Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI8351

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
27-05-2009
Datum publicatie
16-06-2009
Zaaknummer
96570 / KG ZA 09-130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis totdat in hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 96570 / KG ZA 09-130

Vonnis in kort geding van 27 mei 2009

in de zaak van

1. [a],

2. [b],

Beiden wonende te Leeuwarden,

eisers,

advocaat mr. P.R. van den Elst,

tegen

de stichting

STICHTING NIEUW WONEN FRIESLAND,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde,

advocaat mr. H. van Marrum.

Partijen zullen hierna [a] c.s. en NWF genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [a] c.s.

- de pleitnota van NWF.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De vader van [a] c.s. - [vader]. [a] - heeft van NWF en van haar rechtsvoorgangers vanaf ongeveer 1956 de zelfstandige woning gehuurd staande en gelegen aan de [adres] te Leeuwarden, hierna: de woning. De vader van [a] c.s. is overleden op 12 maart 2008.

2.2. [a] c.s. - geboren in 1949 en 1952 - wonen vanaf de aanvang van de huurovereenkomst in het gehuurde, aanvankelijk samen met hun ouders en na het overlijden van hun moeder in het jaar 2005, samen met hun vader.

2.3. In het jaar 2006 heeft NWF samen met milieupolitie, wijkpolitie en GGD de tuin van de woning leeggehaald en opgeruimd. Ook op 8 september 2008 - derhalve na het overlijden van [vader]. [a] - heeft NWF opnieuw de tuin leeggeruimd.

2.4. [a] c.s. hebben na het overlijden van [vader]. [a] bij deze rechtbank, sector Kanton, locatie Leeuwarden - hierna: de kantonrechter- gevorderd, dat zij de met [vader]. [a] geldende huurovereenkomst voortzetten. NWF heeft hiertegen verweer gevoerd. Voor het geval de vordering van [a] c.s. zou worden toegewezen, heeft NWF in reconventie ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd, alsmede ontruiming van het gehuurde. NWF heeft hiertoe aangevoerd dat de tuin vervuild is, dat de woning aan het verkrotten is en dat [a] c.s. overlast veroorzaken bij buurtbewoners.

2.5. Nadat op 27 november 2008 door de kantonrechter een tussenvonnis was gewezen, heeft er een tweetal comparities van partijen plaatsgevonden en wel op 27 november 2008 en op 22 december 2008. Naar aanleiding van deze laatste comparitie van partijen heeft er door NWF op 2 februari 2009 een inspectie van de woning plaatsgevonden. In het inspectierapport van [c], wooninspecteur, Rayon Zuidoost van NWF is het volgende vermeld:

[…]

- In de woning (bijna in alle vertrekken) is sprake van veelvuldig opslag van materialen. Onduidelijk is of de materialen bestemd zijn voor dagelijks gebruik of dat er sprake is van opslag. Veel kleding, papier, dozen en anderen materialen.

- Er is geen sprake van afval in de woning.

- Er is tevens geen sprake van gevaarzetting. (brandgevaar, vluchtroute, enz.) Dit met de kanttekening dat de stalen gasleidingen dienen te worden vervangen door kunststof leidingen. Bewoners hebben toestemming (mondeling) gegeven om de leidingen binnenkort te vervangen.

- In de achtertuin van de woning is eveneens sprake van opslag van losse goederen. Het opruimen c.q. afvoeren van deze goederen is gewenst.

- In de voortuin is eveneens sprake van her en der losse goederen. Daar is overigens sprake van een aantal afvalzakken. Ook hier is het opruimen c.q. afvoeren gewenst.

[…]

2.6. [d], OGGZ verpleegkundige van de GGD Fryslân, die eveneens bij de inspectie op 2 februari 2009 aanwezig was, heeft in een brief aan NWF het volgende medegedeeld:

[…]

In de keuken en woonkamer staan wel veel spullen, maar er is voldoende loopruimte; in geval van nood, zijn de vluchtwegen vrij. Geen sprake van afval in de woning.

Bovenverdieping geeft hetzelfde beeld. Twee van de drie kamers boven zijn in gebruik als slaapkamer. De derde kamer staat vol met spullen; dozen, oud papier etc. Door de hele verdieping hangt wasgoed, er liggen veel spullen opgeslagen langs de muren. In de tuin staat het nodige afval, plastic zakken, etensresten etc. Dit trekt mogelijk ongedierte aan, en moet mi dan ook zsm verwijderd worden.

Al met al kan ik stellen dat er op het moment van inspectie er in de woning sprake is van een zekere onhygiënische staat, maar niet in die mate dat er sprake is van gevaar voor de volksgezondheid. Er is mi geen sprake van brandgevaar in het pand. Vluchtwegen zijn vrij. Wel is mijn advies, gezien het woonverleden van de familie, dat NWF, eventueel in samenwerking met de GGD, periodieke controles blijft uitoefenen in de woning.

