Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:BA2948

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-03-2007
Datum publicatie
16-04-2007
Zaaknummer
17/880170-06 VEV
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging doodslag, rijden onder invloed, verlaten plaats ongeval, electronisch toezicht, gebruik van auto als wapen, rijontzegging

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 7
Wegenverkeerswet 1994 8
Wegenverkeerswet 1994 176
Wegenverkeerswet 1994 179a
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 55
Wetboek van Strafrecht 287
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/880170-06

verkort vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 maart 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 15 maart 2007.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G. Kaaij, advocaat te Leeuwarden.

Telastelegging

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie ter terechtzitting is de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

Nadere bewijsoverweging

Uit de bewijsmiddelen volgt ondermeer dat verdachte zijn personenauto in de achteruit heeft gezet en vervolgens doelbewust met hoge snelheid achteruit op een groep mensen is afgereden. Vervolgens is hij met hoge snelheid vooruit gereden, wederom op een groep mensen af.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op voorgenoemde gedragingen niet anders kan worden aangenomen dan dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij door zijn handelingen mensen zou dood rijden. Dat verdachte zich hier achteraf -deels- niets meer van kan herinneren doet niet af aan de omstandigheid dat hij op 5 juni 2006 deze bewuste keuzes heeft gemaakt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair, 2. en 3. telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 5 juni 2006 te Surhuisterveen in de gemeente Achtkarspelen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met hoge snelheid

- in achterwaartse richting op die [slachtoffer 1] is ingereden/afgereden en vervolgens tegen die [slachtoffer 1] is aangereden, waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen waarna verdachte vervolgens meermalen, over delen van het lichaam van die [slachtoffer 1] is gereden en vervolgens die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, personenauto enige meters heeft meegevoerd/

meegesleept en vervolgens

- in voorwaartse richting op die [slachtoffer 2] is ingereden/afgereden waardoor die [slachtoffer 2] uit noodzaak op de motorkap van die personenauto is gesprongen en vervolgens via het dak van de personenauto op het wegdek terecht is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 5 juni 2006 te Surhuisterveen in de gemeente Achtkarspelen, als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 445 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

3.

hij op 5 juni 2006 te Surhuisterveen in de gemeente Achtkarspelen, als bestuurder van een motorrijtuig door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de Kolk, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist aan een ander, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] letsel of schade was toegebracht.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. primair Poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

2. Overtreding van artikel 8 lid 2 onder a van de Wegenverkeerswet 1994.

3. Overtreding van artikel 7 lid 1 onder a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland d.d. 6 juli 2006, het adviesrapport van Reclassering Nederland d.d. 28 februari 2007, het psychiatrisch rapport d.d. 25 juli 2006 en het psychologisch rapport d.d. 25 juli 2006;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het onder 1. primair, 2. en 3. telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 221 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht ook indien dit een behandeling bij de AFPN inhoudt en in het eerste jaar van de proeftijd zes maanden elektronisch toezicht, een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf jaren met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds door de officier van justitie was ingevorderd;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een meervoudige poging doodslag, rijden onder invloed en hij heeft de plaats van een ongeval verlaten, terwijl hij wist dat aan anderen letsel of schade was toegebracht.

Verdachte is, nadat hij was betrokken bij een vechtpartij, met zijn auto eerst achteruit en vervolgens vooruit, doelbewust ingereden op een groep mensen van wie hij er twee heeft geraakt. Eén van de slachtoffers is overreden en meegesleurd, het andere slachtoffer is op demotorkap gesprongen en is daarna tegen de voorruit geslagen. Beide slachtoffers zijn gewond geraakt. Verdachte verkeerde zodanig onder invloed van alcohol dat hij in ieder geval twee maal de toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed had.

Verdachte heeft aangegeven zich niet te kunnen herinneren dat hij achteruit is gereden en evenmin dat hij iemand heeft overreden. Er is de rechtbank evenwel geen omstandigheid gebleken waaruit moet worden geconcludeerd dat verdachte zich op enig moment niet bewust is geweest van wat hij deed.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verdachte zijn auto doelbewust als wapen heeft gebruikt tegen de groep mensen waarmee hij onenigheid had. Dit neemt de rechtbank verdachte in hoge mate kwalijk.

Strafverzwarende omstandigheden zijn de rechtbank verder niet gebleken. Als strafverminderende omstandigheid weegt de rechtbank mee dat verdachte niet eerder voor vergelijkbare feiten met justitie in aanraking is geweest. Van belang is voorts dat over verdachte een pro justitia-rapportage is uitgebracht door een psychiater en een psycholoog.

De conclusie van beiden is dat bij verdachte geen psychiatrische stoornis is vastgesteld, zodat de gepleegde feiten hem volledig kunnen worden toegerekend. Uit de over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapportages komt naar voren dat op het gebied van huisvesting, werk, relatie en financiën geen noemenswaardige problemen bestaan.

In beginsel past bij feiten als de onderhavige slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Niettemin zal de rechtbank, alles afwegend, volstaan met het opleggen van de maximale werkstraf, elektronisch toezicht voor de duur van zes maanden en een langdurige rijontzegging. Indien het laatste met zich meebrengt dat verdachte zijn eenmanszaak niet kan voortzetten, zal hij moeten trachten zijn vak als schilder in de toekomst in loondienst uit te oefenen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zijn auto op een zodanige wijze heeft misbruikt, dat een jarenlange rijontzegging daarop één van de sancties dient te zijn en dat verdachte's tegengestelde belangen daaraan ondergeschikt zijn.

Tot slot zal de rechtbank, om de kans op herhaling te verkleinen, verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, gecombineerd met reclasseringstoezicht en het eerder genoemde elektronisch toezicht, alles zoals hierna te bepalen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 45, 55, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 8(oud), 176(oud) en 179a van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het onder 1. primair, 2. en 3. telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van tweehonderd éénentwintig dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot honderdtachtig dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde:

- zich bij het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland te Leeuwarden;

- ervoor zorgt dat hij gedurende de proeftijd bereikbaar is voor deze reclasseringsinstelling;

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens genoemde reclasseringsinstelling, ook indien dit een behandeling bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland (AFPN) inhoudt.

Draagt genoemde reclasseringsinstelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde zich gedurende zes maanden in het eerste jaar van de proeftijd onder elektronisch toezicht zal stellen, op de wijze zoals dit reeds tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft plaatsgevonden en met inachtneming van hetgeen op basis daarvan tussen de veroordeelde en Reclassering Nederland nader zal worden overeengekomen.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Ten aanzien van feit 1. primair voorts ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de duur van vijf jaren.

Bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde vóór het tijdstip waarop de uitspraak voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, strafrechtelijk ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. de Jong, voorzitter, mr. M. Brinksma en mr. H. van der Werff, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 maart 2007.