Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BB9818

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
11-12-2007
Datum publicatie
11-12-2007
Zaaknummer
17/744068-06 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aanmerkelijke schuld, causaal verband, Raad voor Scheepvaart, sleepboot, aanmerkelijk onachtzaam, zeer zwaar lichamelijk letsel

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 9a
Wetboek van Strafrecht 308
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/744068-06

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 12 maart 2007 en 27 november 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.E. van Dam, advocaat te Rotterdam.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie is ter terechtzitting van 27 november 2007 de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het telastegelegde;

- oplegging van een werkstraf van 80 uur subsidiair 40 dagen hechtenis.

Bewijsoverweging

De verdediging heeft gemotiveerd het volgende verweer gevoerd. Het staat niet vast dat verdachte met (te) hoge snelheid achteruit is gevaren, noch dat dit de oorzaak van het ongeval is geweest. Er is geen norm die bij deze manoeuvre communicatie voorschrijft;het staat ook niet vast dat onvoldoende communicatie heeft plaatsgevonden. Een sleepbootkapitein hoeft niet met wegvaren te wachten totdat hem enig uitdrukkelijk sein is gegeven; er bestaat geen norm die inhoudt dat verdachte eerst mocht wegvaren nadat hij zich ervan had vergewist dat alle trossen los waren. Het is een gouden regel in de scheepvaart dat men niet in een lus of bocht van een tros gaat staan. Dat de matroos [slachtoffer] dit toch deed, kon verdachte niet weten en hoefde hij ook niet te weten. De verdediging beroept zich op uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart van 6 mei 2003, nr. 105 ('Nedlloyd Honshu'), 22 april 2004, nr. 6 ('Johanna Maria') en 31 mei 2000, nr. 17 ('Wilma') . Verdachte wist niet en hoefde ook niet te weten dat de versleepte bak vies en glad was, waardoor het personeel op de bak '[naam bak]' de middelste tros niet tijdig los kreeg van de bolder op die bak. Verdachte heeft zich gedragen zoals het een professionele sleepbootkapitein betaamt; hij heeft geen aanmerkelijke schuld aan het ongeval. Er is ook geen causaal verband tussen de gedraging van verdachte en het letsel van het slachtoffer, want het ongeval zou niet hebben plaatsgevonden indien het slachtoffer zich niet in die gevaarlijke positie had begeven. De verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak.

De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte heeft erkend dat hij het bestaan van de middelste tros, die de bak '[naam bak]' nog verbond met de voorbolder van zijn sleepboot '[naam boot]', was vergeten. Verdachte kon vanuit de stuurhut wel zien dat de bakboord- en stuurboordtros en de beide koppeldraden al los waren, maar hij had geen zicht op deze middelste tros. Het slachtoffer was immers doende deze tros los te maken, waarbij zijn lichaam het zicht vanuit het stuurhuis op de voorbolder blokkeerde. De heer [slachtoffer] kon deze middelste tros niet vlot loskrijgen. De heren [naam] en [naam] lukte dat ook niet vanaf de bak, die zeer glibberig was. Op dat moment liet verdachte, die meende dat alle trossen al los waren, de sleepboot fors achteruit slaan waardoor de benen van de heer [slachtoffer] bekneld raakten tussen tros en verschansing.

De rechtbank heeft kennis genomen van gepubliceerde uitspraken van de Raad voor de Scheepvaart, als een kenbron van normen die in de scheepvaart gelden. De rechtbank acht de volgende overwegingen uit de -door de raadsman eveneens geciteerde- uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake de 'Nedlloyd Honshu' van belang:

Beschouwing: Een klassiek ongeval, waar iedereen die met trossen en touwen moet werken als eerste op wordt gewezen: niet in een lus of slag van een tros staan of in de werkweg van trossen of lijnen waar spanning op staat of kan komen. Omdat, zoals ook in dit geval, de meest ervaren matrozen zo'n fout kunnen maken, blijkt telkens weer de noodzaak en het belang van toezicht bij dit soort werkzaamheden. (...)

