Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BH8680

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
30-03-2009
Zaaknummer
AWB 08/1480
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handhaving. Voetbaldoeltjes. Bouwvergunningvrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 08/1480

proces-verbaal mondelinge uitspraak van 13 maart 2009 op grond van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake het geding tussen

[naam] (hierna: [naam eiser]),

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: P.J. Smink, werkzaam bij de Vakcentrale CNV te Utrecht,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadeel (hierna: het college),

verweerder,

gemachtigden: M. Vriesema en D. Tilstra, beiden werkzaam bij verweerders gemeente.

Bestreden besluit

Het besluit van 14 juli 2008, waarbij het college het verzoek van [naam eiser] om over te gaan tot handhaving inzake twee voetbaldoeltjes, heeft afgewezen.

Datum zitting

13 maart 2009.

Zitting hebben:

rechter: mr. P.G. Wijtsma,

griffier: mr. B.M. van der Doef.

De rechtbank sluit het onderzoek en doet onmiddellijk uitspraak.

A. de beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

B. de motivering

De rechtbank is van oordeel dat de voetbaldoeltjes, nu de hoogte ervan gemeten vanaf de voet niet meer dan drie meter bedraagt, als een vergunningsvrij bouwwerk in de zin van artikel 3 van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken zijn aan te merken. De rechtbank verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 juli 2008 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJN: BD6710). Dit betekent dat met het plaatsen van de voetbaldoeltjes artikel 40 van de Woningwet niet wordt overtreden. Nu sprake is van vergunningsvrije bouwwerken, hoeft er, gelet op artikel 20, sub a, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet getoetst te worden aan de bestemmingsplanvoorschriften. Overigens is de rechtbank van oordeel dat de plaatsing van de voetbaldoeltjes niet in strijd is met de ter plekke vigerende bestemming.

Dat betekent dat het college niet bevoegd is om handhavend tegen deze voetbaldoeltjes op te treden en terecht het verzoek van [naam eiser] heeft afgewezen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een partij in de proceskosten te veroordelen.

Partijen en andere belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep aantekenen. Degene die daarvan gebruik wenst te maken, dient binnen zes weken na verzending van dit proces-verbaal een beroepschrift te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.

De zitting wordt gesloten.

Waarvan proces-verbaal.

B.M. van der Doef P.G. Wijtsma