Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BH3590

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
11-02-2009
Datum publicatie
20-02-2009
Zaaknummer
81619 / HA ZA 07-244
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Openstelling Polderhoofdkanaal. Medewerking omwonende aan openstelling. Schadeloosstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 81619 / HA ZA 07-244

Vonnis van 11 februari 2009

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SMALLINGERLAND,

zetelend te Drachten,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.B. Dijkema,

tegen

[x],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. R.C.M. Kamsma.

Partijen zullen hierna de Gemeente en [x] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie en van voorwaardelijke eis in reconventie

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens akte wijziging van eis in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben op 12 december 2000 een koopovereenkomst gesloten, waarbij [x] - na daartoe een inschrijving te hebben gedaan zoals bedoeld in een door De Gemeente uitgegeven verkoopbrochure - van de Gemeente heeft gekocht een recreatiecomplex omvattende een camping, haven en dagrecreatieterrein, gelegen te [woonplaats] aan het [adres], kadastraal bekend gemeente Boornbergum, sectie F nummer 4 deels, sectie F nummer 27 deels, sectie F nummer 30, sectie F nummer 1801 deels en sectie F nummer 2127 deels, zoals schetsmatig aangegeven op een aan de schriftelijke koopovereenkomst gehechte koopovereenkomst, tezamen groot ongeveer zes hectare, twee en tachtig are en negen centiare - hierna te noemen: het recreatiecomplex - tegen een koopprijs van ? 1.150.000,00.

2.2. De door de Gemeente ter zake opgestelde verkoopbrochure is aan de schriftelijke koopovereenkomst gehecht. Tevens is een gedeelte van de inhoud van die verkoopbrochure in de koopovereenkomst geciteerd, waaronder:

(…)

- De roeibotenhaven is een onderdeel van het eventueel weer open te stellen Polderhoofdkanaal. Als dit kanaal wordt open gesteld voor de recreatietoervaart dan zal de koper daaraan medewerking moeten verlenen.

(…)

2.3. Het recreatiecomplex is vervolgens door de Gemeente aan [x] in eigendom overgedragen.

2.4. De gemeenteraad van de Gemeente heeft op 8 november 2005 besloten om tot openstelling van het Polderhoofdkanaal over te gaan om op die manier een voor het watertoerisme belangrijke verbinding te creëren met de Friese wateren.

2.5. Het Polderhoofdkanaal loopt langs het recreatiecomplex en eindigt thans bij een openbare weg. Om het Polderhoofdkanaal te kunnen openstellen, zal (in ieder geval) de grond aan het einde van het Polderhoofdkanaal moeten worden verwijderd. Het merendeel van die grond is in eigendom van de Gemeente. Op die grond zal een sluis en een brug worden aangelegd. Na verwijdering van de grond van de Gemeente resteert nog een klein stukje grond dat in eigendom toebehoort aan [x] en dat eveneens verwijderd dient te worden. Dit (glooiende) stukje grond - dat door [x] wordt gebruikt als natuurlijke trailerhelling - grenst aan een inham die uitmondt in het Grietmansrak. [x] gebruikt deze inham voor het aanhouden van ongeveer 45 ligplaatsen (aan beide zijden) en als roei- en visbotenhaven.

2.6. Tussen de Gemeente en [x] is overleg gevoerd omtrent de door de Gemeente beoogde openstelling van het Polderhoofdkanaal.

3. De vordering in conventie

3.1. De vordering van de Gemeente strekt er toe, dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, [x] zal bevelen om op uiterlijk 1 april 2007, althans een in goede justitie te bepalen datum zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de openstelling van het Polderhoofdkanaal, in de breedste zin van het woord, onder welke medewerking in ieder geval wordt verstaan het verwijderen van goederen en zaken op zijn eigendom die de openstelling belemmeren, en te gehengen en te gedogen dat:

- er in verband met de openstelling van het Polderhoofdkanaal werkzaamheden worden verricht op de grond van [x] of in het water van [x];

- er op de grond van [x] voer-, vaar- en/of werktuigen ten behoeve van de openstelling aan het werk aanwezig zijn;

- de trailerhelling en de onderliggende grond (gelegen tussen het Polderhoofdkanaal en het Grietmansrak) wordt verwijderd;

- recreatievaartuigen het water bevaren dat in eigendom is van [x] en dat is gelegen tussen het Polderhoofdkanaal en het Grietmansrak,

zulks met bepaling dat [x] aan de Gemeente een direct opeisbare dwangsom van € 10.000,00 verbeurt voor iedere dag dat [x] in gebreke zal zijn aan dit vonnis te voldoen met een maximum van € 1.000.000,00 en met veroordeling van [x] in de kosten van de procedure.

