Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI6234

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
04-06-2009
Zaaknummer
278488 \ VZ VERZ 09-131
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek afgewezen. Onvoldoende geleken van onherstelbare vertrouwensbreuk.

Werkgever maakt werkneemster het verwijt niet te willen meewerken aan haar re-integratie. De werkgever is hierbij afgegaan op het advies van de bedrijfsarts, naar later blijkt ten onrechte. Uit het deskundigenoordeel van het UWV komt naar voren dat van werkneemster niet gevergd kon worden aan het hervattingsschema te voldoen. Werkgever heeft nagelaten om nader medisch advies in te winnen. Dat de onderlinge verhoudingen enigszins vertroebeld zijn geraakt, rechtvaardigt nog niet de ontbinding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0438
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 278488 \ VZ VERZ 09-131

beschikking van de kantonrechter d.d. 2 juni 2009

inzake

De stichting Stichting Talant,

hierna te noemen: Stichting Talant,

gevestigd te Heerenveen,

verzoekster,

gemachtigde: mr. S. Heijerman,

tegen

[werkneemster],

hierna te noemen: [werkneemster],

wonende te Franeker,

verweerster.

gemachtigde: mr. P. van Bommel.

Het procesverloop

1.1. Talant heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 april 2009, verzocht de tussen haar en [werkneemster] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.

1.2. Het verweerschrift van [werkneemster] is binnengekomen op 6 mei 2009.

1.3. De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2009. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht. De gemachtigden van Talant heeft hierbij gebruik gemaakt van een pleitnotitie. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier.

1.4. Naar aanleiding van de mondelinge behandeling heeft [werkneemster], gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, om bedenktijd verzocht. Partijen hebben vervolgens middels faxberichten op 18 mei 2008 om een beschikking verzocht.

Motivering

2. De feiten

Als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. [werkneemster] heeft op basis van een overeenkomst voor de beroepspraktijkvorming voor de periode van 20 februari 2007 tot 12 januari 2008 werkzaamheden voor Talant verricht. Zij is vervolgens op 1 februari 2008 in dienst getreden bij Talant, laatstelijk in de functie van assistent groepsbegeleider voor 20 uur in de week, tegen een bruto salaris van € 873,96 per maand exclusief 8% vakantiegeld.

2.2. [werkneemster] is op 21 juli 2008 op grond van rugklachten arbeidsongeschikt geraakt.

2.3. De bedrijfsarts heeft op 27 augustus 2008 aan de werkgever bericht dat [werkneemster], hoewel zij haar rug moest ontzien, vanaf een week na 27 augustus 2008 weer lichte werkzaamheden kon gaan verrichten. De bedrijfsarts heeft daarbij de verwachting uitgesproken dat [werkneemster] na twee tot vier weken weer volledig arbeidsgeschikt zou zijn. Voorts heeft de bedrijfsarts aangegeven dat Talant in gesprek moest treden met [werkneemster] met betrekking tot de opbouw van haar werkzaamheden.

2.4. [werkneemster] heeft op 1 oktober 2008 met haar leidinggevende, de heer O. Zwart over haar re-integratie gesproken. Zwart heeft vervolgens middels een e-mail en een brief, beiden gedateerd op 2 oktober 2009, aan [werkneemster] een re-integratieschema doen toekomen. Naar aanleiding van het gesprek met [werkneemster] heeft Zwart contact opgenomen met de bedrijfsarts en een nieuw re-integratieschema opgesteld. Dit schema heeft [werkneemster] niet gekregen. Op 6 oktober 2009 heeft [werkneemster] aangegeven dat zij psychische klachten had en niet akkoord kon gaan met het door haar ontvangen schema.

2.5. De bedrijfsarts heeft op 12 november 2008 [werkneemster] thuis bezocht. De bedrijfsarts heeft naar aanleiding van het bezoek aan Talant bericht dat hem geen medische reden is gebleken waarom [werkneemster] niet op het spreekuur had kunnen verschijnen of een gesprek kon hebben met haar leidinggevende.

