Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BA3668

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-04-2007
Datum publicatie
24-04-2007
Zaaknummer
209977 \ CV EXPL 06-2259
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever die ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer heeft verzocht weigert de uren uit te betalen die de werknemer heeft moeten verzuimen om zich van rechtsbijstand te voorzien en om ter zitting van de kantonrechter aanwezig te zijn. In deze procedure vordert werknemer betaling van die uren. De kantonrechter oordeelt dat de oorzaak van het verzuim van de werknemer in redelijkheid voor rekening van de werkgever dient te komen en veroordeelt de werkgever tot uitbetaling van de betreffende uren.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 628
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2007/135
RAR 2007, 94
JAR 2007, 135

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector kanton

Locatie Opsterland

zaak-/rolnummer: 209977 \ CV EXPL 06-2259

vonnis van de kantonrechter d.d. 24 april 2007

inzake

[eiser],

hierna te noemen: [eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. H.J.K. Wulp, advocaat te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap

Dracham B.V.,

hierna te noemen: Dracham,

gevestigd te Drachten,

gedaagde,

procederende bij haar directeur [x].

Procesverloop

1.1. Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft [eiser] gevorderd om Dracham te veroordelen tot betaling van:

I. € 113,46 bruto terzake van loon;

II. de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW over het sub I gevorderde loon;

III. de wettelijke rente over de sub I en II gevorderde bedragen vanaf 20 juni 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 44,03;

V. de kosten van het geding

1.2. Dracham heeft bij antwoord de vordering betwist. Na repliek, dupliek en een akte zijdens [eiser] is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

1.3. Door [eiser] en Dracham zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

De feiten

2. Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.

2.1. [eiser] is met ingang van 1 november 2002 in dienst getreden bij Dracham, waar hij laatstelijk de functie van chef werkplaats heeft vervuld, tegen een bruto salaris per maand van € 2.598,51 exclusief 8% vakantietoeslag.

2.2. De voormalige gemachtigde van Dracham heeft [eiser] bij brief van 11 mei 2006 medegedeeld dat vanwege de verliesgevende positie van de onderneming een reorganisatie onontkoombaar is en dat in dat kader de kantonrechter zal worden verzocht om de arbeidsovereenkomst met [eiser] te ontbinden. In deze brief wordt [eiser] geadviseerd om contact op te nemen met een advocaat of jurist die als gemachtigde voor hem kan optreden. Na indiening van het verzoekschrift tot ontbinding bij de kantonrechter, is [eiser] bij brief van de griffie d.d. 23 mei 2006 opgeroepen om ter zitting van de kantonrechter op 13 juni 2006 te verschijnen. Op laatstgenoemde datum is de zaak ter zitting behandeld. Hierna is bij beschikking van 20 juni 2006 de arbeidsovereenkomst van partijen met ingang van 20 juni 2006 ontbonden, onder toekenning van een vergoeding aan [eiser] van € 16.838,34 bruto.

2.3. Op de arbeidsovereenkomst van partijen was van toepassing de CAO Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf. Artikel 64 lid 1 van deze CAO bepaalt:

'1. Bij gedwongen verzuim als bedoeld in artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de doorbetaling van het dientengevolge verschuldigde salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, beperkt tot vijf dagen, tenzij het verzuim aan de schuld van de werkgever te wijten is.'

2.4. [eiser] heeft in verband met de ontslagaanzegging tijdens werktijd in totaal 6 uren niet gewerkt: op 2 juni 2006 heeft hij 2 uren niet gewerkt in verband met een bezoek aan zijn advocaat en op 13 juni 2006 heeft hij 4 uren niet gewerkt in verband met zijn aanwezigheid ter zitting van de kantonrechter, waar het ontbindingsverzoek van Dracham werd behandeld.

Dracham heeft de 6 door [eiser] niet gewerkte uren als snipperuren aangemerkt en om die reden geweigerd om tot uitbetaling van deze uren over te gaan.

