Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BH9269

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
31-03-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
17/047140-03 TBS
Formele relaties
Op verzet tegen : ECLI:NL:RBLEE:2003:AL8175, Overig
Op verzet tegen : ECLI:NL:RBLEE:2003:AM1848, Overig
Op verzet tegen : ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5919, Overig
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging, rapportage, verlengingsadvies, dwangverpleging

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 38e
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/047140-03

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 31 maart 2009 op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling

in de zaak tegen

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans verblijvende FPC Veldzicht te Balkbrug.

Procesverloop

Bij beslissing van 13 november 2008 heeft de rechtbank de terbeschikkingstelling van veroordeelde met één jaar verlengd. De rechtbank heeft daarbij de beslissing tot eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aangehouden voor de duur van drie maanden. De rechtbank wilde zich door de reclassering laten voorlichten omtrent de mogelijkheden waaronder de dwangverpleging voorwaardelijk zou kunnen worden beëindigd.

Op 5 februari 2009 is het onderzoek ter terechtzitting hervat. Tijdens dit onderzoek is geconstateerd dat door de reclasseringsinstelling Tactus geen informatie is gegeven over de vraag onder welke voorwaarden de eventuele beëindiging van de dwangverpleging zou kunnen plaatsvinden. Wel wordt in dit rapport gesteld dat de getuige-deskundige Bakx ter terechtzitting van 30 oktober 2008 een verdergaande conclusie heeft getrokken dan in het advies van de instelling d.d. 15 september 2008.

De rechtbank heeft vervolgens in haar beslissing van 19 februari 2009 bepaald dat als getuige-deskundigen gehoord dienen te worden de heren Bakx, Huitema en Van Holst.

Op 17 maart 2009 is het onderzoek wederom hervat. Daarbij waren aanwezig de veroordeelde, diens raadsman mr. E. van der Meer, de officier van justitie en als getuige-deskundigen de heren P.J.C. Bakx, psychiater, R.E.J. Ziel (in plaats van de heer Huitema), psycholoog en beiden verbonden aan Veldzicht, en R. van Holst, reclasseringswerker.

Beraadslaging

De aanleiding van het verzoek van de rechtbank aan de reclassering om nader te rapporteren, was onder meer dat de getuige-deskundige Bakx ter terechtzitting van 30 oktober 2008 had verklaard dat de behandeling van veroordeelde zo goed ging dat er transmuraal verlof werd aangevraagd waardoor veroordeelde volledig buiten de kliniek kon wonen. Volgens Bakx zou de behandeling nog een tijd door moeten gaan, maar of dat binnen Veldzicht zou moeten plaatsvinden was de vraag. Een voorwaardelijke beëindiging was zeker niet onmogelijk wanneer de reclassering goed zou zijn ingevoerd en er voldoende mogelijkheden waren om het toezicht uit te voeren. De te stellen voorwaarden moeten keihard zijn zoals een verbod op het drinken van alcohol. Desgevraagd gaf Bakx aan dat veroordeelde in het kader van een resocialisatietraject wellicht meteen via De Toets naar een flatje in Zwolle zou kunnen gaan waarbij de tussenfase van De Beuk wordt overgeslagen.

De getuige-deskundige Van Holst van de reclassering heeft ter terechtzitting van 17 maart 2009 meegedeeld dat hij, nadat hij kennis had genomen van het verlengingsadvies, een referentenonderzoek heeft verricht. Hij heeft daarbij gesproken met mevrouw Maring, maatschappelijk werker bij Veldzicht. Mevrouw Maring heeft aan Van Holst meegedeeld dat het verlengingsadvies leidend is. Ook de heer Ziel heeft aan Van Holst meegedeeld dat het verlengingsadvies leidend is.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Bij beslissing van 13 november 2008 heeft de rechtbank aan de reclassering opdracht gegeven te onderzoeken onder welke voorwaarden de dwangverpleging eventueel zou kunnen worden beëindigd. De reclassering heeft dat onderzoek niet verricht onder verwijzing naar een andersluidende visie van Veldzicht. Daarmee heeft deze reclasseringsinstelling de opdracht van de rechtbank naast zich neergelegd. De rechtbank merkt in dit verband op dat het niet aan de reclasseringsinstelling noch aan Veldzicht is om te bepalen of al dan niet uitvoering moet worden gegeven aan een opdracht van de rechtbank. Nu Tactus heeft nagelaten de rechtbank voor te lichten, is de rechtbank niet in staat om een beslissing te nemen waardoor de beslissing in dezen weer moet worden aangehouden.

De rechtbank zal het onderzoek hervatten als na te melden.

De rechtbank wil worden geïnformeerd zoals in haar beslissing van 13 november 2008 is geformuleerd en zal daarom de reclassering opnieuw opdracht geven te rapporteren. De raadsman heeft ter zitting gesteld dat veroordeelde voorlopig bij zijn ouders kan wonen. De rechtbank wil dat de reclassering die mogelijkheid gaat onderzoeken en daarover rapporteert. Mochten er andere huisvestingsmogelijkheden zijn dan wil de rechtbank daar eveneens van op de hoogte gesteld worden. De rechtbank zal voornoemde opdracht aan de reclassering Nederland te Leeuwarden geven nu de ouders van veroordeelde, voorzover de rechtbank bekend is, in [woonplaats] wonen.

Beslissing

Beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting dient te worden hervat op donderdag 7 mei 2009 om 13.30 uur.

De rechtbank houdt de beslissing aan over een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van veroordeelde tot bovengenoemde zitting en stelt de stukken in handen van de officier van justitie teneinde zich door de Reclassering Nederland te Leeuwarden te laten voorlichten omtrent de mogelijkheid van:

- het wonen bij zijn ouders in [woonplaats];

- het wonen op een andere locatie, mocht wonen bij zijn ouders niet kunnen;

- het controleren op alcoholgebruik;

- het volgen van therapieën;

- het begeleiden van veroordeelde;

en voorts omtrent eventueel overige te stellen voorwaarden ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en mr. S.B. van Baalen, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2009.