Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BC1663

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
18-12-2007
Datum publicatie
14-01-2008
Zaaknummer
AWB06/2436
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Waarde ijssporthal moet worden vastgesteld op de bedrijfswaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2008/336
FutD 2008-0119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

Procedurenummer: AWB06/2436

Uitspraakdatum: 18 december 2007

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente], verweerder.

Procesverloop

1.1 Verweerder heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2003, vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 op € 750.483,--. In het desbetreffende geschrift zijn ook de aanslagen onroerende-zaakbelasting 2005 bekend gemaakt.

1.2 Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 september 2006 de waarde verminderd tot € 700.678,--. De aanslagen heeft hij dienovereenkomstig verminderd.

1.3 Eiseres heeft daartegen bij brief van 6 november 2006, ontvangen bij de rechtbank op 7 november 2006, beroep ingesteld.

1.4 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2007 te [plaats].

Eiseres is daar bij haar gemachtigde mr. A.L.Sänger (Deloitte Belastingadviseurs te Zwolle) verschenen. Namens verweerder is verschenen M. van Hoorn-Rademaker.

1.6 Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan elkaar.

Motivering

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1 Eiseres heeft volgens haar statuten, die in 1994 zijn vastgesteld, ten doel het bevorderen van de ijssport en het voor het publiek openstellen van accommodatie ten behoeve van die sport. Zij tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het beheren en exploiteren van een ijssporthal of eventueel een kunstijsbaan te [plaats] met de daarbij aanwezige of te treffen voorzieningen alsmede het beheren en exploiteren van de ijssporthal ten behoeve van andere sporten of doeleinden gedurende de perioden dat de ijssporthal niet voor de ijssport in gebruik is.

2.2 Eiseres is gebruiker en genothebbende krachtens het recht van opstal van de onroerende zaak gelegen aan de [adres]. Dit betreft een ijssporthal, een winkel en een horecagelegenheid (hierna: de ijssporthal). De ijssporthal is in 1979 door de gemeente [gemeente] (hierna: de gemeente) gebouwd voor een bouwsom van

€ 1.252.433,--. Op 28 september 1995 is om niet ten behoeve van eiseres een opstalrecht op de grond behorende bij de ijssporthal gevestigd en is de ijssporthal met toe- en aanbehoren tegen een koopsom van f.1,-- aan eiseres overgedragen. In verband met de ernstige mate van achterstallig onderhoud heeft de gemeente toen een eenmalige bijdrage verstrekt aan eiseres van € 533.192,--. Aan vorengenoemde overdracht en het toekennen van de eenmalige bijdrage ligt een aan de raad van de gemeente [gemeente] uitgebracht rapport van een onderzoek naar de haalbaarheid van continuering van de overdekte ijssport in [plaats] ten grondslag.

2.3 In het rapport van een haalbaarheidsonderzoek van de gemeente voor wat betreft de continuering van de overdekte ijssport in [plaats] is onder meer vermeld:

"Uit de zorgvuldig opgestelde analyse kan worden afgeleid dat instandhouding van de ijshal op de huidige locatie mogelijk is, zonder dat de gemeente een jaarlijkse bijdrage zou moeten verlenen in het exploitatie-tekort. Belangrijkste randvoorwaarden hierbij zijn:

1. De exploitatiebegroting laat geen ruimte voor dekking van kapitaallasten, gelet daarop is

eigendomsoverdracht (verkoop) voor een symbolisch bedrag van f.1,-- noodzakelijk.

2. Voor de fysieke instandhouding van de ijshal op middellange termijn is het noodzakelijk

dat het achterstallig onderhoud wordt weggewerkt.

3. De huidige tarieven van de ijshal en met name de differentiatie daarin tussen verschillende

gebruikers (groepen) moet worden aangepast naar een niveau dat meer in

overeenstemming is met hetgeen voor dit type voorzieningen gebruikelijk is.

4. De professionele inzet van personeel zal zich moeten beperken tot maximaal 1 ½

formatieplaats, hetgeen inhoudt dat een beroep op de inzet van vrijwilligers zal moeten

worden gedaan."

De eenmalige bijdrage was door de gemeente verstrekt onder de voorwaarde dat de bijdrage moet worden terugbetaald indien eiseres binnen 25 jaar zou worden ontbonden of de ijssporthal niet meer als zodanig zou worden gebruikt. In oktober 2003 is eiseres ontheven van deze terugbetalingsverplichting nadat was gebleken dat de eenmalige bijdrage is besteed conform de voorwaarden van de gemeente.

2.4 Eiseres hanteert een gebroken boekjaar ten behoeve van haar winstberekening. In het boekjaar 2001/2002 had eiseres gemiddeld 7,4 werknemers in dienst en in het boekjaar 2002/2003 gemiddeld 8,4 werknemers.

2.5 In de boekjaren 2001/2002 en 2002/2003 behaalde eiseres negatieve resultaten van respectievelijk € 134.308,-- en € 138.963,--.

2.6 Het boekjaar 2005/2006 is het eerste boekjaar dat met een positief resultaat is afgesloten.

2.7 Sedert enige jaren organiseert eiseres activiteiten op het gebied van skeelerles, langebaan schaatsen, ijshockey, priksleeën, shorttrack, kunstrijden, bedrijfsbijeenkomsten met een buffet en/of schaatsclinic, "stickelen", "birthday on ice", en dergelijke.

