Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ9940

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
06-03-2007
Datum publicatie
06-03-2007
Zaaknummer
79289 / HA RK 06-153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het Openbaar Ministerie heeft gesteld dat de Hells Angels wereldwijd, landelijk en regionaal een organisatie vormen die crimineel is en daarom niet in onze samenleving thuishoort. Elke afzonderlijke stichting en vereniging van Hells Angels zou daarom verboden moeten worden.

De rechtbank heeft allereerst vastgesteld dat er sprake is van een samenhang in het uiterlijke vertoon van de Hells Angels. Tot het logo en al wat daarbij hoort is de Hells Angels Motorcycle Corporation in Californië, Verenigde Staten van Amerika, de enig rechthebbende en iedereen die dat wil gebruiken moet een licentie hebben. Naast deze gezamenlijke uiting is er regelmatig overleg tussen de verschillende Hells Angels Motorclubs en daarbij worden ook afspraken over gezamenlijk beleid gemaakt. Er is een gezamenlijke cultuur.

Op basis van de stukken die het Openbaar Ministerie in het geding heeft gebracht en wat er verder ter zitting is behandeld, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de Hells Angels Motorclubs in de wereld en ook in Nederland een crimineel karakter hebben: zij worden in verband gebracht met bedreigingen met geweld, met geweldplegingen en levensdelicten, met de handel in wapens en drugs en met discriminatie. Er wordt streng geselecteerd door de Hells Angels Motorclubs, en het kan dan ook niet toevallig zijn dat de overgrote meerderheid van clubleden met politie en justitie in aanraking is geweest.

Maar een samenhang in uiterlijk vertoon, afspraken over gezamenlijk beleid en een gezamenlijke cultuur alleen maken naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat alle Hells Angels Motorclubs in Nederland gezien moeten worden als één zodanig samenhangende organisatie, dat élke individuele club medeverantwoordelijk is voor al het handelen van een of meer leden van andere clubs. Of een individuele rechtspersoon naar Nederlands burgerlijk recht verboden verklaard moet worden, moet dan ook worden beoordeeld op basis van de werkzaamheid van die individuele rechtspersoon. Crimineel handelen van andere chapters in Nederland of daarbuiten laat de rechtbank buiten beschouwing.

Het Openbaar Ministerie heeft niet aannemelijk weten te maken dat de Hells Angels uit Harlingen alleen gefinancierd kunnen worden uit criminele bronnen. Ook heeft het Openbaar Ministerie niet aannemelijk kunnen maken dat de Harlinger Hells Angels zich schuldig maken aan discriminatie naar afkomst. Voor een ernstige bedreiging van iemand in Harlingen door de stichtingsvoorzitter, zoals het Openbaar Ministerie heeft gesteld, is onvoldoende bewijs aangedragen, ook in het kader van deze verzoekschriftprocedure.

Maar er zijn wel andere strafbare activiteiten die het Harlinger Hells Angels chapter kunnen worden verweten. In 2003 is op verzoek van de Finse overheid een doorzoeking uitgevoerd in onder meer het clubhuis van de vereniging. Daarbij zijn vuurwapens en verdovende middelen gevonden. Bij een tweede doorzoeking in 2005, nu op instigatie van het Openbaar Ministerie zelf, zijn opnieuw softdrugs gevonden. Daaruit blijkt dat ook de Harlinger Hells Angels betrokken zijn bij criminele activiteiten. Maar, het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen alleen individuele members van de stichting daadwerkelijk te vervolgen; uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat er geen strafklachten tegen de stichting zijn geformuleerd, en ook niet tegen de vereniging. Ook is niet gebleken dat die rechtspersonen alsnog voor de strafrechter zullen moeten verschijnen.

Vast staat dat ten behoeve van de stichting of de vereniging bij ten minste één dancefeest dat met toestemming van de gemeente Harlingen is georganiseerd door Hells Angels joints zijn verkocht waarbij de opbrengst voor de club was. Dat was niet alleen al strafbaar op grond van de Opiumwet, maar ook in strijd met de vergunning die de gemeente voor dat feest had gegeven. En ook daar geldt dat de gemeente Harlingen na overleg met de Hells Angels tot op de dag van vandaag meermalen vergunningen voor dergelijke feesten blijft geven. En, als gezegd, noch de Stichting Hells Angels Northcoast Harlingen noch de Vereniging Rockers Northcoast Motor Club behoeven zich voor deze of andere feiten voor de strafrechter te verantwoorden.

