Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BB4764

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
30-08-2007
Datum publicatie
03-10-2007
Zaaknummer
17/880175-07 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Invoer cocaïne, bezit hash, volksgezondheid, verbeurdverklaring, onttrekking aan het verkeer

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2, geldigheid: 2007-08-30
Opiumwet 3, geldigheid: 2007-08-30
Wetboek van Strafrecht 33, geldigheid: 2007-08-30
Wetboek van Strafrecht 33a, geldigheid: 2007-08-30
Wetboek van Strafrecht 36b, geldigheid: 2007-08-30
Wetboek van Strafrecht 36d, geldigheid: 2007-08-30
Wetboek van Strafrecht 47, geldigheid: 2007-08-30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880175-07

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 30 augustus 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder

bekende feitelijke woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd in P.I. Huis van Bewaring Ter Apel.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 16 augustus 2007.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1., 2. en 3. telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. hij in de periode van 1 februari 2007 tot en met 26 mei 2007, te Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 4200 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. hij in de periode van 1 februari 2007 tot en met 7 juni 2007 te Schiphol, in de gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 4142 gram van een materiaal bevattende cocaÏne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3 a van die wet;

3. hij op 15 mei 2007, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 68,5 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

en

3. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport van Leger des Heils Reclassering d.d. 3 juli 2007;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte ter zake het 1., 2. en 3. telastegelegde tot dertig maanden gevangenisstraf;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich met zijn mededader of mededaders schuldig gemaakt aan de invoer van ongeveer 8 kilo cocaïne. Tevens heeft verdachte 68,5 gram hasjiesj in zijn bezit gehad. Drugs en met name hard drugs vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Door het invoeren van een grote hoeveelheid cocaïne heeft verdachte de volksgezondheid in gevaar gebracht. Voor de invoer van ongeveer 8 kilo cocaïne neemt de rechtbank landelijke oriëntatiepunten in aanmerking, op grond waarvan een gevangenisstraf van behoorlijke duur aangewezen is. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van forse duur en zal daarbij de eis van de officier van justitie volgen, te meer daar er geen sprake is van strafverminderende of strafverzwarende omstandigheden.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen GSM ([nummer]) vatbaar voor verbeurdverklaring nu met deze GSM de onder 1. en 2. telastegelegde en bewezenverklaarde feiten is begaan - verdachte heeft daarmee contacten onderhouden over de aflevering van de cocaïne - en deze toebehoort aan verdachte.

De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende inbeslaggenomen agenda's c.q. notitieboekjes ([nummer]) vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu zij bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang, nu daarin namen en adressen zijn vermeld van personen met wie verdachte contact heeft gehad over de aflevering van de cocaïne.

De overige inbeslaggenomen goederen, te weten: de paspoorten ([nummer]), het rijbewijs van verdachte ([nummer]) en het Money Transfer formulier ([nummer]) moeten naar het oordeel van de rechtbank aan verdachte worden teruggegeven.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1., 2. en 3. telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen GSM ([nummer]).

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen notitieblokjes c.q. agenda's ([nummer]).

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven paspoorten ([nummer]), het rijbewijs van verdachte ([nummer]) en het Money Transfer formulier ([nummer]).

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.J. Dijkstra en mr. H.R. Bax, rechters, bijgestaan door mr. S.T. Kooistra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 augustus 2007.

Mr. Bax is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.