3.2. [x] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De vordering in reconventie

4.1. De vordering van [x] strekt er toe - na wijziging van eis, waarbij [x] het voorwaardelijke karakter van de vordering heeft laten vallen - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat [x] recht heeft op een volledige schadeloosstelling van de Gemeente in het geval van openstelling van het Polderhoofdkanaal, waarbij de medewerking van [x] vereist is, met veroordeling van de Gemeente in de kosten van het geding.

4.2. De Gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. Het geschil en de beoordeling

in conventie en in reconventie

5.1. De Gemeente heeft aangevoerd dat zij de medewerking van [x] nodig heeft om tot een openstelling van het Polderhoofdkanaal te kunnen komen. De natuurlijke trailerhelling van [x] zal moeten verdwijnen. Daarnaast zullen er recreatievaartuigen in de aan [x] in eigendom toebehorende inham naar het Grietmansrak varen en zullen er werkzaamheden op de grond van [x] moeten worden verricht. Volgens de Gemeente is [x] op grond van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst ter zake van het recreatiecomplex verplicht om hieraan zijn volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen, hetgeen impliceert dat [x] geen aanspraak kan maken op een aparte tegenprestatie. Een dergelijke vergoeding is niet overeengekomen. Bij de verkoop aan [x] is verdisconteerd dat het Polderhoofdkanaal opengesteld zou kunnen worden. De daaraan van de koper bedongen medewerking is ongeclausuleerd en niet afhankelijk gesteld van voorwaarden of enige compensatie. De Gemeente heeft desalniettemin geheel onverplicht een voorstel tot compensatie aan [x] gedaan. [x] heeft dit voorstel echter niet aanvaard en hij weigert zijn medewerking te verlenen, tenzij de Gemeente tegemoet komt aan een steeds maar groeiend eisenpakket van [x], aldus nog steeds de Gemeente. [x] schiet daarmee volgens de Gemeente toerekenbaar tekort in zijn verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst. De vordering van de Gemeente strekt tot het verkrijgen van volledige en onvoorwaardelijke medewerking van [x] aan de openstelling van het Polderhoofdkanaal.

5.2. [x] erkent dat hij op grond van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst ter zake van het recreatiecomplex verplicht is om mee te werken aan een openstelling van het Polderhoofdkanaal, zij het dat volgens hem sprake is van een voorwaardelijke verbintenis, zodat hij daartoe alleen verplicht is indien die openstelling zeker is. Daartoe is volgens [x] tenminste vereist dat alle benodigde vergunningen en ontheffingen zijn verleend (en niet zijn geschorst) en er dus geen situatie is zoals de onderhavige, waarin volgens [x] nog slechts sprake is van plannen van de Gemeente. Volgens [x] heeft hij bovendien in dat geval recht op een volledige schadeloosstelling, ter zake waarvan hij in reconventie een verklaring voor recht vordert. [x] betwist de stelling van De Gemeente dat een vergoeding voor door [x] te lijden schade als gevolg van de openstelling van het Polderhoofdkanaal in de koop is verdisconteerd. Volgens [x] kan hij aanspraak maken op een schadeloosstelling op grond van de Waterstaatswet, alsmede op grond van een redelijke uitleg van de koopovereenkomst en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Voorts heeft [x] aangevoerd dat de heer Roossien van de Gemeente in een gesprek op 10 oktober 2000 aan [x] ook de toezegging heeft gedaan dat [x] gecompenseerd zou worden.

5.3. De rechtbank constateert dat [x] - zoals hij ook heeft erkend - op grond van de koopovereenkomst ter zake van het recreatiecomplex gehouden is om zijn medewerking te verlenen aan de openstelling van het Polderhoofdkanaal. Zoals [x] heeft gesteld en nadien door de Gemeente is erkend, betreft het een voorwaardelijke verplichting. [x] is eerst gehouden om zijn medewerking te verlenen, indien daadwerkelijk zal worden overgegaan tot een openstelling van het Polderhoofdkanaal. De Gemeente heeft niet weersproken dat een openstelling op dit moment publiekrechtelijk (nog) niet mogelijk is. Bovendien is het de vraag of de Gemeente haar (inmiddels genomen) besluit om tot openstelling over te gaan werkelijk zal uitvoeren, mede gelet op de onduidelijkheid omtrent de vraag of al dan niet subsidie zal worden verkregen. De Gemeente heeft naar het oordeel van de rechtbank desalniettemin belang bij haar vordering. Voor haar dient reeds nu duidelijkheid te bestaan omtrent de vraag of zij alsdan aanspraak kan maken op de door haar gevorderde onvoorwaardelijke medewerking van [x].