De vordering

3. [eiser] vordert betaling van de hierboven genoemde 6 niet gewerkte uren, zijnde een bedrag van € 113,46 bruto (6 x € 17,51 bruto x 1,08), vermeerderd met de wettelijke verhoging, wettelijke rente en incassokosten. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat Dracham de 6 niet gewerkte uren ten onrechte als snipperuren heeft aangemerkt. Gelet op het door Dracham ingediende verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst had [eiser] geen andere keus dan zich van rechtsbijstand te voorzien en ter zitting verweer te voeren. Bovendien is hij hiertoe geadviseerd door de gemachtigde van Dracham en opgeroepen door de rechtbank om ter zitting te verschijnen. Er is dan ook sprake van gedwongen verzuim als bedoeld in artikel 64 lid 1 van de CAO, althans dient de reden dat er geen arbeid is verricht gedurende voormelde 6 uren op grond van artikel 7:628 BW in redelijkheid voor rekening van Dracham als werkgever te komen, zodat zij deze uren dient uit te betalen.

Het verweer

4. Dracham betwist de door [eiser] gevorderde loonbetaling. Daartoe voert zij aan dat de 6 niet gewerkte uren door [eiser] opgenomen snipperuren betreffen. Voor die uren is Dracham [eiser] geen loon verschuldigd.

De beoordeling van het geschil

5. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] zijn vordering zowel op artikel 64 lid 1 van de van toepassing zijnde CAO als op artikel 7:628 BW heeft gegrond. Voornoemd CAO-artikel bevat een rechtstreekse verwijzing naar artikel 7:628 BW, nu er gesproken wordt over gedwongen verzuim als bedoeld in artikel 7:628 BW. Hieruit volgt dat het in de CAO genoemde gedwongen verzuim moet worden begrepen als een -in de terminologie van artikel 7:628 BW- oorzaak van niet werken die in redelijkheid voor rekening van de werkgever dient te komen. Aldus kennen de twee grondslagen van de vordering van [eiser] dezelfde beoordelingsmaatstaf. Beoordeeld zal derhalve dienen te worden of de oorzaak van het niet werken van [eiser] gedurende vorenbedoelde 6 uren in redelijkheid voor rekening van [eiser] als werkgever dient te komen.

6. Naar het oordeel van de kantonrechter dient de oorzaak van het niet werken van [eiser] gedurende bedoelde 6 uren in redelijkheid voor rekening van Dracham als werkgever te komen. Hiertoe is van belang dat het Dracham is geweest die [eiser] heeft genoodzaakt, én expliciet heeft geadviseerd, om juridische bijstand in te roepen in het kader van de aangekondigde beëindiging van diens arbeidsovereenkomst. Dit bovendien vanwege een reden die geheel buiten de persoon van [eiser] lag, maar juist in de risicosfeer van Dracham, namelijk de bedrijfseconomische positie van Dracham. Ook de aanwezigheid van [eiser] ter zitting bij de kantonrechter was het gevolg van de door Dracham nagestreefde ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aldus is [eiser] in een situatie terechtgekomen dat hij wel een aantal werkuren móest verzuimen om zich te kunnen verweren tegen het ontbindingsverzoek van Dracham. Van vrijwillig werkverzuim kan dan gezien het vorenstaande op geen enkele wijze worden gesproken. Een en ander leidt tot de conclusie dat Dracham de 6 niet gewerkte uren ten onrechte als snipperuren heeft aangemerkt en deze alsnog aan [eiser] dient uit te betalen. De daartoe strekkende vordering van [eiser] is dan ook toewijsbaar. Datzelfde geldt voor de niet betwiste vorderingen terzake van de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de incassokosten.

7. Dracham zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Dracham tot betaling aan [eiser] van een bedrag groot € 113,46 bruto (zegge: honderddertien Euro en zesenveertig cent) terzake van loon;

veroordeelt Dracham tot betaling aan [eiser] van de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW over het hiervoor genoemde bedrag aan loon;

veroordeelt Dracham tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen, vanaf 20 juni 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Dracham tot betaling aan [eiser] van de buitengerechtelijke incassokosten ad

€ 44,03;

veroordeelt Dracham in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 60,00 wegens salaris en op € 174,87 wegens verschotten;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. R. Giltay, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 119