Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI7407

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
12-05-2009
Datum publicatie
11-06-2009
Zaaknummer
18/880418-08 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bedreiging, diefstal met geweld, samenwerking, uitvoeringshandelingen, psychische overmacht

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 312
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880418-08

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 mei 2009 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel, te Ter Apel, Ter Apelervenen 10.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 12 mei 2009.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.F.E. Sprenkels, advocaat te Roermond.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie ter terechtzitting is de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het onder 1. en 2. primair telastegelegde;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren;

- teruggave aan de rechthebbende van de inbeslaggenomen voorwerpen.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting vrijspraak bepleit voor het onder 2. primair telastegelegde, omdat het medeplegen aan het strafbare feit niet kan worden bewezen. Hij heeft hiertoe ondermeer aangevoerd dat er geen sprake is van een bewuste samenwerking en een gezamenlijke uitvoering. Tevens zou verdachte slechts een passieve bijrol hebben gehad en was hij geen gelijkwaardige deelnemer bij het plegen van het strafbare feit.

Uit de stukken en ter terechtzitting is de rechtbank het volgende gebleken.

Verdachte heeft een kortdurende verhouding met aangeefster, [aangeefster], gehad. Verdachte is tweemaal samen met zijn vriend [naam 1] bij aangeefster een weekend op bezoek geweest. Tijdens deze bezoeken is ter sprake gekomen dat aangeefster dan wel haar vader (eventueel) een fors bedrag zou willen investeren in het bedrijf van verdachte en [naam 1].

Verdachte en [naam 1] hadden na het laatste bezoek het idee dat aangeefster zo spoedig mogelijk het bedrag over zou maken op de rekening van [naam 1]. Door aangeefster werd echter geen geld over gemaakt. Uit de MSN-berichten tussen verdachte en aangeefster en uit de verklaring van verdachte zelf blijkt dat verdachte hier erg boos over was. Hij uitte dit ondermeer door bedreigende berichten naar aangeefster te sturen. Hij heeft haar ondermeer de volgende berichten gezonden:

Op 6 augustus 2008, 1.21 uur: "elke nacht, moet je uitkijken", "het is voor mij de moeite om € 500,- te betalen aan Roemenen, om iemand te laten verdwijnen"en "dit ga je betalen, al moet ik voor de rest van m'n leven de bak in".

Op 10 augustus 200 8, 21.42 uur:"de kabouter doet niks, die laat dingen doen", "Kabouters zitten meestal in de jungle met zware tijgers, je staat op de lijst", "dat gij een hoer zijt, die rammel gaat krijgen", "Ge gaat de hel meemaken".

Verdachte heeft de situatie met betrekking tot aangeefster en hun mogelijke acties hieromtrent besproken met [naam 1]. Dit blijkt uit de chatverslagen tussen verdachte en [naam 1] d.d. 30 juli 2008 en 31 juli 2008. Uit deze verslagen blijkt ondermeer het volgende:

"Wij zijn gelijk monsters, en als zij een rare tegenaanval doet, schakel ik [naam 2] in", "[naam 2] komt niet mee, we moeten iemand anders meenemen die het verhaal niet kent en niet mag kennen"en "dan moeten we gekke Ihsan meenemen".

Verdachte heeft verklaard dat hij de situatie omtrent aangeefster heeft besproken met zijn buurman, [naam 2]. Hij heeft ondermeer met hem gesproken over de mogelijkheid dat aangeefster geld zou hebben. [naam 2] zou volgens verdachte hebben gezegd dat hij mensen naar aangeefster toe zou sturen en dat hij het zou gaan regelen voor verdachte. Hij zou hierover nog contact met verdachte opnemen.

