Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BA9084

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
27-06-2007
Datum publicatie
09-07-2007
Zaaknummer
76088 / HA ZA 06-364
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk op intellectueel eigendomsrecht. Geoordeeld wordt dat een kinderverkleedjurk (Dragonfly) auteursrechtelijke bescherming geniet waarop inbreuk is gemaakt. De daardoor ontstane schade moet worden vergoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 76088 / HA ZA 06-364

Vonnis van 27 juni 2007

in de zaak van

de vennootschap naar Engels recht

LUCY LOCKET LIMITED,

gevestigd te Heckington (Lincolnshire),

eiseres,

procureur: mr. J.S. Bauer,

advocaten: mr. E.J.C. van Gelderen en mr. M.R.F. Gerrits te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap

VAN DER MEULEN SNEEK B.V.,

gevestigd te Sneek,

procureur: mr. J.B. Dijkema,

advocaten: mr. P.E. Mazel en mr. P. Koerts te Groningen.

Partijen zullen hierna Lucy Locket en Van der Meulen genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek, tevens houdende akte wijziging/ aanvulling van eis

- de conclusie van dupliek, tevens antwoordakte

- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Lucy Locket is een onderneming die onder meer kinder(verkleed)kleding op de markt brengt. In Nederland heeft zij de kinderverkleedjurk "Dragonfly" (hierna: de Dragonfly) op de markt gebracht.

2.2. De Dragonfly is ontworpen door Sue Mordaunt uit Engeland. Zij heeft de auteursrechten op de Dragonfly aan Lucy Locket overgedragen.

2.3. Van der Meulen is een onderneming die zich richt op de im- en export van speelgoed. Zij levert speelgoed aan speelgoedwinkels en grootwinkelbedrijven, waaronder de Makro.

2.4. Van der Meulen heeft in Nederland de kinderverkleedjurk "Who's that girl?" met de nadere aanduiding "Dragonfly Dress" (hierna: de Who's that girl?jurk) op de markt gebracht. De Who's that girl? jurk vertoont wat betreft model, kleurstelling, materiaal en versierselen grote gelijkenis met de Dragonfly.

2.5. Lucy Locket heeft met een beroep op het auteursrecht Van der Meulen gesommeerd om de verkoop van de Who's that girl? jurken te staken en gestaakt te houden en de schade van Lucy Locket te vergoeden.

2.6. De Voorzieningenrechter te Leeuwarden heeft Lucy Locket op 7 februari 2006 verlof gegeven tot het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken ex artikel 730 Rv en artikel 28 lid 4 Auteurswet. Dit conservatoire beslag is op 8 februari 2006 onder Van der Meulen gelegd.

2.7. Op vordering van Lucy Locket heeft de Voorzieningenrechter te Leeuwarden bij vonnis in kort geding van 2 maart 2006 onder meer als volgt beslist:

"1. gebiedt Van der Meulen c.s. om met onmiddellijke ingang in Nederland, de distributie, het te koop (doen) aanbieden, de verkoop, de verhandeling en het op de markt (doen) brengen van de jurken welke inbreuk maken op haar (intellectuele eigendoms)rechten, waaronder in ieder geval begrepen de Who's that girl? jurken, te staken en gestaakt te houden;

2. gebiedt Van der Meulen c.s. om - op grond van artikel 28 Auteurswet - onmiddellijk alle zich onder Van der Meulen c.s. - direct of indirect - bevindende Who's that girl? jurken en jurken die nog in het bezit van Van der Meulen c.s. zullen komen ter vernietiging aan Lucy Locket af te staan door deze uiterlijk binnen tien dagen na betekening van het vonnis op kosten van Van der Meulen c.s. te zenden naar een nader door Lucy Locket te bepalen adres, met bepaling dat Intertoys hieraan ten aanzien van haar afnemers dient te voldoen door middel van toezending van een brief waarin zij hen, onder opgave van de reden, namelijk inbreuk op het auteursrecht van Lucy Locket, verzoekt de jurken terug te leveren onder vergoeding van het bedrag dat zij voor de jurken hebben betaald;"

2.8. In hoger beroep heeft het gerechtshof Leeuwarden bij arrest van 4 april 2007 het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd, behoudens voor zover daarin was afgewezen de vordering van Lucy Locket tot informatieverstrekking.