Lering: (1) een oude les: niet in een lus of slag van een tros staan en uit de buurt blijven van trossen of lijnen waar spanning op kan komen te staan. (2) Goed toezicht bij voor en achter (ontmeren; toevoeging rechtbank) is een absolute noodzaak. Het is een basiseis voor de veiligheid van het personeel (...) (3) De bak (deel van het schip; toevoeging rechtbank) was nog niet helemaal klaar, en toen de messenger (een touw; toevoeging rechtbank) onverwachts uitliep, werd men verrast en kwam de veiligheid in het geding (...).

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte schuld door het houden van onvoldoende toezicht. Verdachte had zich het bestaan van de middelste tros moeten herinneren. Bovendien had hij zich ervan moeten vergewissen dat [slachtoffer] klaar was met zijn taak en vrij was van alle trossen, alvorens verdachte het schip achteruit liet slaan. Door al achteruit te slaan terwijl [slachtoffer] nog bezig was met het losmaken van de middelste tros, had [slachtoffer] immers ook met zijn armen bekneld kunnen raken, zelfs indien hij niet in een bocht van de tros had gestaan. Evenals in het geval van de 'Nedloyd Honshu' werd men verrast en kwam de veiligheid in het geding toen onverwachts achteruit werd geslagen terwijl [slachtoffer] op de boeg nog niet helemaal klaar was. De rechtbank merkt op dat zij hierbij niet zo zeer de snelheid van het achteruitvaren doorslaggevend acht als wel het tijdstip waarop dat plaatsvond, namelijk vóórdat verdachte zeker wist dat de middelste tros los was en dat [slachtoffer] hiervan vrij was. Meer in het algemeen acht de rechtbank, anders dan de raadsman, een zeemanschappelijke norm aanwezig die inhoudt dat een sleepboot niet (hard) achteruit of vooruit behoort te slaan indien niet is zeker gesteld dat sleep en personeel hier klaar voor zijn. Voor- of achteruitslaan terwijl bijvoorbeeld nog een vergeten tros uitstaat, kan immers zodanige krachten uitoefenen op die tros, op de gekoppelde schepen en/of op bolders aan de wal dat hierdoor schade of letsel wordt toegebracht. Ook het risico van een brekende en slaande tros is dan niet denkbeeldig.

De rechtbank realiseert zich dat op een door twee personen bemande sleepboot informeler zal -en mag- worden gecommuniceerd dan op een schip met grotere bemanning het geval is. In welke vorm de communicatie plaatsvindt, hangt af van de omstandigheden, zulks ter beoordeling van de schipper. In dit geval heeft verdachte volgens de getuigen wel "trossen los" of "lekko" geroepen, maar is niet aannemelijk geworden dat verdachte heeft gewacht tot hem op enige wijze was teruggemeld dat deze order ook was uitgevoerd. In deze omstandigheden (een ongebruikelijke tros stond uit en de matroos was nog bezig bij de voorbolder) kon deze terugmelding niet worden gemist. Aan het geven van een handsignaal door [slachtoffer], wiens hoofd en bovenlichaam zichtbaar waren vanuit het stuurhuis, stond ook niets in de weg. Mondelinge communicatie was ook mogelijk omdat [naam] en [naam] ieder een marifoon bij zich hadden.

De rechtbank verwerpt daarom het verweer. Zij is van oordeel dat verdachte, aldus handelend, aanmerkelijk onachtzaam is geweest.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

dat hij op 15 december 2005 te Harlingen, aanmerkelijk onachtzaam een sleepboot genaamd '[naam boot]', na het verslepen en afmeren van de bak genaamd '[naam bak]', met snelheid achteruit van de versleepte '[naam bak]' af heeft gevaren,

terwijl verdachte vergeten was dat er tussen de sleepboot '[naam boot]' en de bak '[naam bak]' naast de trossen aan stuur- en bakboordzijde in dit bijzondere geval een derde tros tussen de voorzijde (aan de voorbolder) van de sleepboot '[naam boot]' en de bak '[naam bak]' was vastgemaakt en zonder na te gaan dat alle trossen tussen de '[naam boot]' en de '[naam bak]' waren losgemaakt,

