Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BB4167

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-09-2007
Datum publicatie
26-09-2007
Zaaknummer
AWB07/95
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft in de Verordening onroerende-zaakbelastingen geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet (tekst 2006) kent. In de geest van dit artikel door verweerder toegepaste vermindering kan niet anders worden geduid dan als een ambtshalve vermindering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2007-1853

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector bestuursrecht, belastingkamer

Procedurenummer: AWB07/95

Uitspraakdatum: 24 september 2007

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,

gemachtigde M.F.J. van Arragon, werkzaam bij Ten Kate Taxatie & Consult, gevestigd te Groningen

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Assen, verweerder.

Procesverloop

1.1 Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2006 een aanslag (aanslagnummer [nummer]) onroerende-zaakbelastingen opgelegd .

1.2 Eiseres heeft bij brief van 5 april 2006 een bezwaar ingesteld tegen de daarin begrepen gebruikersheffing.

1.3 Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 1 december 2006 de aanslag, voor zover het de hiervoor - onder 1.2 - bedoelde gebruikersheffing betreft, verminderd tot een aanslag berekend over een heffingsgrondslag van € 2.350.049,--

1.4 Eiseres heeft daartegen bij brief van 10 januari 2007, ontvangen bij de rechtbank op 11 januari 2007, beroep ingesteld.

1.5 Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.6 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2007 te Leeuwarden.

Eiseres is daar bij haar gemachtigde verschenen. Namens verweerder zijn verschenen J.L. Jans en J.A.A.M. Dierckxsen.

Motivering

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1 Eiseres is eigenaresse en gebruikster van een verzorgings- c.q. bejaardentehuis, genaamd "[naam]", gelegen aan de [adres] (de onroerende zaak).

2.2 Bij beschikking van 28 februari 2006 is de waarde van de onroerende zaak in het kader van de Wet waardering onroerende zaken vastgesteld op € 3.916.652,--.

2.3 Bij uitspraak op bezwaar van 1 december 2006 heeft verweerder de ten aanzien van de gebruikersheffing onroerende zaakbelasting gehanteerde heffingsgrondslag verminderd tot op € 2.350.049,-- (kennelijk) ten einde op die wijze toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet.

Geschil

3.1 In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder ten aanzien van de gebruikersheffing onroerende zaakbelasting de juiste (vermindering van de) heffingsgrondslag heeft gehanteerd, waarbij het geschil zich toespitst op de vraag of verweerder bij het nemen van de bestreden verminderingsbeschikking de hiervoor - onder 2.2 - bedoelde waarde van de onroerende zaak op de juiste wijze heeft gesplitst in enerzijds een deel van de waarde van die gedeelten van het verzorgingshuis die noch in hoofdzaak tot woning dienen, noch in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woningdoelen (hierna: het niet-woondeel) en anderzijds een deel van de waarde van die gedeelten van het verzorgingshuis die wel in hoofdzaak tot woning dienen, dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woningdoelen (hierna: het woondeel).

3.2 Eiseres beantwoordt de hiervoor - onder 3.1 - geformuleerde vraag ontkennend en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de belastingaanslag tot een berekend over een maatstaf van € 1.637.161,--.

3.3 Verweerder beantwoordt de hiervoor - onder 3.1 - geformuleerde vraag bevestigend en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Verweerder beroept zich hierbij op een door hem overgelegde cijfermatige uitwerking van de door hem gemaakte splitsing tussen het woondeel en het niet-woondeel aan de hand van een - eveneens door hem overgelegde - plattegrond van de onroerende zaak van de hand van Y Architecten Groep B.V. te Z.

3.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

Beoordeling van het geschil

4.1 De rechtbank stelt voorop dat de waarde die is vastgesteld op grond van de Wet waardering onroerende zaken, op basis waarvan de - onder 1.1 - bedoelde aanslag is opgelegd, tussen partijen - als zodanig - niet in geschil is. Slechts in geschil is de juistheid van de toegepaste vermindering als bedoeld onder 2.3.

4.2 Zoals hiervoor - onder 2.3 - reeds geconstateerd, heeft verweerder met de - onder 2.3 - bedoelde vermindering van de bestreden aanslag kennelijk uitvoering willen geven aan het bepaalde in artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet (tekst 2006) (de wettelijke vastlegging van het zogenoemde "amendement De Pater-Van der Meer").

4.3 Artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet (tekst 2006) luidt: "De aanslag van de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel a, kan worden verminderd met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak dienen tot woning dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Een aanvraag tot een vermindering als hier bedoeld moet worden ingediend binnen zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag.". Uit de tekst van de aangehaalde bepaling blijkt dat sprake is van een zogenoemde "kan-bepaling", die door de raad van de desbetreffende gemeente in de belastingverordening kan worden opgenomen. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd de in de gemeente Assen in 2006 vigerende "Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2001" overgelegd, alsmede de "Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2001", een besluit van de raad van de gemeente Assen van 15 december 2005. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder desgevraagd verklaard dat beide stukken in samenhang met elkaar gelezen, de complete regeling van de onroerende zaakbelasting van de gemeente Assen in 2006 vormen.

4.4 Blijkens de hiervoor - onder 4.3 - bedoelde Verordening tot wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2001, is evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet (tekst 2006) kent. De hiervoor - onder 2.3 - door de heffingsambtenaar toegepaste vermindering kan, met het oog daarop, naar het oordeel van de rechtbank, niet anders worden geduid dan als een ambtshalve vermindering, zij het in de geest van artikel 220f, achtste lid, van de Gemeentewet (tekst 2006).

4.5 Het vorenstaande brengt met zich mee dat het beroep dat strekt tot een verdergaande vermindering dan voortvloeit uit de hiervoor - onder 4.3 - bedoelde verordeningen, ongegrond moet worden verklaard.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2007 door mr. dr. P. van der Wal, voorzitter en mrs. F.J.H.L. Makkinga en B.A.E.G. Geel-Cieraad, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. Hiemstra, griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.