2.6. Talant heeft bij brief van 27 november 2008 aan [werkneemster] laten weten dat zij naar de mening van Talant niet meewerkte aan het opstellen van het plan van aanpak. Talant heeft hierbij gedreigd om de loondoorbetalingsverplichting op te schorten als [werkneemster] weigerachtig zou blijven haar medewerking te verlenen aan haar re-integratieproces.

2.7. [werkneemster] heeft op 3 december 2008 de bedrijfsarts bezocht. De bedrijfsarts heeft vervolgens in zijn rapportage aan Talant aangegeven dat hij van mening is dat [werkneemster] op arbeidstherapeutische basis boven de sterkte kon worden ingezet, dat [werkneemster] het met deze conclusie niet eens was en dat zij een second opinion zal aanvragen. De bedrijfsarts heeft onder het kopje "prognose" aangegeven dat een conflictsituatie is ontstaan die zou moeten worden uitgesproken. De bedrijfsarts adviseert Talant om naar aanleiding van zijn verslag met [werkneemster] in gesprek te gaan.

2.8. De verzekeringsarts van het UWV heeft op 29 december 2008 geoordeeld dat [werkneemster] wegens ziekte vanaf 10 november 2008 niet geschikt was voor het eigen werk. Daarbij is overwogen:

(…)

mijn conclusie is dat belanghebbende wegens ziekte niet in staat was aan het hervattingschema te voldoen, en dat ze ook nu nog arbeidsongeschikt is voor haar werk. Ik deel bovendien de visie van de HA (huisarts, kantonrechter) dat belanghebbende vooreerst van de kant van de wg tijd en rust zou moeten krijgen aan haar herstel te werken, omdat die weg de meeste kans op een vlot herstel zal bieden.

(…)

2.9. Talant heeft middels een brief van Zwart van 5 februari 2009 [werkneemster] op 10 februari 2009 uitgenodigd voor een gesprek. [werkneemster] heeft op 9 februari 2009 richting Talant aangegeven dat zij niet in staat was om op 10 februari 2009 te verschijnen.

2.10. Talant heeft vervolgens bij brief van 12 februari 2009 aangegeven:

(…)

U gaf aan niet in staat te zijn om op dit verzuimgesprek te verschijnen. Deze eigen waardering van uw gezondheidssituatie beschouwen wij niet als een dringende reden om uw afspraak af te zeggen, aangezien u ruim de tijd heeft gekregen om rust te nemen in de afgelopen periode.

(...)

In de brief van 27 november 2008 bent u reeds gewaarschuwd dat uw loonbetaling zal worden gestaakt indien u niet op de geplande besprekingen verschijnt. Door niet te verschijnen op de bespreking van 10 februari 2009 zijn wij helaas genoodzaakt uw loon op te schorten. Deze zullen wij (met terugwerkende kracht) hervatten zodra u bereid bent met ons in gesprek te gaan omtrent uw re-integratie in het arbeidsproces.

Wij raden u dan ook dringend aan op onze volgende uitnodiging in te gaan. Het volgende gesprek met u staat gepland op dinsdag 24 februari 2009 om 12:00 uur ten kantore van Talant te Stiens. Indien u wederom zonder opgave van een dringende reden niet verschijnt op deze bespreking, dan zien wij ons genoodzaakt om vanaf dat tijdstip definitief uw loon stop te zetten.

(…)

2.11. Op 24 februari 2009 hebben [werkneemster] en Talant, in het bijzijn van de gemachtigde van Talant, een gesprek gevoerd. [werkneemster] is, nadat aan haar werd medegedeeld dat Talant weinig vertrouwen in haar had, boos weggelopen.

3. Het standpunt van Talant

3.1. Talant heeft gesteld dat het voordurende ziekteverzuim van [werkneemster] een verstorend effect heeft op de gang van zaken binnen haar organisatie en bovendien een negatieve invloed heeft op de werksfeer binnen Talant. Talant verwijt [werkneemster] dat zij niet wil meewerken aan haar re-integratie door geen gehoor te geven aan uitnodigingen van Talant om in gesprek te komen omtrent haar re-integratie. Haar houding en opstelling met betrekking tot de re-integratie hebben volgens Talant tot een onherstelbare vertrouwensbreuk geleid.

