Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2009:BG9648

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
07-01-2009
Datum publicatie
13-01-2009
Zaaknummer
71567 / HA ZA 05-688
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wanprestatie. Ontbinding overeenkomst. Verzuimvereiste. Intreden verzuim zonder ingebrekestelling? Ondanks ontbreken van ingebrekestelling toch schadevergoedingsplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 71567 / HA ZA 05-688

Vonnis van 7 januari 2009

in de zaak van

[x],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J.J. Hengst,

tegen

[y],

h.o.d.n. [naam],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. P. Tuinman.

Partijen zullen hierna [x] en [y] genoemd worden.

1. Het verdere verloop van de procedure

- 1.1. De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de processtukken waaronder het tussenvonnis van 3 mei 2006 en het tussenvonnis van 5 juli 2006. Daarna zijn ter griffie van de rechtbank ingekomen:

- het deskundigenbericht van de heer Sprong d.d. 24 oktober 2007;

- de akte na deskundigenbericht van [x];

- de akte na deskundigenbericht van [y].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. Gelet op de omstandigheid dat de rechter die het tussenvonnis van 5 juli 2006 heeft gewezen thans niet meer werkzaam is bij deze rechtbank, wordt dit vonnis gewezen door een andere rechter.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank neemt over hetgeen in het vonnis van 5 juli 2006 is beslist. Uit dit vonnis volgt dat dient te worden beoordeeld of sprake is van een rechtsgeldige ontbinding en daarmee verbonden de verplichting tot vergoeding van de schade. Ter beoordeling hiervan heeft de deskundige H. Sprong in opdracht van de rechtbank het volgende geconcludeerd.

2.2. De deskundige heeft de vraag in hoeverre hij van oordeel is dat (een deel van) de door [y] uigevoerde stukadoorswerkzaamheden ondeugdelijk is/ zijn verricht als volgt beantwoord.

"De voorbereidingswerkzaamheden zijn niet overal correct uitgevoerd. (…) Het eindresultaat is plaatselijk onvoldoende strak, kantig, haaks en te lood."

Met betrekking tot de ondeugdelijk verrichte werkzaamheden oordeelt de deskundige dat in de gehele woning plaatselijk onregelmatigheden in het stucwerk voorkomen, waarbij hij verwijst naar de rapportage van het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud d.d. 1 maart 2004.

Volgens de deskundige dient het herstel als volgt plaats te vinden:

"Omdat uitwendige hoeken en neggekanten worden gevormd door twee haaks op elkaar staande wandvlakken dienen, na het opnieuw te lood plaatsen van hoekprofielen, beide wandvlakken opnieuw te worden afgewerkt. De plafonds met onregelmatigheden kunnen opnieuw gespackt worden."

De deskundige heeft de kosten van herstel en voltooiing van het werk, inclusief het voldoende afplakken en afdekken van vloeren en wanden, begroot op circa € 5.500,- exclusief BTW. Hij heeft hierbij geconcludeerd dat de gehele woning niet behoeft te worden ontruimd maar dat zorgvuldig afdekken en afplakken per vertrek zal volstaan.

2.3. De rechtbank neemt de gemotiveerde conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de hare. Gelet daarop oordeelt de rechtbank dat [y] de werkzaamheden voor [x] ondeugdelijk heeft verricht nu is gebleken dat in de gehele woning plaatselijk onregelmatigheden in het stucwerk voorkomen die de deskundige omschrijft als kenmerkend voor een gebrek aan gedegen vakmanschap van degene die het werk heeft uitgevoerd. Er is derhalve sprake van een tekortkoming in de nakoming, welke naar het oordeel van de rechtbank aan [y] is toe te rekenen nu de tekortkoming inhoudt dat hij zijn werkzaamheden niet naar behoren heeft verricht.

2.4. Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Van een bijzondere aard of geringe betekenis is met betrekking tot de tekortkoming door [y] geen sprake aangezien de tekortkoming het resultaat is van de op grond van de overeenkomst verrichte werkzaamheden en door de gehele woning onregelmatigheden in het stucwerk voorkomen.

