te bemoeien". Vervolgens ging hij wel weg, maar binnen twee minuten was hij weer terug. Toen ik weer open deed, vertelde hij dat hij wist dat de burgemeester thuis was en dat hij hem wilde spreken. Ik heb hem gezegd dat dat niet het geval was en heb de voordeur dichtgedaan. Daarna bleef hij langdurig en constant op de bel drukken.

Deze acties van de heer [eiser] zijn zeer onplezierig en ervaar ik als bedreigend en intimiderend."

3. Het standpunt van [eiser]

3.1. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de publicatie in de Leeuwarder Courant waaraan [gedaagde] zijn medewerking heeft verleend - in ieder geval de uitlatingen die daarin namens [gedaagde] zijn opgetekend - een ernstige schending van de eer en goede naam van [eiser] opleveren, hetgeen onrechtmatig is jegens hem. De uitlatingen van [gedaagde] zijn volgens [eiser] onjuist, suggestief en grievend en vinden geen enkele steun in het beschikbare feitenmateriaal. [gedaagde] heeft op lichtvaardige wijze de publiciteit gezocht en [eiser] blootgesteld aan beschuldigingen van strafbare feiten. [eiser] ontkent dat hij [gedaagde] op enig moment zou hebben bedreigd, hetgeen kan worden bevestigd door de vader van [eiser]. Indien [eiser] de gewraakte uitlatingen zou hebben gedaan, dan zijn deze niet als bedreiging in strafrechtelijke zin te beschouwen, aldus [eiser]. [eiser] lijdt ten gevolge van de negatieve uitlatingen van [gedaagde] naar eigen zeggen ernstige reputatie- en bedrijfsschade. Het aantal klanten van zijn sportschool is de laatste tijd teruggelopen, de voorgenomen samenwerking met fysiotherapeut Tigra staat thans op losse schroeven en klanten van de sportschool vragen [eiser] naar de stand van zaken rond het incident met [gedaagde].

3.2. De door [gedaagde] gepleegde inbreuk op de eer en goede naam van [eiser] rechtvaardigt dat [gedaagde] een rectificatie in de Leeuwarder Courant dient te plaatsen, waarin hij de gedane beschuldigingen terugneemt en dat [eiser] prompt genoegdoening verkrijgt in de vorm van betaling van een voorschot op immateriële schadevergoeding ten bedrage van € 5.000,-. Van [eiser] kan niet worden verlangd dat hij daartoe een bodemprocedure dient te starten en de afloop daarvan moet afwachten.

4. Het standpunt van [gedaagde]

4.1. [gedaagde] stelt dat [eiser] hem op 27 januari 2009 heeft aangesproken in zijn hoedanigheid van burgemeester van de gemeente Nijefurd en niet als privé-persoon. Dit blijkt zowel uit de brief van [eiser] van 8 februari 2009 alsook uit de tekst van de gevorderde rectificatie, die moet worden ondertekend door [gedaagde] in zijn functie van burgemeester en derhalve als bestuursorgaan van de gemeente. [gedaagde] heeft ook vanuit zijn functie van burgemeester op de bedreiging gereageerd. In een civielrechtelijke procedure kan een orgaan van een (publiekrechtelijke) rechtspersoon geen partij zijn, maar slechts de rechtspersoon zelf (in dit geval: de gemeente Nijefurd). Om die reden dient [eiser] niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vorderingen, aldus [gedaagde].

4.2. [gedaagde] betwist voorts het spoedeisend belang bij de vorderingen van [eiser]. Pas zeven weken na de publicatie van het gewraakte artikel in de Leeuwarder Courant heeft [eiser] bij monde van zijn raadsman om rectificatie en een voorschot op schadevergoeding gevraagd. Nadien heeft [eiser] ook geen haast gehad met het entameren van het onderhavige kort geding. [eiser] heeft volgens [gedaagde] daarom geen enkel belang bij een spoedige rectificatie. In dat verband wijst [gedaagde] er ook op dat [eiser] op geen enkele wijze heeft aangetoond dat hij bedrijfs-/omzetschade heeft geleden door de uitlatingen van [gedaagde].

4.3. Van onrechtmatig handelen is naar de mening van [gedaagde] geen sprake.

Zijn uitlatingen in het gewraakte artikel in de Leeuwarder Courant vinden voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. [eiser] heeft erkend dat op 27 januari 2009 tegen [gedaagde] is gezegd dat "hij niet lang meer burgemeester zou zijn", met dien verstande dat deze uitlating door zijn vader zou zijn gedaan. [gedaagde] heeft in zijn aangifte in het midden gelaten of vader of zoon [eiser] hem heeft bedreigd. Dat in het gewraakte artikel [eiser] wordt genoemd als degene die de uitlating deed, kan niet aan [gedaagde] worden toegerekend. Hij heeft dat niet tegen de desbetreffende journalist van de Leeuwarder Courant gezegd, wordt in het artikel op dat punt ook niet geciteerd en de aangifte waarop de Leeuwarder Courant zich baseert, is te dien aanzien helder. Voorts is volgens [gedaagde] van belang dat de verhouding tussen [eiser] en de gemeente al jarenlang in ernstige mate verstoord is, als gevolg van de wijze waarop [eiser] bestuurders en ambtenaren meent te moeten bejegenen, zowel in de werk- als de privésfeer. Op grond daarvan mag worden geconcludeerd dat het gedrag van [eiser] als bedreigend en intimiderend valt aan te merken door betrokkenen.

