Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI5010

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
07-01-2009
Datum publicatie
27-05-2009
Zaaknummer
259654 \ CV EXPL 08-4773
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Verzet
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Leer-/arbeidsovereenkomst. Opleiding die in opdracht van de werkgever wordt gevolgd. Terugbetaling studiekosten.

Terugbetaling van studiekosten aan de werkgever. Werkneemster stelt dat de terugbetalingsplicht wegens strijdigheid met de CAO Ziekenhuizen nietig is. In de CAO is namelijk geregeld dat de les- en collegegelden voor rekening van de werkgever komen. Verder maakt de CAO alleen terugvordering van "reeds verstrekte vergoedingen" mogelijk, maar daarvan is hier geen sprake, aldus werkneemster.

Volgens de werkgever maakt de CAO het mogelijk om in overleg met de ondernemingsraad een regeling inzake studie en verlof vast te stellen. Van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt door een faciliteitenregeling vast te stellen waarin ter zake van de studiekosten een terugbetalingsverplichting is opgenomen. Deze terugbetalingsverplichting is ook opgenomen in de leer-/arbeidsovereenkomst die werkneemster heeft ondertekend.

De kantonrechter oordeelt dat een objectieve uitleg van de CAO niet in de weg staat aan het opnemen van een terugbetalingsverplichting in de faciliteitenregeling. Werkneemster, die eerder uit dienst is gegaan, diende dan ook een deel van de studiekosten aan de werkgever terug te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 108
AR-Updates.nl 2009-0411
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Heerenveen

zaak-/rolnummer: 259654 \ CV EXPL 08-4773

vonnis van de kantonrechter d.d. 7 januari 2009

inzake

de stichting

Stichting Ziekenhuis "Nij Smellinghe",

hierna te noemen: Nij Smellinghe,

gevestigd te Drachten,

opposante,

gemachtigde: mr. H.J. Funke,

tegen

[werkneemster],

hierna te noemen: [werkneemster],

wonende te [woonplaats],

geopposeerde,

gemachtigde: mr. L.V. Claassens.

Procesverloop

1.1 Op de bij inleidende dagvaarding vermelde gronden heeft de oorspronkelijk eisende partij, [werkneemster], gevorderd om de oorspronkelijk gedaagde partij, Nij Smellinghe, te veroordelen tot betaling van € 17.920,00 met rente en kosten.

1.2 Nadat deze vordering bij verstekvonnis van 6 augustus 2008 was toegewezen, is Nij Smellinghe van dat vonnis op 1 oktober 2008 in verzet gekomen en heeft zij gevorderd:

(a) te worden ontheven van de veroordeling tegen haar uitgesproken bij voormeld vonnis, met niet-ontvankelijkheid althans afwijzing van de vordering van [werkneemster];

(b) dat het aan Nij Smellinghe betekende dwangbevel niet-uitvoerbaar althans nietig wordt verklaard, dan wel dat het dwangbevel buiten effect wordt gesteld;

(c) dat [werkneemster] wordt veroordeeld in de kosten van de verstekprocedure en van het verzet.

1.3 Bij tussenvonnis van 15 oktober 2008 heeft de kantonrechter een comparitie gelast.

1.4 De comparitie van partijen is gehouden op 19 november 2008. Partijen hebben bij monde van hun gemachtigden hun standpunten nader uiteen gezet. Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt. Door Nij Smellinghe en [werkneemster] zijn producties in het geding gebracht.

1.5 Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

Motivering

de feiten

2.1 Op 16 augustus 2004 zijn Nij Smellinghe en [werkneemster] een leerovereenkomst voorbereidende periode als bedoeld in de CAO Ziekenhuizen (hierna: de CAO) aangegaan. Op grond van deze overeenkomst is [werkneemster] met ingang van 6 september 2004 toegelaten tot de opleiding voor het diploma operatie assistent.