In zoverre is voldaan aan de wettelijke vereisten voor ontbinding van een overeenkomst.

2.5. Tussen partijen bestaat echter geschil over de in artikel 6:265 lid 2 BW gestelde voorwaarde voor ontbinding, die inhoudt dat de bevoegdheid tot ontbinding pas ontstaat op het moment dat de schuldenaar in verzuim is. Verzuim is een gekwalificeerde vorm van een vertraging in de nakoming, waaronder zowel is te verstaan niet tijdige nakoming als herstelbare ondeugdelijke nakoming. Ingevolge artikel 6:82 BW treedt het verzuim in beginsel eerst in wanneer de schuldenaar in gebreke is gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor (deugdelijke) nakoming werd gesteld, en nakoming binnen deze termijn is uitgebleven.

2.6. [x] zich op het standpunt dat van hem vanwege de grote omvang van de te herstellen werkzaamheden niet kan worden verlangd dat hij [y] het werk nogmaals geheel opnieuw laat uitvoeren en dat daarom zonder voorafgaande ingebrekestelling sprake is van verzuim.

[y] voert hiertegen verweer en stelt dat de vordering van [x] dient te worden afgewezen omdat hij hem op onterechte gronden geen ingebrekestelling heeft gezonden en hem dus niet in de gelegenheid heeft gesteld om na te komen. Voorts stelt [y] dat slechts sprake was van plaatselijke gebreken zodat geen aanleiding bestond om aan zijn deskundigheid te twijfelen. [y] handhaaft zijn aanbod om te herstellen.

2.7. De rechtbank verwerpt het betoog van [x]. De ondeugdelijkheden in het door [y] verrichte werk waren blijkens het deskundigenrapport weliswaar in de gehele woning zichtbaar, maar niet zodanig dat al het werk opnieuw moest worden gedaan. Volgens de deskundige is herstel mogelijk. Tevens is geen sprake van de in artikel 6:83 BW genoemde omstandigheden waaronder geen ingebrekestelling is vereist om van verzuim sprake te doen zijn. Derhalve geldt als uitgangspunt dat [x] [y] in gebreke had moeten stellen op de in artikel 6:82 BW voorgeschreven wijze.

2.8. Uit HR 6 oktober 2000, NJ 2000, 691 volgt echter dat artikel 6:83 BW, inhoudende een regeling voor het intreden van verzuim zonder ingebrekestelling, niet limitatief is en dat er ook omstandigheden kunnen zijn waarin de debiteur er zich achteraf naar redelijkheid en billijkheid niet op kan beroepen niet in gebreke te zijn gesteld, maar de door [x] aangevoerde omstandigheden kunnen in het onderhavige geval ook een dergelijk oordeel niet dragen. Weliswaar blijkt uit het deskundigenrapport dat de gebreken in de door [y] verrichte werkzaamheden kenmerkend zijn voor een gebrek aan vakmanschap, dat rechtvaardigt niet het wantrouwen dat [x] aan de dag heeft gelegd aangaande de deskundigheid van [y] als argument om hem niet de kans te geven de stucwerkzaamheden te herstellen. Immers, op het moment dat [x] de gebreken in het stucwerk constateerde, kon voor hem niet duidelijk zijn dat deze mogelijk het gevolg waren van wat de deskundige later omschrijft als een gebrek aan gedegen vakmanschap.

Voorts is gesteld noch gebleken dat uit de houding van [y] vanaf het begin duidelijk was dat hij in het geheel niet aan zijn verplichtingen tot herstel zou voldoen. Integendeel, als gesteld door [y] en onvoldoende gemotiveerd betwist door [x] staat vast dat [y] heeft aangeboden herstelwerkzaamheden te verrichten. Ook zonder dat aanbod staat vast dat [x] in beginsel [y] in gebreke had moeten stellen en hem mitsdien de gelegenheid had moeten bieden de gebreken in het stucwerk te herstellen.

