Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BH6187

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
17-03-2009
Zaaknummer
AWB 06/2431 en AWB 06/2432
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3063, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

VPB - als niet vaststaat dat sprake is van een tegenprestatie zijn bemiddelingskosten niet aftrekbaar, tenzij eiseres aannemelijk maakt dat sprake is van kosten die zijn gemaakt met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming; eiseres is hierin niet geslaagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2009-0626
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

procedurenummers: AWB 06/2431 en AWB 06/2432

uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiseres],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. [gemachtigde eiseres],

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg/kantoor Roermond,

verweerder,

gemachtigde drs. [gemachtigde verweerder].

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2001 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 246.689. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 december 2005 de aanslag gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen bij brief van 16 januari 2006, ontvangen bij de rechtbank Breda op 18 januari 2006, beroep ingesteld.

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2002 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 800.849. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 december 2005 de aanslag gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen bij brief van 16 januari 2006, ontvangen bij de rechtbank Breda op 18 januari 2006, beroep ingesteld.

Verweerder heeft voor beide beroepen de op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en in iedere zaak een verweerschrift ingediend.

De rechtbank Breda heeft zich bij uitspraken van 3 november 2006 voor beide beroepen onbevoegd verklaard en de dossiers ter behandeling aan de rechtbank Leeuwarden doorgestuurd.

Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

Het onderzoek ter zitting heeft voor beide beroepen gelijktijdig plaatsgevonden op 21 januari 2009 te Leeuwarden. Eiseres is daar bij haar gemachtigde verschenen. Namens verweerder is zijn gemachtigde verschenen, bijgestaan door mr. [A].

Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank de zaken gevoegd voor het doen van uitspraak.

Motivering

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

1.1 Eiseres is opgericht op [datum] 2001 en statutair gevestigd te [vestigingsplaats]. Het bedrijfsadres is gelegen te [adres]. Haar enig aandeelhouder en bestuurder is de heer [Y]. De heer [Y] is geboren op [datum] 1951; hij heeft de [buitenlandse] nationaliteit.

1.2 De ondernemingsactiviteiten van eiseres bestaan uit het inkopen en verkopen van oliën, vetten en olieadditieven. De producten worden met name ingekocht bij westerse leveranciers en verkocht aan in [buitenland] gevestigde afnemers. De heer [Y] verzorgt het afsluiten van de orders; hij vliegt daarvoor in de jaren 2001 en 2002 gemiddeld vijf keer per maand naar [buitenland]. De dagelijkse gang van zaken in Nederland wordt behartigd door de sales coördinator, mevrouw [Z]. Zij heeft een dienstverband van ongeveer 20 uur per week. Zij is op werkdagen doorgaans vier uur aanwezig op het bedrijfsadres gedurende welke tijd zij onder andere de bedrijfsadministratie bijhoudt.

1.3 Eiseres maakt in [buitenland] gebruik van een kantoor genaamd [kantoor]. De directeur van dit kantoor is de heer [X].

1.4 Eiseres heeft voor 2001 en 2002 een bedrag van € 249.893 respectievelijk € 705.649 ten laste van haar winst gebracht als bemiddelingskosten voor het verwerven van orders in [buitenland]. De namen van de gerechtigden en de hoogte van hun respectievelijke commissies zijn bekend bij de heer [Y], maar de administratie van eiseres bevat, naar eiseres heeft verklaard ter bescherming van de betrokken personen, geen gegevens over wie de rechthebbenden zijn van deze commissies en voor welke bedragen. Afhankelijk van de voorkeur van de rechthebbenden vormt eiseres een voorziening voor de commissies dan wel maakt zij bedragen over naar buitenlandse bankrekeningen die op naam staan van familie, vrienden of vertrouwenspersonen van de rechthebbenden. Rechtstreekse betaling aan een rechthebbende vindt niet plaats. De balans van eiseres bevat voor 2001 en 2002 posten ter zake van gereserveerde commissies ter grootte van € 155.630 respectievelijk € 448.168. Eiseres heeft geweigerd aan verweerder informatie vrij te geven die inzicht kan verschaffen welke contactpersonen bij de verschillende orders hebben bemiddeld en wat de daarvoor afgesproken commissies zijn geweest.

1.5 De heer [Y] ontvangt geen beloning van eiseres voor zijn werkzaamheden.

Geschil

2.1 Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of verweerder terecht de aftrek van de post bemiddelingskosten heeft geweigerd.

2.2 Eiseres is van mening dat zij aannemelijk heeft gemaakt dat de commissiekosten terecht ten laste van het resultaat zijn gebracht, omdat sprake is van zakelijke kosten. Zij beroept zich daarbij onder meer op de handelsgewoontes in [buitenland] en de bankafschriften uit haar administratie. In het licht van de algemene veiligheidssituatie in [buitenland] kan naar haar mening niet van haar worden gevergd dat zij de door verweerder gevraagde informatie verstrekt. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en tot vermindering van de belastingaanslag over 2001 tot nihil en tot vaststelling van het verlies over dat jaar op € 2.418 alsmede tot vermindering van de belastingaanslag over 2002 tot een berekend naar een belastbare winst van € 95.004.

2.3 Verweerder is van opvatting dat eiseres niet is geslaagd in de op haar rustende bewijslast om de zakelijke grondslag van de commissiekosten aannemelijk te maken. Hij concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

2.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

Beoordeling van het geschil

3.1 In zijn arrest van 21 september 1994, nr. 29.356, BNB 1995/16, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat, indien vaststaat dat een belastingplichtig lichaam een betaling heeft gedaan zonder dat blijkt van enige tegenprestatie, deze uitgave slechts dan tot de kosten van de door de belastingplichtige gedreven onderneming kan worden gerekend, indien zij aannemelijk maakt dat de uitgave ten behoeve van die onderneming is gedaan. Door in de ten processe geschetste omstandigheden van belanghebbende het bewijs te verlangen dat de betalingen zijn gedaan met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming, heeft het Hof, aldus de Hoge Raad, de bewijslast niet onredelijk verdeeld.

3.2 De rechtbank overweegt dat bij gemotiveerde betwisting, zoals hier, van het zakelijke karakter van de onderhavige als bemiddelingskosten ten laste van de winst gebrachte bedragen waarvan naar het oordeel van de rechtbank niet vaststaat dat daarvoor enige tegenprestatie is verricht, op eiseres de last rust aannemelijk te maken dat sprake is van kosten die zijn gemaakt met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming van eiseres. Aangezien eiseres geen inzicht heeft willen geven in wie bij de totstandkoming van welke order heeft bemiddeld tegen welke commissie en wat de daarvoor verrichte werkzaamheden hebben omvat, terwijl voor zover overboekingen hebben plaatsgevonden evenmin bekend is wie in die gevallen de uiteindelijk gerechtigden tot de commissies zijn, moet naar het oordeel van de rechtbank reeds op grond hiervan worden geconcludeerd dat eiseres het van haar verlangde bewijs niet heeft geleverd. De vrees van eiseres dat het prijsgeven van vorenbedoelde informatie tot veiligheidsrisico's voor de betrokken personen zou kunnen leiden, wat daar overigens ook van zij, is naar het oordeel van de rechtbank een omstandigheid die voor rekening van eiseres moet komen en kan niet tot een ander oordeel leiden.

3.3 Gelet op het vorenoverwogene dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 5 maart 2009 door mr. J.W. Keuning, mr. dr. P. van der Wal en mr. A.F. Germs-de Goede, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Haanstra, griffier, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

w.g. H.J. Haanstra

w.g. J.W. Keuning

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.