3. Het geschil

3.1. Lucy Locket vordert na wijziging van eis dat - enigszins verkort weergegeven - de rechtbank:

i.verklaart voor recht dat:

a. Van der Meulen inbreuk heeft gemaakt op het aan Lucy Locket toekomende intellectuele eigendomsrecht;

b. Van der Meulen jegens Lucy Locket een onrechtmatige daad heeft gepleegd;

c. Van der Meulen verplicht is de door Lucy Locket geleden schade te vergoeden;

d. het door Lucy Locket gelegde conservatoire beslag en het hieraan ten grondslag liggende verlof van de Voorzieningenrechter niet zijn aan te merken als voorlopige maatregelen in de zin van artikel 50 lid 1 TRIPS en/of artikel 260 lid 1 Rv;

ii. Van der Meulen gebiedt om in Nederland de openbaarmaking en de verveelvoudiging van de Who's that girl? jurken te staken en gestaakt te houden;

iii. Van der Meulen gebiedt om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis aan Lucy Locket, middels een door een onafhankelijke registeraccountant geverifieerde verklaring, afschriften te verstrekken danwel inzage te verstrekken betreffende:

a. de identiteit en andere nadere gegevens van de producent(en) en/of leverancier(s) van de Who's that girl? jurken danwel een bevestiging dat Van der Meulen deze jurk zelf heeft geproduceerd of heeft doen produceren;

b. de route via welke de Who's that girl? jurken Nederland hebben bereikt;

c. de exacte aantallen van de door Van der Meulen ingekochte en aan haar geleverde c.q. door haar geproduceerde Who's that girl? jurken;

d. de exacte aantallen door Van der Meulen aan derden geleverde Who's that girl? jurken, alsmede de identiteit en andere gegevens van deze afnemers;

e. de door Van der Meulen gemaakte omzet en winst als gevolg van de verkoop van de Who's that girl? jurken, alsmede een specificatie van de directe kosten die gemaakt zijn en die gebruikt zijn om de winst te berekenen;

iv. Van der Meulen gebiedt om onmiddellijk alle zich onder haar bevindende Who's that girl? jurken ter vernietiging in eigendom aan Lucy Locket af te staan;

v. Van der Meulen veroordeelt tot betaling van een dwangsom, voor iedere niet-nakoming van de vorderingen die hierboven sub ii t/m iv zijn weergegeven;

vi. Van der Meulen veroordeelt de volledige schade die Lucy Locket lijdt aan haar te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

viii. Van der Meulen veroordeelt om aan Lucy Locket te voldoen ex artikel 706 Rv een bedrag ad € 2.097,82;

ix. Van der Meulen veroordeelt om aan Lucy Locket een bedrag van € 1.788,-- in verband met buitengerechtelijke werkzaamheden te betalen;

x. Van der Meulen veroordeelt om aan Lucy Locket te voldoen ex artikel 237 Rv een bedrag van € 11.558,62;

xii. Van der Meulen veroordeelt in de kosten van het geding.

xiii. Van der Meulen veroordeelt in de na de uitspraak ontstane kosten.

De rechtbank heeft in het bovenstaande de vorderingen sub vii. en xi., zoals door Lucy Locket geformuleerd in het petitum van de conclusie van repliek, niet opgenomen, omdat deze bij pleidooi zijn ingetrokken. De rechtbank gaat daar hieronder nader op in.

