Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BB5069

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
02-10-2007
Datum publicatie
09-10-2007
Zaaknummer
17/880208-07 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld, opzetheling, straatroof, recidive, multidisciplinaire rapportage, wettelijke rente

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 36f
Wetboek van Strafrecht 43a
Wetboek van Strafrecht 43b
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880208-07

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 oktober 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Noord, gevangenis De Marwei, te Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 18 september 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 02 juni 2007, te Bolsward, in de gemeente Bolsward, op de openbare weg, te weten Het Plein 1455, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, te weten onder andere (ongeveer) 9000 Euro en een GSM en sieraden, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die [slachtoffer] onverhoeds heeft benaderd en met kracht aan de tas van die [slachtoffer] heeft gerukt en getrokken en, toen die [slachtoffer] de tas niet los liet, die [slachtoffer] op de grond heeft

gegooid en die [slachtoffer] in/tegen het gezicht heeft geslagen, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2007 tot en met 2 juni 2007, te Bolsward, in de gemeente Bolsward, in elk geval in Nederland, een damesfiets (van het merk Rivel Zoliac) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, terwijl tijdens het plegen van voornoemd misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

2. Opzetheling, terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

Strafbaarheid verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte ter zake het telastegelegde tot drie jaar gevangenisstraf;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een straatroof en opzetheling. Met de straatroof heeft verdachte ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de slachtofferverklaring blijkt hoe groot de impact daarvan voor het slachtoffer is geweest. Met de heling van de fiets heeft verdachte geprofiteerd van de diefstal die een ander heeft gepleegd.

Het is zorgelijk dat verdachte de straatroof pleegde, kort nadat hij was vrijgekomen na zijn veroordeling tot een gevangenisstraf van zes jaar wegens soortgelijke feiten. In de jaren daarvoor is verdachte ook vele malen, ook door de kinderrechter, wegens vermogensdelicten veroordeeld. Wat de rechtbank ook zorgen baart is het gemak waarmee verdachte is overgegaan tot het plegen van geweld tegen een persoon om zijn doel -het in zijn visie "terugpakken" van geld- te bereiken.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport dat over verdachte is opgemaakt. De reclassering acht de kans op recidive hoog en geeft aan dat zij een multidisciplinair onderzoek aangewezen acht. Verdachte heeft aangegeven daaraan niet mee te willen werken. De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het door de verdediging overgelegde rapport dat het Pieter Baan Centrum in februari 2004 over verdachte heeft uitgebracht. In dat rapport is geconcludeerd dat verdachte een persoonlijkheidsstoornis heeft, maar dat hij desondanks volledig toerekeningsvatbaar was. De rechtbank ziet, gelet op de inhoud van het rapport van het Pieter Baan Centrum, geen aanleiding tot het gelasten van een multidisciplinair onderzoek.

Alles overwegende acht de rechtbank de geëiste drie jaar gevangenisstraf passend als uitgangspunt. Verdachte was er na zijn laatste vrijlating in geslaagd huisvesting en werk te vinden en was op de goede weg. Verdachte stelt dat het overblijvende probleem van vele schulden en dus schuldeisers aan de deur, hem boven het hoofd groeide en dat dit mede de oorzaak was dat hij opnieuw de fout inging. De rechtbank zal verdachte de kans geven zich te bewijzen door van de drie jaar gevangenisstraf één jaar voorwaardelijk op te leggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Het is dan aan verdachte om aan te tonen dat het geen mooie woorden en schone beloften zijn maar dat hij daadwerkelijk en met hulp van de reclassering, een andere wending aan zijn leven wil geven. De rechtbank zal bepalen dat het toezicht door de reclassering kan worden beëindigd wanneer zij dat niet langer nodig acht.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. telastegelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren met betrekking tot de verzochte vermeerdering met de wettelijke rente, nu dit niet van eenvoudige aard is.

De rechtbank acht oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag aangewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 43a, 43b, 57, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot één jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde:

- zich bij het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland te Leeuwarden;

- ervoor zorgt dat hij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor deze reclasseringsinstelling;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Bepaalt dat de reclasseringsinstelling gedurende de proeftijd het toezicht kan beëindigen indien zij dit niet langer noodzakelijk acht.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven hoofddeksel, te weten een wit petje van het merk Kangol.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres], toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 760,00 (zegge: zevenhonderd en zestig euro).

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen een som geld ten bedrage van € 760,00 (zegge: zevenhonderd en zestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 760,00 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Dijkstra, voorzitter, mr. G. Bracht en mr. H.R. Bax, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 oktober 2007.

Mr. Bax is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.