Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2008:BC3124

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
28-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
AWB 07/675
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huidige werkgever kan geen beroep doen op art. 29b Ziektewet, nu de gemeente destijds niet heeft beslist over de status van arbeidsgehandicapte van verzekerde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 07/675

uitspraak van 28 januari 2008 van de enkelvoudige kamer op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake het geding tussen

de Stichting Kinderopvang SKIK,

gevestigd te Joure,

eiseres,

gemachtigden: L.D. Purvis, als bedrijfs- en verzekeringsarts werkzaam bij PMC te Peize, en H.J. Danker, verzuimadviseur van eiseres,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

verweerder,

gemachtigde: Th. Hollander, werkzaam bij het Uwv te Leeuwarden.

Procesverloop

Bij brief van 2 februari 2007 heeft verweerder eiseres mededeling gedaan van een besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Ziektewet (ZW).

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Ingevolge artikel 8:32 lid 1 van Awb heeft de rechtbank kennisname van de inhoud van gedingstukken met medische gegevens aan eiseres onthouden en heeft zij deze stukken aan Purvis gezonden.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 21 januari 2008. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden. Tevens was aanwezig J.E. Pasveer, directeur van eiseres.

Motivering

Op 24 juni 2002 is M.M. Witteveen (hierna: de werkneemster) als groepsleidster bij eiseres in dienst getreden. Op 8 november 2004 heeft zij zich ziekgemeld. Op 4 augustus 2006 heeft eiseres voor deze werkneemster ziekengeld aangevraagd. Bij besluit van 17 november 2006 heeft verweerder geweigerd om de werkneemster ziekengeld toe te kennen, omdat zij niet arbeidsgehandicapt was bij haar indiensttreding. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het tegen dit besluit ingediende bezwaarschrift ongegrond verklaard. Hij heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat het gemeentebestuur van Bolsward destijds ten aanzien van de werkneemster de status van arbeidsgehandicapte niet heeft vastgesteld.

In beroep heeft eiseres aangevoerd dat de werkneemster voorafgaande aan haar indiensttreding bij eiseres vanaf 1997 een uitkering ontving van de gemeente Bolsward en dat zij van 1997 tot en met 2000 ziek is geweest. Daarom zou zij vallen onder de reikwijdte van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA). Gebleken is dat het gemeentebestuur van Bolsward vervolgens nimmer heeft vastgesteld dat de werkneemster arbeidsgehandicapt was in de zin van de Wet REA. De adviezen van de GGD waren destijds leidend en werden opgevolgd. Dat er kennelijk handelingen zijn nagelaten door het gemeentebestuur ligt volgens eiseres geheel buiten haar invloedssfeer, zodat daarom toch ziekengeld moet worden uitgekeerd.

De rechtbank overweegt het volgende.

Artikel 29b lid 1 van de ZW, zoals dit artikel luidde ten tijde van de aanvang van ziekte, bepaalt - voor zover hier van belang - dat de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking arbeidsgehandicapte is in de zin van de Wet REA vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken recht heeft op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die aangevangen zijn in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.

Uit artikel 2 lid 4 van de Wet REA (die inmiddels is vervallen) blijkt dat de arbeidsgehandicapte gedurende vijf jaar vanaf de datum van het intreden van de handicap, de status van arbeidsgehandicapte behoudt. Die periode kan worden verlengd. Uit artikel 3 lid 2 van die wet blijkt voorts dat de vaststelling of degene die een bijstandsuitkering ontvangt arbeidsgehandicapte is, geschiedt door het gemeentebestuur van de gemeente waarin die persoon woonachtig is.

Niet in geschil is, dat de werkneemster vóór haar indiensttreding bij eiseres van het gemeentebestuur van Bolsward een bijstanduitkering ontving en dat dit bestuur kennelijk heeft nagelaten om op enig moment een beslissing te nemen als bedoeld in artikel 3 lid 2 van de Wet REA. Zo'n vaststellingsbeslissing is echter essentieel; nu de Wet REA in artikel 3 lid 2 een vaststelling van die status vereist, is niet voldoende dat werkneemster in genoemde jaren arbeidsongeschikt werd geacht door artsen van de GGD. Ook het rapport van de GGD van 15 mei 2006 kan niet als zo'n vaststelling worden aangemerkt, omdat het een advies is. Terecht en op goede gronden heeft verweerder dus aangenomen dat de werkneemster niet onmiddellijk voorafgaand aan haar dienstbetrekking arbeidsgehandicapte was in de zin van de Wet REA.

De rechtbank realiseert zich terdege dat eiseres op deze wijze, geheel buiten haar schuld, de nadelige gevolgen ondervindt van het feit dat een aantoonbaar vaststellingsbesluit van het gemeentebestuur van Bolsward ontbreekt. Zij ziet echter, gelet op het bepaalde in bovengenoemde wettelijke bepalingen, in deze geen rol voor verweerder weggelegd en kan niet anders oordelen dan dat verweerder zich terecht en op goede gronden genoodzaakt heeft gezien om het ziekengeld te weigeren.

Het beroep zal ongegrond worden verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, rechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2008, in tegenwoordigheid van mr. T. Hoekstra als griffier.

w.g. T. Hoekstra

w.g. P.G. Wijtsma

Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in artikel 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.