De Grondwet en ook de internationale verdragen als het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, erkennen het recht tot vereniging en tot vergadering. Dit recht kan worden beperkt in het belang van de openbare orde, maar ook niet verder dan noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Het Openbaar Ministerie heeft met de op de Hells Angels uit Harlingen betrokken feiten en omstandigheden niet aannemelijk gemaakt dat werkzaamheid van de stichting en de vereniging zodanig in strijd is met de openbare orde is dat daarop alleen met het ultieme middel van verbodenverklaring van de rechtspersonen kan worden gereageerd. Het Openbaar Ministerie heeft tot op heden afgezien van daadwerkelijke vervolging van de rechtspersonen. De lokale overheid staat viermaal per jaar door deze rechtspersonen georganiseerde openbare festiviteiten toe.

Dat de Hells Angels "in georganiseerd verband en op grote schaal ernstige strafbare feiten plegen [die] de grondvesten van ons rechtsstelsel raken en de maatschappij grote schade berokkenen", zoals het Openbaar Ministerie ter zitting heeft betoogd, kan niet op de Harlinger rechtspersonen worden betrokken.

Het verzoek van het Openbaar Ministerie zal daarom worden afgewezen en het Openbaar Ministerie zal worden veroordeeld in de proceskosten van de stichting en de vereniging, waarbij de rechtbank zal verstaan dat die zal worden voldaan door de Staat.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 185
Prg. 2007, 45
JRV 2007, 286
JOR 2007/116 met annotatie van E. Schmieman
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 79289 / HA RK 06-153

Beschikking van 6 maart 2007

in de zaak van

het OPENBAAR MINISTERIE (LANDELIJK PARKET),

gevestigd te Rotterdam,

in dezen optredend in het arrondissement Leeuwarden,

verzoeker,

vertegenwoordigd door mr. G. Oldekamp, officier van justitie,

tegen

1. de stichting

STICHTING HELLS ANGELS NORTHCOAST HARLINGEN,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

ROCKERS NORTHCOAST M.C.,

beiden gevestigd te Harlingen,

verweersters,

procureur mr. G. Kaaij.

Verzoeker zal hierna "het Openbaar Ministerie" worden genoemd. Verweersters zullen als "de stichting" en "de vereniging" worden aangeduid, gezamenlijk ook wel als "de Harlinger rechtspersonen".

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- de mondelinge behandeling op 16 januari 2007.

Uit het inleidend verzoekschrift bleek dat te gelijker tijd soortgelijke verzoekschriften zijn ingediend bij de rechtbanken Maastricht, Amsterdam, Haarlem, Rotterdam en Zwolle-Lelystad. De laatste drie rechtbanken hebben de behandeling van de verzoeken ambtshalve overgedragen aan de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft daarop aan partijen verzocht zich uit te laten over een mogelijke verwijzing. Het Openbaar Ministerie heeft expliciet aangegeven er bewust voor gekozen te hebben de verzoeken in te dienen bij de rechtbanken in wier rechtsgebied de verschillende rechtspersonen gevestigd zijn, en ook achteraf geen verwijzing te wensen. Ook verweersters hebben aangegeven geen verwijzing te wensen. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding gezien de zaak te verwijzen.

De uitspraak is bepaald op heden. Partijen zijn door de griffier op de hoogte gesteld van de uitspraakdatum.

2. Het verzoek

Het verzoek van het Openbaar Ministerie strekt ertoe dat de rechtbank bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, de stichting en de vereniging verboden verklaart en ontbindt met benoeming van een vereffenaar, niet zijnde één van de bestuursleden van de stichting dan wel de vereniging, met bepaling dat een eventueel batig saldo na vereffening zal worden uitgekeerd aan de Staat der Nederlanden.

3. Het verweer

De stichting en de vereniging hebben gemotiveerd verweer gevoerd en hebben geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek met veroordeling van het Openbaar Ministerie in de kosten.

4. De feiten

4.1. De stichting is opgericht op 29 januari 1993.

4.2. In artikel 2 van de statuten van de stichting staat dat het doel van de stichting is: het bundelen en organiseren van activiteiten van- en voor jongeren/motorliefhebbers en het werkzaam zijn in hun belang en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

Dit doel probeert de stichting volgens de statuten te bereiken door:

a. het in stand houden van motorwerkplaatsen, motorgarages en motorstallingen;

b. het bekend maken van en propaganda maken van (voor, rb) het doel van de stichting, waaronder begrepen het streven naar verbetering van het imago van degenen in wier belang de stichting werkzaam is;

c. het in stand houden van een clubhuis en het uitgeven van een clubblad;

d. het bestuderen, voorbereiden, bewerken en voltooien van projecten, welke met het doel van de stichting verband houden of het bereiken daarvan kunnen bevorderen;

e. alle andere wettige middelen.