5.4. Thans dient te worden beoordeeld of [x] op grond van de koopovereenkomst ter zake van het recreatiecomplex gehouden is tot een onvoorwaardelijke medewerking aan de openstelling van het Polderhoofdkanaal - zoals de Gemeente stelt - in die zin dat hij daaraan niet de voorwaarde kan stellen dat hij ter zake een volledige schadeloosstelling van de Gemeente dient te ontvangen.

5.5. De rechtbank constateert dat in de destijds door de Gemeente uitgegeven verkoopbrochure ter zake van het recreatiecomplex - welke tekst is overgenomen in de onderhavige koopovereenkomst - is vermeld:

De roeibotenhaven is een onderdeel van het eventueel weer open te stellen Polderhoofdkanaal. Als dit kanaal wordt open gesteld voor de recreatietoervaart dan zal de koper daaraan medewerking moeten verlenen.

Volgens de Gemeente hebben partijen vóór of ten tijde van het sluiten van de onderhavige koopovereenkomst niet gesproken over (de bedoeling van) deze tekst.

5.6. Naar het oordeel van de rechtbank dient de hiervoor geciteerde, door de Gemeente opgestelde tekst van de overeenkomst aldus uitgelegd te worden, dat [x] gehouden is om de Gemeente behulpzaam te zijn bij het streven naar de openstelling van het Polderhoofdkanaal. Zo kan [x] - met een beroep op zijn eigendomsrecht - niet weigeren om bijvoorbeeld een stukje grond aan de Gemeente af te staan, dan wel om werktuigen op zijn grond toe te laten, voor zover dit redelijkerwijs nodig zou zijn om tot een openstelling van het Polderhoofdkanaal te komen. Naar het oordeel van de rechtbank impliceert het voorgaande echter niet dat, voor zover [x] daardoor schade zou leiden, deze schade voor rekening van [x] zou moeten blijven. Omdat noch in de verkoopbrochure, noch in de koopovereenkomst mede is bepaald, dat - naast de opgelegde medewerking - eventuele schade als gevolg van een door de Gemeente gewenste openstelling van het Polderhoofdkanaal voor rekening van de koper zou blijven, mocht [x] er naar het oordeel van de rechtbank op vertrouwen dat hij ter zake schadeloos zouden worden gesteld. Nog afgezien van de stelling van [x] dat partijen vóór het sluiten van de overeenkomst wèl omtrent dit onderwerp hebben gesproken, namelijk in die zin dat de heer Roossien van de Gemeente hem heeft toegezegd dat hij gecompenseerd zou worden, is de rechtbank dan ook van oordeel dat [x] gerechtigd was en is om aan zijn door de Gemeente verlangde medewerking de voorwaarde te stellen dat de Gemeente hem ter zake schadeloos zal stellen. Het antwoord op de vraag of [x] daartoe ook gerechtigd is op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, alsmede op grond van de Waterstaatswet, kan dan ook in het midden blijven.

5.7. Op grond van het voorgaande zal de door de Gemeente gevorderde onvoorwaardelijke medewerking van [x] worden afgewezen. Wèl zal [x] worden veroordeeld om zijn medewerking te verlenen, zoals door de Gemeente bij de formulering van haar vordering nader is gespecificeerd. Het verweer van [x] dat de vordering te vaag is voor zover wordt gevorderd dat [x] dient te gehengen en te gedogen dat er in verband met de openstelling van het Polderhoofdkanaal werkzaamheden worden verricht op de grond van [x] of in het water van [x] en dat er op de grond van [x] voer-, vaar- en/of werktuigen ten behoeve van de openstelling aan het werk aanwezig zijn, zal worden verworpen. Volgens [x] is onduidelijk op welk deel van zijn terrein dit deel van de vordering betrekking heeft en op welke voer-, vaar- en/of werktuigen het betreft. Naar het oordeel van de rechtbank is de begrenzing van de door de Gemeente van [x] verlangde medewerking echter telkens gelegen in de vraag of deze medewerking redelijkerwijs nodig is om tot een openstelling van het Polderhoofdkanaal over te gaan. Zoals hiervoor sub 5.3 is overwogen, is [x] niet gehouden om - zoals primair door de Gemeente is gevorderd - zijn medewerking uiterlijk op 1 april 2007 te verlenen (nog afgezien van de omstandigheid dat die datum inmiddels ruimschoots gepasseerd is), maar pas op het moment dat een openstelling van het Polderhoofdkanaal publiekrechtelijk mogelijk is en het besluit van de Gemeente om tot een openstelling over te gaan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

