Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BH2000

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2009
Datum publicatie
12-02-2009
Zaaknummer
AWB 09/153
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kapvergunning. Belangenafweging. Kappen ineens of gefaseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/153

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 februari 2009 als bedoeld in artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[naam],

wonende te Reitsum,

verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ferwerderadiel,

verweerder,

gemachtigden: C.J. Corsèl en W. Dijkstra, beiden werkzaam bij de gemeente Ferwerderadiel.

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ferwerderadiel (hierna: het college) aan het college van kerkrentmeesters van Reitsum c.a. (hierna: de kerkvoogdij) kapvergunning verleend voor het kappen van de boomsingels rondom de kerken in Reitsum en Lichtaard, in totaal 40 bomen. Aan de kapvergunning is een herplantplicht verbonden. Verder dient tussen de bomen een haag te worden aangeplant.

Verzoeker heeft tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend. Tevens heeft hij zich bij ongedateerde brief, binnengekomen op 22 januari 2009, tot de voorzieningenrechter gewend met het verzoek om op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de kapvergunning wordt geschorst.

Op 23 januari 2009 heeft de voorzieningenrechter (mr. E.M. Visser) besloten dat de kapvergunning wordt geschorst totdat op het verzoek is beslist. Deze beslissing is partijen telefonisch meegedeeld.

Het verzoek is ter zitting behandeld op 29 januari 2009, waarbij verzoeker is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote, en het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Namens de kerkvoogdij is [X] verschenen.

Motivering

Feiten

1.1 Bij brief van 3 juni 2008 heeft [X] namens de kerkvoogdij een kapvergunning aangevraagd voor het kappen van alle bomen rondom de kerken in Reitsum en Lichtaard. Deze bomen zijn opgenomen in een door het college opgestelde "lijst van beschermenswaardige bomen in Ferwerderadiel" als bedoeld in artikel 4.5.1, eerste lid, sub e, van de Algemene Plaatselijke Verordening Ferwerderadiel (hierna: APV). De bomen verdienen volgens het college bescherming vanwege hun beeldbepalende uitstraling.

1.2 Naar aanleiding van deze aanvraag heeft het college Groenbedrijf Aequitas te Drachten (hierna: Aequitas) verzocht onderzoek te doen naar de algehele conditie, de staat van onderhoud en de stabiliteit van de bomen. In zijn "Rapportage van de bomen rondom de kerken van Lichtaard en Reitsum" heeft [Y], werkzaam bij Aequitas, op basis van zijn bevindingen geconcludeerd -samengevat- dat de bomen er goed voor staan en dat de geconstateerde scheefstand niet zorgwekkend is. Hij heeft wel geadviseerd twee met name genoemde bomen in Lichtaard (bomen 5 en 7) met 10% in te nemen, waardoor de stam wordt ontlast. Verder heeft hij geadviseerd één boom in Reitsum (boom 7) te kappen, teneinde verdere verspreiding van de bastwoekerziekte tegen te gaan.

1.3 Naar aanleiding van dit advies heeft het college de kerkvoogdij bij brief van 10 juli 2008 meegedeeld voornemens te zijn kapvergunning in twee fasen te verlenen. Dit houdt in dat de bomen in Reitsum en in Lichtaard "om en om" worden gekapt, onder de voorwaarde dat de 20 gekapte bomen worden vervangen door nieuwe bomen en tussen de bomen een haag wordt geplant. Vervolgens zal over vijf jaar, wanneer de nieuwe bomen al weer aardig zijn uitgedijd, het college medewerking verlenen aan de kap van de resterende 20 bomen, waarbij deze bomen dan ook weer door nieuwe bomen worden vervangen. Op dit voornemen heeft onder andere verzoeker zijn zienswijze gegeven.

1.4 Bij brief van 18 augustus 2008 heeft de kerkvoogdij het college een handtekeningenlijst toegezonden. Deze lijst bevat de handtekeningen van circa 90 inwoners van Reitsum en Lichtaard die instemmen met het kappen van de bomen in Reitsum en Lichtaard.

1.5 Alvorens een definitieve beslissing op de kapaanvraag te nemen, heeft het college de aanvraag en de ingebrachte zienswijzen voor advies voorgelegd aan de raadscommissie van de gemeente Ferwerderadiel. In haar vergadering van 30 oktober 2008 heeft de meerderheid van de raadscommissie ingestemd met het kappen van de bomen in één keer.

1.6 Naar aanleiding van dit standpunt heeft het college de kerkvoogdij bij brief van 19 november 2008 meegedeeld dat hij voornemens is om terug te komen op het voornemen om de kapvergunning in twee fasen te verlenen en voornemens is kapvergunning te verlenen voor alle 40 bomen ineens met een herplantplicht. Op dit gewijzigde voornemen heeft onder andere verzoeker zijn zienswijze gegeven.

1.7 Bij het bestreden besluit van 16 december 2008 heeft het college overeenkomstig dit gewijzigde voornemen beslist.

Het geschil

2.1 Verzoeker betwist niet de noodzaak van onderhoud van de bomen, maar hij is van mening dat het kappen van alle bomen in één keer een onnodige en te zware ingreep is.

2.2 Het college is van mening dat het na afweging van alle betrokken belangen kapvergunning voor het ineens kappen van alle 40 bomen kon verlenen.

