Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2008:BG0288

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
01-10-2008
Datum publicatie
17-10-2008
Zaaknummer
91229 / KG ZA 08-280
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Uitvoerbaarverklaring vonnis in bodemprocedure. Opheffing beslag. Medewerking -op straffe van verbeurte van een dwangsom- aan verlijden notariële verdelingsakte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 91229 / KG ZA 08-280

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te Leeuwarden,

eiser,

advocaat mr. F.P. van Dalen te Leeuwarden,

tegen

[gedaagde],

wonende te Buitenpost,

gedaagde,

advocaat mr. H. Poiesz-de Vries te Sneek.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota zijdens [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij beschikking van 8 november 2006 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Op 1 december 2006 heeft [gedaagde] met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank maritaal beslag gelegd op de voormalige echtelijke woning te Buitenpost en conservatoir derdenbeslag gelegd onder de Rabobank op drie bankrekeningen van partijen.

2.2. Bij dagvaarding van 30 januari 2007 heeft [gedaagde] [eiser] gedagvaard, omdat [eiser] de huwelijksgemeenschap zou hebben benadeeld. In die procedure heeft [eiser] een reconventionele vordering ingesteld, inhoudende -kort gezegd- dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap zou vaststellen en [gedaagde] zou veroordelen de gelegde beslagen op te heffen.

2.3. Bij akte van 28 maart 2008 heeft [eiser] zijn eis in reconventie gewijzigd, in die zin dat hij vorderde dat de rechtbank de tussen partijen gemaakte verdeling zou vastleggen in een vonnis en [gedaagde] zou veroordelen om binnen een redelijke termijn haar medewerking te verlenen aan het formaliseren van de verdeling, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom.

2.4. Bij vonnis van 2 juli 2008 heeft de rechtbank de wijze van verdeling vastgesteld, [eiser] veroordeeld op grond van overbedeling aan [gedaagde] een bedrag van EUR 20.000,- te voldoen en bepaald dat partijen elk gehouden waren om ten behoeve van de levering van de voormalige echtelijke woning de helft van de kosten van de notariële verdelingsakte te voldoen. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2.5. [eiser] heeft [gedaagde] gesommeerd om uitvoering te geven aan het vonnis c.q. om haar medewerking te verlenen aan het passeren van de door notaris mr. Veerman naar aanleiding van het vonnis opgestelde notariële verdelingsakte. [gedaagde] heeft de sommatie van [eiser] naast zich neergelegd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert -kort gezegd- dat de voorzieningenrechter:

I. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis haar medewerking te hebben verleend aan het passeren van de notariële verdelingsakte, zulk onder verbeurte van een direct opeisbare en niet voor compensatie vatbare dwangsom van EUR 1.000,- per dag dan wel dagdeel dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft, althans op dit onderdeel een beslissing zal nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren.

II. [gedaagde] zal veroordelen om binnen drie dagen na het in dezen te wijzen vonnis ervoor te hebben zorggedragen dat het conservatoire beslag dat gelegd is op de voormalige echtelijke woning alsmede onder de Rabobank op drie bankrekeningen wordt opgeheven onder de voorwaarde dat de Rabobank van het saldo op bankrekeningnummer [nummer] een bedrag van EUR 20.000,- zal overmaken op de derdenrekening van notaris mr. Veerman te Buitenpost, althans op dit onderdeel een beslissing zal nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren.

III. het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 2 juli 2008 uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren;

IV. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van dit kort geding;

V. het af te geven vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] heeft -kort gezegd- de volgende drie hoofdvorderingen ingesteld:

1. uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis van 2 juli 2008;

2. veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan het passeren van de

notariële verdelingsakte op straffe van een dwangsom;

3. veroordeling van [gedaagde] tot opheffing van de conservatoire beslagen.

De voorzieningenrechter zal hierna afzonderlijk ingaan op deze drie vorderingen.

Ad 1

4.2. Indien, zoals in deze zaak, het vonnis ten principale niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard staat de wettelijke regeling, anders dan [gedaagde] heeft betoogd, niet in de weg aan een kort geding tot het verkrijgen van een latere afzonderlijke uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.3. [gedaagde] heeft onder verwijzing naar r.o. 4.10 van het vonnis van 2 juli 2008 ten verwere aangevoerd dat de rechtbank [eiser] gezien het karakter van de in de bodemprocedure gedane vordering geen executoriale titel heeft wensen te verlenen en dat [eiser] niet via de achterdeur van het kort geding kan verkrijgen wat de rechtbank hem uitdrukkelijk in de bodemprocedure heeft ontzegd. Dit betoog berust op een verkeerde lezing van het vonnis van de rechtbank.