Vervolgens blijkt uit onderzoek dat verdachte op 14 augustus 2008 is gebeld door [naam 2]. Verdachte geeft echter aan dat hij via zijn moeder hoorde dat [naam 2] naar hem op zoek was. Verdachte is direct naar huis gegaan en toen verdachte thuis kwam stonden [naam 2] en nog een man hem op te wachten. Deze man was voor verdachte onbekend, maar hij heeft hem later op het politiebureau aan de hand van een foto herkend als zijnde [naam 3]. Volgens verdachte vroeg [naam 3] aan hem of er in de woning van aangeefster een kluis of een alarminstallatie aanwezig waren. Verdachte heeft verteld dat aangeefster een kast in de woonkamer heeft waarin zij spullen bewaart. Verdachte heeft aangegeven dat hij niet met [naam 3] mee wilde om de woning van aangeefster aan te wijzen. Hij heeft derhalve [naam 1] gebeld. [naam 1] kwam ondanks het late tijdstip direct naar verdachte toe. [naam 3] had intussen een andere auto en twee mannen opgehaald. [naam 1] heeft zijn mobiele telefoon afgegeven, zodat hij niet te traceren was en is zonder vragen te stellen bij de mannen in de auto gestapt. Hij heeft in zijn verklaring aangegeven dat hij wist dat ze naar aangeefster te Heerenveen toegingen. [naam 1], [naam 3] en de twee onbekende Oosteuropese mannen zijn naar de woning van aangeefster gereden. Ze konden de woning vinden op aanwijzingen van [naam 1]. De twee onbekende mannen hebben vervolgens in de woning goederen weggenomen en geweld tegen aangeefster gebruikt toen zij hen overliep in haar woning. Er zijn onder andere papieren uit de kast in haar woonkamer weggenomen. Verdachte heeft nadien de weggenomen sieraden gezien. Hij heeft op 20 augustus 2008 via MSN aangeefster hiermee geconfronteerd. Hij liet haar weten dat hij wist dat haar sieraden en de knuppel weg zijn en dat onder andere haar horloge, merk Calvin Klein, is verdwenen. Tevens heeft hij haar bericht: " je moet niet denken, hoe heeft [verdachte] dit gedaan".

Gelet op de aangehaalde MSN-berichten en chatverslagen is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewust [naam 2] heeft ingeschakeld om mensen te regelen die hem konden helpen alsnog het geld van aangeefster te krijgen dan wel haar aan te pakken.

Uit de vragen die [naam 3] aan verdachte stelde kon verdachte het voornemen van [naam 3] ontlenen. Ondanks deze kennis heeft verdachte bewust informatie over een kast in de woonkamer van aangeefster aan [naam 3] gegeven en heeft hij [naam 1] gebeld, zodat die in zijn plaats met de mannen mee kon gaan om de woning van aangeefster aan te wijzen. Uit de handelingen van verdachte en de feiten en omstandigheden blijkt op geen enkele wijze dat verdachte iets heeft gedaan om het strafbare feit te voorkomen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank is van oordeel dat op initiatief van ondermeer verdachte de personen naar de woning van aangeefster zijn gegaan. Verdachte heeft bewust inlichtingen verstrekt en hij heeft [naam 1] laten komen om de woning aan te wijzen. Verdachte heeft niets gedaan om de gevolgen te voorkomen en nadien heeft hij aangeefster op triomfantelijke wijze laten weten dat hij betrokken is geweest bij beroving in haar woning. De rechtbank is derhalve van oordeel dat er sprake is van een bewuste samenwerking tussen verdachte en de overige deelnemers en dat deze zo nauw en volledig is geweest dat bewezen kan worden dat verdachte heeft deelgenomen aan hetgeen hem onder 2. primair is telastegelegd. Dat verdachte zelf geen uitvoeringshandelingen heeft gepleegd en niet aanwezig is geweest bij de woning van aangeefster doet hieraan niets af.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 augustus 2008 te Heerenveen, meermalen, [aangeefster] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte telkens opzettelijk via MSN berichten die [aangeefster] telkens dreigend door de woorden toe te voegen: "[voornaam] ik ga je laten afmaken" en "Ik sla al uw tanden eruit" en "Ge gaat een pak slaag krijgen" en "Ge zijt een hoer, die rammel gaat krijgen" en "Ge gaat de hel meemaken, ik pleeg moorden voor mensen, die praten over mijn vader en gij staat erop en iedereen die zich moeit, TOT SNEL".

