Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI9925

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
25-06-2009
Zaaknummer
86771 / HA ZA 08-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0019, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering ex artikel 843 Rv. Inzage in boekhouding. Toepasselijkheid concurrentiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0486
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 86771 / HA ZA 08-11

Vonnis van 24 juni 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UNIS ONDERHOUD B.V.,

gevestigd te Leek,

eiseres,

advocaat: mr. E.W. Kingma, kantoorhoudende te Heerenveen,

tegen

1. [x],

wonende te Leeuwarden,

2. de vennootschap onder firma

[naam],

gevestigd te Marum,

3. [y],

wonende te Marum,

4. de besloten vennootschap

[naam],

gevestigd te Marum,

gedaagden,

advocaat: mr. P. Stehouwer, kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna Unis en [x] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek, tevens akteverzoek uitvoerbaarheid bij voorraad,

- de ‘akte uitlating’ zijdens Unis d.d. 24 september 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In deze zaak kunnen de volgende feiten als vaststaand worden aangenomen:

- Unis houdt zich bezig met installatie, reparatie en dienstverlening op het gebied van industriële, computer- en scheepselektronica.

- [y], die blijkens overgelegde uittreksels uit het Handelsregister werd geboren op 5 november 1970, is op 15 juni 1992 bij Unis in dienst getreden in de functie van Service Engineer.

- Het bij indiensttreding in artikel 11 van de schriftelijke arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding houdt (voor zover hier van belang) het volgende in: “Het zal werknemer niet zijn toegestaan om binnen 12 maanden na beëindiging van zijn dienstbetrekking bij de werkgever rechtstreeks of middellijk zaken te doen met relaties van werkgever, haar moedermaatschappij of zustermaatschappijen, noch voor eigen rekening noch voor rekening van derden noch in enige andere hoedanigheid. Werknemer verbeurt aan werkgever een direct opeisbare boete ter grootte van de in strijd met het concurrentiebeding gemaakte omzet.”

- Op de door Unis aan [y] verstrekte salarisafrekening over december 2005 staat onder meer vermeld: “Functie : Hoofd techn. Dienst”.

- Een brief van de advocaat van Unis aan [y] d.d. 21 december bevat, voor zover hier relevant, de volgende passage: “In 2005 hebt u in dienst van cliënte als hoofd van de technische dienst reparaties laten verrichten….”.

- [voornaam] [x], blijkens overgelegde uittreksels uit het Handelsregister geboren op 27 april 1977, is op 27 augustus 2001 in dienst getreden van Unis in de functie van Verkoopmedewerker.

- Het bij zijn indiensttreding in artikel 11 van de schriftelijke arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding houdt (voor zover hier van belang) het volgende in: “De werknemer zal zonder schriftelijke toestemming van werkgever na het einde van de arbeidsovereenkomst gedurende een tijdvak van vijf jaar, niet in enigerlei vorm een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van werkgever vestigen, drijven of mede drijven of doen drijven, hetzij direct hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak belang hebben, daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam zijn, al dan niet in dienstbetrekking hetzij tegen een vergoeding hetzij om niet, of daarin aandeel hebben binnen een straal van 10 km waar werkgever gevestigd is, zulks op verbeurte van een direct opeisbare boete van f 5000,- per gebeurtenis en tevens f 500,- per iedere dag dat hij in overtreding is, te betalen aan werkgever onverminderd het recht van werkgever om volledige schadevergoeding te vragen.”

- Zowel [y] als [x] hebben hun arbeidsovereenkomst met Unis opgezegd tegen 1 januari 2006. Op die datum hebben zij de vennootschap onder firma [naam] opgericht, gevestigd te Marum. Het Handelsregister vermeldt als bedrijfsomschrijving: “Groothandel in, alsmede reparatie van industriële elektronica”.