2.2 Met ingang van 7 maart 2005 is [werkneemster] in dienst getreden bij Nij Smellinghe op basis van een leer/arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de op 10 maart 2005 door partijen ondertekende overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:

"(…)

Artikel 2 Verplichtingen werkgever en werknemer

Werkgever verplicht zich werknemer op te leiden of te doen opleiden tot operatie assistent, terwijl werknemer zich verplicht om in het kader van de opleiding gegeven opdrachten uit te voeren, rekening houdende met de eigen verantwoordelijkheid. Eén en ander met inachtneming van de bepalingen van het opleidingsreglement voor de opleiding tot operatie assistent, zoals dit luidt of zal komen te luiden, en dat met deze arbeidsovereenkomst één geheel vormt.

(…)

Artikel 12 Opleidingskosten

De aan de opleiding verbonden kosten alsmede de leermiddelen komen voor rekening van de werkgever.

Terugbetalingsregeling

Indien de opleiding door de werknemer zonder aannemelijke reden wordt beëindigd, dienen de volledige opleidingskosten te worden terugbetaald.

Wanneer de arbeidsovereenkomst op verzoek van de medewerker korter dan 24 maanden na afsluiting van de opleiding wordt beëindigd, worden de opleidingskosten naar rato terugbetaald, tenzij er sprake is van beëindiging op medische gronden.

(…)

Artikel 14 CAO

De collectieve arbeidsovereenkomst ziekenhuizen zoals deze luidt of zal komen te luiden, vormt met deze leer/arbeidsovereenkomst één geheel.

(…)"

2.3 Op 1 september 2007 heeft [werkneemster] haar diploma operatie assistent behaald. Met ingang van laatstgenoemde datum is zij bij Nij Smellinghe in dienst getreden als operatie assistent. In de daartoe op 6 september 2007 gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is onder meer het volgende bepaald:

"(…)

Artikel 15 Overige afspraken

De eerder met werknemer afgesloten leer/arbeidsovereenkomst d.d. 10 maart 2005 komt hiermee te vervallen.

De terugbetalingsregeling is van toepassing.

Terugbetalingsregeling

Wanneer de arbeidsovereenkomst op verzoek van de medewerker korter dan 24 maanden na afsluiting van de opleiding wordt beëindigd, worden de opleidingskosten naar rato terugbetaald, tenzij er sprake is van beëindiging op medische gronden.

(…)"

2.4 [werkneemster] heeft haar dienstverband met Nij Smellinghe opgezegd per 1 maart 2008 in verband met het aanvaarden van een betrekking elders.

2.5 Bij brief van 29 november 2007 heeft Nij Smellinghe [werkneemster] het volgende meegedeeld:

"Hierbij bevestigen wij de afspraken die met u gemaakt zijn betreffende de terugbetalingsregeling voor de opleiding operatieassistent.

Wanneer u per 1 maart 2008 vertrekt zal de restschuld aan Nij Smellinghe € 21.485,-- bedragen.

• U betaalt 1 keer een bedrag van € 12.000,--.

• U betaalt 24 termijnen van € 209,00 (totaal € 5.016,--)

• Het bedrag van € 4.469,-- zal u worden kwijtgescholden."

2.6 [werkneemster] heeft aan Nij Smellinghe een bedrag van (totaal) € 17.016,00 betaald ten titel van de terugbetaling van opleidingskosten.

2.7. Nij Smellinghe en [werkneemster] waren ten tijde van het sluiten van de overeenkomst(en) lid van verenigingen, die partij waren bij de CAO Ziekenhuizen.

de standpunten van partijen

2.8 [werkneemster] is van mening dat Nij Smellinghe ten onrechte aanspraak heeft gemaakt op terugbetaling van de opleidingskosten. [werkneemster] heeft het aan Nij Smellinghe betaalde bedrag daarom als onverschuldigd teruggevorderd. Volgens [werkneemster] is de terugbetalingsregeling, zoals die is opgenomen in de (leer/-)arbeidsovereenkomst, nietig wegens strijd met de CAO. De terugbetalingsregeling wijkt namelijk ten nadele van Pothumus af van art. 7.2.3 lid 6 van de CAO, waarin is bepaald dat de les- en collegegelden voor rekening van de werkgever komen. Nij Smellinghe kan zich evenmin beroepen op art. 3.2.18 lid 5 CAO, want op grond van een objectieve uitleg van het in die bepaling gebezigde begrip "reeds verstrekte vergoedingen", vallen de door de werkgever voor [werkneemster] gemaakte opleidingskosten hier niet onder.