3.2. Van der Meulen voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak in essentie om de vraag of Van der Meulen met het op de markt brengen van de Who's that girl? jurken inbreuk maakt op een aan Lucy Locket toekomende auteursrecht op de Dragonfly. Daarnaast twisten partijen over de vraag of enkele van de door Lucy Locket ingestelde nevenvorderingen toewijsbaar zijn, indien aangenomen moet worden dat Van der Meulen in strijd met het auteursrecht van Lucy Locket heeft gehandeld.

Wijzigingen van eis door Lucky Locket

intrekking vorderingen tegen Intertoys Holland B.V.

4.2. Lucy Locket heeft haar vorderingen tegen Intertoys Holland B.V. die in deze procedure aanvankelijk medegedaagde was, ingetrokken.

vermindering

4.3. Lucy Locket heeft - na een vermeerdering van eis op dit punt bij repliek - ten pleidooie het geografisch gebied dat is aangegeven in het petitum sub ii, beperkt tot Nederland.

4.4. Lucy Locket heeft bovendien bij pleidooi haar vordering tot betaling van een voorschot van € 10,-- per door Van der Meulen verhandelde jurk op de nog vast te stellen schade (petitum sub vii) ingetrokken.

4.5. De rechtbank zal recht doen op basis van de verminderde eis.

vermeerdering

4.6. Lucy Locket heeft bij repliek haar vordering tot betaling van de proceskosten vermeerderd, in die zin dat zij thans vergoeding van de volledige proceskosten op grond van artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn in samenhang met artikel 237 Rv vordert.

4.7. Nu Van der Meulen zich tegen deze vermeerdering van eis op zichzelf niet verzet, zal de rechtbank recht doen op basis van de vermeerderde eis.

Intrekking verweer door Van der Meulen

4.8. Van der Meulen is in de conclusie van dupliek teruggekomen op haar aanvankelijke verweer dat de vraag of er sprake is van een inbreuk op het auteursrecht van Lucy Locket moet worden beantwoord naar Engels recht. De rechtbank zal dan ook beoordelen of Lucy Locket naar Nederlands recht auteursrechtelijke bescherming geniet.

4.9. Van der Meulen is ten pleidooie bovendien teruggekomen op haar eerder gevoerde verweer dat niet Lucy Locket, maar Sue Mordaunt danwel een andere feitelijke ontwerpster van de Dragonfly als rechthebbende van het auteursrecht op de Dragonfly moet worden beschouwd (indien er al van moet worden uitgegaan dat de Dragonfly auteursrechtelijk beschermd kan worden).

Auteursrechtelijke bescherming

4.10. Van der Meulen stelt zich primair op het standpunt - hetgeen zij ten pleidooie uitgebreid heeft betoogd - dat aan de Dragonfly geen (Nederlands) auteursrechtelijke bescherming toekomt, omdat deze jurk geen werk van letterkunde, wetenschap of kunst is. Volgens Van der Meulen behoort aan Lucy Locket hoogstens bescherming toe te komen uit hoofde van het modellenrecht dan wel op grond van een onrechtmatige daad bestaande uit "slaafse nabootsing".

4.11. De rechtbank kwalificeert de beschouwingen van Van der Meulen op dit punt als een mogelijke invulling van een wettelijk systeem ter bescherming van creatieve voortbrengselen dat evenwel afwijkt van het Nederlandse recht. Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie blijkt immers genoegzaam dat het auteursrecht mede bedoeld is om het uiterlijk van producten met een gebruiksfunctie te beschermen (zie artikel 10 lid 1 sub 11 Auteurswet en HR 15 januari 1988, NJ 1988, 376)). Uitgangspunt hierbij is de mogelijkheid van cumulatie: bescherming is zowel onder het regime van het auteursrecht als onder dat van het modellenrecht en/of op grond van artikel 6:162 BW mogelijk, voor zover telkens aan de voorwaarden daarvan is voldaan. De rechtbank gaat dan ook verder aan de stellingen van Van der Meulen op dit punt voorbij.

