Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ5283

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-07-2009
Datum publicatie
13-08-2009
Zaaknummer
91942 / HA ZA 08-809
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2012:BV3437, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kredietovereenkomst aangegaan door 18-jarige. Misbruik van omstandigheden. Zorgplicht van de kredietverstrekker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 91942 / HA ZA 08-809

Vonnis van 29 juli 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IDM FINANCIERINGEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat: mr. J.B. Dijkema, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procederende met toevoeging,

advocaat: mr. R.G.S. Pennino, kantoorhoudende te Amsterdam.

Partijen zullen hierna "IDM" en "[gedaagde]" genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- het proces-verbaal van comparitie van 16 maart 2009 en de ter gelegenheid daarvan door partijen overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

In deze procedure zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1. Op of omstreeks 17 april 2003 is - door bemiddeling van AFAB Geldservice - een overeenkomst doorlopend krediet gesloten tussen IDM als kredietgever en [gedaagde] en haar toenmalige partner [x] (hierna te noemen: [x]) als kredietnemers, waarbij krediet is verleend tot een maximumbedrag van € 68.000,-. Een medewerker van AFAB Geldservice is in het kader van de aanvraag van het krediet bij [gedaagde] en [x] thuis langs geweest.

2.2. Op het aanvraagformulier voor het krediet staat als netto salaris van [x] een bedrag van € 2.300,- per maand vermeld uit hoofde van een vast dienstverband, en als netto salaris van [gedaagde] een bedrag van € 1.273,- per maand, dat laatste uit hoofde van een vast dienstverband met Adrem Uitgeverij. [gedaagde] en [x] hebben ten behoeve van de kredietaanvraag aan IDM kopieën van dagschriften van hun bankrekening van eind maart 2003 verschaft, waaruit blijkt dat zij die maand salaris hebben ontvangen van hun werkgevers. Ook heeft [gedaagde] een salarisstrook over maart 2003 aan IDM ter beschikking gesteld, waaruit een nettosalaris volgt dat gelijk is aan het op de bankrekening betaalde bedrag.

2.3. [gedaagde] was ten tijde van het aangaan van de kredietovereenkomst 18 jaar oud. [x] was toen 34 jaar oud.

2.4. [gedaagde] en [x] zijn krachtens de overeenkomst over het opgenomen krediet maandelijks een kredietvergoeding verschuldigd van 0,770%, welk percentage door IDM gewijzigd kan worden. [gedaagde] en [x] dienen voorts gedurende de eerste vijf jaren over het opgenomen krediet maandelijks tenminste de verschuldigde kredietvergoeding aan IDM te betalen, voor de eerste maal op 31 mei 2003 en zo vervolgens op de laatste dag van iedere maand.

2.5. Op de kredietovereenkomst zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden van IDM Bank d.d. 1 december 2001. Op grond van artikel 3.1. van deze voorwaarden zijn [gedaagde] en [x] hoofdelijk verbonden voor de gehele schuld aan IDM. Verder bepaalt artikel 6 aanhef en onder a van de voorwaarden dat IDM gerechtigd is om betaling ineens van het krachtens de overeenkomst verschuldigde te eisen, indien cliënt meer dan twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijnbedrag en na in gebreke te zijn gesteld nalatig blijft in de nakoming van zijn betalingsverplichting.

2.6. [gedaagde] en [x] zijn met de betaling van (een) betalingstermijn(en) gedurende meer dan twee maanden achterstallig gebleven, ondanks herhaalde aanmaningen terzake. Per 17 september 2008 bedraagt de schuld van [gedaagde] en [x] aan IDM

€ 84.529,79.

2.7. Ten aanzien van [x] is de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing.

3. Het geschil

3.1. IDM vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 86.657,51, te vermeerderen met de overeengekomen rente vanaf 18 september 2008 tot de dag der algehele voldoening over een bedrag van € 84.529,79, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering van IDM, met veroordeling van IDM - uitvoerbaar bij voorraad - in de proceskosten.

4. De standpunten van partijen

4.1. IDM stelt dat [gedaagde], gezien de overeengekomen hoofdelijke aansprakelijkheid,

gehouden is tot betaling van de totale (opeisbare) schuld aan IDM. Voorts vordert IDM betaling van buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 2.127,72.

4.2. [gedaagde] beroept zich in de eerste plaats op vernietigbaarheid van de kredietovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden. Er is volgens [gedaagde] sprake van onervarenheid, waardoor zij werd bewogen tot het sluiten van een kredietovereenkomst, die zij anders niet had gesloten. Ten tijde van het ondertekenen van de kredietovereenkomst was zij pas 18 jaar oud, terwijl [x] - ten behoeve van wie het krediet zou worden gebruikt - bijna twee keer zo oud was. IDM had volgens [gedaagde] moeten weten dat [gedaagde], hoewel meerderjarig, onvoldoende begreep welke gevolgen het ondertekenen van de kredietovereenkomst voor haar had. IDM heeft haar niet adequaat ingelicht over de risico's en de gevolgen van het aangaan van de kredietovereenkomst. Omdat [x] tijdens de besprekingen over de aanvraag van het krediet continu het woord voerde, had IDM een verzwaarde onderzoeksplicht ten aanzien van de bedoelingen en de kennis van zaken van [gedaagde], alsmede haar cognitieve vermogen dienaangaande. Ook gezien de inkomenssituatie van [gedaagde] had IDM haar tegen zichzelf moeten beschermen.

