Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2008:BG2106

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
22-10-2008
Datum publicatie
30-10-2008
Zaaknummer
88225 HA ZA 08-225
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van levensverzekering. Inhoud van de overeenkomst. Tekortschieten verzekeraar; geen schade geleden door verzekerden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 88225 / HA ZA 08-225

Vonnis van 22 oktober 2008

in de zaak van

1. [a],

wonende te [woonplaats],

2. [b],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat: mr. J.B. Dijkema,

tegen

1. de besloten vennootschap

DE HYPOTHEKER DRACHTEN B.V.,

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

advocaat: mr. P. Tuinman,

2. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND LEVENSVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

advocaat: mr. J.V. van Ophem.

Eisers zullen hierna "[a] c.s.", en gedaagden "De Hypotheker", "Allianz" en gezamenlijk "Allianz c.s." genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord van De Hypotheker respectievelijk Allianz

- het proces-verbaal van comparitie d.d. 19 september 2008

1.2. Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De feiten

In deze procedure zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1. [a] c.s. hebben in 1999 via bemiddeling van De Hypotheker ter dekking van een hypotheek voor hun nieuwe woning een 'Royal Future' levensverzekering voor de duur van 30 jaar afgesloten bij Royal Nederland Levensverzekering, thans Allianz Nederland Levensverzekering. De hypothecaire lening is bij de ABN AMRO Bank afgesloten. Vóór het afsluiten van de levensverzekering heeft De Hypotheker een ingevuld aanvraagformulier hypothecaire geldlening d.d. 27 mei 1999 aan ABN AMRO Bank doen toekomen. Op pagina 3 van dit aanvraagformulier staat onder meer vermeld:

VERZEKERINGEN Maatschappij Verzekerd bedrag/kapitaal Jaarpremie

Gemengde verzekering Royal Nederland (..) f 240.000,- [b] ] f 7.100,-

Royal Nederland (..) f 240.000,- [a] ]

TOELICHTING

Aflossing middels depotstorting op beleggersrekening Royal waarvan de premies voor een beleggersverzekering betaald worden. Klant betaalt alleen maar rente.

Hierbij machtigen de ondergetekenden na acceptatie offerte voor het automatisch afschrijven van hun bankrekeningen voor betaling van rente en (indien van toepassing) aflossing.

De naar aanleiding van de aanvraag door ABN AMRO Bank opgemaakte hypotheekofferte d.d. 28 mei 1999 is door [a] c.s. ondertekend.

2.2. In het door [a] c.s. ondertekende aanvraagformulier voor de levensverzekering d.d. 9 juni 1999 staat onder het kopje 'Premiebetaling' vermeld dat de periodieke premie per jaar f 1.100,- bedraagt, en dat de periodieke premiebetaling uitsluitend aan Royal Nederland Levensverzekering kan geschieden door automatische machtiging, waarbij Royal Nederland Levensverzekering gemachtigd wordt de verzekeringspremie van de rekening van de premiebetaler(s) af te schrijven. Voorts staat onder het subkopje 'eenmalige premie' vermeld een bedrag van f 6.000,-, als aanvulling op de periodieke premie. Bij beide premiebedragen is een handgetekende pijl gezet naar de handgeschreven tekst 'Zie bijgevoegd rekenblad. Betaling vanaf beleggersrekening'.

2.3. Op voornoemd rekenblad met als titel 'belangrijkste gegevens' staat vermeld:

(…)

Lening : Royal Future Spaarplan

Hypotheek bedrag f 240.000,-, rente 5,400% (eff. 5,6%), 15 jaar vast.

Veronderstelde ingangsdatum 01/06/1999

Extra storting : f 6.000 van jaar 1 t/m jaar 6

Overlijdensdekking : f 240.000 op het leven van de heer [a]

: f 240.000 op het leven van mevrouw [b]

Royal Beleggersrekening

Storting jaar 1 : f 42.600 in het Royal Top Fund

Opname jaar 1 t/m 6 : f 6.000 uit het Royal Top Fund

Opname jaar 1 t/m 30 : f 1.100 uit het Royal Top Fund

2.4. Bij faxbericht van 21 juni 1999 heeft De Hypotheker het volgende aan Royal Nederland Levensverzekering medegedeeld:

(…)

Betreft : aanvraag beleggersrekening [a]

(…)

Mijn naam is de heer [a] (niet mevrouw)

De tegenrekening is B 36.27.22.447 t.n.v. [a]

Tevens gaarne de volgende onttrekking voor betaling futurespaarpolis (nummer nog niet bekend):

de eerste 7 jaar f 7.100 per jaar

vervolgens 23 jaar f 1.100 per jaar

Onderaan het faxbericht staat de naam [a], voorzien van een handtekening.

