Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BA4884

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
11-05-2007
Zaaknummer
07/16 RDK
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis, vermogensschade, gederfde inkomsten, schadeloosstelling

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 89
Wetboek van Strafvordering 90
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE LEEUWARDEN

Sector Strafrecht

Parketnummer: 17/880217-06

Rekestnummer: 07/16

Beschikking van de bovengenoemde rechtbank, enkelvoudige raadkamer voor de behandeling van strafzaken, op het verzoekschrift van:

naam : [achternaam],

voornamen : [voornaam],

geboren op: [geboortedatum] te [geboorteplaats],

verblijvende te: [adres].,

Procesverloop

Het verzoek strekt tot toekenning van een geldelijke tegemoetkoming ten laste van de staatskas inzake de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis van 18 juli 2006 tot en met 29 september 2006 op verdenking van primair artikel 287, subsidiair artikel 302/303, meer subsidiair artikel 141 en meest subsidiair artikel 300/301 van het Wetboek van Strafrecht.

Het verzoekschrift strekt tevens tot toekenning van een geldelijke tegemoetkoming ten laste van de staatskas ter zake van vermogensschade, bestaande uit de door verzoeker gederfde inkomsten, doordat hij tengevolge van zijn inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis niet langer kon deelnemen aan het arbeidsprogramma in de gevangenis waar hij in verband met het ondergaan van een gevangenisstraf (parketnummer 15/635109-05) verbleef.

Het verzoek is behandeld in openbare raadkamer op 14 februari 2007, blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal.

Motivering

Bij de behandeling is de rechtbank gebleken, dat verzoeker als verdachte 73 dagen inverzekering-stelling en voorlopige hechtenis heeft ondergaan en dat de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door het onherroepelijk worden van de uitspraak van de politierechter d.d. 29 september 2006, waarbij verzoeker als verdachte is vrijgesproken. Verzoeker heeft tevens voor bovengenoemde dagen een geldelijke tegemoetkoming verzocht. Nu verzoeker uit andere hoofde nog een (forse) vrijheidsstr

af dient te ondergaan, is de rechtbank van oordeel dat aan verzoeker geen geldelijke tegemoetkoming voor de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis dient te worden toegekend. Gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder het gegeven dat verzoeker op het moment dat hij voor de onderhavige strafzaak inverzekering werd gesteld in detentie verbleef in het kader van de executie van de vrijheidsstraf opgelegd in de strafzaak met parketnummer 15/635109-05, dient de in de onderhavige zaak ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis op basis van artikel 90 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering te worden verrekend met het restant van de openstaande straf die is opgelegd in de strafzaak met parketnummer 15/635109-05.

Verzoeker stelt dat hij bij het ondergaan van de vrijheidsstraf opgelegd in de zaak met parketnummer 15/635109-05 in de gevangenis kon deelnemen aan het arbeidsprogramma, waar verzoeker € 12,56 per week mee verdiende. Dit is afgerond € 1,79 per dag. Volgens verzoeker beloopt deze schade een bedrag van € 131,00 (73 dagen à € 1,79).

Naar het oordeel van de rechtbank is de gevraagde schadevergoeding door de wetgever bedoeld als een tegemoetkoming in het ongemak dat verzoeker van de preventieve hechtenis heeft ondervonden en niet als een volledige schadeloosstelling. Een argument hiervoor is te vinden in de bepalingen van de artikelen 89 en 90 van het Wetboek van Strafvordering, waaruit blijkt dat schadevergoeding niet imperatief is voorgeschreven en slechts wordt toegekend als daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn. Dat verzoeker is vrijgesproken brengt niet automatisch met zich mee dat de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis op dat moment onrechtmatig en/of onterecht waren.

De rechtbank zal de onderhavige wetsbepalingen dan ook restrictief interpreteren, in welke interpretatie geen ruimte is voor een aparte vergoeding van gederfd arbeidsinkomen in de situatie van verzoeker. De aan verzoeker toegekende vergoeding omvat een tegemoetkoming voor al het door hem ondervonden ongemak.

De rechtbank zal op de verzoeken, mede gelet op de artikelen 89 en 90 van het Wetboek van Strafvordering als volgt beslissen.

BESLISSING

De rechtbank:

bepaalt dat de dagen, te weten 73 dagen, die verzoeker inverzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering worden gebracht op de nog openstaande vrijheidsstraf (parketnummer 15/635109-05),

wijst het verzoek voor het overige af.

De beschikking is gegeven op 21 maart 2007 door mr. M.H. Severein, voorzitter, bijgestaan door J. de Jong, griffier.