4.3. Het in de statuten genoemde clubhuis van de stichting is gevestigd aan de Marconistraat 9 te Harlingen.

4.4. Artikel 10 van de statuten van de stichting bepaalt dat de financiële jaarstukken van de stichting jaarlijks door het bestuur van een Stichting Hells Angels Holland te Amsterdam moeten worden goedgekeurd. Van een dergelijke overkoepelende rechtspersoon is echter geen sprake en er wordt evenmin op andere wijze uitvoering door de stichting aan deze bepaling gegeven.

4.5. Het bestuur van de stichting bestaat volgens artikel 4 van de statuten uit minimaal drie personen. Bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Friesland (hierna: Kamer van Koophandel) staan als bestuursleden geregistreerd:

[naam voorzitter], voorzitter sinds 1 januari 1997,

[naam secretaris], secretaris sinds 29 januari 1993 en

[naam penningmeester], penningmeester sinds 17 maart 2004 (daarvoor werd deze functie vervuld door [naam vroegere penningmeester], die op 17 maart 2004 is overleden).

4.6. In de praktijk kent de stichting naast deze formeel geregistreerde bestuursleden (die ook wel respectievelijk "president", "secretary" en "treasurer" worden genoemd) ook zogenaamde "members". Van deze members vervult [naam vice-president] de functie van "vice-president", [naam sergeant at arms] die van "sergeant at arms" en [naam road captain] die van "road captain". In totaal is er bij de stichting sprake van 10 members (waaronder de bestuursleden) die allemaal een strafblad hebben.

4.7. De vereniging is opgericht op 1 augustus 1978.

4.8. Volgens artikel 3 van de statuten van de vereniging stelt de vereniging zich ten doel:

a. de motorsport in het algemeen te bevorderen;

b. de belangen der motorrijders in het algemeen en die van haar leden, voor zover deze met het motorrijden verband houden, in het bijzonder te behartigen;

c. onder haar leden een vriendschapsband te vormen en te onderhouden.

De vereniging probeert dit doel, nog steeds volgens haar statuten, te bereiken door:

a. het houden van clubtochten, toerritten in clubverband, het deelnemen met één of meer clubteams aan wedstrijden of ritten, uitgeschreven door andere motorclubs;

b. het organiseren van evenementen op motorgebied;

c. samenwerking met andere motorclubs;

d. het doen houden van lezingen en causerieën op verkeers- of motorgebied;

e. andere wettige middelen, welke ter verwezenlijking van het doel bevorderlijk kunnen zijn.

4.9. De vereniging maakt net als de stichting gebruik van het clubhuis aan de Marconistraat 9 te Harlingen. Dit clubhuis – de ondergrond en de opstallen – is eigendom van de vereniging.

4.10. Bij de Kamer van Koophandel stonden tot 25 maart 2006 dezelfde bestuursleden die thans het bestuur van de stichting vormen, geregistreerd als bestuursleden van de vereniging.

4.11. Het huidige bestuur van de vereniging bestaat uit: [naam voorzitter vereniging], voorzitter, [naam secretaris vereniging], secretaris en [naam penningmeester vereniging], penningmeester.

Deze bestuursleden hebben geen van allen een strafblad en zij zijn niet als member in de hiervoor aangegeven zin aangesloten bij de stichting.

4.12. De stichting en de vereniging organiseren gezamenlijk evenementen. De vergunningen voor deze feesten zijn in achtereenvolgende jaren aangevraagd door [naam secretaris]. [naam secretaris] heeft deze vergunningaanvragen soms ondertekend met "[naam secretaris] (de secretaris) namens Rockers Northcoast m.c.", soms met "[naam secretaris] secretaris namens Rockers northcoast/Hells Angels m.c." en soms met "[naam secretaris] namens Hells Angels m.c. Northcoast".

4.13. De gemeente Harlingen verleent in beginsel vier keer per jaar toestemming voor het houden van een feest/danceparty. Bij brief van 5 juli 2004 hebben Burgemeester en Wethouders van Harlingen (gericht aan "Rockers Northcoast M.C.") een vergunning verleend voor het houden van een feest in en rond het clubhuis: "Danceparty illegal vibes outdoor 2004". Eén van de vergunningvoorwaarden luidde: "U dient erop toe te zien dat op de locatie geen handel in drugs plaatsvindt".

