Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2008:BN2980

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-12-2008
Datum publicatie
02-08-2010
Zaaknummer
AWB 07/2717
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepassing zelfstandigenaftrek. Geen ongebruikelijk samenwerkingsverband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

procedurenummer: AWB 07/2717

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2008 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde [gemachtigde],

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen,

verweerder,

gemachtigde [gemachtigde].

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres over het jaar 2002 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [aanslagnummer].H.27) inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.872. Gelijktijdig hiermee is aan eiseres een navorderingsaanslag premie Ziekenfondswet 2002 (aanslagnummer [aanslagnummer].S.27) ten bedrage van € 589 opgelegd.

Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 24 september 2007 de navorderingsaanslagen gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 31 oktober 2007, ontvangen door de rechtbank op

6 november 2007, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2008 te Leeuwarden.

Eiseres is daar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Daarnaast is zij tot bijstand vergezeld van [echtgenoot] en [zoon]. Namens verweerder is gemachtigde [gemachtigde] verschenen.

Motivering

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1 Eiseres is gehuwd met [echtgenoot] (hierna: de echtgenoot). Vanaf 1994 drijft zij samen met haar echtgenoot en [zoon] (hierna: de zoon) in firmaverband een onderneming genaamd [VOF] (hierna: de VOF).

2.2 De VOF is in het onderhavige jaar gevestigd op het adres [adres] te [vestigingsplaats]. Eiseres en haar echtgenoot zijn op datzelfde adres woonachtig.

2.3 De onderneming is in de loop der jaren fors gegroeid. Inmiddels zijn in de onderneming circa twintig mensen werkzaam.

2.4 Eiseres treedt naar buiten toe op als “het visitekaartje” van de onderneming. Zij heeft een uitgebreide kennis van de materialen die gesloopt en verkocht worden opgedaan en zij geeft - waar nodig - prijzen en offertes door aan cliënten. Eiseres draagt zorg voor het laten uitvoeren van het (groot) onderhoud met betrekking tot alle aanwezige vaste activa. Voorts onderhoudt zij de externe contacten met adverteerders, verzekeringsagenten, deurwaarders en advocaten. Eisers neemt ook het personeelsbeleid voor haar rekening. Dit houdt mede in het inlenen van uitzendkrachten. Daarnaast verzorgt zij de financiële administratie (onder meer de loonadministratie). Eiseres is verantwoordelijk voor de financiële gang van zaken binnen de onderneming. Zij houdt nauw toezicht op de inkomsten en uitgaven van de onderneming. Bij niet betalende of slecht betalende klanten treft zij maatregelen. In samenwerking met haar zoon verzorgt zij de offertes, waarbij haar zoon de cijfermatige kant voor zijn rekening neemt en eiseres de taalkundige kant. Eiseres beschikt over een rijbewijs B en E. Zij haalt en brengt zo nu en dan gereedschap. Tevens draag eiseres zorg voor de inkopen voor de kantine en het kantoor. Beide ruimten worden ook door haar schoongehouden.

2.5 De echtgenoot van eiseres neemt met name de verkoop van de bouwmaterialen voor zijn rekening. De werkzaamheden van haar zoon bestaan voor het grootste deel uit het aansturen van het personeel op de diverse slooplocaties.

2.6 De winstverdeling tussen de firmanten over de jaren 2002 tot en met 2004 is als volgt. De vennoten ontvangen eerst een vergoeding van 6% over het ingelegde kapitaal. Vervolgens ontvangen de vennoten een arbeidsvergoeding. Eiseres ontvangt een arbeidsvergoeding van € 14.000, haar echtgenoot een vergoeding van € 23.000 en haar zoon een bedrag van € 33.000. De arbeidsvergoedingen zijn gebaseerd op het door de vennoten gewerkte aantal uren in de VOF. Het restant van de winst wordt in gelijke delen verdeeld (elk 1/3).

2.7 Eiseres, haar echtgenoot en zoon beslissen gezamenlijk over de gang van zaken binnen het bedrijf en nemen gezamenlijk beslissingen over (grote) investeringen, het personeelsbeleid, de sloopprojecten en het aannemen van potentiële klanten etc. Zij nemen gezamenlijk deel aan besprekingen met de accountant inzake de jaarrekening en hebben in het onderhavige jaar diverse gesprekken gevoerd met hun advocaat in verband met een procedure met de Gemeente [gemeente].

2.8 Verweerder heeft de door eiseres geclaimde zelfstandigenaftrek niet verleend.

Geschil

3.1 In geschil is het antwoord op de vraag of eiseres recht heeft op toepassing van de zelfstandigenaftrek. Meer in het bijzonder spitst het geschil zich toe op de vragen of de door eiseres verrichte werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn en of het samenwerkingsverband tussen eiseres, haar echtgenoot en haar zoon ongebruikelijk is in de zin van artikel 3.6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet).

3.2. Eiseres beantwoordt de eerste vraag bevestigend en de andere vragen ontkennend. Zij stelt onder meer dat haar werkzaamheden gelijkwaardig zijn aan die van haar echtgenoot en haar zoon en dat zij daardoor voldoet aan het urencriterium en recht heeft op de zelfstandigenaftrek.