5. De beoordeling

5.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het door [gedaagde] opgeworpen ontvankelijkheidsverweer doel treft, waartoe het volgende wordt overwogen.

5.1.1. Er is sprake van een langdurig geschil tussen [eiser] en de gemeente met betrekking tot de brandmeldinstallatie in de sportschool van [eiser], waarbij [gedaagde] in zijn hoedanigheid van burgemeester betrokken is. Voldoende aannemelijk geworden is dat [gedaagde] op 27 januari 2009 in deze hoedanigheid door [eiser] is aangesproken. [eiser] wenste toen een gesprek met [gedaagde] in zijn functie van burgemeester in verband met vorenbedoeld geschil. Dit blijkt zowel uit het proces-verbaal van aangifte als uit de brief van [eiser] aan de gemeenteraad van 8 februari 2009.

Uit de vorderingen van [eiser] blijkt dat deze ook zijn gericht tegen [gedaagde] in diens hoedanigheid van burgemeester, nu de geëiste rectificatie dient te worden ondertekend met "[gedaagde], Burgemeester van Nijefurd". Met het voorgaande staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter vast dat [eiser] [gedaagde] in zijn hoedanigheid van burgemeester heeft gedagvaard en daarmee als bestuursorgaan van de gemeente Nijefurd. Volgens vaste jurisprudentie (zie reeds HR 25 november 1983, AB 1984, 254) komt de bevoegdheid om in een burgerlijk geding als procespartij op te treden in beginsel slechts toe aan natuurlijke personen en privaat- en publiekrechtelijke rechtspersonen en derhalve niet aan bestuursorganen als de burgemeester. Op dit uitgangspunt zijn uitzonderingen denkbaar. In het onderhavige geval bestaat evenwel geen aanleiding een dergelijke uitzondering aan te nemen, gelet op de inhoud van de vorderingen (dwangsom, schadevergoeding). Als gevolg daarvan zou onzeker kunnen zijn jegens wie de uitspraak zou kunnen worden geëxecuteerd. [eiser] had in dit geval dan ook de gemeente Nijefurd moeten dagvaarden.

5.1.2. [eiser] zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vorderingen jegens [gedaagde].

5.2. Desondanks acht de voorzieningenrechter termen aanwezig om nog enkele overwegingen te wijden aan de overige geschilpunten.

5.2.1. Indien wél de juiste partij door [eiser] zou zijn gedagvaard - daargelaten of in dat geval geoordeeld had kunnen worden of hij voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen gezien het tijdsverloop tussen de publicatie van het gewraakte artikel en dit kort geding - dan zou de voorzieningenrechter de vorderingen van [eiser] op inhoudelijke gronden hebben afgewezen.

5.2.2. Vooropgesteld wordt dat de in de aangifte van [gedaagde] opgetekende uitlating "dat hij niet lang meer burgemeester zou zijn" door hem als bedreigend kon worden ervaren, gelet op de voorgeschiedenis van het conflict en de setting waarin een en ander is gebeurd. De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat, zoals door [eiser] is betoogd, deze bewoordingen betrekking hadden op de gemeentelijke herindeling waar de gemeente Nijefurd bij betrokken is en de gevolgen daarvan voor de functie van [gedaagde], en als dat al zo bedoeld zou zijn, dit voor [gedaagde] in de gegeven omstandigheden voldoende duidelijk was of kon zijn. Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat, gelet op de stellige betwisting van de zijde van [gedaagde], niet is komen vast te staan dat [gedaagde] alle uitlatingen omtrent de bedreiging heeft gedaan die de Leeuwarder Courant hem toedicht in het gewraakte artikel. Volgens [gedaagde] heeft hij slechts aan deze krant medegedeeld dat hij bedreigd was en dat voor hem daarmee de maat vol was, maar niet dat het [eiser] was die de bedreiging heeft geuit. Deze verklaring van [gedaagde] sluit aan bij het proces-verbaal van aangifte, waarin hij heeft laten optekenen dat hij niet heeft geconstateerd wie van de heren [eiser] de bedreiging heeft geuit. Daarmee is in dit kort geding, waarin geen ruimte is voor nadere bewijslevering door middel van het horen van getuigen, niet aannemelijk geworden dat [gedaagde] (in weerwil van de inhoud van de aangifte) tegenover de Leeuwarder Courant [eiser] heeft genoemd als degene die hem heeft bedreigd. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verklaring van [gedaagde] dat hij in werk- en huiselijke kring al menigmaal door [eiser] was lastig gevallen, voldoende steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal. Daaruit blijkt dat [eiser], anders dan in zijn eigen beleving, zich menigmaal op een storende wijze heeft gewend tot de leden van het college van B&W van de gemeente Nijefurd, zowel via de e-mail, de telefoon als via het persoonlijk aanspreken van deze leden. [eiser] heeft zelfs niet geschroomd om meermalen bij de familie [gedaagde] thuis langs te gaan om een gesprek met [gedaagde] te eisen in verband met het geschil met de gemeente. Dat de echtgenote van [gedaagde] deze handelwijze van [eiser] als bedreigend en intimiderend heeft ervaren, valt alleszins te begrijpen.

5.2.3 Tegen de achtergrond van al het vorenstaande is naar het oordeel van de voorzieningenrechter van enig onrechtmatig handelen van [gedaagde] jegens [eiser] geen sprake.

5.3. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] als volgt vastgesteld:

- vast recht € 262,00

- salaris van de advocaat € 816,00

------------

totaal € 1.078,00

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen jegens [gedaagde];

6.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 1.078,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Postma op 2 september 2009.?

fn 343