4.14. Bij een doorzoeking in het clubhuis is op 17 oktober 2005 een cd met fotobestanden aangetroffen. Op de cd staat de tekst "Illegal Vibes Outdoor 2004 photo's by Hilly". Op een van de foto's op de cd staat een man die een reclamebord op een paal draagt met de tekst "SUPPORT YOUR LOCAL ANGELS NORTHCOAST JOINTS € 2,50".

4.15. De verkoop van softdrugs tijdens het feest is vervolgens onderwerp geweest van een bespreking met de gemeente Harlingen in verband met een vergunningaanvraag voor een zelfde evenement in 2006.

De stichting en de vereniging hebben erkend dat er tijdens het feest joints zijn verkocht aan het publiek waarvan de opbrengst in de kas van de stichting is gevloeid. De gemeente heeft na deze bespreking opnieuw vergunning voor het houden van (outdoor) dancefeesten aan de stichting en de vereniging verleend.

4.16. In verband met de uitvoering van een Fins rechtshulpverzoek in 2003 (gericht tegen de inmiddels overleden penningmeester van de stichting: [naam vroegere penningmeester]) heeft op 25 april 2003 een doorzoeking in en bij het clubhuis plaatsgevonden.

Daarbij zijn in (kasten in) het clubhuis verschillende wapens en munitie aangetroffen. Het betreft onder meer een boksbeugel, (werp)messen en drie half geladen pistolen. Een van deze pistolen (een 9 mm Glock met serienummer NL 03427) is op 11 april 2002 gestolen uit een wapenkamer van de Johan Willem Friso Kazerne te Assen.

Verder is in een hok naast het clubhuis een hennepkwekerij aangetroffen waarbij gebruik werd gemaakt van illegaal afgetapte elektriciteit.

4.17. In juni 2003 is door de Nationale Recherche, onder leiding van het Landelijk Parket, een strafrechtelijk onderzoek opgestart onder de projectnaam Acroniem. Dit onderzoek richt zich met name op vermoedelijke criminele activiteiten van diverse zogeheten chapters van de Hells Angels in Nederland. In het kader van dit onderzoek hebben op 17 oktober 2005 in Nederland doorzoekingen in diverse clubhuizen van de Hells Angels en in woningen van Hells Angels members plaatsgevonden, zo ook in Harlingen.

4.18. Bij de doorzoeking van het clubhuis in Harlingen op 17 oktober 2005 is administratie in beslag genomen. In (kasten in) het clubhuis zijn bij die doorzoeking 8 boksbeugels en 81 joints aangetroffen.

4.19. Bij doorzoekingen van woningen van individuele members van de stichting zijn op 17 oktober 2005 hennepkwekerijen dan wel installaties zonder plantjes aangetroffen alsmede een pistool, traangasbusjes en munitie.

4.20. Tijdens de doorzoekingen op 17 oktober 2005 zijn in Nederland op verschillende plaatsen verschillende documenten aangetroffen die als onderwerp hebben het al of niet accepteren van "niggers" als member van de Hells Angels. Het Openbaar Ministerie heeft als bijlage bij het verzoekschrift een notitie gevoegd met het opschrift "World Rules 1985-2000". Hierin staat de regel "No niggers in the club". Het proces-verbaal vermeldt niet waar deze notitie is aangetroffen.

4.21. Uit onderzoek naar bestanden van op 17 oktober 2005 in beslag genomen computers is gebleken dat voor de wereldwijde vergadering van de Hells Angels in 2005 door de Engelse chapter Windsor een motie is voorgesteld om de regel "No niggers in the club" op te heffen.

Deze motie is – nadat hierover wereldwijd (per e-mail) is gediscussieerd – uiteindelijk ingetrokken. Op de computer in het clubhuis van de stichting in Harlingen en op de computer van voorzitter [naam voorzitter] zijn e-mailberichten over dit onderwerp aangetroffen.

4.22. [naam voorzitter] heeft gedurende enige tijd een deel van een pand aan de Noorderhaven te Harlingen verhuurd aan een tatoeëerder bekend onder de naam "Tattoo Spider". Tussen [naam voorzitter] en "Tattoo Spider" is ruzie ontstaan en "Tattoo Spider" heeft zijn werkzaamheden aan de Noorderhaven in Harlingen beëindigd.