2.9. Toch betekent dit naar het oordeel van de rechtbank niet dat de vordering van [x] geheel moeten worden afgewezen, om de enkele reden dat hij [y] niet in gebreke heeft gesteld. De functie van een ingebrekestelling is dat de debiteur die toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeengekomen prestatie, alsnog een termijn wordt gegund om deugdelijk te presteren. Zoals ook is overwogen in Gerechtshof Arnhem, 18 september 2000, NJ 2000, 304 komt de eis van een ingebrekestelling enerzijds tegemoet aan het belang van de crediteur dat hij duidelijkheid kan scheppen tot welk moment de debiteur nog kan nakomen in plaats van te moeten wachten of, en zo ja, wanneer die daartoe bereid zal zijn. Anderzijds komt de eis van een ingebrekestelling tegemoet aan het belang van de debiteur dat hij nog een termijn krijgt alvorens de nadelige gevolgen van de ondeugdelijke prestatie in werking treden (schadevergoeding, wettelijke rente, ontbinding, boete- en kostenbedingen). Voorts is het in het belang van de debiteur dat hij de kans krijgt alsnog deugdelijk te presteren, omdat dit voor hem waarschijnlijk minder kostbaar is dan wanneer de crediteur een derde opdracht geeft tot herstel of vervanging van de ondeugdelijke prestatie en de rekening daarvan aan hem als schadevergoeding presenteert. Belangrijk is ook dat een ingebrekestelling kan leiden tot overleg en afspraken over wat precies de tekortkoming is en wat nodig is om deze te herstellen. Daarmee voorkomt men gerechtelijke procedures.

2.10. Het stelsel van ingebrekestelling, zoals geschetst, is gebaseerd op een evenwichtige belangenafweging van debiteur en crediteur. In het onderhavige geval heeft [x] dit evenwicht zonder gerechtvaardigde reden doorbroken. Hij heeft ten onrechte [y] de kans ontnomen de schade zelf te herstellen. De gevolgen daarvan komen voor zijn rekening, maar niet verder dan nodig is. Vast staat dat [y] toerekenbaar ondeugdelijk is nagekomen en dat hij daarmee [x] schade heeft berokkend. Een redelijke, op het stelsel, zoals geschetst, van de ingebrekestelling afgestemde uitleg, brengt dan mee dat [y] een vergoeding ex artikel 6:272 BW moet voldoen ter hoogte van de kosten die hij zelf gemaakt zou hebben als hij in gebreke was gesteld.

2.11. De rechtbank ziet aanleiding voornoemde kosten te becijferen op € 5.500,- exclusief BTW (zijnde € 6.545,- inclusief BTW) aangezien de deskundige de kosten van herstel op dit bedrag heeft becijferd en het de rechtbank niet onredelijk voorkomt dat [y] dergelijke kosten had moeten maken voor het herstel indien hij in gebreke was gesteld en hij ook niet heeft aangevoerd dat de kostenraming door de deskundige onjuist of te hoog is en hij de door de deskundige vermelde werkzaamheden voor een lager bedrag had kunnen verrichten.

2.12. De rechtbank wijst de vordering van [x] met betrekking tot de factuur voor 'kosten rekenwerk stukadoorswerk' ad € 59,- af aangezien de noodzaak van deze kosten door [y] gemotiveerd is betwist en bovendien het daaraan ten grondslag liggende rekenwerk geen rol in deze procedure speelt en ook de daarop gebaseerde omvang van de vordering niet door de rechtbank wordt gevolgd.

3. De kosten

3.1. [y] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, stelt de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [x] op basis van het toegewezen bedrag vast op:

- dagvaarding EUR 85,60

- vast recht 291,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.144,60

3.2. [y] zal als grotendeels in het ongelijk gestelde tevens worden veroordeeld in de kosten van de deskundige ad € 446,25 die [x] bij wijze van voorschot heeft voldaan.

3.3. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [x] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat hij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. veroordeelt [y] om aan [x] te betalen een bedrag van EUR 6.545,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 1 augustus 2005 tot de dag van volledige betaling;

4.2. veroordeelt [y] om aan [x] te betalen een bedrag van EUR 446,25 ter zake kosten deskundige;

4.3. veroordeelt [y] in de proceskosten, aan de zijde van [x] tot op heden vastgesteld op EUR 1.144,60;

4.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Vroome en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2009.?