3.2. Talant heeft zich tijdens de mondelinge behandeling en in haar brief van 18 mei 2008 bereid verklaard om aan [werkneemster] bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding te betalen.

4. Het standpunt van [werkneemster]

4.1. [werkneemster] stelt dat Talant via de kantonrechter op een makkelijke manier van een zieke werknemer probeert af te komen. Zij betwist dat zij Talant, anders dan het feit dat zij ziek is, een reden heeft gegeven die ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan rechtvaardigen.

4.2. Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden verzoekt [werkneemster] om toekenning van een vergoeding ten bedrage van € 60.000,- bruto.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1. Op basis van hetgeen partijen tijdens de mondelinge behandeling hebben verklaard begreep de kantonrechter dat beide partijen tot een beëindiging van de arbeidsrelatie wilden komen. Uitgaande van deze gedachte heeft de kantonrechter vervolgens uitgangspunten geformuleerd aan de hand waarvan partijen de geldelijke kwestie, gepaard gaande met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, in der minne zouden kunnen regelen.

5.2. [werkneemster] heeft in haar fax van 18 mei 2009 aangegeven dat zij niet vrijwillig wil werken aan een minnelijke regeling. Zij heeft tevens aangegeven dat zij zich verzet tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter zal derhalve, aan de hand van de stukken, de overgelegde producties en hetgeen partijen in aanvulling daarop hebben verklaard, het verzoek inhoudelijk beoordelen.

5.3. Op grond van het overgelegde deskundigenoordeel van de verzekeringsarts van het UWV staat vast dat [werkneemster] als gevolg van ziekte vanaf 11 november 2008 niet geschikt was voor haar eigen werk. [werkneemster] heeft voorts met het in het geding brengen van stukken van haar huisarts, fysiotherapeut en psycholoog nader onderbouwd dat zij thans nog ziek is en dat haar klachten psychisch van aard zijn. Door Talant is ook niet, dan wel onvoldoende, weersproken dat [werkneemster] thans nog arbeidsongeschikt is, zodat er in deze procedure vanuit gegaan moet worden dat [werkneemster] tot op heden niet geschikt is voor haar eigen werk.

5.4. Op grond van artikel 7:685 lid 1 BW moet de kantonrechter zich er allereerst van vergewissen of het verzoek verband houdt met een opzegverbod. Artikel 7:670 BW lid 1 bepaalt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet kan opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer wegens ziekte niet in staat is zijn arbeid te verrichten. De kantonrechter overweegt dat een verzoek dat verband houdt met een opzegverbod geen absolute belemmering vormt om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Echter, het verzoek mag niet zodanig zijn dat hiermee de beschermende werking van de ontslagverboden wordt omzeild. De werkgever zal dan ook, anders dan argumenten gelegen in de ziekte, omstandigheden aannemelijk moeten maken die gewichtige redenen vormen in de zin van artikel 7:685 BW.

5.5. In het onderhavige geval heeft Talant gesteld dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Deze verstoring is volgens Talant te wijten aan [werkneemster], omdat zij niet mee wil werken aan haar re-integratie.

5.6. De kantonrechter overweegt als volgt.

[werkneemster] kan, gelet op het deskundigenoordeel van de verzekeringsarts van het UWV van 29 december 2008, geen verwijt worden gemaakt van het feit dat zij tot 1 januari 2009 niet heeft willen meewerken aan haar re-integratie. Immers, uit de rapportage van de verzekeringsarts volgt dat [werkneemster] wegens ziekte niet in staat was om aan een hervattingsschema te voldoen. Aan de andere kant kan het Talant in die periode ook niet verweten worden dat zij er alles aan heeft gedaan om [werkneemster] te laten re-integreren. Zij had uit te gaan van het advies van haar bedrijfsarts dat luidde dat [werkneemster], gelet op haar rugklachten, lichte werkzaamheden kon doen. Het had, gelet op de inhoud van het deskundigenoordeel, wel op de weg van Talant gelegen om na 1 januari 2009 medisch advies in te winnen over de vraag vanaf welke datum [werkneemster] weer in staat zou zijn om aan haar re-integratieverplichting te voldoen. Dit heeft zij nagelaten. Gelet op de gemotiveerde onderbouwing van haar ziekte door [werkneemster], kan dan ook niet worden geoordeeld dat [werkneemster] na 1 januari 2009 wel in staat was om aan enig hervattingsschema te voldoen.