Geschil

3.1 In geschil is de waarde van het object [adres] naar de waardepeildatum 1 januari 2003.

3.2 Eiseres stelt dat de waarde dient te worden bepaald op de bedrijfswaarde welke op

€ 1 kan worden gesteld, doch in elk geval lager dan de door verweerder vastgestelde waarde.

3.3 Verweerder stelt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.

3.4 Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de waarde primair tot € 1,-- en subsidiair een lager bedrag dan € 700.678,-- met dienovereenkomstige vermindering van de aanslagen in de onroerende-zaakbelastingen.

3.5 Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Verweerder wijst daartoe op een taxatierapport van M.van Hoorn-Rademaker, beëdigd WOZ-taxateur.

3.6 Eiseres heeft – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de vervangingswaarde van bedrijfsmatig gebruikte objecten wordt gesteld op de bedrijfswaarde door aanpassing van de factor van de functionele veroudering waarbij rekening dient te worden gehouden met de economische situatie in de desbetreffende branche of bedrijfstak. Eiseres voldoet aan de vereiste van bedrijfsmatige exploitatie. Als stichting is zij een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die deelneemt aan het maatschappelijke productieproces en treedt zij onder andere in concurrentie met de IJshal Thialf in Heerenveen, terwijl zij het oogmerk heeft daarmee winst te behalen.

3.7 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

Beoordeling van het geschil

4.1 Krachtens artikel 17, eerste lid, van de Wet WOZ, wordt aan een onroerende zaak een waarde toegekend. Ingevolge het tweede lid van dit artikel wordt deze waarde bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer, ofwel de prijs, die bij aanbieding ten verkoop op de voor die onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn betaald. Ingevolge het derde lid van dit artikel -voor zover thans van belang- wordt de waarde van een onroerende zaak, voor zover die niet tot woning dient, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het tweede lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met de aard en de bestemming van de zaak en de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.

4.2 De bewijslast inzake de juistheid van de aan de ijssporthal toegekende waarde ligt bij verweerder. Aan die bewijslast heeft verweerder, naar het oordeel van de rechtbank, niet voldaan.

4.3 Gelet op de hiervoor - onder 2.2 tot en met 2.7 - vermelde feiten, is de rechtbank van oordeel dat met betrekking tot de exploitatie van de ijshal en de daarin aanwezige winkel en horecagelegenheid sprake is van bedrijfsmatig gebruik van de onroerende zaak als bedoeld in artikel 4, lid 4, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling wet waardering onroerende zaken.

4.4 Aan dit oordeel doet niet af de omstandigheid dat zonder eigendomsoverdracht voor het symbolisch te achten bedrag van f.1,-- en de eenmalige bijdrage voor het wegwerken van achterstallig onderhoud van een bedrijfsmatige exploitatie niet kan worden gesproken.

4.5 Ook de omstandigheid dat de exploitatie tot en met het boekjaar 2002/2003 tot een negatief resultaat heeft geleid, leidt niet tot het oordeel dat van een bedrijfsmatige exploitatie geen sprake was. Daarbij neemt de rechtbank nog in aanmerking dat eiseres het boekjaar 2005/2006 met een positief resultaat heeft afgesloten.

4.6 De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat eiseres sedert enige jaren ook activiteiten, zoals hiervoor onder 2.6. vermeld, organiseert.

4.7 Het vorenstaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat de waarde van de onroerende zaak moet worden vastgesteld op de bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde bedraagt, naar eiseres onbestreden heeft gesteld € 1,--.

4.8 Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Proceskosten

5.1 De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de integrale kosten van bezwaar en beroep voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank verwerpt dit standpunt. Het ligt op de weg van eiseres om bij te brengen waarin de bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) zijn gelegen. Het enkele feit dat verweerder in het ongelijk wordt gesteld is niet een dergelijke bijzondere omstandigheid. Dat is niet anders nu het beroep van eiseres in een eerdere procedure door het Gerechtshof gegrond is verklaard en evenmin dat verweerder het bezwaar in een vorige procedure gegrond heeft verklaard. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de aard van het geschil zich leent voor beoordeling ten behoeve van meerdere, opeenvolgende tijdvakken. De rechtbank zal de kosten voor de beroepsprocedure volgens de forfaitaire regeling vaststellen. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 644,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,-- en een wegingsfactor 1). Verweerder heeft de kosten van bezwaar reeds terecht volgens de forfaitaire regeling vastgesteld.

5.2 Eiseres heeft verzocht om op de voet van artikel 8:73 Awb een schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank wijst dit verzoek af onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen: de omstandigheid dat het beroep van eiseres in een eerdere procedure door het Gerechtshof gegrond is verklaard en dat het bezwaar in een volgende procedure gegrond is verklaard leidt niet tot het oordeel dat een schadevergoeding dient te worden toegekend nu de aard van het geschil zich leent voor een beoordeling ten behoeve van meerdere, opeenvolgende tijdvakken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de vastgestelde waarde tot op € 1,-- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- vermindert de aanslagen onroerende-zaakbelastingen tot aanslagen berekend naar een waarde van € 1,-- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 644,-- en wijst de gemeente [gemeente] aan dit bedrag aan eiseres te voldoen;

- gelast dat de gemeente [gemeente] het door eiseres betaalde griffierecht van € 281,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 18 december 2007 door mr. B.A.E.G.Geel-Cieraad, voorzitter, en mr. dr. P. van der Wal en mr. F.J.H.L. Makkinga, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr.dr. P. van der Wal, lid van deze kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Hiemstra, griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.