- Bij vonnis van 2 juni 2006 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank te Groningen een door Unis tegen [y] en [x] ingestelde vordering afgewezen. De vordering strekte tot een verbod aan [y] en [x] om werkzaamheden te verrichten voor klanten van Unis en tot overlegging van een lijst met klanten van Unis, voor wie zij werkzaam zijn of zijn geweest. De voorzieningenrechter oordeelde (zakelijk weergegeven) dat Unis geen wanprestatie, noch onrechtmatig handelen van [y] en [x] jegens haar had aangetoond.

- Op verzoek van Unis heeft de rechtbank in Leeuwarden een voorlopig getuigenverhoor toegestaan. De rechtbank heeft vier getuigen gehoord, onder wie [y] en [x].

- In juni 2006 hebben [y] en [x] wijzigingen aangebracht in de structuur van de door hen opgerichte vennootschappen. Met ingang van 1 januari 2006 waren zij beiden vennoot in de v.o.f. [naam]. Deze vennootschap is feitelijk voortgezet onder de naam ‘[y] Electronics v.o.f.’. Vennoten hierin zijn de besloten vennootschap [naam]. en [y] zelf. [naam]. kent als enig aandeelhouder en bestuurder G. [x] Holding B.V.. [x] heeft met ingang van 1 januari ook een eenmanszaak ingeschreven met de naam ‘[naam]’. Het Handelsregister vermeldt als bedrijfsomschrijving van genoemde vennootschappen (met uitzondering van de holding), dat een groothandel wordt geëxploiteerd in industriële electronica en dat industriële electronica gerepareerd wordt.

3. De vordering

3.1. Unis vordert veroordeling van gedaagden om binnen zeven dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis inzage dan wel afschrift te verschaffen op een wijze zoals door de rechter bepaald in de financiële en administratieve boekhouding van [naam] v.o.f., haar vennoten [y] en de besloten vennootschap [naam]. en [voornaam] [x], handelend over de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2007 (meer specifiek in de gegevens zoals benoemd in punt 2.8 van de dagvaarding dan wel in een door de rechter gekozen selectie daarvan), zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat gedaagden in gebreke blijven aan dit vonnis te voldoen, met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

3.2. De vordering is gebaseerd op artikel 843a lid 1 Rv., dat bepaalt dat wie daarbij een rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.

3.3. Unis stelt dat zij een rechtmatig belang heeft zoals in voormelde bepaling bedoeld, en zij heeft daartoe, in aanvulling op de hiervoor onder 2.1. als vaststaand aangenomen feiten, het volgende gesteld. [y] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit zijn arbeidsovereenkomst met Unis, omdat hij in strijd met artikel 11 van de arbeidsovereenkomst binnen een periode van twaalf maanden na beëindiging van zijn dienstbetrekking zaken heeft gedaan met relaties van Unis, met name Mezservis, Asserti Electronic, RMS, De Vos-Van den Hove, Elec Armor (onderdeel van Group ETN) en Sibelko Portuguesa. Subsidiair stelt Unis zich op het standpunt dat [y] onrechtmatig handelde door zaken te doen met klanten van Unis. [x] handelde onrechtmatig jegens Unis door te profiteren van de overtreding van het relatiebeding door [y], dan wel door te profiteren van het onrechtmatig handelen van [y] door werkzaamheden te verrichten voor klanten van Unis. Meer subsidiair stelt Unis dat [x] onrechtmatig jegens Unis handelt doordat hij stelselmatig en structureel relaties van Unis benadert, dan wel heeft benaderd.

3.4. Unis stelt voorts dat zij recht en belang heeft om te kunnen vaststellen met welke klanten van Unis [y] en [x] zaken hebben gedaan, en welke omzet zij aldus in strijd met het concurrentiebeding van [y] en/of onrechtmatig hebben behaald, teneinde de hoogte van de daardoor door Unis geleden schade te kunnen vaststellen. De enige mogelijkheid die Unis daartoe heeft is een procedure op grond van artikel 843a Rv., om aldus inzage te kunnen krijgen in de financiële en administratieve boekhouding van [y], [x] en hun vennootschappen. Unis noemt in dit verband facturen, overzichten van debiteuren en crediteuren en bankafschriften, cliëntenbestanden, orderbevestigingen (zowel voor verkoop als voor reparaties), reparatie- en koopovereenkomsten, en correspondentie met opdrachtgevers en leveranciers waaruit kan worden afgeleid met wie [naam] v.o.f. en de eenmanszaak [naam] over de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2007 zaken hebben gedaan.