4.23. Een bij het verzoekschrift gevoegd proces-verbaal van bevindingen van de Nationale Recherche vermeldt dat "Tattoo Spider" in 2003 bij de politie heeft gemeld dat hij problemen had met de Hells Angels en dat er een voor hem bedreigende situatie is ontstaan omdat hij wilde stoppen met zijn werkzaamheden in het pand van [naam voorzitter]. Volgens "Tattoo Spider" heeft [naam voorzitter] gedreigd dat zijn hoofd met een bijl zal worden ingeslagen of dat zijn handen zullen worden verbrijzeld als hij binnen een straal van 350 kilometer van Harlingen als tatoeëerder aan het werk zou gaan. Aangezien "Tattoo Spider" geen aangifte wilde doen, is deze melding volgens het proces-verbaal alleen vastgelegd in een mutatierapport van de politie Friesland.

4.24. Uit de notulen van een zogeheten Holland Meeting van de Hells Angels (een maandelijkse vergadering waarbij de Nederlandse Hells Angels chapters zijn vertegenwoordigd) op 7 juli 2003 blijkt dat deze ruzie tijdens die vergadering is besproken. In de notulen staat: "[naam voorzitter] > TATTOO 'SPIDER' NIET MEER WERKEN IN HOLLAND". Deze notulen zijn aangetroffen bij huiszoekingen die in het kader van het "Cobalt" onderzoek zijn uitgevoerd in het clubhuis van de Hells Angels chapter Nomads in Limburg en in woningen van een aantal members van deze chapters.

4.25. Na de ruzie met [naam voorzitter] heeft "Tattoo Spider" zijn tatoeagewerkzaamheden eerst vanuit zijn huis in Harlingen en later vanuit Klazienaveen voortgezet.

5. De beoordeling

5.1. De grondslag van de door het Openbaar Ministerie bij de rechtbanken Amsterdam, Haarlem, Rotterdam, Maastricht, Zwolle-Lelystad en Leeuwarden ingediende verzoeken tot onder meer de verboden verklaring van de verschillende rechtspersonen is het standpunt dat, zakelijk weergegeven, de Hells Angels wereldwijd, landelijk en regionaal een organisatie vormen, die crimineel is en daarom niet in onze samenleving thuishoort, zodat elke afzonderlijke in Nederland gevestigde stichting en vereniging van Hells Angels krachtens artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden verboden verklaard en ontbonden.

5.2. Voordat de rechtbank deze stelling van het Openbaar Ministerie toetst aan concrete, specifiek op de Harlinger rechtspersonen betrekking hebbende feiten, wil de rechtbank eerst onderzoeken of de maatschappelijke identiteit van de Hells Angels een crimineel karakter draagt. Ook zal de rechtbank bezien of er samenhang bestaat tussen wereldwijde en landelijke organisatievormen van Hells Angels en de betrokkenheid daarbij van de Harlinger rechtspersonen.

Naarmate die samenhang sterker is, zal eerder aanleiding bestaan om bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek ook rekening te houden met (strafbare) feiten, die weliswaar buiten de directe invloedssfeer van de Harlinger rechtspersonen liggen, maar die kennelijk wel onder de gemeenschappelijke vlag van de Hells Angels zijn begaan.

Dat kan meebrengen dat ook de Harlinger rechtspersonen voor die feiten een maatschappelijk relevante mede-verantwoordelijkheid dragen, die mag worden meegewogen bij de beoordeling van het verzoek van het Openbaar Ministerie.

5.3. Onder de naam "Hells Angels" is in 1948 in San Bernardino, Californië, Verenigde Staten, een motorclub opgericht. Inmiddels hebben vele tientallen motorclubs, overal ter wereld, zich daarbij aangesloten onder doorgaans dezelfde naam "Hells Angels".

Er is sprake van een samenhang in het uiterlijk vertoon van de Hells Angels. Tot het logo en al wat daarbij hoort is de Hells Angels Motorcycle Corporation in Californië de enig rechthebbende en iedereen die dat wil gebruiken moet een licentie hebben. Er zijn voorgeschreven "colors" en "patches", waarvan het dragen aan bepaalde voorwaarden gebonden is en die (aldus de Harlinger rechtspersonen zelf) eigendom zijn en blijven van de Hells Angels Motorcycle Corporation in Californië. Individuele "members" van de Hells Angels en dus ook de bij de Harlinger rechtspersonen aangesloten personen worden beschouwd als sublicentiehouders van die patches e.d.. Er zijn regelmatig landelijke en mondiale bijeenkomsten van Hells Angels clubs. Op die bijeenkomsten worden afspraken gemaakt over gemeenschappelijk beleid. Nietverschijning op zulke bijeenkomsten kan worden beboet. Er is aldus eenheid van cultuur.