4.4. In r.o. 4.10 van het vonnis heeft de rechtbank -voor zover van belang- het volgende overwogen:

"[eiser] vordert -kort gezegd- integrale opneming van de vaststellingsovereenkomst in een vonnis, ter verkrijging van een executoriale titel voor deze vaststellingsovereenkomst. De rechtbank betracht terughoudendheid met dergelijke vorderingen, omdat niet alles wat partijen in een vaststellingsovereenkomst regelen zich leent voor opneming in een dictum in de vorm van een verklaring voor recht of een veroordeling tot een geven, doen of dulden. Bovendien kan het rechtsvorderlijk probleem spelen dat de inhoud van de vaststellingsovereenkomst niet geheel aansluit bij hetgeen in de aanhangige procedure is gevorderd. De rechtbank wijst, onder verwijzing naar het dictum, de vordering van [eiser] toe voor wat betreft de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen onderdelen die voldoende nauwkeurig zijn omschreven en waarvoor geen rechtsvorderlijk beletsel bestaat."

4.5. Hierin valt niet te lezen dat de rechtbank aan [eiser] geen executoriale titel heeft wensen te verlenen. De rechtbank heeft enkel aangegeven dat zij het niet wenselijk achtte de vaststellingsoverkomst integraal in het dictum op te nemen en dat zij daarom enkel die onderdelen die zich leenden voor opneming in een dictum en aansloten bij hetgeen was gevorderd in het dictum zou opnemen.

4.6. Op grond van het vonnis van 2 juli 2008 is voetstoots aannemelijk dat [eiser] recht heeft op hetgeen hem daarbij werd toegewezen. Daarom hoeven geen al te zware eisen te worden gesteld aan de spoedeisendheid van de gevraagde voorziening, welke spoedeisendheid ook in voldoende mate gesteld is. Zoals ter zitting zijdens [eiser] is aangegeven, is het belang van [eiser] onder meer hierin gelegen dat uitvoering van het vonnis tot gevolg heeft dat hij uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid ter zake van de financiering van de echtelijke woning wordt ontslagen.

4.7. In het kader van de beoordeling dient nagegaan te worden of het belang van [eiser] bij toewijzing van de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij afwijzing daarvan.

4.8. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het voor haar feitelijk onmogelijk is om aan het vonnis van de rechtbank te voldoen, nu zij de hypothecaire geldlening niet kan overnemen. Ten aanzien van dit verweer heeft de rechtbank in het vonnis van 2 juli 2008 in r.o. 4.6 -voor zover van belang- het volgende overwogen:

"Nog daargelaten dat met betrekking tot de toebedeling van deze woning geen financieringsvoorbehoud is afgesproken, is de rechtbank van oordeel dat [eiser] voldoende heeft aangetoond en gemotiveerd dat [gedaagde] de financiering van de woning wel rond kan krijgen. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de door [eiser] overgelegde offerte van de ABN/AMRO bank te Drachten d.d. 1 april 2008 (…) de bereidheid tot financiering van deze bank tot 15 april 2008 is gebleken. Nu [eiser] heeft toegezegd er voor in te staan dat deze aanbieding van de ABN/AMRO bank ook na 15 april 2008 van toepassing blijft en [eiser] zich bovendien -als onderdeel van de vaststellingsovereenkomst- bereid heeft verklaard tot borgstelling (tot een bedrag van EUR 110.000,-) is de rechtbank van oordeel dat de financiering van de woning voor [gedaagde] geen beletsel vorm voor de nakoming van de vaststellingsovereenkomst."

4.9. Zoals hiervoor is overwogen dient de voorzieningenrechter bij de beoordeling van de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad uit te gaan van de beslissingen in de uitspraak waarvan de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt gevorderd, en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. Reeds om die reden dient het verweer te worden verworpen. De door [gedaagde] ter adstructie van haar vordering overgelegde producties betreffende afwijzingen van hypotheekaanvragen, leiden niet tot een ander oordeel, nu dit afwijzingen betreffen van andere hypotheekverstrekkers dan de ABN AMRO bank.

4.10. Nu [gedaagde] geen andere feiten en/of omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat het belang van [eiser] bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis moet wijken voor het belang dat [gedaagde] heeft bij afwijzing van deze vordering tot uitvoerbaar verklaring bij voorraad, zal de rechtbank de vordering toewijzen.

4.11. Nu [eiser] enkel belang heeft bij toewijzing van de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad in het geval [gedaagde] hoger beroep instelt, zal de voorzieningenrechter de vordering van [eiser] voorwaardelijk toewijzen, in die zin dat het vonnis slechts dan uitvoerbaar bij voorraad wordt indien en zodra [gedaagde] hoger beroept instelt of indien [gedaagde] reeds hoger beroep heeft ingesteld.

Ad 2

4.12. De notariële verdelingakte behelst de notariële uitwerking van het vonnis van 2 juli 2008 voor zover het betreft de verdeling en levering van de voormalige echtelijke woning, ontslag hoofdelijkheid en de afwikkeling van de vordering van [gedaagde] wegens

over-/onderbedeling.