3.5. [x] c.s. bestrijden de vordering op grond, dat Unis geen rechtmatig belang heeft, en dat de door Unis gestelde rechtsbetrekking tussen partijen zich niet voordoet, aangezien het door Unis gestelde concurrentiebeding tussen haar en [y] niet rechtsgeldig is. Evenmin is, anders dan Unis heeft gesteld, sprake van het stelselmatig en daarom onrechtmatig benaderen van klanten van Unis door [y] en [x]. De vordering is voorts onvoldoende bepaald, nu Unis in de eis niet of onvoldoende de ‘bepaalde bescheiden’ heeft aangeduid waarvan zij inzage of afschrift vordert, zodat de vordering moet worden gekwalificeerd als een ‘fishing expedition’. En tenslotte stellen [x] c.s. op grond van artikel 843a lid 4 Rv., dat zij op grond van gewichtige redenen niet gehouden zijn om aan het gevorderde te voldoen, omdat toewijzing van de vordering er toe zal leiden dat hun concurrent Unis daardoor kennis zal kunnen nemen van vertrouwelijke bedrijfsgegevens van [x] c.s..

4. De beoordeling

4.1. Alle verweren treffen doel. De rechtbank zal deze achtereenvolgens behandelen. In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat het concurrentiebeding tussen Unis en [y] geen rechtskracht meer heeft. [y] trad in 1992 op 21-jarige leeftijd als Service Engineer in dienst van Unis. Toen hij bij die gelegenheid het concurrentiebeding ondertekende was hij dus nog onervaren, en kreeg hij als service engineer, belast met het aanleggen van (computer-)netwerken, een betrekkelijk eenvoudige functie. Echter, na (in de woorden van Unis zelf) “afdelingsoudste”, de meest ervaren medewerker en vraagbaak van de afdeling te zijn geworden, werd [y] vervolgens blijkens de hiervoor sub 2.1 geciteerde salarisafrekening en een brief van de advocaat van Unis, in 2005 (of al eerder) Hoofd van de Technische Dienst van Unis. Dat, zoals Unis heeft gesteld, zich sedert 1992 geen wijziging in de arbeidsvoorwaarden van [y] zou hebben voorgedaan acht de rechtbank ongeloofwaardig.

4.2. Unis is (zoals onbetwist is gesteld) sedert 1992 sterk gegroeid. Het bedrijf werkt voor industriële opdrachtgevers en heeft meer dan 3000 klanten, waarvan kennelijk een aanmerkelijk deel is gevestigd in Europese landen als Frankrijk, Portugal en Tsjechië. De functie van Hoofd Technische Dienst van zo’n fors en mede op een internationale markt georiënteerd bedrijf is te beschouwen als aanzienlijk zwaarder (gelet op de uit zo’n functie voortvloeiende eisen van ervaring en verantwoordelijkheid, en met name ook van kennis van, en contacten met, de klanten) dan de functie van service engineer, die [y] bij zijn indiensttreding in 1992 verwierf. Daarom was bij de promotie tot Hoofd technische Dienst feitelijk sprake van een zodanige functieverzwaring, dat het bij de indiensttreding in 1992 ondertekende van het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk had moeten worden aangegaan op grond, dat het concurrentiebeding door de ingrijpende wijziging van de functie zijn geldigheid had verloren. Nu het beding echter niet opnieuw schriftelijk is aangegaan, heeft het in 1992 door [y] ondertekende beding zijn rechtskracht verloren. En ook het gestelde concurrentiebeding tussen Unis en [voornaam] [x] mist in deze zaak toepassing omdat, zoals Unis zelf heeft gesteld, [x] geen zaak drijft of doet drijven binnen de in het concurrentiebeding gestelde straal van 10 km van de plaats van vestiging van werkgever.