5.7. Op grond van het voorgaande moet dan ook worden geconcludeerd dat [werkneemster] op goede gronden geen medewerking heeft verleend aan de pogingen van Talant op haar te laten re-integreren.

5.8. Wel kan worden geconcludeerd, gezien de stukken en gehoord partijen, dat de verhoudingen thans enigszins vertroebeld zijn. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter echter het logische gevolg van het feit dat Talant ervan uitging -en er ook van mocht uitgaan- dat [werkneemster] in staat was om te re-integreren, terwijl zij dat in werkelijkheid niet was. Dat de houding en de opstelling van [werkneemster] geleid zou hebben tot een vertrouwensbreuk die thans onherstelbaar is, is de kantonrechter onvoldoende gebleken.

Het feit dat [werkneemster] op 24 februari 2009 tijdens het gesprek onwelvoeglijke taal heeft gebezigd en kwaad is weggelopen kan niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst leiden. Het had, zoals hiervoor reeds is overwogen, na het deskundigenoordeel van Talant mogen worden verwacht dat zij nadere stappen zou ondernemen om te kijken of en wanneer [werkneemster] weer zou kunnen re-integreren. In plaats hiervan heeft zij klaarblijkelijk zelf de conclusie getrokken dat [werkneemster] weer kon deelnemen aan het arbeidsproces en is zij [werkneemster] voor gesprekken blijven uitnodigen. Dat [werkneemster], zoals zij zelf stelt, zich niet serieus genomen voelde en bij de ontvangst van een uitnodiging van Talant een paniek- en/of griepaanval kreeg en niet op een gesprek verscheen is dan ook niet geheel onbegrijpelijk. Gelet op de toon en bewoordingen van de brief van 12 februari 2009 is het, mede gezien in het licht van het bovenstaande, ook alleszins voorstelbaar dat [werkneemster] enigszins gespannen op 24 februari 2009 bij Talant zal zijn verscheen. Dat zij, geconfronteerd met de gemachtigde van Talant -waarvan de aanwezigheid haar niet was medegedeeld- en de opmerking dat Talant geen vertrouwen meer in haar had, in woede is ontstoken en vervolgens is weggelopen kan haar dan ook niet verweten worden. Deze gebeurtenis rechtvaardigt niet de conclusie dat de arbeidsrelatie onherstelbaar is verstoord.

5.9. Talant heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij niet verder wil met van Tongeren, echter dit enkele feit rechtvaardigt niet de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hierbij is van belang dat gesteld noch gebleken is dat [werkneemster] ongeschikt zou zijn voor de door haar vervulde functie. Dat de ziekte van [werkneemster] een verstorend effect zou hebben op de gang van zaken binnen Talant en dat de ziekte bovendien een negatieve invloed heeft op de werksfeer is niet aannemelijk geworden. Talant heeft dit wel gesteld maar haar stelling niet nader onderbouwd. Nu [werkneemster] deze stelling gemotiveerd heeft weersproken kan niet van de juistheid van deze stelling worden uitgegaan.

5.10. Alles overziende is de kantonrechter van oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken die ondanks de arbeidsongeschiktheid van [werkneemster] ontbinding rechtvaardigen. Nu [werkneemster] zich ook uitdrukkelijk verzet tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal de kantonrechter het verzoek afwijzen. De kantonrechter overweegt hierbij dat Talant, gezien de manier waarop zij met de arbeidsongeschiktheid met van Tongeren na 1 januari 2009 is omgesprongen en de onjuiste verwijten die zij [werkneemster] maakt, bewust of onbewust de arbeidsverhouding onder druk heeft gezet en daarmee heeft aangestuurd op ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hiermee heeft Talant naar het oordeel van de kantonrechter in hoge mate verwijtbaar gehandeld.

5.11. Gelet op het vorenoverwogene zijn er termen aanwezig om Talant in de proceskosten van [werkneemster] te veroordelen.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

verwijst Talant in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [werkneemster] begroot op € 400,- wegens salaris.

Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2009 door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 152