4.12. Om te bepalen of aan Lucy Locket het auteursrecht toekomt zal de rechtbank dan ook moeten beoordelen of de Dragonfly een eigen oorspronkelijk karakter heeft, dat het persoonlijk stempel van de maker draagt.

4.13. Van der Meulen betoogt in dit kader dat de Dragonfly - binnen haar functie als verkleedjurk voor kinderen, hetgeen nu eenmaal fleurige kleurstellingen en versieringen met zich brengt - een eigen karakter ontbeert.

4.14. De rechtbank deelt deze zienswijze van Van der Meulen niet. Eigen waarneming leidt de rechtbank tot het oordeel dat de Dragonfly voldoende specifieke en bijzondere kenmerken - wat betreft kleurcombinaties, materialen, versierselen en vormgeving - vertoont die, in onderlinge samenhang bezien, de conclusie rechtvaardigen dat de jurk een eigen oorspronkelijk karakter heeft dat het persoonlijk stempel van de maker draagt. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de Dragonfly auteursrechtelijk is beschermd en dat dit auteursrecht aan Lucy Locket toekomt.

Verwatering

4.15. Van der Meulen komt vervolgens met het verweer dat het aan Lucy Locket toekomende auteursrecht als verwaterd dient te worden beschouwd. Dit betekent volgens Van der Meulen dat de vormgevingselementen van de Dragonfly door veelvuldig gebruik en grootse navolging tot een onbeschermde stijl zijn verworden. Van der Meulen voert hiertoe aan dat een groot aantal producenten al gedurende geruime tijd jurkjes met een grote gelijkenis met de Dragonfly op de markt brengen.

4.16. De rechtbank overweegt dat Van der Meulen in gebreke is gebleven met een bevredigende onderbouwing van haar stellingen op dit punt. Zo heeft zij niet aangegeven dat de bijzondere combinatie van specifieke kenmerken van de Dragonfly op grote schaal zijn terug te vinden in andere kinderverkleedjurken, en wel in die mate dat geconcludeerd kan worden dat de karakteristieken van de Dragonfly beschouwd moeten worden als algemene stijlkenmerken voor kinderverkleedjurken. Dat enkele van de elementen van de Dragonfly, zoals spaghettibandjes en het gebruik van stiksels, afzonderlijk wel op grote schaal worden verwerkt in andere kinderverkleedjurken, is in ieder geval onvoldoende om de door Van der Meulen opgeworpen verwatering aan te kunnen nemen. De rechtbank gaat om deze reden aan dit verweer van Van der Meulen voorbij. De principiële vraag of verwatering in het auteursrecht mogelijk is, kan dan ook onbeantwoord blijven.

Inbreuk

4.17. Vervolgens komt de rechtbank toe aan de vraag of Van der Meulen inbreuk heeft gemaakt op het aan Lucy Locket toekomende auteursrecht. De rechtbank constateert dat Van der Meulen de stellingen van Lucy Locket (conclusie van repliek, sub 40 e.v.) naar aanleiding van het aanvankelijke door Van der Meulen op dit punt gevoerde verweer (zie conclusie van antwoord, sub 23), bij dupliek en pleidooi op zichzelf niet heeft weersproken, zodat de rechtbank de door Lucy Locket gestelde inbreuk als vaststaand aanneemt. De rechtbank heeft overigens ook op grond van eigen waarneming vastgesteld dat de Who's that girl? jurk ten aanzien van bijna alle specifieke kenmerken - onder meer de kleurstellingen, de stiksels, de plaats en het aantal van de pailletjes aan de stroken van de onderkant van de jurk en de vorm en kleur van de hangertjes aan de onderkant van deze stroken - zo'n grote gelijkenis met de Dragonfly vertoont dat deze inbreuk op het aan Lucy Locket toekomende auteursrecht moet worden aangenomen.

