Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI2611

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
17/880179-08 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Brandstichting, brandende sigarettenpeuk, vernieling, veroordeling.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880179-08 VEV

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 april 2009 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 21 april 2009.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- vrijspraak van het onder 1 primair, 1. subsidiair en 1. meer subsidiair telastegelegde;

- veroordeling voor het onder 2 telastegelegde;

- oplegging van 1 week gevangenisstraf;

- afwijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij].

Partiële vrijspraak

De verdachte moet van het onder 1. primair, 1. subsidiair en 1. meer subsidiair telastegelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet bewezen acht.

Uit de verklaringen van verdachte kan niet worden afgeleid dat hij de brand opzettelijk heeft aangestoken. Weliswaar heeft verdachte in eerste instantie bekend dat hij de brand zou hebben aangestoken, hij heeft deze verklaring echter in latere verhoren in die zin genuanceerd dat hij daarmee bedoelde te zeggen dat hij op de avond van 20 april 2008 in de desbetreffende loods aan [adres], een brandende peuk tussen zijn vingers heeft weggeschoten in de richting van zijn werkbank. De rechtbank acht het aannemelijk dat verdachtes eerste verklaring -waarin hij bekent de brand te hebben aangestoken- is afgelegd onder invloed van heftige emoties en gaat uit van de later afgelegde genuanceerde verklaring van verdachte, mede ook nu er geen bewijs voorhanden is dat verdachte de brand op enig andere manier zou hebben veroorzaakt.

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat door het wegschieten van een smeulende peuk door verdachte de brand is ontstaan, noch dat de (voorwaardelijke) opzet van de verdachte op brandstichting gericht was. Uit het onderzoeksrapport van de technische recherche blijkt niet dat de brand op of bij de werkbank is ontstaan, noch blijkt daaruit wat de oorzaak van de brand is.

De enkele -niet nader onderbouwde- conclusie in voormeld rapport dat de brand onder gunstige omstandigheden door de weggeschoten brandende peuk van verdachte zou kunnen zijn ontstaan, is daartoe in ieder geval onvoldoende. Een en ander te minder nu deze gunstige omstandigheden waaronder de brand zou kunnen zijn ontstaan, in het rapport niet nader worden uitgewerkt. In dat kader is voorts van belang dat noch uit voormeld rapport, noch overigens anderszins, is gebleken dat er vluchtige stoffen voorkwamen op en/of in de buurt van de werkbank, noch dat de werkbank of de directe omgeving als zodanig brandbaar was. Tot slot kan op basis van de stukken en het behandelde ter zitting niet worden uitgesloten dat andere personen dan verdachte die avond in de desbetreffende loodsen zijn geweest, zodat evenmin kan worden uitgesloten dat een andere persoon dan verdachte de brand heeft veroorzaakt. De rechtbank zal, alles overwegende, verdachte terzake van het onder 1 telastegelegde vrijspreken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 2 telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

2.

hij in de periode omvattende de dagen 20 april 2008 en 21 april 2008 te [plaats], in de gemeente Ooststellingwerf, in een loods van het bedrijf [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] gevestigd aan of bij de [adres], aldaar, opzettelijk en wederrechtelijk computerapparatuur en een ruit van die loods en een tractor, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en beschadigd.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op de misdrijven:

2.

(ten aanzien van de computerapparatuur en de ruit)

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

en

(ten aanzien van de tractor)

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheid waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en de psychologische rapportage;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1 telastegelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering, nu verdachte van het telastegelegde wordt vrijgesproken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte 1. primair, 1. subsidiair en 1. meer subsidiair is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Betaling van een geldboete ten bedrage van € 750,-- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. de Jong, voorzitter, mr. S.B. van Baalen en mr. C. Tuinstra, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 april 2009.

Mr. Tuinstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.