Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BB5293

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-10-2007
Datum publicatie
10-10-2007
Zaaknummer
AWB 07/56
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betonnen zwarte dakpannen voldoen niet aan redelijke eisen van welstand. Karakteristieke gegolfde Friese gebakken dakpannen vervangen door sneldek betonpannen. De esthetische waarde van het pand en de betekenis ervan ten opzichte van het omgevingsbeeld in ernstige mate geschaad. Bouwvergunning terecht geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

Procedurenummer: AWB 07/56

uitspraak van 8 oktober 2008 van de enkelvoudige kamer op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake het geding tussen

[eiser],

wonende te Hoorn,

eiser,

gemachtigde: mr. A.J.M. Jordense, juridisch adviseur te Valkenswaard,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling,

verweerder.

gemachtigde: H.T. Smit, werkzaam bij verweerders gemeente.

Procesverloop

Bij brief van 27 november 2006 heeft verweerder eiser mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Woningwet.

Tegen dit besluit is namens eiser beroep aangetekend.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 17 augustus 2007. Eiser is in persoon verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Motivering

De rechtbank baseert zich bij haar oordeelsvorming op onderstaande feiten en omstandigheden.

Op 9 maart 2006 heeft eiser een bouwvergunning aangevraagd voor de reeds geplaatste betonnen zwarte dakpannen van het type Neiskamp Finkenberger "Top 2000 S" op het dak van zijn woning aan de [adres] Terschelling Hoorn.

Bij brief van 20 maart 2006 heeft de welstandscommissie Hûs en Hiem verweerder meegedeeld dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Bij besluit van 10 april 2006 heeft verweerder de gevraagde bouwvergunning geweigerd omdat het bouwplan, blijkens het advies van de welstandscommissie Hûs en Hiem, niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar aangetekend.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder onder overneming van het advies van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser kan zich om diverse reden niet verenigen met het bestreden besluit. Ten eerste betwist eiser dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Daarnaast is eiser van mening dat hij erop mocht vertrouwen dat voor de geplaatste dakpannen een bouwvergunning zou worden verleend. Tevens is eiser van mening dat verweerder hem niet tijdig op de hoogte heeft gebracht op de mogelijke gevolgen van plaatsing van de betondakpannen. Tenslotte heeft eiser ter zitting aangevoerd dat verweerder met het bestreden besluit in strijd gehandeld heeft met het gelijkheidsbeginsel.

De rechtbank overweegt als volgt.

In art. 44 van de Woningwet is bepaald dat een bouwvergunning alleen mag en moet worden geweigerd indien -voorzover hier van belang- het bouwplan waarvoor vergunning is gevraagd in strijd is met redelijke eisen van welstand.

Ingevolge art. 12a van de Woningwet stelt een gemeenteraad een welstandsnota vast, inhoudende beleidregels, waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die burgemeester en wethouders toepassen bij hun beoordeling. Ter uitvoering van dit artikel heeft de gemeenteraad van Terschelling in zijn vergadering van 1 juni 2004 de welstandsnota van de gemeente Terschelling vastgesteld. Hierin is aangegeven dat het welstandsbeleid voor het deelgebied 5 lintbebouwing, waar het in geding zijnde bouwperceel is gelegen, gericht is op het behoud van de instandhouding van het ruimtelijke beeld in bebouwingslinten. Dit betekent dat de aanwezige bebouwingskenmerken moeten worden gerespecteerd, met behoud van karakteristieke elementen. Voor wat betreft de opmaak van gebouwen geldt als bebouwingskenmerk dat hellende daken (hoofdgebouw en bijgebouw) overwegend voorzien zijn van gebakken dakpannen (rood of gesmoord). Geglazuurde dakpannen of ander dakbedekkingmateriaal is incidenteel ook toegepast, zodanig dat het effect op de omgeving bescheiden is.

De welstandscommissie Hûs en Hiem heeft bij brief van 20 augustus 2003 -voor zover hiervan belang- meegedeeld:

"(…) De esthetische kwaliteit van het pand en de betekenis ervan in het omgevingsbeeld worden bepaald door het type dakpan en de kleur van de dakbedekking. Door nu de voor dit pand karakteristieke gegolfde Friese gebakken dakpannen te vervangen door sneldek betonpannen wordt de esthetische waarde van het pand en de betekenis ervan ten opzichte van het omgevingsbeeld in ernstige mate geschaad. De kritiek kan worden ondervangen door herstel of vernieuwing van de bestaande dakpannen. Mogelijkerwijs hieruit voortvloeiende planwijzigingen anderszins verwachten wij ter beoordeling. (…)"

