Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BB1908

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-08-2007
Datum publicatie
17-08-2007
Zaaknummer
17/880180-07 RDK
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verlenging bevel voorlopige hechtenis, opheffing voorlopige hechtenis, niet ontvankelijk, nieuwe omstandigheden

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 66, geldigheid: 2007-08-08
Wetboek van Strafvordering 67a, geldigheid: 2007-08-08
Wetboek van Strafvordering 69, geldigheid: 2007-08-08
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2007, 353
NBSTRAF 2007/353
NJFS 2007, 238

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Bevel verlenging gevangenhouding

Parketnummer: 17/880180-07

BESCHIKKING

van de rechtbank van het arrondissement Leeuwarden, enkelvoudige raadkamer, in

de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans verblijvende Opvangcentrum Het Poortje te Groningen te Groningen.

De rechtbank heeft op 30 mei 2007 de gevangenhouding van de verdachte bevolen.

De geldigheidsduur van dit bevel is op 27 juni 2007 voor een termijn van 30

dagen verlengd en op 25 juli 2007 voor een termijn van 14 dagen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verlenging van de

gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 16 dagen zal bevelen.

Deze vordering is heden behandeld in raadkamer, blijkens het daarvan opgemaakte

proces-verbaal.

Ingevolge artikel 66 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering kan het bevel

tot gevangenhouding voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting ten

hoogste twee keer verlengd worden.

Ingevolge artikel 66 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering, gelezen in

samenhang met artikel 66 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, kan de

rechtbank daarbij telkens weliswaar de gevangenhouding voor een kortere

termijn dan negentig dagen bevelen, maar blijft, ook al is de maximum termijn

van negentig dagen niet bereikt, het aantal keren dat de gevangenhouding kan

worden verlengd, beperkt tot twee.

De rechtbank vindt steun voor deze opvatting in de doctrine; zij verwijst naar

Melai-Groenhuijsen, het Wetboek van Strafvordering, aantekening 4 op artikel

66.

In de onderhavige zaak heeft de rechtbank de gevangenhouding van verdachte

voor een termijn van dertig dagen bevolen op 30 mei 2007. Zij heeft de

verlenging van de gevangenhouding voor een termijn van dertig dagen bevolen

op 27 juni 2007 en voor een termijn van veertien dagen op 25 juli 2007.

Verdere verlenging is, zoals hierboven uiteengezet, niet mogelijk.

Uit het vorenstaande volgt dat de officier van justitie in zijn vordering niet

kan worden ontvangen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

De raadsman van verdachte heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd

en op basis daarvan de opheffing van de voorlopige hechtenis verzocht.

De rechtbank stelt vast dat zij laatstelijk in haar beschikking van 25 juli

2007 heeft geoordeeld dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de gronden

die tot de voorlopige hechtenis van verdachte hebben geleid, nog bestaan.

Nadien is slechts één nieuwe omstandigheid gebleken, namelijk het

proces-verbaal van de politie van 30 juli 2007, waarin is gerelateerd dat een

onderzoek aan het in beslag genomen mes geen bruikbare dactyloscopische sporen

heeft opgeleverd. Deze omstandigheid vormt onvoldoende grond te concluderen

dat de verdenking, de ernstige bezwaren of de gronden als hiervoor bedoeld

zijn verdwenen.

Weliswaar zijn geen sporen op het mes gevonden die erop wijzen dat verdachte

het in handen heeft gehad, maar uit het relaas in het proces-verbaal kan

evenmin worden afgeleid dat verdachte het mes niet in handen heeft gehad.

De enige conclusie die het proces-verbaal toelaat, is dat geen bruikbare

dactyloscopische sporen op het mes zijn aangetroffen.

Onder deze omstandigheden bestaat geen grond, de voorlopige hechtenis van

verdachte op te heffen. De rechtbank zal het verzoek daartoe dan ook afwijzen.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in zijn vordering,

wijst het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte af.

Deze beschikking is gegeven op 08 augustus 2007 door mr. M.H. Severein,

rechter tevens kinderrechter, bijgestaan door J. de Jong, griffier.