4.3. In de tweede plaats stelt [gedaagde] dat IDM de op haar als kredietverstrekker rustende zorgplicht niet is nagekomen en mitsdien onrechtmatig jegens [gedaagde] heeft gehandeld. IDM had [gedaagde] immers niet alleen op een adequate wijze moeten informeren over de risico's van het mede ondertekenen van de kredietovereenkomst, maar had ook ten minste een zogenaamd risicoprofiel moeten maken. In dat geval had IDM door middel van toetsing van de kredietwaardigheid van [gedaagde] eenvoudig kunnen concluderen dat zij niet kredietwaardig was. Ten tijde van het aangaan van de kredietovereenkomst was [gedaagde] (slechts) als oproepkracht werkzaam bij McDonald's, met een gemiddeld inkomen van € 400,- per maand.

5. De beoordeling van het geschil

5.1. Niet in geschil is dat de schuld uit hoofde van de kredietovereenkomst ineens opeisbaar is geworden, doordat [gedaagde] en [x] in gebreke zijn gebleven met de nakoming van hun betalingsverplichtingen jegens IDM. In beginsel dient [gedaagde] - als hoofdelijk aansprakelijke kredietnemer - dan ook de vordering van IDM integraal te voldoen, tenzij één van haar verweren (al dan niet gedeeltelijk) doel zou treffen.

5.2. Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of behoort te weten dat een ander door bijzondere omstandigheden bewogen wordt tot een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden. Tegen die achtergrond dient te worden beoordeeld of er bij het sluiten van de kredietovereenkomst sprake is geweest van onervarenheid aan de zijde van [gedaagde], waardoor zij werd bewogen tot het sluiten van een overeenkomst die zij anders niet zou hebben gesloten, en of deze onervarenheid voor IDM kenbaar was. Naar het oordeel van de rechtbank faalt het door [gedaagde] gedane beroep op onervarenheid. In het onderhavige geval is sprake van een reguliere kredietovereenkomst, voor het aangaan waarvan geen bijzondere ervaring vereist is. In de kredietovereenkomst en de bijbehorende algemene voorwaarden staan de contractuele verplichtingen van [gedaagde] en [x] - zoals de hoofdelijke verbondenheid jegens IDM voor de gehele schuld - voldoende duidelijk omschreven, zodanig dat [gedaagde] - ook als (destijds) achttienjarige - in staat moest worden geacht om te beoordelen of zij deze contractuele verplichtingen op zich wilde nemen. In het algemeen is het ook niet ongebruikelijk dat jong volwassenen geld lenen, bijvoorbeeld ten behoeve van een studie. Van een verzwaarde onderzoeksplicht voor IDM was onder deze omstandigheden geen sprake, ook niet wanneer het [x] was die bij de bespreking omtrent de aanvraag van het krediet het woord voerde. De rechtbank is bovendien van oordeel dat niet gebleken is dat de gestelde onervarenheid van [gedaagde] bij IDM kenbaar was. Het beroep op vernietigbaarheid van de kredietovereenkomst wegens misbruik van omstandigheden zal dan ook worden afgewezen.

5.3. De rechtbank overweegt voorts dat op een kredietverlenende instelling als IDM een zorgplicht rust om niet-professionele klanten voorafgaand aan het sluiten van een kredietovereenkomst behoorlijk te informeren over de risico's van het aangeboden product. Deze zorgplicht strekt tot bescherming van de (potentiële) klant tegen eigen lichtvaardigheid of ondeskundigheid en vloeit voort uit hetgeen de eisen van redelijkheid en billijkheid, gelet op de aard van de verhouding tussen financiële instellingen en haar particuliere cliënten, meebrengen. De omvang van de zorgplicht van een financiële instelling hangt af van de door haar verleende dienst. Bij het verlenen van een krediet zal in ieder geval de kredietwaardigheid van de (potentiële) cliënt voldoende moeten worden getoetst door de kredietgever. Genoegzaam is komen vast te staan dat [gedaagde] voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst salaris- en bankrekeningbescheiden aan IDM ter beschikking heeft gesteld, waaruit bleek dat zij op dat moment een inkomen uit (vaste) dienstbetrekking bij Adrem Uitgeversgroep genoot. Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] de door haar ter comparitie in het geding gebrachte (afwijkende) jaaropgave ook aan IDM heeft verstrekt. Daarnaast genoot ook [x] destijds inkomsten uit hoofde van een vaste dienstbetrekking. Gelet op de uit voormelde bescheiden blijkende inkomsten van beide partners mochten [gedaagde] en [x] naar het oordeel van de rechtbank door IDM als voldoende kredietwaardig worden beschouwd. Verder is er sprake van een reguliere kredietovereenkomst, waarin de verplichtingen van [gedaagde] en [x] voldoende duidelijk staan omschreven. [gedaagde] mag dan ook geacht worden de aan die overeenkomst verbonden risico's voldoende te hebben begrepen. Het door [gedaagde] gedane beroep op schending van de zorgplicht van IDM zal worden verworpen.

5.4. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de door IDM gevorderde hoofdsom toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente.

5.5. IDM heeft een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso)kosten gevorderd.

De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Gelet op het door IDM overgelegde overzicht van werkzaamheden van haar incassogemachtigde is naar het oordeel van de rechtbank aan deze maatstaf voldaan. De buitengerechtelijke incassokosten zijn dus toewijsbaar.

5.6. [gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van IDM als volgt vastgesteld:

- dagvaardingskosten € 85,44

- vast recht € 1.905,00

- salaris van de advocaat € 1.768,00 (2 punten x € 894,00, tarief IV)

-------------

totaal € 3.758,44

6. De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan IDM van een bedrag van € 86.657,51, te vermeerderen met de overeengekomen rente over een bedrag van € 84.529,79 vanaf 18 september 2008 tot aan de dag de algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van IDM vastgesteld op een bedrag van € 3.758,44;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.E. Geerlings en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2009.?

fn 343