Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ2522

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
14-07-2009
Datum publicatie
14-07-2009
Zaaknummer
17/880120-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot diefstal uit schoolgebouw in Oppenhuizen, ondeugdelijke videoconfrontatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880120-09

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 14 juli 2009 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

(naam verdachte),

geboren te (geboorteplaats en datum),

wonende te (adres verdachte)

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 30 juni 2009.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N. Hendriksen, advocaat te Amsterdam.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- vrijspraak van het onder 8. telastegelegde;

- veroordeling voor het onder 1., 2., 3., 4., 5., 6., 7., 9., 10. en 11. telastegelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij (naam basisschool) tot een bedrag van

€2901,25;

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van €2901,25;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij (naam basisschool) tot een bedrag van

€250,54;

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van €250,54;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij (naam basisschool) tot een bedrag van

€1520,82;

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van €1520,82;

Partiële vrijspraak

De verdachte moet van het onder 1., 2., 3., 5., 6., 7., 8., 9., 10. en 11. telastegelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank onvoldoende wettig bewijs aanwezig acht om te komen tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hiervoor genoemde telastegelegde misdrijven.

Met betrekking tot het onder 3. telastegelegde feit overweegt de rechtbank als volgt.

Aangever, (naam aangever), die directeur is van de lagere school (naam basisschool) te Bolsward en (naam getuige), de conciërge, zijn gehoord als getuigen. Zij hebben een manspersoon gezien in het schoolgebouw en vervolgens hebben zij op het politiebureau videobeelden bekeken, die gemaakt zijn op de basisschool te Oppenhuizen. De getuigen gaven aan dat zij de manspersoon op de beelden herkenden als degene die zij in hun schoolgebouw hebben gezien. Deze herkenning betekent niet dat de herkende persoon verdachte (naam verdachte) is.

Nu de politie slechts één persoon aan de getuigen heeft getoond met de vraag of zij deze persoon herkenden en deze vraag is gesteld in het kader van het opsporingsonderzoek naar een inbraak in genoemde school, met welk onderzoek deze politieambtenaren waren belast, kan het resultaat van deze confrontatie niet worden gebruikt als bewijs van het strafbaar feit. De betrokken persoon werd immers al verdacht van een inbraak in een ander object en de getuigen konden niet uit meerdere afbeeldingen kiezen. In een dergelijk geval bestaat een groot risico dat - zelfs onbewust - aan de getuigen wordt gesuggereerd dat de getoonde persoon verdacht wordt van het strafbaar feit waarover de getuigen worden bevraagd. Omdat ook geen ander bewijs voorhanden is, zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken.

Bewijsoverweging

Met betrekking tot het onder 4. telastegelegde feit overweegt de rechtbank als volgt.

De videobeelden die onderdeel uitmaken van het procesdossier, ondersteunen de aangifte van de directrice van de basisschool (naam basissschool) te Oppenhuizen. De rechtbank heeft kennis genomen van deze videobeelden en heeft geconstateerd, na de verdachte te hebben gezien ter terechtzitting, dat de persoon op de videobeelden verdachte (naam verdachte) is. De rechtbank is van oordeel dat de moedervlek op de linkerwang van verdachte, die zij heeft waargenomen ter terechtzitting en daarnaast heeft gezien op de stilstaande videobeelden in het dossier, een bijzonder lichamelijk kenmerk is van verdachte. Voorts vindt de rechtbank ondersteuning in de uiterlijke kenmerken van verdachte die gelijkenis tonen, zoals de gezichtskenmerken, haardracht en de gestalte. Daarnaast draagt verdachte zijn ringen op de videobeelden op dezelfde wijze als op de foto's in het dossier. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat het onder 4. telastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 4. telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

4.

hij op 19 december 2008 te Oppenhuizen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand (basisschool), gelegen aan of bij de (naam straat), weg te nemen geld en goederen van zijn, verdachtes, gading, toebehorende aan basisschool (naam basisschool), opzettelijk die school is binnengegaan en vervolgens een kantoor van die school is binnengegaan en vervolgens een sleutelbos van een bureau heeft weggenomen en een of meer losse sleutels uit een bakje heeft weggenomen en vervolgens genoemde sleutels in zijn, verdachtes, jaszak heeft gestopt en vervolgens meermalen het kantoor in en uit is gelopen en vervolgens een of meer bureauladen in dat kantoor heeft geopend en vervolgens zijn, verdachtes, handen in een of meer, in dat kantoor aanwezige, jassen heeft gestopt en vervolgens meermalen de rits van een, in dat kantoor aanwezige, tas heeft geopend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op misdrijf:

4. Poging tot diefstal.

Strafbaarheid verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren

komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging goederen van zijn gading te stelen uit een schoolgebouw. Hij heeft daarmee het eigendomsrecht van de rechthebbenden geschonden en de betrokkenen ergernis en overlast bezorgd. Voor de op te leggen straf hanteert de rechtbank een landelijk oriëntatiepunt dat een gevangenisstraf van 5 weken adviseert. Strafverzwarend werkt dat het feit is gepleegd onder bedenkelijke omstandigheden: verdachte is op klaarlichte dag de school binnengeslopen en heeft op brutale wijze met behulp van daar gevonden sleutels geprobeerd zijn slag te slaan. Strafverzwarend werkt bovendien dat verdachte de laatste vijf jaren herhaaldelijk voor vermogensdelicten is veroordeeld, maar zich blijkbaar van die straffen niets heeft aangetrokken. Strafverminderende omstandigheden zijn er niet. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een hogere straf op haar plaats dan het oriëntatiepunt adviseert. Deze is aanzienlijk lager dan de gevorderde straf, omdat de rechtbank verdachte van de overige telastegelegde feiten vrijspreekt.

Benadeelde partij

Cbs. (naam basisschool) heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/880120-09 onder 5. telastegelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat nu verdachte van het strafbare feit dat de gestelde schade teweeg heeft gebracht, te weten een bedrag van €2901,25 is vrijgesproken, de benadeelde partij niet ontvankelijk is in haar vordering.

Benadeelde partij

De (naam basisschool) heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/880120-09 onder 9. telastegelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat nu verdachte van het strafbare feit dat de gestelde schade teweeg heeft gebracht, te weten een bedrag van €250,54 is vrijgesproken, de benadeelde partij niet ontvankelijk is in haar vordering.

Benadeelde partij

Cbs (naam basisschool) heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte in de zaak met parketnummer 17/880120-09 onder 10. telastegelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat nu verdachte van het strafbare feit dat de gestelde schade teweeg heeft gebracht, te weten een bedrag van €1520,82 is vrijgesproken, de benadeelde partij niet ontvankelijk is in haar vordering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1., 2., 3., 5., 6., 7., 8., 9., 10. en 11. is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 4. telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 15 weken.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Bepaalt dat de benadeelde partij Cbs (naam basisschool) niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Bepaalt dat de benadeelde partij (naam basisschool) niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Bepaalt dat de benadeelde partij Cbs (naam basisschool) niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. Y. Huizing en mr. A.F. Germs-de Goede, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juli 2009.