5.4. Uit hetgeen het Openbaar Ministerie naar voren heeft gebracht, en wat door de stichting en de vereniging onvoldoende gemotiveerd is weersproken, valt op te maken, dat Hells Angels motorclubs overal ter wereld een reputatie hebben opgebouwd betrokken te zijn bij criminele activiteiten waaronder, naast handel in drugs en wapens, met name ook bedreiging met geweld en het daadwerkelijk plegen van geweld. Ook de Hells Angels in Nederland hebben een dergelijke reputatie opgebouwd, door bijvoorbeeld in het openbaar de televisiepresentatoren Barend en Van Dorp te mishandelen en te bedreigen. Hells Angels uit Kampen hebben, naar het Openbaar Ministerie onvoldoende gemotiveerd weersproken heeft gesteld, leden van een andere motorclub (niet aangesloten bij de Hells Angels) zwaar mishandeld en van hun motorfietsen beroofd, waarna zij deze motorclub tot opheffing hebben gedwongen. Hells Angels hebben met een grootschalig en intimiderend openbaar vertoon deelgenomen aan de begrafenis van de voor ernstige strafbare feiten veroordeelde Sam Klepper, aan wie zij vervolgens postuum de status van Hells Angel hebben verleend. Daar komt bij dat het Openbaar Ministerie heeft gesteld dat vierentachtig van de honderdenvijf Nederlandse Hells Angels-members een strafblad hebben, waarbij 575 veroordelingen zijn geregistreerd. Bij twintig procent hiervan gaat het om geweldsdelicten. Deze cijfers zijn door de Harlinger rechtspersonen niet weersproken. Gezien de – eveneens niet weersproken – strenge selectie van Hells Angels-members kan dat hoge aandeel geweldsdelicten geen toeval zijn. Aldus heeft het Openbaar Ministerie naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat de maatschappelijke identiteit van de Hells Angels ook in Nederland een crimineel karakter draagt.

5.5. Zoals hiervoor is overwogen kan het Openbaar Ministerie het beeld stellen en aannemelijk maken dat de Hells Angels internationaal en nationaal een criminele reputatie of, concreter nog, een crimineel karakter hebben. Het Openbaar Ministerie kan daarmee echter niet volstaan.

Of een individuele rechtspersoon naar Nederlands burgerlijk recht verboden moet worden verklaard, moet immers worden beoordeeld op basis van de werkzaamheid van die individuele rechtspersoon. Naar het oordeel van de rechtbank maakt het beeld dat het Openbaar Ministerie aannemelijk heeft gemaakt ten aanzien van reputatie en karakter van Hells Angels in het algemeen en in Nederland, op zichzelf nog niet dat alle Hells Angels Motorclubs in Nederland gezien moeten worden als één zodanig samenhangende organisatie, dat élke individuele club medeverantwoordelijk is voor al het handelen van een of meer leden van andere clubs. De gelijkvormige uitingen en het gezamenlijk overleg – wat daarvan de status ook is –, zijn onvoldoende om voorbij te gaan aan de individuele rechtspersoonlijkheid. Van wereldwijde en/of landelijke geformaliseerde samenwerkingsverbanden is immers niet gebleken en anders dan het Openbaar Ministerie heeft gesteld is evenmin gebleken van een overkoepelende Stichting Hells Angels Holland die toezicht houdt op het financiële reilen en zeilen van Hells Angels-chapters in Nederland.

Het Openbaar Ministerie heeft zijn stelling op dit punt niet nader kunnen onderbouwen, terwijl ter zitting namens de stichting is verklaard dat de hiervoor onder 4.4. bedoelde bepaling in haar statuten is overgenomen uit een algemeen voorbeeld en dat er niet naar wordt geleefd. Het Openbaar Ministerie heeft die lezing daarna niet weersproken.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek van de Harlinger rechtspersonen ook rekening te houden met de (strafbare) feiten die buiten de directe invloedssfeer van de Harlinger rechtspersonen liggen.