Hoewel een welstandsoordeel onvermijdelijk tot op zekere hoogte subjectief is, is de rechtbank van oordeel dat de welstandsnota en de advisering door een college van onafhankelijke deskundigen moeten worden gezien als een waarborg voor een verantwoorde en -binnen zekere grenzen- geobjectiveerde beoordeling van de welstandsaspecten. Naar vaste jurisprudentie moet daarom in de regel aan het advies van de welstandscommissie groot gewicht worden toegekend. Hoewel burgemeester en wethouders niet aan het welstandsadvies gebonden zijn en de verantwoordelijkheid voor de welstandstoetsing bij hen berust, mogen zij aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van het welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derde-belanghebbende een tegen-advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Overwogen wordt dat eiser noch in de bezwaarschriftfase noch in de beroepsprocedure een tegen-advies van een deskundige heeft overgelegd ter bestrijding van het welstandsadvies. Anders dan eiser ter zitting heeft aangevoerd, heeft eiser bij zijn bezwaarschrift geen verklaring van een architekt overgelegd. In het bezwaarschrift is enkel aangegeven dat "ook naar aanleiding van advies van derden" bezwaar wordt aangetekend tegen de weigering. Een advies is evenwel niet bij het bezwaarschrift gevoegd. De rechtbank acht verder het uitgebrachte welstandsadvies -hoewel summier- niet zodanig onvolledig of ondeugdelijk, dat dit aanleiding zou moeten zijn voor het oordeel dat verweerder niet kon volstaan met een verwijzing naar dit advies. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de gemachtigde van verweerder ter zitting het in algemene bewoordingen geformuleerde welstandsadvies aan de hand van foto's nader heeft toegelicht. Gesteld is dat de geplaatste betondakpannen een strakker, moderner beeld opleveren, dat afwijkt van het omgevingsbeeld dat wordt gekenmerkt door gegolfde Friese gebakken dakpannen. Verder overweegt de rechtbank in dit verband dat de welstandsnota, zoals eiser terecht heeft gesteld, plaatsing van betondakpannen in de lintbebouwing niet absoluut verbiedt, maar dat de welstandcommissie naar het oordeel van de rechtbank voldoende heeft gemotiveerd dat in het onderhavige geval niet voldaan wordt aan het in de welstandsnota neergelegd criterium dat het effect van de plaatsing van de dakpannen op de omgeving bescheiden is. Deze motivering is door eiser niet bestreden met een tegen-advies. Dat eiser zelf van mening is dat het effect van de betonpannen op de omgeving gering is, kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat hij niet aangemerkt kan worden als deskundige. Het beroep dat eiser in dit verband op het gelijkheidsbeginsel heeft gedaan, in die zin dat andere bouwwerken wel geacht werden te voldoen aan redelijke eisen van welstand, terwijl naar zijn mening die bouwplannen ook niet passen in de omgeving, faalt reeds vanwege de omstandigheid dat eiser zijn gevallen onvoldoende heeft geconcretiseerd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of die gevallen op één lijn te stellen zijn met het onderhavige geval.

Ook het beroep dat eiser op het vertrouwensbeginsel heeft gedaan, treft geen doel. Het vertrouwensbeginsel kan naar vaste jurisprudentie immers niet zover strekken dat daaraan aanspraak zou kunnen worden ontleend op het verkrijgen van een bouwvergunning, die gelet op het limitatief imperatieve stelsel van art 44 Woningwet, niet anders dan in strijd met de wet zou kunnen worden verleend. De vraag of in het onderhavige geval door verweerder rechtens te beschermen vertrouwen is opgewekt, kan om die reden onbesproken blijven. Evenmin kan de door eiser gestelde omstandigheid, dat verweerder nagelaten heeft hem tijdig te wijzen op de mogelijke gevolgen van het feitelijk plaatsen van betondakpannen in strijd met de eerdere verleende bouwvergunning -daargelaten de juistheid ervan-, ertoe leiden dat in strijd met art. 44 Woningwet een bouwvergunning wordt verleend. Voormelde omstandigheden (opgewekt vertrouwen en niet tijdig (juist) informeren) kunnen wel een rol spelen in de door verweerder te nemen beslissing over handhaving, in die zin dat verweerder in dat kader zal dienen te onderzoeken of die omstandigheden zich hebben voorgedaan en zo ja, of die aanleiding geven om af te zien van het opleggen van een last tot verwijdering van de betondakpannen.

Gelet op het bovenstaande heeft verweerder bij het bestreden besluit de bouwvergunning op grond van het dwingend bepaalde in art. 44 Woningwet moeten weigeren. Het beroep zal derhalve ongegrond verklaard worden.

De rechtbank ziet geen aanleiding een partij te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.S. van der Kuijl, rechter, en door deze in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2007, in tegenwoordigheid van B.M. van der Doef als griffier.

w.g. B.M. van der Doef

w.g. M.S. van der Kuijl

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, zulks behoudens het bepaalde in art. 6:13 juncto 6:24 Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.