4.18. De tussenconclusie is derhalve dat Van der Meulen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht dat Lucy Locket op de Dragonfly heeft. De rechtbank zal hierna op de consequenties hiervan ingaan. Omdat de rechtbank uitgaat van inbreuk op het aan Lucy Locket toekomende auteursrecht, zal de rechtbank de vraag of de gedragingen van Van der Meulen tevens als "slaafse nabootsing" in het kader van een actie uit hoofde van artikel 6:162 BW kunnen worden gekwalificeerd, - bij gebrek aan belang - niet beantwoorden.

Vordering tot inbreukverbod

4.19. Deze vordering zal de rechtbank - rekening houdend met de vermindering van eis bestaande uit beperking van het geografische gebied tot Nederland - toewijzen.

Vordering tot schadevergoeding

4.20. Gezien artikel 27a Auteurswet heeft Lucy Locket in verband met de inbreuk van Van der Meulen op haar auteursrecht aanspraak op schadevergoeding uit hoofde van de regeling van afdeling 10, titel 1 Boek 6 BW. Omdat Lucy Locket in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de inbreuk schade heeft geleden, acht de rechtbank de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure (petitum, sub vi.) toewijsbaar.

Vordering tot opeising in eigendom (artikel 28 Auteurswet)

4.21. Aangezien Van der Meulen de gegrondheidheid van deze vordering van Lucy Locket (petitum, sub iv) op zichzelf niet heeft weersproken, zal de rechtbank ook deze toewijzen.

Vordering tot inzage van informatie en het afleggen van rekening en verantwoording

4.22. Ten pleidooie heeft Van der Meulen haar aanvankelijke verweer tegen de vorderingen, zoals geformuleerd in het petitum sub iii, ingetrokken. Ook deze vorderingen liggen daarom voor toewijzing gereed.

4.23. Voor de goede orde overweegt de rechtbank dat Lucy Locket, zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 14 april 2000 (NJ 2000, 489) heeft beslist, niet zowel schadevergoeding als afdracht van de winst kan vorderen. Op grond van de door Van der Meulen over te leggen gegevens kan Lucy Locket echter nog in staat worden gesteld een keuze tussen winstafdracht en schadevergoeding te maken. Anders dan Van der Meulen betoogt behoeft Lucy locket die keuze niet op voorhand te maken.

Dwangsommen

4.24. Lucy Locket wenst aan de toewijzing van de vorderingen die in het petitum zijn geformuleerd onder de punten ii. tot en met iv. de veroordeling tot betaling van een dwangsom te verbinden van € 5.000,-- voor elke overtreding dan wel elke dag dat een toepasselijk verbod wordt overtreden.

4.25. De rechtbank acht deze vordering in beginsel toewijsbaar, maar ziet aanleiding om de gevorderde dwangsommen vast te stellen op € 1.000,-- per dag dat Van der Meulen niet nakomt. De rechtbank zal aan de door Van der Meulen te verbeuren dwangsommen bovendien een maximum van € 250.000,-- verbinden.

Kosten van beslag ex artikel 706 Rv

4.26. Van der Meulen betwist haar verschuldigdheid van deze door Lucy Locket gevorderde kosten, omdat in haar zienswijze het door Lucy Locket gelegde beslag op grond van artikel 260 Rv is komen te vervallen. Zij voert hiertoe aan dat dit conservatoire beslag moet worden beschouwd als een voorlopige maatregel in de zin van artikel 260 lid 1 Rv. Deze voorlopige maatregel is volgens Van der Meulen komen te vervallen, omdat Lucy Locket niet binnen de door de Voorzieningenrechter bij zijn verlof gegeven termijn de vordering in de hoofdzaak aanhangig heeft gemaakt. De door Lucy Locket ingestelde vordering in kort geding kan volgens Van der Meulen niet als een eis in de hoofdzaak worden beschouwd.

