Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BI0623

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
09-04-2009
Datum publicatie
15-04-2009
Zaaknummer
AWB 07/2218 en 08/325
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mediawet. Neventaak. Themakanaal "Sterren.nl". Handhaving. Niet-ontvankelijk. Niet tijdig ingediend beroep. Procesbelang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummers: AWB 07/2218 en 08/325

uitspraak van de meervoudige kamer van 9 april 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in de gedingen tussen

TV Digitaal B.V., h.o.d.n. TV Oranje,

(hierna: TV Oranje), gevestigd te Drachten,

eiseres,

gemachtigde: G. Ardesch, directeur van TV Digitaal B.V.

en

het Commissariaat voor de Media,

(hierna: het Commissariaat), gevestigd te Hilversum,

gemachtigde: mr. G.H.L. Weesing, advocaat te Amsterdam.

Procesverloop

Bij brief van 10 januari 2006, aangevuld op 22 september 2006, heeft TV Oranje het Commissariaat verzocht te onderzoeken of het door de omroepvereniging TROS uit te zenden digitale themakanaal "Sterren.nl" concurrentievervalsend is ten opzichte van het door TV Oranje uitgezonden programma "TV Oranje". Het Commissariaat heeft dit verzoek opgevat als een verzoek om handhavend op te treden tegen de TROS. Bij besluit van 20 februari 2007 heeft het Commissariaat het handhavingsverzoek afgewezen. Het hiertegen door TV Oranje gemaakte bezwaar is bij besluit op bezwaar van 24 juli 2007 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft TV Oranje bij brief van 4 september 2007 beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder 07/2218.

Bij besluit van eveneens 24 juli 2007 heeft het Commissariaat aan de TROS goedkeuring verleend voor een neventaak, bestaande uit het verzorgen van het digitale themakanaal "Sterren.nl". Het hiertegen door TV Oranje gemaakte bezwaar is bij besluit op bezwaar van 6 november 2007 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft TV Oranje bij brief van 7 februari 2008 beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder 08/325.

Bij emailbericht van 31 juli 2007 heeft TV Oranje het Commissariaat verzocht handhavend op te treden tegen de TROS. Dit handhavingsverzoek houdt verband met de organisatie door de TROS van een cruise naar Florida en Mexico. Tijdens de cruise zullen op het cruiseschip "Carnival Inspiration" meerdere Nederlandse artiesten optreden en van deze optredens worden televisieopnames gemaakt. In reactie hierop heeft het Commissariaat TV Oranje bij emailbericht van 10 september 2007 laten weten geen noodzaak te zien de door de TROS aangeboden reis te onderzoeken. Bij ongedateerde brief, bij het Commissariaat op 11 september 2007 binnengekomen, heeft TV Oranje hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij brief van 9 juni 2008 heeft TV Oranje beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op dit bezwaarschrift. Dit beroep is geregistreerd onder 08/1164.

Op grond van artikel 8:26, eerste lid, van de Awb is de TROS door de rechtbank in de gelegenheid gesteld als partij aan de gedingen deel te nemen. De TROS heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Door de TROS is geen schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

De zaken zijn gevoegd behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 20 maart 2009, waarbij TV Oranje en het Commissariaat zich hebben laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De TROS is met kennisgeving niet verschenen.

Ter zitting heeft TV Oranje haar beroep met nummer 08/1164 ingetrokken.

Motivering

Zaak 08/325 (goedkeuring themakanaal)

1.1 Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

1.2 Het besluit van 6 november 2007 is op 7 november 2007 aangetekend verzonden naar TV Oranje. De beroepstermijn is begonnen op 8 november 2007 en geƫindigd op 19 december 2007. Het beroep is dus te laat ingediend. Van omstandigheden op grond waarvan dit verschoonbaar is te achten, is de rechtbank niet gebleken.

1.3 In het beroepschrift in zaak 07/2218 heeft TV Oranje expliciet aangegeven dat dit beroep is gericht tegen het besluit op bezwaar van 24 juli 2007. Verder is gewezen op het primaire besluit van 20 februari 2007. Deze besluiten hebben betrekking op het handhavingsverzoek met betrekking tot het themakanaal. Het betoog van TV Oranje dat het beroep met kenmerk 07/2218 tevens betrekking heeft op de beslissing tot goedkeuring van het themakanaal faalt derhalve.

1.4 Zo echter al aangenomen moet worden dat het beroep met kenmerk 07/2218 tevens ziet op de beslissing tot goedkeuring van het themakanaal, dan dient dit (deel van het) beroep opgevat te worden als een voor het begin van de beroepstermijn ingediend beroepschrift (prematuur beroep). Ingevolge artikel 6:10, eerste lid, van de Awb blijft een niet-ontvankelijkverklaring van een prematuur ingediend beroep achterwege indien het besluit ten tijde van de indiening van het beroep reeds tot stand was gekomen, of nog niet tot stand was gekomen, maar de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was. Vast staat dat het besluit van 6 november 2007 ten tijde van de indiening van het beroep met kenmerk 07/2218 niet reeds tot stand was gekomen. Evenmin heeft TV Oranje feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan geoordeeld moet worden dat zij redelijkerwijs kon menen dat dit wel het geval was.

Ook de rechtbank is niet gebleken van dergelijke feiten en omstandigheden. Voor toepassing van artikel 6:10, eerste lid, van de Awb bestaat dus geen aanleiding.

Zaak 07/2218 (handhavingsverzoek met betrekking tot het themakanaal)

2.1 Naar het oordeel van de rechtbank heeft TV Oranje geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Uit de rechtsoverwegingen met betrekking tot zaak 08/325 volgt dat de goedkeuringsbeslissing in rechte vaststaat. Zo al sprake zou zijn geweest van het door de TROS in strijd met de Mediawet verzorgen van het themakanaal "Sterren.nl", hetgeen aanleiding zou kunnen geven voor handhavend optreden jegens de TROS, is van deze strijd geen sprake meer. Dit betekent dat TV Oranje met het beroep niet (meer) kan bereiken wat zij hiermee beoogt, namelijk dat het Commissariaat handhavend optreedt tegen het themakanaal.

2.2 Volgens vaste jurisprudentie kan het procesbelang niet gelegen zijn in het verkrijgen van een principiƫle uitspraak of een aanspraak op proceskosten. Procesbelang bestaat wel indien wordt gesteld dat schade is geleden ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming. Daartoe is vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat dergelijke schade is geleden als gevolg van het besluit (vgl. LJN: BH1891). Aan dit criterium is in het onderhavige geval niet voldaan. TV Oranje heeft weliswaar in algemene bewoordingen uiteengezet waarom sprake is van oneerlijke concurrentie door de TROS, maar zij heeft niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden als gevolg van de weigering van het Commissariaat om handhavend op te treden. Daartoe overweegt de rechtbank dat TV Oranje geen gegevens heeft verstrekt, waaruit de aard en de hoogte van de schade zouden kunnen worden afgeleid. Het beroep dient daarom wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Proceskosten

3.1 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. C.H. de Groot, voorzitter, en door mrs. P.G. Wijtsma en

G.C. Koelman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2009.

w.g. J.R. Leegsma

w.g. C.H. de Groot

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.