4.13. In r.o. 4.10 van voormeld vonnis van 2 juli 2008 heeft de rechtbank ten aanzien van de in die procedure door [eiser] gevorderde dwangsom overwogen:

"De rechtbank ziet vooralsnog geen aanleiding tot het opleggen van een dwangsom aan [gedaagde], omdat tijdens de procedure niet is gebleken dat [gedaagde] onwelwillend is tot het verlenen van haar medewerking aan de verdeling.

4.14. Nu echter thans is gebleken dat [gedaagde], hoewel hiertoe verplicht, het vonnis tot dusver niet is nagekomen en uit haar stellingen kan worden afgeleid dat zij ook niet voornemens is het vonnis na te komen, moet worden geoordeeld dat er aanleiding (en ook een spoedeisend belang zijdens [eiser]) bestaat om [gedaagde] te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan het passeren van de notariële verdelingsakte en hier een dwangsom aan te verbinden.

4.15. Voor zover [gedaagde] stelt dat zij niet door middel van een vonnis in kort geding kan worden verplicht om aan het vonnis van 2 juli 2008 te voldoen, gedurende de periode dat het vonnis nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, faalt dit betoog. Een vonnis heeft in beginsel dadelijk na de uitspraak executoriale kracht, dus ook gedurende de tijd waarin het nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. Dit betekent dat [gedaagde] gehouden is aan het vonnis te voldoen, ook als het vonnis nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, en dat zij bij vonnis in kort geding kan worden veroordeeld tot het verlenen van haar medewerking aan de uitvoering van het vonnis op straffe van een dwangsom.

4.16. Slotsom is dat de vordering tot veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan het passeren van de notariële verdelingsakte op straffe van een dwangsom zal worden toegewezen. Aan de te verbeuren dwangsommen zal een maximum worden verbonden van € 20.000,-.

Ad 3.

4.17. [gedaagde] heeft tegen de vordering tot opheffing van de conservatoire beslagen ten verwere aangevoerd dat evident is dat, wanneer een vordering tot zekerheid waarvan conservatoir beslag is gelegd niet onherroepelijk vaststaat, conservatoire beslagen niet kunnen worden opgeheven, tenzij daar andere zekerheid voor in de plaats wordt gesteld.

4.18. [gedaagde] miskent in dit betoog dat volgens art. 705 lid 2 Rv een conservatoir beslag onder meer dient te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Het feit dat er een rechterlijke uitspraak voorhanden is waarin de vordering is afgewezen, kan, ook ingeval deze uitspraak nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, juist een (sterke) indicatie geven voor de ondeugdelijkheid van deze vordering als bedoeld in artikel 705 Rv.

4.19. Bij voormeld vonnis van 2 juli 2008 is de vordering waarvoor [gedaagde] beslag heeft gelegd afgewezen. [gedaagde] heeft ter zitting aangegeven nog niet te weten of zij tegen de uitspraak in hoger beroep zal gaan. Nu zij voorts geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat de uitspraak in hoger beroep geen stand zou houden, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat voldoende summierlijk gebleken is van de ondeugdelijkheid van de vordering waarvoor de beslagen zijn gelegd. De vordering tot opheffing van de conservatoire beslagen onder de voorwaarde dat de Rabobank van het saldo op bankrekeningnummer [nummer] een bedrag van EUR 20.000,- zal overmaken op de derdenrekening van notaris mr. Veerman te Buitenpost, zal derhalve worden toegewezen.

4.20. In de omstandigheid dat partijen met elkaar gehuwd zijn geweest, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verklaart het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 2 juli 2008, bekend onder zaaknummer/rolnummer 81063/ HA ZA 07-156, indien en zodra [gedaagde] hoger beroep tegen dat vonnis instelt of reeds hoger beroep heeft ingesteld, uitvoerbaar bij voorraad;

5.2. veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis haar medewerking te hebben verleend aan het passeren van de notariële verdelingsakte overeenkomstig het concept door de notaris opgesteld onder zaaknummer 1005332/ev, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht;

5.3. veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis ervoor te hebben zorggedragen dat het conservatoire beslag dat gelegd is op de voormalige echtelijke woning te Buitenpost, alsmede onder de coöperatieve Rabobank De Lauwers u.a., gevestigd te Surhuisterveen aan De Kolk 37 op de rekeningen met rekeningnummers [nummer], [nummer 2] en [nummer 3] wordt opgeheven, onder de voorwaarde dat de Rabobank van het saldo van de rekening met rekeningnummer [nummer] een bedrag van EUR 20.000,- zal overmaken op de derdenrekening van notaris Veerman te Buitenpost;

5.4. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder r.o. 5.2 bepaalde, aan [eiser] een dwangsom verbeurt van EUR 1.000,-, tot een maximum van EUR 20.000,-,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Jansen en in het openbaar uitgesproken door

mr. J.A. Tromp in tegenwoordigheid van de griffier mr. W. van Seijen op 1 oktober 2008.?

fn: 445