[…]

2.7. De kantonrechter te Leeuwarden heeft vervolgens bij eindvonnis van 3 april 2009 bepaald dat [a] c.s. met ingang van 12 september 2008 huurders zijn van de woning, zoals deze woning destijds werd verhuurd door NWF aan wijlen [vader]. [a]. In datzelfde vonnis is deze huurovereenkomst op vordering van NWF ontbonden en zijn [a] c.s. veroordeeld om - kort samengevat - de woning binnen vier weken na betekening van dat vonnis te ontruimen. De kantonrechter heeft ter zake van deze door NWF ingestelde - en toegewezen - reconventionele vordering het volgende overwogen:

[…]

3.5. Centraal staat de vraag of sinds het overlijden van hun vader in maart 2008 eisers zich als huurders schuldig hebben gemaakt aan tekortkomingen jegens Nieuw Wonen op een zodanige wijze dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde daardoor gerechtvaardigd zijn.

3.6. Gezien de zeer aanzienlijke periode dat eisers in de woning hebben verbleven, maar ook gelet op hun bijzondere persoonlijke omstandigheden zoals door hun gemachtigde aangevoerd, heeft de kantonrechter een- en andermaal getracht in een comparitie tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te komen. De tweede comparitie heeft erin geresulteerd dat Nieuw Wonen woninginspectie heeft verricht en zich bereid heeft getoond met eisers en de hulpverleners van hun keuze tot concrete afspraken te komen waardoor de overlastsituaties waarover Nieuw Wonen klaagt, zich nier meer zouden voordoen. Uit hetgeen Nieuw Wonen bij akte na comparities op gemotiveerde wijze naar voren heeft gebracht heeft de kantonrechter echter allerminst de overtuiging gekregen dat eisers zich de ernst van de situatie hebben aangetrokken en dat zij als terdege gewaarschuwden veranderingen willen gaan aanbrengen in hun woonstijl en gedragingen. Nieuw Wonen heeft gezien het verloop van de laatste contacten aanleiding gevonden haar reconventionele is onverkort te handhaven.

3.7. Gezien het lange minnelijke traject dat in deze gerechtelijke procedure tevergeefs is beproefd en het feit dat eisers sinds de op 3 oktober 2008 ingestelde reconventionele eis op de hoogte waren van de consequenties die Nieuw Wonen wil verbinden aan de door haar gesignaleerde overlast, ziet de kantonrechter zich thans genoodzaakt op basis van de beschikbare feiten en omstandigheden en aan de hand van de juridische merites van deze zaak te oordelen of er al dan niet voldoende gronden zijn de huurovereenkomst als verzocht te ontbinden.

3.8. Eisers hebben erkend door hun persoonlijke situatie geruime tijd in het gehuurde "de boel de boel te hebben gelaten". De niet weersproken foto's die in het geding zijn gebracht van de situatie van tuin en woning op 8 september 2008 en de tuinontruiming van eendere datum, waarbij blijkens rapportage 10 kubieke meter vuil is weggehaald, geven aan dat er toen sprake is geweest van een zodanige, voortdurende wanorde dat eisers naar het oordeel van de kantonrechter de grenzen ruimschoots hebben overschreden van hetgeen waartoe een huurder in redelijkheid krachtens wet en overeenkomst verplicht is, in het bijzonder de verplichting zich als een goed huurder te gedragen. De situatie in de woning moge in januari 2009 dan verbeterd zijn en geen gevaar scheppen, die in de tuin in die maand, ook afgezet tegen eerdere opruimacties en sommaties, blijft naar het oordeel van de kantonrechter ernstig onder de maat.

3.9. De vraag of en zo ja in welke mate Max [a] zich daarnaast zou hebben schuldig gemaakt aan laakbaar gedrag jegens omwonenden behoeft geen verdere bespreking nu de verkrotting van de woning zoals die is aangetoond door de foto's en de ontruiming van 8 september 2008 op zichzelf beschouwd reeds voldoende grond opleveren voor de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

3.10. De kantonrechter komt dus tot de slotsom dat eisers als huurders jegens Nieuw Wonen op een verwijtbare wijze zijn tekortgeschoten in hun huurverplichtingen. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst komt daarom voor toewijzing in aanmerking en hetzelfde geldt voor de gevorderde ontruiming. […]

3. Het geschil

3.1. [a] c.s. vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, de door NWF aangevangen executie van het tussen partijen op 3 april 2009 door de rechtbank Leeuwarden, sector Kanton, locatie Leeuwarden gewezen vonnis te schorsen totdat in die zaak in appel is beslist, subsidiair NWF te bevelen de executie van dit vonnis te staken op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 150.000,00 voor elke overtreding van het gegeven bevel, met veroordeling van NWF in de kosten van het geding.

3.2. NWF voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vordering strekt tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter van 3 april 2009. Daarin is een voldoende spoedeisend belang gelegen. [a] c.s. hebben hiertoe aangevoerd dat het vonnis van de kantonrechter op een misslag berust. Weliswaar erkennen [a] c.s. dat de situatie in de woning en de tuin in september 2008 ernstig was, maar volgens hen hebben zij de woning en de tuin nadien, te weten naar aanleiding van de gehouden comparities van partijen, redelijk opgeruimd. Volgens [a] c.s. heeft [e], medewerker van NWF, in de maand februari 2009 aan [a] c.s. laten weten dat de situatie voor NWF acceptabel was. Desondanks heeft de kantonrechter in het vonnis van 3 april 2009 overwogen dat de situatie in de woning in januari 2009 ernstig onder de maat bleef.