2.9 Nij Smellinghe heeft aangevoerd dat art. 7.2.3 van de CAO er niet aan in de weg staat dat een terugbetalingsregeling wordt overeengekomen met een werknemer. De CAO biedt in art. 3.2.18 de mogelijkheid aan de werkgever om -in overleg met de ondernemingsraad- een regeling inzake studie en verlof vast te stellen. Nij Smellinghe heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door het vaststellen van een zgn. faciliteitenregeling, waarin een terugbetalingsregeling is opgenomen die zowel geldt voor studies in het kader van de loopbaanontwikkeling, als voor opleidingen die in opdracht van de werkgever worden gevolgd. Op grond daarvan was zij bevoegd de terugbetalingsregeling overeen te komen en heeft [werkneemster] het thans door haar gevorderde bedrag niet onverschuldigd betaald. Het opgenomen beding is niet nietig.

de verdere beoordeling van het geschil

2.10 De kantonrechter heeft opnieuw kennis genomen van de processtukken, waaronder het eerder in deze zaak gewezen tussenvonnis van 24 september 2008, waarvan de inhoud als hier ingevoegd wordt beschouwd. De kantonrechter neemt over hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist.

2.11 De kantonrechter stelt voorop dat tussen partijen niet (langer) in geschil is dat zowel Nij Smellinghe als [werkneemster] gebonden zijn aan de CAO. De kernvraag is of de regeling die partijen die zijn overeengekomen inzake de terugbetaling van de kosten van de opleiding van [werkneemster] tot operatie assistent, op grond van art. 12 lid 1 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (Wcao) nietig is wegens strijd met de CAO.

2.12 De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat de uitleg van een CAO dient te geschieden aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden en waarbij ook de bewoordingen van de eventueel bij de CAO behorende schriftelijke toelichting moeten worden betrokken (HR 25 juni 2004, JAR 2004, 16).

2.13 De relevante bepalingen van de CAO luidden ten tijde hier van belang als volgt:

"(…)

Artikel 2.2 Karakter CAO

1. De bepalingen in deze CAO hebben een standaard karakter. Dat wil zeggen dat voor zover daarin niet anders is bepaald, het de werkgever niet is toegestaan af te wijken van de bepalingen van deze CAO of arbeidsvoorwaarden met de werknemer overeen te komen, die in deze CAO niet zijn geregeld.

2. In afwijking van lid 1 is het de werkgever toegestaan, ten behoeve van de werknemers, de volgende regelingen te treffen:

- een kredietverstrekkingregeling;

- een regeling op het gebied van collectieve verzekering

- een regeling met betrekking tot een sociaal-/bedrijfsfonds.

(…)

Artikel 3.2.18 Scholingsplan, loopbaanadvies en facilitering

1. De werkgever stelt jaarlijks, in overleg met de ondernemingsraad, het scholingsplan vast en het daarvoor benodigde budget.

2. Het scholingsplan bevat functiegerichte, beroepsgerichte en op employability gerichte scholing en een faciliteitenregeling.

3. De werknemer heeft recht op en plicht tot het volgen van scholingsactiviteiten. Het verzoek van de werknemer om een opleiding te volgen wordt ingewilligd, voor zover dit past binnen het scholingsplan. De wensen van de werknemer met betrekking tot loopbaan en scholingsactiviteiten worden in het jaargesprek besproken.

4. De werknemer heeft eens in de vijf jaar recht op een individueel loopbaanadvies. Bij het toekennen van de scholingsactiviteiten van de werknemer als bedoeld in lid 3 houdt de werkgever rekening met de uitkomsten van het loopbaanadvies.

5. De faciliteitenregeling als bedoeld in lid 2. bevat een regeling studiekosten en studieverlof. In deze regeling wordt tenminste aandacht besteed aan:

• Studies die in opdracht van de werkgever worden gevolgd.