2.5. Op het door Royal Nederland Levensverzekering afgegeven polisblad d.d. 10 augustus 1999 staat als premie per jaar een bedrag van f 1.100,- vermeld.

2.6. Bij faxbericht van 7 december 1999 heeft De Hypotheker het navolgende aan Royal Nederland Levensverzekering medegedeeld:

'Hierbij willen wij de volgende periodieke overboeking vanaf de beleggersrekening t.b.v. de future polis herbevestigen:

Betreft : deelnamenr. 19778 t.n.v. [a]

Te storten bedragen : 7 jaar f 7.100,-

Vervolgens 23 jaar f 1.100,- '

2.7. Allianz heeft [a] c.s. bij brief van 21 juni 2004 als volgt bericht:

'Naar aanleiding van uw e-mail inzake de beëindiging van uw polis van 18 juni jl. kunnen wij u het volgende mededelen.

Op 29 april 2004 hebben wij De Hypotheker Drachten aangeschreven inzake de niet ontvangen premiestorting van € 2.722,68 (f 6100,-). Per ingangsdatum, op 17 mei hebben wij nogmaals gerappelleerd op deze brief en de pandhouder op de hoogte gesteld. Bijgaand treft u hier kopieën van aan. Aangezien wij geen reactie van Hypotheker Drachten hebben mogen ontvangen, is de polis per 8 juni beëindigd.

Indien u de polis wilt herstellen kunt u bijgaand voorstel getekend retourneren, dan wel als nog de extra premiestorting in de polis storten.'

2.8. Nadat de levensverzekering door Allianz was geroyeerd, hebben [a] c.s. een overlijdensrisicoverzekering gesloten bij FBTO. Zij zijn daar verzekerd geweest in de periode december 2004 - augustus 2006 en hebben in die periode een bedrag van € 813,54 aan premie betaald.

3. De vordering

3.1. De vordering van [a] c.s. strekt ertoe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Allianz c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 9.282,90, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding en met veroordeling van Allianz c.s. in de kosten van het geding.

3.2. Allianz c.s. hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [a] c.s., onder veroordeling van [a] c.s. -uitvoerbaar bij voorraad- in de kosten van het geding.

4. Het standpunt van [a] c.s.

4.1. [a] c.s. leggen aan hun vordering ten grondslag dat Allianz c.s. schadeplichtig jegens hen zijn, omdat de levensverzekering is geroyeerd vanwege een valse reden, namelijk dat de extra premiestortingen van f 6.000,- niet waren voldaan. Er zijn volgens [a] c.s. echter geen extra premiestortingen afgesproken, maar slechts een eenmalige premiestorting van f 6.000,-, die door Allianz zelf ten onrechte niet is geïncasseerd. De aan [a] toegeschreven handtekening op het faxbericht van De Hypotheker van 21 juni 1999 is niet van hem afkomstig. Nu de levensverzekering vanwege een valse reden is geroyeerd, hebben Allianz c.s. wanprestatie jegens [a] c.s. gepleegd. De Hypotheker heeft bovendien een onrechtmatige daad gepleegd door vervalste gegevens aan Allianz te verstrekken.

4.2. Door de onterechte beëindiging van de levensverzekering hebben [a] c.s. schade geleden. Op het moment van royement in 2004 zou er, uitgaande van een rendement van 8%, een bedrag van € 8.321,36 opgebouwd moeten zijn. Dit misgelopen rendement dient aan [a] c.s. te worden vergoed. Daarnaast dienen de kosten -ad € 238,00- van het onderzoek door een handschriftdeskundige naar de echtheid van de handtekening van [a] op het hiervoor genoemde faxbericht door Allianz c.s. te worden vergoed. Ten slotte dienen Allianz c.s. de premie te vergoeden die [a] c.s. aan FBTO hebben betaald na het royement van de levensverzekering bij Allianz.

5. Het standpunt van De Hypotheker

5.1. De Hypotheker stelt dat [a] c.s. niet in hun vordering jegens haar kunnen worden ontvangen. De heer [x], die de eenmanszaak De Hypotheker drijft, heeft pas per 1 juli 2004 de activa en passiva van deze onderneming overgedragen gekregen van [y] Holding B.V. De overeenkomst waarbij de activa en passiva zijn overgedragen zondert van overdracht uit de verplichtingen (zoals royements- en restitutierisico's) terzake van de met bemiddeling van [y] gesloten overeenkomsten. De bemiddeling ten behoeve van [a] c.s. heeft plaatsgevonden ruim vóór genoemde overdrachtsdatum. [a] c.s. dienen dan ook [y], en niet De Hypotheker, aan te spreken tot schadevergoeding.

