Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI2508

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
17/080010-96 TBS
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling, delictgevaarlijkheid, resocialisatie.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 38d
Wetboek van Strafrecht 38e
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/080010-96 TBS

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 28 april 2009 op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling

in de zaak tegen

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te '[geboorteplaats],

thans verblijvende Dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen.

Procesverloop

De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaren.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 14 april 2009, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman mr. J. Boksem, de officier van justitie en [deskundige 1], [deskundige 2], [deskundige 3] en [deskundige 4], als getuigen-deskundigen. De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het rapport met advies van het behandelteam van de inrichting waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd, d.d. 27 november 2008, het psychologisch rapport, d.d. 16 november 2008 en het psychiatrisch rapport, d.d. 24 november 2008, alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.

Motivering

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank is op grond van de uitgebrachte adviezen en de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde tot het oordeel gekomen dat de delictgevaarlijkheid ook thans nog van dien aard is dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen een voortzetting van de terbeschikkingstelling vereisen nu de psychische problematiek die ten grondslag lag aan de door de veroordeelde gepleegde delicten nog onveranderd aanwezig is. Gelet op de inhoud van de adviezen, is de rechtbank van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar geïndiceerd is, nu immers de behandeling die het delictrisico zou kunnen verminderen, niet binnen twee jaar zal zijn afgerond. Dat neemt niet weg dat op de instelling, ook na verlenging van de terbeschikkingstelling, tegen de achtergrond van art. 5 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de vrijheidsbeneming van veroordeelde, de plicht rust tot het ter hand nemen van een nieuwe resocialisatiepoging indien daartoe concrete aanwijzingen zijn (Vergelijk: Gerechtshof Arnhem, 2 juli 2007, LJN: BA8529). Hoewel de rechtbank niet bevoegd is te oordelen over de door de instelling aangevraagde longstay als zodanig, dient de instelling naar het oordeel van de rechtbank te inventariseren of, en zo ja welke, resocialisatiemogelijkheden er -al dan niet op de langere termijn en al dan niet in beperkte vorm- in het geval van veroordeelde zijn. Voor dergelijke resocialisatiemogelijkheden bestaan in het onderhavige geval aanwijzingen gelet op de adviezen van de deskundigen [deskundige 3] en [deskundige 2], die geleidelijke resocialisatie van veroordeelde -zij het onder strikte begeleiding en tot een beperkt niveau- niettemin een reële mogelijkheid achten. Een aanwijzing is voorts dat de verloven van veroordeelde in het kader van het eerder ingezette resocialisatietraject zonder incidenten zijn verlopen, terwijl dat resocialisatietraject als zodanig zonder duidelijke reden lijkt te zijn stopgezet.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [veroordeelde] voornoemd ter beschikking is gesteld met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. H. van der Werff en mr. S.B. van Baalen, rechters, bijgestaan door mr. E.M. Troost, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 april 2009.