5.6. De rechtbank ziet – anders dan de Harlinger rechtspersonen kennelijk hebben beoogd te stellen – geen aanleiding om bij de beoordeling onderscheid te maken tussen de werkzaamheid van de stichting en de werkzaamheid van de vereniging. De rechtbank neemt als vaststaand aan dat beide rechtspersonen in Harlingen tot de Hells Angels behoren. De feitelijke activiteiten van de stichting en van de vereniging zijn met elkaar verweven of overlappen elkaar aanmerkelijk, zoals bijvoorbeeld blijkt uit tenaamstellingen van vergunningaanvragen voor de hiervoor genoemde outdoor dance-feesten. Beide rechtspersonen zijn op hetzelfde adres gevestigd en maken gebruik van hetzelfde clubhuis. Aanvankelijk waren er dubbelfuncties in de besturen van de beide rechtspersonen. Gelet hierop zal de rechtbank bij de verdere beoordeling de beide Harlinger rechtspersonen tezamen nemen. Dat sedert 25 maart 2006 andere bestuursleden zijn aangetreden voor de vereniging, die geen van allen met politie of justitie in aanraking zijn geweest, is dan onvoldoende om de vereniging anders te beoordelen.

5.7. Het Openbaar Ministerie heeft mede ten aanzien van de Harlinger rechtspersonen gesteld dat van members grote financiële bijdragen worden gevraagd, dermate grote bijdragen, dat die op geen andere wijze dan door criminele activiteiten bijeengebracht kunnen worden, zodat de criminele werkzaamheid van de rechtspersoon een gegeven is. Verder blijkt uit de in beslag genomen administratie van onverklaarbaar grote contante stortingen, zodat van criminele inkomsten moet worden uitgegaan, aldus het Openbaar Ministerie.

Zijdens de Harlinger rechtspersonen is op het eerste punt aangevoerd dat een maandelijkse bijdrage van € 45,-- wordt gevraagd. Verder is bestreden dat de delen van de administratie die bij de laatste doorzoeking van het clubhuis – waarover hierna meer – in beslag zijn genomen, de volledige boekhouding van de rechtspersonen betreft, zodat niet de conclusie kan worden getrokken dat de boekhouding geen juist beeld van de financiële positie van de rechtspersonen geeft.

Het Openbaar Ministerie heeft op die verweren in het geheel niet gereageerd, zodat de rechtbank aan de stellingen van het Openbaar Ministerie voorbij moet gaan.

5.8. Het Openbaar Ministerie heeft aan de hand van verklaringen die zich in het strafdossier bevinden betoogd dat de Hells Angels zich schuldig maken aan discriminatie daar zij lidmaatschap van "niggers" niet accepteren. Zij wijst daarbij op het weren van een negroïde lid door het chapter Curaçao.

Vast staat – blijkens de in beslag genomen computers in het clubgebouw en van de stichtingsvoorzitter [naam voorzitter] – dat ook binnen de Harlinger rechtspersonen van de discussie hieromtrent door Hells Angels wereldwijd kennis is genomen. Dat door de stichting en de vereniging daarin stelling is genomen, laat staan in discriminatoire zin, is echter niet gebleken. Integendeel, dat aan een "World Rule: no niggers in the club" geen uitvoering wordt gegeven daar de Hells Angels members kennen met een donkere huidskleur, zoals de Harlinger rechtspersonen onder meer aan de hand van foto's hebben betoogd, is door het Openbaar Ministerie onvoldoende gemotiveerd weersproken.

5.9. Het vorenstaande laat onverlet dat wél is gebleken dat de hiervoor onder 5.4. beschreven cultuur zich ook uitstrekt tot het chapter Harlingen en dat is gebleken van strafbare feiten die in direct verband staan tot de Harlinger rechtspersonen.

Dat is wellicht niet te baseren op de door het Openbaar Ministerie gestelde bedreiging van "Tattoo Spider" door de stichtingsvoorzitter [naam voorzitter], nu die "Tattoo Spider" geen aangifte heeft gedaan en vast staat dat hij na vertrek uit de ruimte van [naam voorzitter] nog elders in Harlingen zijn bedrijf heeft uitgeoefend.

Het is in elk geval wél te baseren op de – hiervoor sub 4.16. en 4.18. als vaststaand aangenomen – wapenvondsten in het clubhuis van de Harlinger Hells Angels. Nu zij ontkennen dat zij een criminele organisatie zijn, zou het voor de hand liggen dat zij voor de aanwezigheid van illegale wapens in het clubhuis een aanvaardbare verklaring zouden geven. Dat, zoals namens de Harlinger rechtspersonen is aangevoerd, de wapens zouden zijn gevonden in "bij individuele personen in gebruik zijnde kasten en bergruimten" in het clubhuis, beschouwt de rechtbank niet als zo'n verklaring. Na deze wapenvondsten acht de rechtbank het namens de Harlinger rechtspersonen gehouden pleidooi dat "crimineel gedrag binnen clubverband niet wordt getolereerd", niet zonder meer geloofwaardig.