5.2. De Hypotheker voert voorts aan dat [a] c.s. en Allianz wel degelijk zijn overeengekomen dat er bovenop de jaarpremie van f 1.100,- zes jaarlijkse stortingen van

f 6.000,- zouden plaatsvinden. De opdracht daartoe is gegeven aan Allianz in het faxbericht van 21 juni 1999, en herbevestigd bij faxbericht van 7 december 1999. Deze opdracht is door Allianz niet correct uitgevoerd. De Hypotheker is echter niet aansprakelijk voor een eventuele wanprestatie van Allianz. Voorts betwist De Hypotheker dat zij de handtekening op het faxbericht van 21 juni 1999 heeft vervalst. [a] c.s. hebben niet onderbouwd dát er sprake is van een valse handtekening, en voor zover daar wel sprake van zou zijn, dan is dat buiten De Hypotheker om gebeurd. Van wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad van De Hypotheker is gezien het voorgaande geen sprake.

6. Het standpunt van Allianz

6.1. Allianz betwist dat zij jegens [a] c.s. tekortgeschoten is in de nakoming van de levensverzekeringsovereenkomst. De extra premiestortingen zijn tussen partijen overeengekomen, terwijl de verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijk betalen van deze extra premiestortingen op [a] c.s. rustte. Extra premiestortingen zijn voor Allianz niet afdwingbaar. Het initiatief hiertoe ligt bij de verzekerde, net als de gevolgen van het niet voldoen van de betaling voor de (waardeopbouw van de) verzekering.

6.2. Allianz stelt voorts dat zij conform het aanvraagformulier voor de levensverzekering jaarlijks een bedrag van f 1.100,- heeft geïncasseerd. Met de betaling van die bedragen hebben [a] c.s. gedurende vijf jaar een overlijdensrisicoverzekering voor een bedrag van f 240.000,- op twee levens gehad. Voor verdere opbouw van het vermogen waren de overeengekomen extra premiestortingen vereist. Nu [a] c.s. louter premie betaalden voor het overlijdensrisico en de eerste kosten van de verzekeraar, en zij gedurende de looptijd van de verzekering een overlijdensrisicoverzekering hebben gehad, is er geen sprake van het lijden van schade door [a] c.s., aldus Allianz. Ten aanzien van de gevorderde kosten van de handschriftdeskundige voert Allianz aan dat zij niet aansprakelijk is voor het handelen van De Hypotheker. Ook voor de door [a] c.s. aan FBTO betaalde premie is Allianz niet aansprakelijk. In dezen is er geen sprake van schade voor [a] c.s. Indien de verzekering bij Allianz was doorgelopen, hadden [a] c.s. immers ook premie dienen te betalen.

7. De beoordeling van het geschil

7.1. De rechtbank gaat voorbij aan het door De Hypotheker opgeworpen niet-ontvankelijkheidsverweer. Dit verweer regardeert [a] c.s. niet omdat dit ziet op de contractuele verhouding tussen De Hypotheker en haar rechtsvoorgangster.

7.2. De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of [a] c.s. en Allianz zijn overeengekomen dat er naast de periodieke premie van f 1.100,- per jaar zes jaarlijkse extra premiestortingen van f 6.000,- dienen te geschieden. Voor de beantwoording van deze vraag is bepalend hetgeen de feitelijk handelende partijen over en weer hebben verklaard en hetgeen zij uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben mogen afleiden.

7.3. Naar het oordeel van de rechtbank dient de hiervoor genoemde vraag bevestigend te worden beantwoord. Daartoe zijn de volgende omstandigheden van belang:

(i) de extra premiestortingen staan vermeld op de door De Hypotheker in opdracht van [a] c.s. opgestelde hypotheekaanvraag bij de ABN AMRO Bank, waarop immers een jaarpremie van f 7.100,- wordt genoemd;

(ii) de extra premiestortingen staan tevens vermeld op het rekenblad dat als bijlage is gevoegd bij het aanvraagformulier voor de levensverzekering, en waarnaar op het door [a] c.s. ondertekende aanvraagformulier -handgeschreven- wordt verwezen;

(iii) het op de beleggingsrekening gestorte bedrag van f 42.600,- komt overeen met zes keer extra premie en zes keer de jaarpremie ( 6 x f 6.000,- + 6 x f 1.100,-), terwijl op het aanvraagformulier voor de levensverzekering bijgeschreven is dat de premie van f 6.000,- vanaf de beleggingsrekening dient te worden voldaan.