5.8. Naar het oordeel van de rechtbank is voor toewijzing van de door de Gemeente gevorderde oplegging van dwangsommen onvoldoende grond aanwezig. [x] heeft immers nimmer zijn medewerking geweigerd, zij het dat hij daaraan - terecht - de voorwaarde heeft verbonden dat hij ter zake volledig schadeloos zou worden gesteld. De enkele omstandigheid dat [x] verweer heeft gevoerd tegen de nadere invulling door de Gemeente van de van [x] verlangde medewerking, zoals hiervoor sub 5.7 bedoeld, is op dit moment onvoldoende om tot een oplegging van die dwangsommen over te gaan. De rechtbank gaat er van uit dat [x] zijn volledige medewerking aan de (eventuele) openstelling van het Polderhoofdkanaal zal verlenen, mits hij schadeloos wordt gesteld door de Gemeente.

5.9. De reconventionele vordering van [x], die ertoe strekt dat voor recht zal worden verklaard dat [x] recht heeft op een volledige schadeloosstelling van de Gemeente in het geval van openstelling van het Polderhoofdkanaal, waarbij de medewerking van [x] vereist is, is gelet op het voorgaande toewijsbaar. De vraag naar de gevolgen van de openstelling van het Polderhoofdkanaal voor [x] - die volgens De Gemeente klein zijn en volgens [x] omvangrijk - en daarmee naar de hoogte van deze schadeloosstelling, kan gelet op de formulering van de reconventionele vordering - waarbij slechts een verklaring voor recht wordt gevorderd - in het kader van deze procedure onbesproken blijven.

5.10. Gelet op de omstandigheid dat partijen met name verdeeld zijn omtrent de vraag of [x] voor de door hem te verlenen medewerking aan de openstelling van het Polderhoofdkanaal al dan niet schadeloos dient te worden gesteld door de Gemeente en - zoals hiervoor is overwogen - de rechtbank van oordeel is dat deze vraag bevestigend dient te worden beantwoord, zal de Gemeente als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, zowel in conventie als in reconventie.

De kosten aan de zijde van [x] worden in conventie vastgesteld op:

- vast recht € 251,00

- salaris voor de advocaat € 904,00 (2 punten x tarief EUR 452,00)

en in reconventie op:

- salaris voor de advocaat € 452,00 (1 punt x tarief EUR 452,00).

6. De beslissing

De rechtbank

In conventie

6.1. beveelt [x] om op het moment dat een openstelling van het Polderhoofdkanaal publiekrechtelijk mogelijk is en het besluit van de Gemeente om tot een openstelling over te gaan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd, zijn volledige medewerking te verlenen aan de openstelling van het Polderhoofdkanaal, in de breedste zin van het woord, mits hij daarbij volledig schadeloos wordt gesteld, onder welke medewerking in ieder geval wordt verstaan het verwijderen van goederen en zaken op zijn eigendom die de openstelling belemmeren, en te gehengen en te gedogen dat:

- er in verband met de openstelling van het Polderhoofdkanaal werkzaamheden worden verricht op de grond van [x] of in het water van [x];

- er op de grond van [x] voer-, vaar- en/of werktuigen ten behoeve van de openstelling aan het werk aanwezig zijn;

- de trailerhelling en de onderliggende grond (gelegen tussen het Polderhoofdkanaal en het Grietmansrak) wordt verwijderd;

-recreatievaartuigen het water bevaren dat in eigendom is van [x] en dat is gelegen tussen het Polderhoofdkanaal en het Grietmansrak,

6.2. veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding, aan de zijde van [x] vastgesteld op € 251,00 aan verschotten en op € 904,00 aan salaris voor de advocaat;

6.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4. wijst af het anders of meer gevorderde;

in reconventie

6.5. verklaart voor recht dat [x] recht heeft op een volledige schadeloosstelling van de Gemeente in het geval van openstelling van het Polderhoofdkanaal, waarbij de medewerking van [x] vereist is;

6.6. veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding, aan de zijde van [x] vastgesteld op € 452,00 aan salaris voor de advocaat;

6.7. verklaart de veroordeling sub 6.6. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2009.?