Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0666

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
20-12-2007
Zaaknummer
17/880402-07 RDK
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Geschokte rechtsorde, maatschappelijke onrust, supportersgeweld

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 65
Wetboek van Strafvordering 66
Wetboek van Strafvordering 68
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Bevel verlenging gevangenhouding

Parketnummer: 17/880402-07

BESCHIKKING

van de rechtbank van het arrondissement Leeuwarden, enkelvoudige raadkamer, in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres] ,

thans verblijvende P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel.

De rechtbank heeft op 07 november 2007 de gevangenhouding van de verdachte bevolen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verlenging van de gevangenhouding van de verdachte zal bevelen.

Deze vordering is heden behandeld in raadkamer, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal.

Namens verdachte heeft zijn raadsman mondeling om schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.

Bij die behandeling is de rechtbank gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden, welke tot het bevel tot gevangenhouding aanleiding hebben gegeven, ook thans nog bestaan, met uitzondering van de onderzoeksgrond.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende:

Voorlopige hechtenis is een uitzondering op het recht op persoonlijke vrijheid. In de onderhavige zaak betekent dit dat de voorlopige hechtenis niet noodzakelijkerwijze voortvloeit uit de tegen verdachte gerezen verdenking,

maar dat een nadere grond aanwezig moet zijn. In de onderhavige zaak staat slechts ter discussie of de voorlopige hechtenis van verdachte nog steeds gerechtvaardigd is, omdat de rechtsorde door het feit waarvan hij wordt verdacht ernstig geschokt is. De rechtbank is op grond van de vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens inzake de uitleg van artikel 5, eerste en derde lid van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van oordeel dat van een ernstig geschokte rechtsorde slechts sprake kan zijn als voldaan wordt aan de volgende criteria:

a. In het licht van de bijzondere ernst van het concrete feit waarvan verdachte wordt verdacht en de publieke reactie daarop bestaat het gevaar dat vrijlating van deze verdachte tot maatschappelijke onrust zal leiden.

b. Van maatschappelijke onrust is sprake indien het in de samenleving onbegrijpelijk en onaanvaardbaar zou worden geacht indien deze verdachte de berechting in vrijheid zou mogen afwachten.

De verdenking in de onderhavige zaak betreft ernstige gewelddadigheden, gepleegd door supporters in het kader van een voetbalwedstrijd. Dit verschijnsel houdt de gemoederen in binnen- en buitenland al jaren bezig. De

samenleving eist dat aan dit geweld een eind wordt gemaakt. De politie en het openbaar ministerie voeren op dit punt gericht beleid. Gewelddadigheden als de onderhavige veroorzaken verontwaardiging en onbehagen in brede kring. Vrijlating van verdachte zou dan ook tot maatschappelijke onrust leiden. De samenleving zou het onbegrijpelijk en onaanvaardbaar vinden als verdachte zijn berechting in vrijheid zou mogen afwachten. De rechtbank let daarbij ook op de aard van de handelingen die uit de verdenking blijken en op de gevolgen

voor het slachtoffer zoals die voorlopig uit de stukken blijken.

De door verdachte daartegenover aangevoerde persoonlijke belangen, in het bijzonder de mogelijkheid dat hij binnenkort aan de slag kan in de sociale werkvoorziening, wegen niet op tegen het belang van de samenleving dat de bedoelde maatschappelijke onrust wordt voorkomen.

Dat verdachtes aandeel in het gebeuren geringer is dan dat van andere verdachten, zoals hij heeft aangevoerd, is op dit moment niet van belang, omdat het feit volgens de verdenking in groepsverband is gepleegd.

De rechtbank zal daarom de verlenging van de gevangenhouding van de verdachte bevelen en het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen.

BESLISSING

De rechtbank:

beveelt de verlenging van de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 60 dagen;

wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Deze beschikking is gegeven op 06 december 2007 door mr. M.H. Severein, rechter, bijgestaan door H.O. de Boer, griffier.