2. primair

hij op 15 augustus 2008 te Heerenveen in de gemeente Heereveen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, uit een woning, gelegen aldaar aan de [adres], heeft weggenomen een honkbalknuppel en een groot aantal sieraden en administratieve bescheiden, toebehorende aan [aangeefster], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen die [aangeefster], gepleegd met het oogmerk om die diefstal bij betrapping op heterdaad aan zijn mededaders, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachtes mededaders

-de woning van die [aangeefster], gelegen aldaar aan de [adres] te Heerenveen, zijn binnengedrongen/gegaan en

-die [aangeefster] met kracht bij haar lichaam hebben vastgepakt en vastgehouden en

-die [aangeefster] op/tegen haar lichaam hebben geslagen en

-een honkbalknuppel uit de handen van die [aangeefster] hebben getrokken en

-die [aangeefster] op/tegen de grond hebben geduwd/getrokken en vervolgens

-geheel of gedeeltelijk op het lichaam van die [aangeefster] zijn gaan liggen en

-een hand op de mond van die [aangeefster] hebben gedrukt en gehouden.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op misdrijven:

1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

2. primair Diefstal gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid verdachte

De raadsman heeft ondermeer bepleit dat- wanneer de rechtbank het telastegelegde bewezen acht- verdachte geen strafbare dader is, omdat hij het feit heeft begaan gedwongen door psychische overmacht. Hij heeft hiertoe ondermeer aangevoerd dat verdachte psychische dwang van [naam 2] en [naam 3] heeft ervaren en dat het bieden van weerstand tegen deze dwang niet volkomen onmogelijk was, doch gezien de omstandigheden redelijkerwijs niet van verdachte mocht worden gevergd.

De rechtbank heeft in het voorgaande reeds overwogen dat verdachte bewust [naam 2] heeft ingeschakeld en dat derhalve mede op initiatief van verdachte personen naar de woning van aangeefster zijn gegaan. Tevens heeft verdachte nadien aangeefster op triomfantelijke wijze laten weten dat hij betrokken is geweest bij de beroving in haar woning.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij op de avond van 14 augustus 2008 is gedwongen door [naam 2] en [naam 3] zijn medewerking te verlenen derhalve niet aannemelijk en verwerpt het beroep op psychische overmacht.

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 13 januari 2009;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte is schuldig bevonden aan het plegen van bedreigingen en aan het medeplegen van diefstal met geweld. Het slachtoffer van de bedreigingen van verdachte is ook het slachtoffer geworden van de door verdachte (mede)gepleegde diefstal met geweld. De rechtbank acht de gepleegde feiten en met name de berekenende wijze waarop één en ander is uitgevoerd, zeer ernstig. Het feit dat verdachte uiteindelijk niet zelf bij het nachtelijke bezoek aan het slachtoffer aanwezig was doet daar naar het oordeel van de rechtbank niets aan af.

Verdachte is niet eerder met de Nederlandse justitie in aanraking geweest. Uit het rapport dat door Reclassering Nederland is opgesteld blijkt dat verdachte enerzijds zachtaardig lijkt, maar anderzijds ook een kort lontje blijkt te hebben. Ook stelt de reclassering vast dat verdachte zijn aandeel in de bedreigingen lijkt de bagatelliseren en de verantwoordelijkheid van de hele gang van zaken buiten zichzelf lijkt te leggen. Op leefgebied, denkpatronen, gedrag en vaardigheden signaleert de reclassering een risicofactor en men acht de kans op herhaling en gevaar aanwezig. Verdachte stelt zich op als slachtoffer en is niet in staat problemen op een adequate manier op te lossen. Hij zal moeten leren spanningsvolle situaties te hanteren en daarbij zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen, aldus de reclassering. De reclassering acht zowel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als een werkstraf als een financiële afdoening een geschikte strafmodaliteit.

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist van twee jaren.

De rechtbank is met de Officier van justitie van mening dat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Rekeninghoudend met de oriëntatiepunten van het Gerechtshof te Leeuwarden, welke op feiten als de onderhavige van toepassing zijn, komt de rechtbank tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tweeëntwintig maanden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1. en 2. primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van tweeëntwintig maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan [aangeefster], wonende te [adres] van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een slip.

Gelast de teruggave aan verdachte, van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een computer, Acer Aspire 5920g;

- een GSM Samsung Sgh-E900;

- een GSM Samsung SGH-E330.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. de Jong, voorzitter, mr. H. Mol en mr. K. Bunk, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 mei 2009.