4.27. De rechtbank overweegt dat uit de tekst van artikel 50 van het TRIPS - dat aan de basis ligt van artikel 260 Rv -, blijkt dat deze bepaling met name betrekking heeft op "onmiddellijke en doeltreffende" maatregelen die tot doel hebben "te beletten dat zich een inbreuk op een recht uit hoofde van de intellectuele eigendom voordoet". Uit het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag van Lucy Locket d.d. 7 februari 2006 blijkt dat het conservatoire beslag (mede) ten doel had om "te voorkomen dat de inbreukmakende Who's that girl? jurken verder op de markt verspreid worden" (zie verzoekschrift, sub 25). Aangezien het conservatoire beslag aldus als een maatregel in de zin van artikel 50 TRIPS c.q. artikel 260 Rv dient te worden beschouwd, is het komen te vervallen, omdat niet tijdig door Lucy Locket de onderhavige eis in de hoofdzaak is ingesteld en Van der Meulen op 15 maart 2006 een verklaring ex artikel 260 lid 1 Rv bij de griffie heeft ingediend.

4.28. Omdat er vanuit moet worden gegaan dat het conservatoire beslag is komen te vervallen, heeft Lucy Locket naar het oordeel van de rechtbank geen recht op vergoeding van de kosten van het conservatoire beslag. Haar vordering sub viii. zal dan ook worden afgewezen.

Verklaringen voor recht

4.29. Lucy Locket vordert afzonderlijke verklaringen voor recht ten aanzien van de inbreuk door Van der Meulen op het auteursrecht van Lucy Locket, de jegens Lucy Locket door Van der Meulen gepleegde onrechtmatige daad, de schadeplichtigheid van Van der Meulen en de aard van het door Lucy Locket ten laste van Van der Meulen gelegde conservatoire beslag (zie petitum sub i.).

4.30. Omdat de rechtbank op al deze punten al een inhoudelijke beslissing zal geven, zal de rechtbank - nu niet gesteld of anderszins gebleken is dat Lucy Locket een zelfstandig belang bij de gevorderde verklaringen voor recht heeft - deze vorderingen afwijzen.

Buitengerechtelijke kosten in de zin van artikel 6:96 BW

4.31. Lucy Locket vordert het bedrag van € 1.788,-- in verband met de door haar raadsman verrichte werkzaamheden ter verkrijging van voldoening buiten rechte: het vaststellen van de inbreuk, het meermalen sommeren en het corresponderen met de raadsman van Van der Meulen.

4.32. Van der Meulen betwist haar verschuldigdheid van deze kosten, maar richt haar verweer met name op de omvang van de door Lucy Locket gestelde kosten.

4.33. De rechtbank is van oordeel dat Lucy Locket voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in redelijkheid substantiële werkzaamheden ter voldoening buiten rechte heeft mogen en doen verrichten. De rechtbank ziet aanleiding overeenkomstig de aanbevelingen in het rapport Voorwerk 2 deze kosten te matigen op twee punten van het toepasselijke liquidatietarief.

Volledige proceskosten op grond van artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn

4.34. Lucy Locket maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten op grond van artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn in samenhang gelezen met artikel 237 Rv. Dit bedrag stelt zij na vermeerdering van eis bij pleidooi op € 11.558,62.

4.35. Van der Meulen voert hiertegen het verweer dat in deze zaak zo'n richtlijnconforme proceskostenveroordeling in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is, omdat de onderhavige rechtsvordering door Lucy Locket is ingesteld voor de uiterste implementatiedatum (29 april 2006) van de Handhavingsrichtlijn.

4.36. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat de rechtszekerheid eraan in de weg staat dat de proceskosten van procedures die zijn aangevangen vóór 29 april 2006 richtlijnconform worden vastgesteld. Omdat deze procedure is aangevangen met de betekening van de dagvaarding op 24 april 2006, zal de rechtbank de door Van der Meulen te vergoeden proceskosten berekenen aan de hand van het toepasselijke liquidatietarief.