Desalniettemin vervolgt het Openbaar Ministerie alleen individuele members van de stichting; ter zitting is gebleken dat op dit moment noch tegen de stichting, noch tegen de vereniging strafklachten zijn geformuleerd. De Harlinger rechtspersonen zijn niet betrokken in de vooraankondigingen van telastleggingen zoals het Openbaar Ministerie die op 14 september 2006 heeft gedaan, en het Openbaar Ministerie heeft niet concreet aangegeven dat de Harlinger rechtspersonen voor deze feiten alsnog vervolgd zullen gaan worden. Dat de rechtspersonen wel als verdachte zijn aangemerkt – dat zou blijken uit de A1 en B1 processen-verbaal die kennelijk ten behoeve van de onderhavige verzoekschriftprocedure zijn opgesteld – doet daaraan niet af.

5.10. Vast staat voorts dat in het clubhuis in Harlingen bij de doorzoekingen in 2003 en 2005 verdovende middelen zijn aangetroffen en dat ten behoeve van de stichting dan wel de vereniging bij ten minste één dancefeest joints zijn verkocht. Dat laatste was niet alleen al strafbaar op grond van de Opiumwet, maar ook in strijd met de vergunning die de gemeente Harlingen voor dat feest had gegeven. Maar na overleg blijft de gemeente Harlingen tot op de dag van vandaag meermalen vergunningen voor dergelijke feesten geven. Van een werkzaamheid in strijd met de openbare orde blijkt dan niet.

En, als gezegd, noch de stichting noch de vereniging behoeft zich voor deze of andere feiten voor de strafrechter te verantwoorden.

5.11. Uit het voorgaande volgt dat die strafbare activiteiten die naar het oordeel van de rechtbank bij de beoordeling van het onderhavige ontbindingsverzoek kunnen meewegen, hoewel bekend bij zowel de lokale overheid als het Openbaar Ministerie, tot aan de indiening van het onderhavige verzoek nimmer tot enige sanctie jegens of daadwerkelijke strafrechtelijke vervolging van de Harlinger rechtspersonen hebben geleid. De rechtbank acht deze omstandigheid mede van belang gelet op de artikelen 8 en 9 van de Grondwet en ook artikel 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, waarin het recht tot vereniging en tot vergadering is erkend. Dit recht kan worden beperkt, maar ook niet verder dan noodzakelijk is in een democratische samenleving.

5.12. Het Openbaar Ministerie heeft met de op de Harlinger rechtspersonen betrokken feiten en omstandigheden niet aannemelijk gemaakt dat de werkzaamheid van de stichting en de vereniging zodanig in strijd is met de openbare orde is dat daarop alleen met het ultieme middel van verbodenverklaring van de rechtspersonen kan worden gereageerd. Hijzelf heeft tot op heden afgezien van een daadwerkelijke vervolging van die rechtspersonen. En de lokale overheid staat viermaal per jaar door deze rechtspersonen georganiseerde openbare festiviteiten toe.

Dat de Hells Angels "in georganiseerd verband en op grote schaal ernstige strafbare feiten plegen [die] de grondvesten van ons rechtsstelsel raken en de maatschappij grote schade berokkenen", zoals het Openbaar Ministerie ter zitting heeft betoogd, kan niet op de Harlinger rechtspersonen worden betrokken.

5.13. Slotsom is dan dat het verzoek van het Openbaar Ministerie moet worden afgewezen en het Openbaar Ministerie zal worden veroordeeld in de proceskosten van de stichting en de vereniging, waarbij de rechtbank zal verstaan dat die zal worden voldaan door de Staat.

BESLISSING

De rechtbank,

- wijst het verzoek af;

- veroordeelt het Openbaar Ministerie in de kosten van deze procedure aan de zijde van de stichting en de vereniging, tot op deze beschikking vastgesteld op € 248,-- aan verschotten en € 1.000,-- als tegemoetkoming in het salaris van de procureur, en verstaat dat deze proceskostenveroordeling zal worden voldaan door de Staat der Nederlanden.

Deze beschikking is gegeven door mrs Tangenberg, Hangelbroek en Peper en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.