• De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. Bij deeltijdwerkers wordt het naar rato-beginsel voor wat betreft de (gedeeltelijke) kostenvergoeding niet toegepast.

• De tijd waarvoor studieverlof wordt verleend.

• De terugbetaling van reeds verstrekte vergoedingen.

6. In de faciliteitenregeling wordt opgenomen dat de kosten van opleidingen die in opdracht van de werkgever worden gevolgd, volledig worden vergoed. De tijd voor deze opleidingen wordt als werktijd aangemerkt.

7. De aanvraag van de scholingsmiddelen vanuit de kaderregeling STIP van het Sectorfonds Zorg en Welzijn behoeft de instemming van de ondernemingsraad.

(…)

Artikel 7.2.3 Praktijkleerjaren

1. Na afronding van de bvp [beroepsvoorbereidende periode; ktr.] wordt de leerling toegelaten tot het eerste praktijkleerjaar. Gedurende de praktijkleerjaren wordt met de leerling-werknemer een leer-/arbeidsovereenkomst aangegaan.

2. Gedurende de leer-/arbeidsovereenkomst geldt een werkweek van maximaal gemiddeld 36 uur. De lestijd van gemiddeld 4 uur per week (208 uur per jaar) wordt als werktijd aangemerkt. Een lesuur wordt hierbij gelijkgesteld aan een arbeidsuur.

3. In een lesperiode kunnen maximaal gemiddeld 7 lesuren per dag voorkomen.

4. Gedurende de praktijkleerjaren ontvangt de leerling, met uitzondering van de leerling sterilisatie- assistent en de BBL-leerling niveau 1 en 2, het in bijlage 2 van dit hoofdstuk vermelde salaris of, indien dit hoger ligt, het minimum(jeugd)loon. De leerling sterilisatie-assistent en de BBL-leerling niveau 1 en 2 ontvangen het in bijlage 1 van dit hoofdstuk vermelde salaris, voorzover het minimum(jeugd)loon niet hoger ligt.

5. De leerling ontvangt jaarlijks een periodieke verhoging, te rekenen vanaf het einde van de bvp.

6. De les-/collegegelden komen voor rekening van de werkgever."

2.14 De kantonrechter is van oordeel dat uit de leden 1 en 2 van art. 3.2.18 van de CAO, beschouwd in onderlinge samenhang, voortvloeit dat de werkgever jaarlijks -in overleg met de ondernemingsraad- een scholingsplan vaststelt. Onderdeel van dit scholingsplan is de faciliteitenregeling, waarin op grond van art. 3.2.18 lid 5 onder meer dient te worden vastgelegd of -en zo ja, op welke wijze- reeds verstrekte vergoedingen door de werknemer dienen te worden terugbetaald. Hierbij is niet de beperking opgenomen dat deze terugbetalingsregeling niet (mede) betrekking kan hebben op de kosten van een opleiding die in opdracht van de werkgever wordt gevolgd. In zoverre werpt de CAO dan ook geen belemmering op voor de door Nij Smellinghe vastgestelde faciliteitenregeling, waarin is bepaald dat indien de arbeidsovereenkomst korter dan 24 maanden na voltooiing van de studie eindigt op verzoek van de werknemer, de betrokken werknemer gehouden kan worden de opleidingskosten naar rato terug te betalen.

2.15 Dat in art. 3.2.18 lid 6 CAO is bepaald dat de kosten van opleidingen die in opdracht van de werkgever worden gevolgd, volledig worden vergoed, betekent naar het oordeel van de kantonrechter voorts -anders dan door [werkneemster] is betoogd- slechts dat de werkgever er in een dergelijk geval niet voor kan kiezen om minder dan 100% van de kosten van de opleiding voor zijn rekening te nemen en deze geheel of gedeeltelijk door de weknemer te laten betalen. Dat de werkgever alle kosten van een in zijn opdracht door de werknemer gevolgde opleiding dient te vergoeden, laat echter onverlet dat in de faciliteitenregeling de terugbetaling van deze opleidingskosten kan worden geregeld. Art. 7.2.3 lid 6, waarin is bepaald dat de les- en collegegelden voor rekening van de werkgever komen, maakt dit niet anders. Laatstgenoemde bepaling moet worden uitgelegd tegen de achtergrond van het hoofdstuk van de CAO waarin het is geplaatst, te weten "Salariëring en vakantiebijslag". Art. 7.2.3 lid 6 CAO verzekert derhalve slechts dat de vergoeding van de kosten van een in opdracht van de werkgever door de werknemer te volgen opleiding, tot welke vergoeding de werkgever op grond van art. 3.2.18 lid 6 CAO gehouden is, buiten het bestek van het salaris van de werknemer valt.