(iv) Allianz c.s. hebben onbetwist gesteld dat een jaarlijkse premie van f 1.100,- met zes extra premiestortingen van f 6.000,- bij een overlijdensrisico van f 240.000,- op twee levens op basis van een prognoserendement van 8% na verloop van 30 jaar ongeveer het verzekerde overlijdensrisico oplevert, terwijl dit bedrag niet gehaald zou worden bij afwezigheid van de zes extra premiestortingen van f 6.000,-.

Gelet op al deze omstandigheden mocht Allianz er redelijkerwijs van uitgaan, en hadden [a] c.s. redelijkerwijs kunnen weten, dat zes extra jaarlijkse premiestortingen van f 6.000,- bovenop de periodieke premie van f 1.100,- dienden te worden voldaan.

Dit betekent, anders dan [a] c.s. hebben betoogd, dat Allianz de levensverzekering -bij het uitblijven van de extra premiestortingen- niet vanwege een valse reden heeft geroyeerd.

7.4. Tussen partijen is voorts in geschil wie van hen gehouden was om de extra premiestortingen te voldoen c.q. incasseren. Naar het oordeel van de rechtbank was Allianz verplicht om er zorg voor te dragen dat de extra premiestortingen via de beleggingsrekening werden geïncasseerd, nu [a] c.s. via De Hypotheker -bij faxberichten van 21 juni en 7 december 1999- aan Allianz hebben opgedragen om (onder meer) gedurende 7 jaar een bedrag van f 7.100,- ( f 1.100,- + f 6.000,-) over te boeken vanaf de beleggingsrekening. Vast staat dat de extra premiestortingen niet zijn geïncasseerd van de beleggingsrekening. Daarmee is Allianz toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [a] c.s, hetgeen betekent dat Allianz gehouden is de daardoor ontstane schade aan [a] c.s. te vergoeden.

7.5. Naar het oordeel van de rechtbank is er evenwel geen schade voor [a] ontstaan door de tekortkoming van Allianz, omdat het bedrag dat ten onrechte niet is geïncasseerd op de beleggingsrekening is blijven staan en tussen [a] en [b] (na hun echtscheiding) is verdeeld, terwijl [a] c.s. tot aan de royementsdatum van de levensverzekering verzekerd zijn geweest tegen het overlijdensrisico. De door [a] c.s. van Allianz gevorderde schadevergoeding zal dan ook worden afgewezen. Nu de vordering jegens Allianz wordt afgewezen is er ook geen grond voor toewijzing van de vorderingen jegens De Hypotheker.

7.6. [a] c.s. hebben geen feiten of omstandigheden gesteld, waaruit volgt dat de handtekening onder het faxbericht van 21 juni 1999 door toedoen van De Hypotheker vervalst is. Van onrechtmatig handelen van De Hypotheker jegens [a] c.s. is dan ook geen sprake. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt evenmin in te zien waarom Allianz de kosten van het onderzoek door de handschriftdeskundige kosten zou moeten vergoeden. Voor zover de vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad is deze derhalve evenmin toewijsbaar.

7.7. Ten slotte zullen ook de kosten van de aan FBTO betaalde premie voor een levensverzekering worden afgewezen, nu [a] c.s. op dit punt geen schade hebben geleden. Ook in het geval dat de levensverzekering niet was geroyeerd, hadden [a] c.s. premie moeten betalen, maar dan aan Allianz.

7.8. [a] c.s. zullen als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van zowel De Hypotheker als Allianz als volgt vastgesteld:

- vast recht € 303,00

- geliquideerd salaris advocaat € 768,00 (2 x € 384,00, tarief I)

-----------

totaal € 1.071,00

7.9. De door Allianz gevorderde wettelijke rente over de kosten van het geding zal worden afgewezen, nu [a] c.s. met de betaling van deze kosten niet in verzuim zijn.

8. De beslissing

De rechtbank

wijst af het gevorderde;

veroordeelt [a] c.s. in de kosten van het geding, aan de zijde van De Hypotheker tot op heden vastgesteld op € 1.071,00 en aan de zijde van Allianz tot op heden vastgesteld op

€ 1.071,00;

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.G. Lautenbach en in bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2008.?

fn 343