Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2008:BC3743

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
07-02-2008
Zaaknummer
17/880402-07 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voetbalgeweld, zware mishandeling, stadionverbod, omgevingsverbod

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 36f
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 302
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880402-07

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 5 februari 2008 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren [in] 1989 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Ter Apel.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 22 januari 2008.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.G. Luiten, advocaat te Almelo.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie ter terechtzitting is de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

Partiële vrijspraak

De verdachte moet van het primair telastegelegde feit worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat, uitgaande van de verklaringen van de verdachte, de mededaders en de getuigen niet kan worden vastgesteld dat verdachte het slachtoffer tegen het hoofd heeft geschopt, zodat niet bewezen kan worden dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat in geval van voltooiing van het voorgenomen misdrijf, het slachtoffer van het leven zou zijn beroofd.

Bewijsoverweging

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat bij het subsidiair telastegelegde sprake is van medeplegen.

Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte en zijn mededaders, allen Heraclessupporters, hebben na afloop van de voetbalwedstrijd tussen Heerenveen en Heracles, onder begeleiding van de politie, Heerenveen verlaten. Vervolgens zijn ze met hun auto's teruggegaan naar het centrum van Heerenveen. Op een gegeven moment zagen ze een groep jongens lopen, waarvan ze kennelijk dachten dat zij Heerenveensupporters waren. De mededaders begonnen te schreeuwen en zijn rennend op die jongens toegelopen, waarop die jongens zijn weggerend. Alleen het slachtoffer bleef toen staan. Toen het slachtoffer alsnog probeerde weg te rennen en de daders probeerde te ontwijken, is hij voor een steeg door een mededader geslagen. Mede hierdoor is het slachtoffer op de grond gevallen.

Verdachte heeft verklaard dat, toen hij in de buurt van de steeg was gekomen, hij zag dat het slachtoffer in elkaar gedoken op de grond lag en dat het slachtoffer door een mededader werd geslagen. Verdachte is vervolgens naar het slachtoffer gerend en heeft hem twee keer geschopt. De rechtbank is van mening dat de hierboven beschreven gedragingen in samenhang beschouwd een bewuste en nauwe samenwerking opleveren.

Gelet op de verklaring van de verdachte, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat, zoals de raadsman heeft betoogd, verdachte pas na de 'echte' mishandeling het slachtoffer heeft geschopt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het subsidiair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 7 oktober 2007 te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, tezamen en in vereniging met anderen aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gespleten lip en zwaar letsel aan de linkerhand, voor de geneeskundige

behandeling waarvan medische ingrepen noodzakelijk waren en tengevolge waarvan revalidatie noodzakelijk was, heeft toegebracht, door deze opzettelijk op diens gezicht, en elders tegen diens lichaam te slaan en stompen en meermalen tegen diens lichaam te trappen.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert het volgende misdrijf op:

subsidiair

Medeplegen van zware mishandeling.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte ter zake het primair telastegelegde, tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde een stadion- en omgevingsverbod;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling.

Na afloop van de voetbalwedstrijd Heerenveen tegen Heracles, een wedstrijd die door Heerenveen met 9-0 werd gewonnen, is verdachte samen met een aantal Heraclessupporters naar het centrum van Heerenveen gegaan. Daar hebben zij de confrontatie gezocht met een volstrekt willekeurige voorbijganger die samen met zijn 14-jarige broer en vriend terugkwam van het stadion. Hoewel het slachtoffer er alles aan gedaan heeft om een confrontatie te vermijden is hij, toen hij een goed heenkomen probeerde te vinden, ten val gebracht en op een uiterst laffe manier door verdachte en een aantal anderen ernstig mishandeld. Gevolg is geweest dat het slachtoffer voor behandeling naar het ziekenhuis is gebracht met behoorlijke verwondingen en vermoedelijk blijvend letstel aan zijn pink.

Het is onbegrijpelijk hoe steeds weer mensen als verdachte en zijn kompanen de sfeer rond de voetbalsport kapot maken en daarbij een volksvermaak verlagen tot het domein van een kleine groep met een blijkbaar niet volgroeide agressiehuishouding. Dit leidt tot weinig heldhaftig gedrag, zoals het met meerdere personen een op de grond liggend weerloos slachtoffer, door trappen en slaan, ernstig verwonden.

Aan pogingen van de KNVB en plaatselijke overheden om de voetbalsport op een beschaafd niveau te houden, hebben verdachte en zijn mededaders blijkbaar geen boodschap. De schade die zij aan de voetbalsport toebrengen en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke kosten , zoals onder andere politie-inzet, is groot.

De rechtbank is ervan overtuigd dat verdachte en zijn mededaders met dit schaamteloos optreden ook hun eigen voetbalvereniging Heracles een zeer slechte dienst hebben bewezen. Immers, ook Heracles - met een traditie van meer dan 100 jaar - wil voor zijn regio aantrekkelijk en spannend voetbal realiseren. Door dit wangedrag worden steeds meer voetballiefhebbers terughoudend om zich nog in het voetbalpubliek te mengen. Dit geldt zeker voor het slachtoffer. Hij heeft in zijn slachtofferverklaring aangegeven mensen in groepsverband te ontlopen en denkt erover zijn seizoenskaart in te leveren omdat het hem beangstigt naar een stadion te gaan.

Verdachte lijkt een drankprobleem te hebben en heeft aangegeven daarvoor geholpen te willen worden. Voorts is verdachte slechts een keer eerder met justitie in aanraking geweest hetgeen het moeilijk maakt de geweldsexplosie te verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat het feit zodanig ernstig is dat hij niet aan een gevangenisstraf zal kunnen ontkomen. De rechtbank komt echter tot een iets lagere vrijheidsstraf dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank de poging tot doodslag niet bewezen acht.

De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en als bijzondere voorwaarde daarbij een stadion- en omgevingverbod opleggen, een en ander zoals hierna te bepalen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet danwel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en als voorschot voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 47, 302 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder subsidiair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vijf (5) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Stelt als bijzondere voorwaarde, voor de duur van de proeftijd, een stadion- en omgevingverbod, inhoudende dat de veroordeelde bij alle voetbalwedstrijden van Heracles en Heerenveen niet binnen een straal van twee kilometer vanaf de middenstip van het speelveld in het stadion mag komen, gedurende een periode van twee uur vóór de wedstrijd tot twee uur na de wedstrijd.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres], bij wijze van voorschot, toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2.556,06 (zegge: tweeduizend vijfhonderdzesenvijftig euro en zes eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer], te betalen een som geld ten bedrage van € 2.556,06 (zegge: tweeduizend vijfhonderdzesenvijftig euro en zes eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 42 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.556,06 (zegge: tweeduizend vijfhonderdzesenvijftig euro en zes eurocent) ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. G.A.M. van Dijk, rechters, bijgestaan door mr. D.M.A. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 februari 2008. Mr. G.A.M. van Dijk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.