3.3. Verweerder beantwoordt de vragen in tegengestelde zin. Volgens verweerder is er sprake van ondersteunende werkzaamheden en van een ongebruikelijk samenwerkingsverband. Derhalve is eiseres terecht de zelfstandigenaftrek onthouden.

3.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die door hen in de van hen afkomstige stukken alsmede mondeling ter zitting zijn aangevoerd.

Beoordeling van het geschil

4.1 Verweerder heeft ter zitting desgevraagd verklaard niet te betwisten dat het beroepschrift van eiseres vóór het verstrijken van de beroepstermijn (die termijn liep af op 5 november 2007) ter post is bezorgd. Dit betekent, nu het beroepschrift van eiseres op 6 november 2007 ter griffie van de rechtbank is ingekomen, het beroepschrift tijdig is ingediend (artikel 6:9, tweede lid, van de Awb).

4.2 Ingevolge artikel 3.76, eerste lid, van de Wet geldt de zelfstandigenaftrek voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet en bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt.

4.3 Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, van de Wet wordt onder urencriterium verstaan: het gedurende het kalenderjaar besteden van ten minste 1225 uren aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet, indien:

a. de tijd die in totaal wordt besteed aan die ondernemingen en het verrichten van werkzaamheden in de zin van de afdelingen 3.3 en 3.4, grotendeels wordt besteed aan die ondernemingen of

b. de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel a, van genoemd artikel komen voor de toepassing van het eerste lid, aanhef, niet in aanmerking werkzaamheden ten behoeve van een onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet en die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer met hem verbonden personen, indien de door de belastingplichtige verrichte werkzaamheden ten behoeve van het samenwerkingsverband hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn en het ongebruikelijk is dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen niet-verbonden personen wordt aangegaan.

4.4 Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres in het onderhavige jaar ten minste 1225 uren heeft besteed aan werkzaamheden voor het sloopbedrijf en de groothandel in antieke bouwmaterialen.

4.5 Eiseres, haar echtgenoot en zoon vormen, naar - terecht - niet in geschil is, verbonden personen in de zin van artikel 3.6 van de Wet. Naar het oordeel van de rechtbank rust te dezen- naar uit de parlementaire geschiedenis van artikel 3.6 van de Wet volgt – op eiseres de last aannemelijk te maken dat de door haar verrichte werkzaamheden voor de toepassing van het eerste lid, aanhef, van artikel 3.6 van de Wet in aanmerking kunnen worden genomen. In dit verband is van belang dat onderdeel a van het tweede lid uit twee cumulatieve uitsluitinggronden bestaat. De eerste is dat de werkzaamheden ten behoeve van het samenwerkingsverband hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn en de tweede dat het ongebruikelijk is dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen niet-verbonden personen wordt aangegaan.

4.6 De (hoofd)activiteiten van het samenwerkingsverband tussen eiseres, haar echtgenoot en zoon behelzen de exploitatie van een sloopbedrijf annex groothandel in antieke bouwmaterialen. Gelet op de onder 2.1 tot en met 2.7 genoemde feiten, in hun onderlinge samenhang en verband bezien, is de conclusie gerechtvaardigd dat eiseres kennis heeft van de gang van zaken in de onderneming (met betrekking tot de hoofdwerkzaamheden, de bedrijfsmiddelen, de te verkopen materialen, en de financiën). Mede gelet op de verklaringen ter zitting, is aannemelijk geworden dat eiseres mede een leidende rol vervult in de onderneming. Zij beslist mee over het beleid van de vennootschap onder firma. Zij staat in dit verband op “gelijke voet” met haar echtgenoot en zoon. Voorts acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres een wezenlijke rol vervult op het financiële vlak. Eiseres neemt met andere woorden wezenlijke beslissingen die voor het reilen en zeilen van de onderneming van belang zijn. De rechtbank acht een taakverdeling als in de onderhavige situatie bij samenwerkingsverbanden tussen niet-verbonden personen met een omvang als het onderhavige (qua personeelsbezetting en omzet) niet ongebruikelijk. Alsdan moet worden geconcludeerd dat het niet ongebruikelijk is dat een samenwerkingsverband als het onderhavige wordt aangegaan tussen niet-verbonden personen. Reeds hierom moet worden geconcludeerd dat de uitsluitingsregel te dezen niet van toepassing is. De vraag of de door eiseres verrichte werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn, behoeft geen beantwoording. Eiseres heeft, nu overigens aan de daaraan gestelde eisen is voldaan, recht op toepassing van de zelfstandigenaftrek.

4.7 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep van eiseres doel treft. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en de navorderingsaanslag IB/PVV 2002 vernietigen. Zulks heeft evenzeer te gelden voor de opgelegde navorderingsaanslag premie Ziekenfondswet 2002.

Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor deze zaak en de daarmee samenhangende zaken met nummers 07/2718 en 07/2719 vastgesteld op € 644 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2002 en de navorderingsaanslag premie Ziekenfondswet 2002;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 644, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiseres te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 39 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 16 december 2008 door mr. R. den Ouden, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. K. van der Leij, griffier.

w.g. K. van der Leij

w.g. R. den Ouden

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.