4.3. Vervolgens is de vraag aan de orde of, zoals Unis heeft gesteld, één of meer gedaagden stelselmatig en structureel, en daarom onrechtmatig, klanten of relaties van Unis hebben benaderd dan wel daarvan hebben geprofiteerd. Dat dit het geval is valt niet af te leiden uit de door Unis gestelde feiten. Volgens Unis zelf hebben [x] c.s. in de gestelde periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2007 zaken gedaan met zes klanten (hiervoor opgesomd onder 3.3). Uit de afgelegde verklaringen in het gehouden voorlopig getuigenverhoor blijkt niet van een groter aantal. Een deel van de gestelde onrechtmatige contacten met deze klanten zijn vervolgens door [x] c.s. gemotiveerd en gedocumenteerd betwist, zoals in de overgelegde emailberichten van of namens Electance d.d. 10 januari, van of namens RMS d.d. 11 februari 2008 en van of namens De Vos-Van den Hove d.d. 15 februari 2008. Dit alles kan niet leiden tot de conclusie dat [x] c.s. klanten van Unis stelselmatig en structureel hebben benaderd. Met name is ook niet gesteld of gebleken dat [x] c.s. zich zouden hebben bediend van middelen met een stelselmatig of structureel karakter, zoals bijvoorbeeld het rondzenden van wervende brieven of e-mails aan alle, althans aan grote aantallen klanten van Unis. De gestelde feiten kunnen niet de conclusie dragen, dat [x] c.s. Unis op onrechtmatige wijze hebben beconcurreerd.

4.4. De vordering is voorts, in het licht van de daaraan door artikel 843a gestelde eisen, te onbepaald om te kunnen worden toegewezen. Unis wenst blijkens hetgeen in de dagvaarding gesteld afgifte of inzage in stukken zoals “facturen, overzichten van debiteuren en crediteuren en bankafschriften, cliëntenbestanden, orderbevestigingen (zowel voor verkoop als voor reparaties), reparatie- en koopovereenkomsten, en correspondentie met opdrachtgevers en leveranciers waaruit kan worden afgeleid met wie [naam] v.o.f. en de eenmanszaak [naam] over de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2007 zaken hebben gedaan”. Dit is zo veelomvattend en tegelijk zo weinig concreet en specifiek, dat niet kan worden gezegd dat de vordering strekt tot afgifte of inzage van ‘bepaalde bescheiden’ in de zin van artikel 843a Rv..

4.5. En tenslotte volgt de rechtbank [x] c.s. in hun stelling, dat zij ingevolge artikel 843a lid 4 Rv. op grond van gewichtige redenen niet gehouden zijn om aan het gevorderde te voldoen, omdat toewijzing van de vordering er toe zal leiden dat hun concurrent Unis daardoor kennis zal kunnen nemen van vertrouwelijke bedrijfsgegevens van [x] c.s.. Unis en [x] c.s. zijn onmiskenbaar concurrenten van elkaar. Ook als sprake is van onrechtmatige concurrentie geeft artikel 843a Rv. nog geen praktisch onbegrensde bevoegdheid tot kennisneming van de financiële en commerciële administratie van de tegenpartij.

4.6. Uit het voorgaande volgt dat de vordering niet voor toewijzing vatbaar is. Unis dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten te voldoen.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. wijst de vordering af,

5.2. veroordeelt Unis in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [x] c.s. tot deze uitspraak vastgesteld op € 251,00 voor verschotten en op € 904,00 voor salaris van de advocaat (2 x € 452,00, tarief II),

5.3. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 24 juni 2009.

Fn 78?