Nakosten

4.37. De zogenaamde ""nakosten" zijn geregeld in artikel 237 lid 4 Rv. Indien Lucy Locket voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis kosten voor bij voorbeeld de instructie en begeleiding van de deurwaarder zal moeten maken, kan zij desgewenst aan de rechtbank begroting van deze kosten en afgifte van een bevelschrift verzoeken. De rechtbank ziet geen aanleiding om hierop in dit vonnis vooruit te lopen. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. gebiedt Van der Meulen om met onmiddellijke ingang in Nederland de openbaarmaking en de verveelvoudiging, meer specifiek de distributie, het te koop (doen) aanbieden, de verkoop, de verhandeling en het op de markt (doen) brengen van de jurken, welke inbreuk maken op haar (intellectuele eigendoms)rechten op de Who's that girl? jurken, te staken en gestaakt te houden,

5.2. gebiedt Van der Meulen om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis aan Lucy Locket, middels een door een onafhankelijke, door Lucy Locket aan te wijzen registeraccountant geverifieerde verklaring, afschriften te verstrekken van, dan wel inzage te verstrekken in, c.q. gegevens te verschaffen betreffende:

a. de identiteit van de producent(en) en/ of leverancier(s) van de Who's that girl? jurken, waaronder begrepen (volledige) naam, adres, telefoonnummers, faxnummers, e-mailadres, contactpersoon, en overlegging van het schriftelijke bewijs daarvan, danwel een bevestiging dat de betreffende gedaagde de Who's that girl? jurken zelf heeft geproduceerd of heeft doen produceren;

b. de route via welke de Who's that girl? jurken Nederland hebben bereikt (haven, luchthaven, grensovergang), en de overlegging van het schriftelijk bewijs daarvan;

c. de exacte aantallen van de door Van der Meulen ingekochte en aan haar geleverde c.q. door haar geproduceerde Who's that girl? jurken en het schriftelijk bewijs daarvan;

d. de exacte aantallen van de door Van der Meulen aan derden geleverde Who's that girl? jurken, alsmede de identiteit, waaronder begrepen (volledige) naam, adres, telefoonnummers, faxnummers, e-mailadres, contactpersoon, van deze afnemers van de Who's that girl? jurken, door overlegging van het schriftelijk bewijs daarvan;

e. de door Van der Meulen gemaakte omzet en winst als gevolg van de verkoop van de Who's that girl? jurken, alsmede een specificatie van de directe kosten die gemaakt zijn en die gebruikt zijn om de winst te berekenen en de daaraan ten grondslag liggende schriftelijke bewijsstukken,

5.3. gebiedt Van der Meulen om - op grond van artikel 28 Auteurswet - onmiddellijk alle zich onder haar - direct of indirect - bevindende Who's that girl? jurken en Who's that girl? jurken die nog in het bezit van Van der Meulen zullen komen (al dan niet) ter vernietiging in eigendom aan Lucy Locket af te staan door deze uiterlijk binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis, op kosten van Van der Meulen, te zenden naar een nader door Lucy Locket te bepalen adres, met de bepaling dat de kosten voor vernietiging voor rekening van Van der Meulen komen,

5.4. bepaalt dat Van der Meulen voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 5.1, 5.2 of 5.3 bepaalde, aan Lucy Locket een dwangsom verbeurt van € 1.000,--, tot een maximum van € 250.000,--,

5.5. veroordeelt Van der Meulen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting de volledige schade die Lucy Locket lijdt als gevolg van de inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten door Van der Meulen aan Lucy Locket te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

5.6. veroordeelt Van der Meulen om aan Lucy Locket de voldoen ex artikel 6:96 BW een bedrag van € 904,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der inleidende dagvaarding tot aan de dag der voldoening,

5.7. veroordeelt Van der Meulen in de proceskosten, aan de zijde van Lucy Locket tot op heden begroot op € 411,32 aan verschotten en € 1808,00 aan salaris.

5.8. verklaart dit vonnis voor wat betreft de punten 5.1 tot en met 5.4, 5,6 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg, mr. P.R. Tjallema en mr. M.J. de Lange en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2007.?