4.2. Volgens vaste rechtspraak kan de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van de kantonrechter worden bevolen, indien geoordeeld moet worden, dat gedaagde - mede gelet op de belangen van eiser, die door de ontruiming van de onderhavige huurwoning zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid, om in afwachting van de uitslag van het - tegen dat vonnis aanhangig gemaakte - hoger beroep tot tenuitvoerlegging van het kantongerechtsvonnis over te gaan.

Het voorgaande brengt met zich mee dat in een geschil als het onderhavige de rechter terughoudendheid past, aangezien voorkomen dient te worden dat de rechter in kort geding de taak van de appelrechter overneemt. De rechter kan in een dergelijk geval slechts ingrijpen indien het vonnis berust op een juridische of feitelijke misslag, dan wel op grond van nieuwe feiten en omstandigheden die met zich brengen dat executie van het vonnis misbruik van recht door de executerende partij zou betekenen.

4.3. Ter zitting heeft [e] van NWF erkend dat hij in de maand februari 2009 tegen [a] c.s. heeft gezegd dat de op dat moment aanwezige situatie voor NWF acceptabel was. Hij heeft hier aan toegevoegd dat NWF kijkt naar veiligheidsaspecten, zoals vluchtroutes, brandgevaar en gevaar voor de volksgezondheid. Volgens hem was er in februari 2009 geen sprake van gevaarzetting, zij het dat de stalen gasleidingen dienen te worden vervangen door kunststof leidingen. Afgezien van deze gasleidingen constateert de voorzieningenrechter dat ook uit het sub 2.5 geciteerde inspectierapport van 2 februari 2009 en uit de sub 2.6 bedoelde brief van [d] van de GGD Fryslân blijkt dat er begin februari 2009 geen sprake was van gevaarzetting. De voorzieningenrechter constateert bovendien dat in het inspectierapport van 2 februari 2009 is vermeld dat [a] c.s. reeds mondeling toestemming hebben gegeven om de leidingen binnenkort te laten vervangen door NWF. Gesteld noch gebleken is dat [a] c.s. naderhand hun medewerking daartoe - ondanks deze gegeven toestemming - hebben geweigerd.

4.4. De kantonrechter heeft blijkens het vonnis van 3 april 2009 een zwaardere maatstaf aangemeten dan NWF zelf. Hoewel van gevaarzetting geen sprake meer was, heeft de kantonrechter immers overwogen dat de situatie ernstig onder de maat blijft. Niet tegenstaande de kennelijk verbeterde situatie, heeft de kantonrechter de situatie daaraan voorafgaand - te weten die op 8 september 2008 - als doorslaggevend aangemerkt. Niet uit te sluiten is dat dit als een juridische of feitelijke misslag aan te merken valt. Gelet hierop, alsmede gelet op de sociale situatie waarin [a] c.s., die al 53 jaren in de woning woonachtig zijn, verkeren, is de voorzieningenrechter van oordeel dat NWF geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid om, in afwachting van de uitslag van het hoger beroep tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 april 2009 over te gaan. Hieraan kan niet afdoen dat de situatie in de woning en de tuin volgens NWF inmiddels is verslechterd. NWF heeft deze stelling - die door [a] c.s. is weersproken - niet voldoende aannemelijk gemaakt. De omstandigheid dat omwoners volgens NWF overlast van [a] c.s. stellen te ondervinden, kan eveneens niet afdoen aan het hiervoor gegeven oordeel. [a] c.s. hebben stellig ontkend dat zij overlast veroorzaken. De kantonrechter heeft zich op dit punt niet uitgelaten, terwijl dit kort geding zich niet leent voor bewijslevering hieromtrent.

4.5. Het primair gevorderde zal worden toegewezen, zodat de voorzieningenrechter niet meer toekomt aan het subsidiair gevorderde, waaronder de dwangsom. De gevorderde uitvoerbaar verklaring op de minuut zal worden afgewezen, nu het huidige Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering deze mogelijkheid niet meer biedt.

4.6. NWF zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [a] c.s. worden vastgesteld op:

- dagvaarding EUR 85,97

- betaald vast recht 65,50

- in debet gesteld vast recht 196,50

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.163,97

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. schorst de door NWF aangevangen tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 april 2009 totdat in hoger beroep is beslist,

5.2. veroordeelt NWF in de proceskosten, aan de zijde van [a] c.s. tot op heden vastgesteld op EUR 1.163,97, aldus te voldoen:

aan de griffier van deze rechtbank voor:

- dagvaarding EUR 85,97

- in debet gesteld vast recht 196,50

- salaris advocaat 816,00

1.098,47

M et welk bedrag de griffier zal dienen te handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 243 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering,

aan [a] c.s. voor:

- betaald vast recht 65,50

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. van Oorschot op 27 mei 2009.?