Beoordeling van het geschil

3.1 Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3.2 Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek overweegt de voorzieningenrechter dat het college terecht heeft gesteld dat verzoeker in zijn bezwaarschrift van 25 januari 2009 niet de gronden van zijn bezwaar heeft vermeld. Dit laat echter onverlet dat verzoeker wel een bezwaarschrift heeft ingediend. Daarmee heeft hij voldaan aan de in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb gestelde connexiteitseis. Bovendien is het besluit van 16 december 2008 door een fout aan de zijde van het college eerst op 22 januari 2009 bekend gemaakt aan verzoeker. Aan de omstandigheid dat verzoeker aanvankelijk, kennelijk wegens gebrek aan tijd, heeft volstaan met het indienen van een pro forma bezwaarschrift en eerst ter zitting inzicht heeft gegeven in de gronden van zijn bezwaarschrift verbindt de voorzieningenrechter daarom niet de conclusie dat verzoeker niet ontvangen kan worden. Nu ook overigens niet is gebleken van beletselen om verzoeker te kunnen ontvangen en voorts genoegzaam is aangetoond dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening, kan het verzoek worden ontvangen. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat ook de kerkvoogdij gebaat is bij een spoedig oordeel over de rechtmatigheid van de kapvergunning. Dit houdt verband met het aanstaande broedseizoen (15 maart 2009 -15 juli 2009), gedurende welke periode de kerkvoogdij geen uitvoering aan de kapvergunning mag geven.

3.3 Voor zover de beoordeling van het verzoek met zich brengt dat het geschil in de hoofdzaak (het bezwaarschrift) wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter.

3.4 De voorzieningenrechter dient als eerste te beoordelen of verzoeker als belanghebbende bij de verleende kapvergunning kan worden aangemerkt.

3.5 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

3.6 Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) dient een persoon om belanghebbende te zijn bij een besluit tot verlening van een kapvergunning een hem persoonlijk aangaand belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen. In de regel kan slechts als belanghebbende worden aangemerkt degene die op geringe afstand van de bomen woont of vanuit zijn woning daarop zicht heeft (vgl. AB 2004, 229 en LJN: BB2529).

3.7 Verzoeker woont in Reitsum en zijn woning en het perceel waarop de woning zich bevindt, liggen op ruim één kilometer van de kerk in Lichtaard en de rondom deze kerk staande bomen. Verzoeker kan daarom voor wat betreft de bomen in Lichtaard niet als belanghebbende bij de verleende kapvergunning worden aangemerkt. Voor wat betreft de bomen in verzoekers woonplaats Reitsum is duidelijk geworden dat deze bomen grenzen aan verzoekers perceel. Bovendien is voor het kappen van deze bomen het betreden van verzoekers perceel noodzakelijk. Verzoeker is daarom voor wat betreft de bomen in Reitsum wel belanghebbende bij de verleende kapvergunning.

3.8 Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter in het navolgende uitsluitend een oordeel zal geven over de kapvergunning met betrekking tot de bomen in Reitsum.

3.9 Ingevolge artikel 4.5.2a, eerste lid, van de APV is het verboden zonder vergunning van het college de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op voormelde lijst. Ingevolge artikel 4.5.2a, tweede lid, onder d, van de APV kan de vergunning worden geweigerd op grond van de beeldbepalende waarde van de houtopstand.

3.10 Volgens vaste jurisprudentie strekt het in de APV neergelegde vergunningsstelsel ter bescherming van specifiek genoemde belangen en kan de kapvergunning alleen geweigerd worden op één van de in artikel 4.5.2a, tweede lid, van de APV genoemde gronden (vgl. LJN: AE3322, LJN: AF8028 en LJN: AT3708). Dat zich, zoals in dit geval, een weigeringsgrond voordoet, betekent echter niet dat het college gehouden is kapvergunning te weigeren. Artikel 4.5.2a van de APV is immers een discretionaire bevoegdheid van het college. De uitoefening van deze bevoegdheid dient door de bestuursrechter daarom terughoudend te worden getoetst. Beoordeeld dient te worden of het college na afweging van de bij het besluit tot verlening van kapvergunning betrokken belangen in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen.

3.11 Bij brieven van 15 januari 2009 heeft het college de kerkvoogdij en verzoeker in kennis gesteld van zijn besluit van 16 december 2008 tot verlening van de gevraagde kapvergunning. Hierin heeft het college uiteengezet waarom, ondanks dat de bomen een beeldbepalende uitstraling hebben, aanleiding bestaat om toch kapvergunning te verlenen en wel voor het kappen van alle bomen in één keer. Aangegeven is dat het voor de kerkvoogdij veel voordeliger is om alle bomen in één keer te kappen en te vervangen door nieuwe bomen. Daarnaast is uitvoerig uiteengezet dat het "om en om" kappen en het tussen de bomen machinaal planten van een haag stuit op diverse uitvoeringsproblemen. Verder is er op gewezen dat door het gefaseerd kappen ("om en om") een grote kans bestaat dat jarenlang een rommelige situatie blijft bestaan. Voorts is er op gewezen dat de boomsingel uit verschillende soorten bomen bestaat en dat het nog maar de vraag is of er bij het kappen in twee fasen uiteindelijk wel een volwaardig geheel zal ontstaan.

3.12 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college op grond van deze argumenten in redelijkheid kunnen besluiten om, ondanks dat de bomen in Reitsum een beeldbepalende uitstraling bezitten en met voorbijgaan aan het advies van Aequitas om slechts één boom in Reitsum (boom 7) te kappen, toch kapvergunning te verlenen voor de kap van alle bomen in één keer.

3.13 Alles overziend komt de voorzieningenrechter tot de slotsom dat hij verwacht dat het bezwaar tegen de kapvergunning, voor zover betrekking hebbend op de bomen in Lichtaard, niet-ontvankelijk verklaard zal worden en dat het bezwaar tegen de kapvergunning, voor zover betrekking hebbend op de bomen in Reitsum, ongegrond verklaard zal worden. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat dus geen aanleiding. Het verzoek zal worden afgewezen.

3.14 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2009, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Leegsma als griffier.

w.g. J.R. Leegsma

w.g. P.G. Wijtsma

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.