2.16 Ten aanzien van het argument van [werkneemster] dat de bewoordingen "reeds verstrekte vergoedingen" in art. 3.2.18 lid 5 CAO geen betrekking heeft op de rechtstreeks door Nij Smellinghe betaalde kosten van de door [werkneemster] gevolgde opleiding tot operatie assistent, overweegt de kantonrechter het volgende. De in art. 3.2.18 lid 5 CAO gebruikte term "vergoeding(en)" stemt overeen met de in lid 6 gebezigde bewoordingen, waarin is bepaald dat de kosten van opleidingen die in opdracht van de werkgever worden gevolgd, volledig worden vergoed. Art. 3.2.18 lid 6 CAO geeft de verzekering dat in de ingevolge lid 5 vast te stellen faciliteitenregeling, wordt vastgelegd dat de werknemer alle kosten die hij in verband met een in opdracht van de werkgever te volgen opleiding maakt, bij zijn werkgever kan declareren. Objectief gezien maakt het daarbij geen verschil of dit vooraf gebeurt of achteraf. Uit praktisch oogpunt -mede gezien de aanmerkelijke bedragen die met dergelijke opleidingen gemoeid zijn- acht de kantonrechter het niet onbegrijpelijk dat de werkgever voldoet aan de op hem ingevolge art. 3.2.18 lid 6 CAO rustende plicht door (een deel van) de opleidingskosten 'voor te schieten' aan de werknemer door middel van rechtstreekse betalingen aan het opleidingsinstituut. Wanneer de bewoordingen "reeds verstrekte vergoedingen" van art. 3.2.18 lid 5 CAO in dit licht worden beschouwd, betekent dit dat de door Nij Smellinghe rechtstreeks betaalde kosten van de opleiding van [werkneemster] hier ook onder vallen. Het argument van [werkneemster] wordt dan ook verworpen.

2.17 Op grond van het vorenoverwogene is de kantonrechter van oordeel dat de faciliteitenregeling van Nij Smellinghe met de daarin opgenomen terugbetalingsregeling niet in strijd is met de CAO. Aangezien niet gesteld of gebleken is dat het tussen Nij Smellinghe en [werkneemster] overeengekomen terugbetalingsbeding in voor [werkneemster] ongunstige zin van de faciliteitenregeling afwijkt, is de slotsom dat dit beding niet wegens strijd met de CAO als nietig kan worden geoordeeld. De vordering van Nij Smellinghe, zoals aangehaald in r.o. 1.2, zal derhalve worden toegewezen, behoudens het onder (b) gevorderde omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.

2.18 [werkneemster] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nij Smellinghe worden begroot op € 600,00 (2 punt × tarief € 300,00) voor salaris gemachtigde. De explootkosten voor de verzetdagvaarding dienen ten laste van Nij Smellinghe te blijven nu zij op haar aan te rekenen gronden verstek heeft laten gaan. Voor een veroordeling van [werkneemster] in de kosten van de verstekprocedure, zoals gevorderd door Nij Smellinghe, bestaat geen aanleiding, nu zij in die procedure geen kosten heeft gemaakt.

Beslissing

De kantonrechter:

3.1 vernietigt het vonnis waarvan verzet;

en opnieuw rechtdoende:

3.2 wijst de vordering van [werkneemster] af;

3.3 veroordeelt [werkneemster] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Nij Smellinghe begroot op € 600,00 wegens salaris en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 209