en zonder enige vorm van communicatie aan te gaan met de op die '[naam boot]' aanwezige persoon [slachtoffer], die op dat moment bezig was met het losmaken van de nog bevestigde middelste tros, door middel van roepen "tros los" of door het maken van enig gebaar om zich ervan te vergewissen dat alle trossen waren losgemaakt en dat hij aldus zonder anderen in gevaar te brengen achteruit kon varen,

terwijl op dat moment [slachtoffer] zich aan de voorzijde op het dek van de sleepboot '[naam boot]' bevond nabij de zogenaamde verschansing bij de voorbolder,

terwijl de middelste en nog tussen de '[naam boot]' en de '[naam bak]' bevestigde tros zich, gezien vanuit de positie van [slachtoffer], bevond achter diens lichaam, waardoor de nog bevestigde middelste tros tussen de '[naam boot]' en de '[naam bak]' werd strak getrokken waardoor de benen net boven het kniegewricht van voornoemde [slachtoffer] werden afgekneld tussen de tros en de voormelde verschansing van de [naam boot],

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten verbrijzelde en gebroken bovenbenen (net boven de knie) en ernstige kneuzingen van de beenspieren of letsel aan zijn slagaderen en letsel aan de zenuwen van beide benen heeft bekomen.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op het misdrijf:

Aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt.

Strafbaarheid verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Door de schuld van verdachte is aan het slachtoffer zeer zwaar lichamelijk letsel toegebracht. Beide bovenbenen van het slachtoffer werden verbrijzeld en zijn onderbenen werden ernstig gekneusd met letsel aan (slag)aderen en zenuwen. Voor het leven van het slachtoffer werd gevreesd. Het slachtoffer heeft lange tijd doorgebracht op de intensive care en daarna in de normale verpleging en in de revalidatie. Hij heeft tal van operaties moeten ondergaan, zijn woning moest worden aangepast en zijn caravan moet worden verkocht. Het slachtoffer acht zijn leven 'compleet verwoest'.

Voor dit feit zijn geen oriëntatiepunten beschikbaar waarop de rechtbank kan letten bij het bepalen van de strafmaat.

Strafverminderend is de omstandigheid dat verdachte zich meer dan verantwoordelijk heeft getoond jegens het slachtoffer. Zo blijkt uit het voorlichtingsrapport dat verdachte eerst dagelijks en later wekelijks, tot op de dag van vandaag, het slachtoffer en diens familie heeft bezocht. Verdachte heeft bijvoorbeeld ook een rolstoelgeschikte vloer gelegd in de woning van het slachtoffer, samen met diens echtgenote.

Ook overigens lijkt verdachte een onberispelijke sleepbootkapitein te zijn. De havenmeester en de zeeloodsendienst noemen hem zeer ervaren, vakbekwaam en betrouwbaar. Deze referenten typeerden verdachte voorts als een bescheiden en gevoelig mens, die zelf ook kapot was van het ongeval.

Ook ter zitting maakte verdachte de indruk een verantwoordelijke en doorgaans veiligheidsbewuste zeeman te zijn. Hij is na het ongeval nog meer de nadruk op veiligheid gaan leggen. Verdachte heeft op ingetogen wijze verwoord hoezeer hij is begaan met het slachtoffer. Hij acht zich verantwoordelijk 'als kapitein en als mens'.

De rechtbank acht het aannemelijk dat in dit geval van een straf geen preventieve werking zal uitgaan. De rechtbank heeft dan ook de strafmaat mede afgestemd op hetgeen het slachtoffer tegenover de politie heeft verklaard:

"De hoogte van een eventuele straf interesseert mij niet zoveel. [verdachte] hoeft van mij niet uit een soort wraakgevoel zo zwaar mogelijk gestraft te worden, daar gaat het mij niet om. Maar ik wil wel graag door een rechter uitgesproken hebben dat het zijn schuld was."

Alles overwegend acht de rechtbank in dit geval een schuldigverklaring zonder oplegging van straf aangewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9a en 308 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Severein, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en mr. K. Post, rechters, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 december 2007.

Mr. Jansen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.